5 maart 2026

De Leerdamse Aafje in het emigrantenportret van Chris Stoffel Overvoorde (1976)


Op weg naar Utrecht begon ik in de bus te lezen in Wij brachten de wildernis tot bloei, Nederlandse immigranten in de Verenigde Staten. Nog voordat de bus Leerdam verliet, kwam ik op pagina 15 een bekende naam tegen: daar werd namelijk de Leerdamse Aafje Overkamp-Kruijt genoemd. 

Wie was Aafje? 

Zij werd geboren op 6 september 1803 in Heukelum en overleden op 20 april 1903 in Pella, Iowa. (In het boek staat haar naam overigens vermeld als 'Aafje Kruyf-Overkamp', terwijl zij in werkelijkheid Aafje Overkamp-Kruijt heette). Zij was getrouwd op 3 januari 1830 met Gerrit Hendrik Overkamp (15 februari 1808, ’s-Gravenhage – 10 augustus 1894, Pella), huisschilder van beroep wiens woon- en winkelpand ooit in de Kerkstraat in Leerdam gevestigd was. Aafje was een oud-tante van graanhandelaar Cornelis Kruijt.

In mijn blog over de eerste Afgescheiden gemeente van Leerdam kwamen Gerrit en Aafje al eerder voorbij. In de schilderswinkel van Gerrit Hendrik Overkamp en Aafje Kruijt aan de Kerkstraat vonden namelijk de eerste bijeenkomsten plaats van de afgescheiden gemeente na 1834, wat het echtpaar de nodige boetes kostte. Gerrit Overkamp was degene die samen met Pieter Heykoop het kerkgebouw aan de Hoogstraat aankocht. 

De ‘afgescheidenen’ waren beducht voor de religieuze verval in Nederland en de economische malaise gaf hen vaak het laatste duwtje om te emigreren. Hoewel Duitsers, Italianen en Ieren in grotere aantallen naar Amerika trokken, maakten in de negentiende eeuw ook veel Nederlanders de oversteek en stichtten daar gemeenschappen met namen als Zeeland en Noordeloos. Onder hen was een groepje 'afgescheidenen' uit Leerdam. Net als veel van hun kerkgenoten vertrok de familie Overkamp in 1847 samen met predikant Scholte naar Pella, Iowa, Verenigde Staten, waar zij zich onderdeel werden van de tweede Nederlandse migratiegolf die vanaf 1846 op gang kwam.


In 1976 vierden de Verenigde Staten hun 200-jarig bestaan als federale staat. Op 6 juli bood koningin Elizabeth II in Philadelphia namens het Britse volk een replica van de Liberty Bell aan, met de tekst Let Freedom Ring. De Dutch International Society, een club van immigranten met Nederlandse wortels, gebruikte dit bijzondere moment om hun band met het nieuwe vaderland zichtbaar te maken via kunst. Ze gaven de opdracht aan de schilder Chris Stoffel Overvoorde (1934–2019) uit Grand Rapids. 

Overvoorde maakte vier schilderijen, elk met een episode uit de Nederlands‑Amerikaanse geschiedenis, waarin belangrijke personen centraal staan in een tijdsgetrouw landschap. Diezelfde vier werken werden aangeboden aan president Gerald R. Ford en zijn nu onderdeel van de collectie van het President Ford Museum in Grand Rapids. Op één van deze schilderijen zien we, tweede van links vooraan, de uit Leerdam afkomstige koloniste Aafje. Ze emigreerde op 44-jarige leeftijd, werd uiteindelijk 99 jaar oud en gezien als een van de emigrantenmoeders:

Pagina van het boek 'Wij brachten de wildernis tot bloei' 






























De winkel die voorheen van G.H. Overkamp was aan de Kerkstraat 28 in Leerdam,
later was het de verfwinkel van Dubel. Het huis is gebouwd rond 1680 en in 1929
afgebroken. In het diep naar achteren gebouwde huis konden twee gezelschappen
tegelijkertijd samenkomen. (foto uit 1911)

















 
Gerrit H. Overkamp en Aafje Kruyt





The Pella Blade, 14-8-1894
The Pella Chronicle, 29-4-1903



































______________________

Het boek 'Wij brachten de wildernis tot bloei' - een aanrader! - vertelt het verhaal van de Nederlandse emigratie, religie, landschap en natuurbeeld in de 19e-eeuwse Verenigde Staten. De auteurs, Jan J. Boersema en Anthonia Boersema-Bremmer, volgen Nederlandse emigranten vanaf hun vertrek uit dorpen in Nederland tot hun vestiging in verschillende delen van Amerika. Ze beschrijven hoe emigranten vanuit Nederland naar de Amerikaanse oostkust reisden, daarna verder trokken naar gebieden als Michigan en Iowa en daar bossen kapten en prairies omploegden om landbouwgrond te maken.

Een belangrijk thema is dat deze emigranten hun arbeid beschouwden als een religieuze roeping: het ‘in cultuur brengen’ van de wildernis (en daarbij ingesloten waren ook de 'wilden'). De titel verwijst naar het idee dat zij de natuur moesten omvormen tot een productief landschap. Daardoor kreeg de tegenstelling tussen wildernis en beschaving een uitgesproken religieuze lading. Het boek laat zien hoe geloof, vooruitgangsdenken en landbouwidealen samen bepaalden hoe deze kolonisten naar natuur keken, bijvoorbeeld naar bossen en prairies en dieren zoals de bizon, wolf en trekduif.

Wat het boek bijzonder maakt, is dat het niet alleen een emigratiegeschiedenis is. Het legt ook een brug naar hedendaagse discussies over natuur en landschap. De auteurs laten zien hoe het historische idee van 'wildernis temmen' nog steeds invloed heeft op hoe Nederlanders denken over natuurbeheer en bijvoorbeeld de terugkeer van de wolf.

Het beeld van de negentiende-eeuwse kolonisten weerspiegelt ook hoe wij vandaag omgaan met ons gedeelde thuis, te midden van de uitdagingen van klimaatverandering.



Bronnen:
  • Boersema, Jan en Anthonia Boersema-Bremmer, Wij brachten de wildernis tot bloei. Nederlandse immigranten in de Verenigde Staten. (Atlas Contact, 2025).
  • Smits, C., De Afscheiding van 1834, deel 2 (1974) via: Dbnl.org


Het onstaan van de Historische Vereniging "Vrienden van oud Leerdam" (1980)

 

In bewerking


Een oproep om kennis samen te bundelen. De wens om een historische vereniging in Leerdam te vormen, klonk regelmatig in de jaren '70:


De Gecombineerde, 18 september 1976











































In 1980 worden er concrete stappen gezet. Er worden in diverse kranten uitnodigingen tot het bijwonen van de oprichtingsvergadering op maandag 17 november 1980 geplaatst. 



De Lingestreek, 6 november 1980

De Gecombineerde, 15 november 1980














ls een postume huldiging aan F.L. Blom, "de grote animator van o.a. de Leerdamse Oudheidkamer", stelt het bestuur van de opgerichte Historsiche Vereniging de naam voor: "Vrienden van oud Leerdam". 

Voorzitter werd C.W.A. van Nieuwenhuizen, secretaris de heer Koenraad van Baren en penningmeester de heer T.A. Blom. De kascommissie werd gevormd door de leden C. Haag, J. Bats en R. van de Berg. 


De Gecombineerde, 29 januari 1981
































De Gecombineerde, 15 december 1983





























2 maart 2026

De Leerdamse 'Oudheidkamer'


"Oud-Leerdam hoort in de Oudheidkamer". 

Onder deze titel vulde 'Van Ter Leede' (ik vermoed een pseudoniem van F.L. Blom?) regelmatig een krantencolumn. Er staan interessante wetenswaardigheden in over de geschiedenis van Leerdam en het ontstaan van museum 't Poorthuys. 

Ik verzamelde er een aantal hieronder:


________________


Ter inspiratie werd een bezoek gebracht aan het museum van Den Briel, waar waardevolle ideeën werden opgedaan voor de verdere inrichting en presentatie. Inmiddels stelde de gemeenteraad een krediet beschikbaar voor de aanschaf van twee prentenvitrines, waarmee de collectie beter getoond kan worden.

Onder de nieuwe aanwinsten bevonden zich onder meer het feestprogramma van het nationale feest van 1 april 1872 en een brandweerstaf met het opschrift ‘Hoofdman voor Schaik’. Ook werd een grote stenen kogel aan de verzameling toegevoegd. Daarnaast kwamen er materialen van de vooroorlogse luchtbescherming binnen - zoals gasmaskers en noodlantaarns - evenals twee pistolen uit omstreeks 1800, twee schermdegens en een schermkap.

Verder ontving men een naamplaatje van F.T. Maijwald, loodgieter, twee foto’s van de Leerdamse stoomboten, een militair zakboekje uit 1879 en een boekje gewijd aan Leerdamse bijnamen.


De Gecombineerde 11-4-1959




De nieuwe aanwinsten omvatten een gevarieerde verzameling. Zo werd een oude kruik toegevoegd, opgegraven in de nabijheid van het eerste kasteel van de heer Van Te Leede, ter hoogte van hoeve Bouwlust. Daarnaast ontving men twee delen van Historie der Nederlandtsche Oorlogen van Pieter Bor, evenals een kerkboekje uit 1683 met de psalmen van Datheen en een herdenkingsboek ter gelegenheid van het 25-jarig regeringsjubileum van Willem III.

Ook op het gebied van gebruiksvoorwerpen waren er aanvullingen: een vuurhaak, hangijzer en blaaspijp, een klontenschaar en twee vuurtesten voor stoven. Uit de periode 1940-1945 kwamen zogenoemde illegale bladen binnen. Verder werden pijpenkoppen geschonken die tijdens de restauratie van de Hervormde Kerk zijn gevonden, evenals distributiebonnen uit 1918 en 1945. Bijzonder zijn ook een legitimatiebewijs van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm en een ontslagbewijs uit de tijd dat de BVL door de Duitsers werd opgeheven. Daarnaast werd een programmaboekje ontvangen van het 24-jarig jubileum van de jongelingsvereniging Agur.

Het fotoarchief werd verrijkt met opnamen van de door militairen aangelegde brug over de Linge uit de periode 1914-1918 en een eersteklas-foto van de openbare Mulo.

Verder kwamen binnen: een herdenkingsbordje uit 1939 ter gelegenheid van de geboorte van Beatrix, een stenen kogel opgegraven in de Bergstraat, een oude uitgave van De Nieuwe Leerdammer en een aantal buitenlandse munten uit Gorinchem. Ook werd een feestgids uit 1936 van De Bazuin toegevoegd, evenals het reglement van de Wilhelminavereniging d.d. 18 mei 1911. Uit kerkelijke kring ontving men een herinneringsboekje ter gelegenheid van het doen van belijdenis in 1850 in de Hervormde Kerk, en een bundel Kroningsliederen, samengesteld door J.H. Geijs uit Acquoy. Eveneens vermeldenswaard is een tekstboekje met toespraken uit 1904 over het belang van de oprichting van een hervormde school, die uiteindelijk in 1913 werd gerealiseerd als de Julianaschool.

Tot de verdere aanwinsten behoort een feestprogramma van 17 september 1913, toen in het kader van de festiviteiten een historische optocht werd gehouden. Ook werd een proefschrift over Spinoza van dr. J. Severijn aan de collectie toegevoegd.

Daarnaast werd de Oudheidkamer getipt over het bestaan van een kunstwerk van Jan Weissenbruch, voorstellende de Steigerpoort van Leerdam. Kennelijk was dit werk nog niet bekend bij de Vrienden van Oud-Leerdam.

In de column wordt bovendien aandacht besteed aan de arend op het vaandel van de muziekvereniging Kunstliefde en Vriendschap. Deze was afkomstig van suikerbakker Arend van Wijk, die grote belangstelling had voor deze vereniging.


De Oudheidkamer zelf - een ruimte in het raadhuis aan de Kerkstraat - werd opgesteld tijdens de eerste avond van de zogenoemde Herfstactie, waarbij winkeliers in de Leerdamse binnenstad gezamenlijk een actie organiseerden.




De Gecombineerde 18-7-1959
De Gecombineerde 27-10-1959














































































De Gecombineerde 6-8-1960
De Gecombineerde 22-10-1960






























































De Gecombineerde 21-1-1961
De Gecombineerde 11-2-1961































































De Gecombineerde 2-2-1961
De Gecombineerde 18-3-1961



































































De Gecombineerde 15-4-1961
De Gecombineerde 1-8-1961

























































Columns uit 1962:


De Gecombineerde 11-1-1962
De Gecombineerde 3-11-1962























































Columns uit 1963:



De Gecombineerde 17-8-1963
De Gecombineerde 2-11-1963































































Columns uit 1964, het jaar dat museum 't Poorthuys gerealiseerd werd:




De Gecombineerde 4-1-1964
De Gecombineerde 15-2-1964












































De Gecombineerde 4-4-1964
De Gecombineerde 25-4-1964


















































De Gecombineerde 9-5-1964

De Gecombineerde 1-8-1964






































 





















De Gecombineerde 8-8-1964
De Gecombineerde 22-8-1964


































25 februari 2026

Museum 'Het Oude Raadhuis' aan de Kerkstraat 18 (1991-~2012)

 


De vorige blog eindigde met de verhuizing van de collectie van museum ’t Poorthuis naar het Oude Raadhuis aan de Kerkstraat 18. In 1988 was het officiële gemeentehuis verplaatst naar het Reilingplein, waardoor het voormalige gemeentehuis – sindsdien bekend als het ‘Oude Raadhuis’ – vrijkwam.


Foto: G.J. Dukker, 30-03-1988,
Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, doc.nr. 310.001
 
Foto: G.J. Dukker, 30-03-1988,
Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, doc.nr. 310.014
Foto: G.J. Dukker, 30-03-1988,
Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, doc.nr. 310.004







































In de zestiende eeuw bezat Leerdam een stadhuis aan de Markt. De gevel was rijk uitgevoerd, met topgevels in Hollandse renaissancestijl (zie Van de Berg, Leerdam in de gouden eeuw, 101). In de achttiende eeuw werd het afgebroken. 

Een nieuw raadhuis liet vervolgens op zich wachten: pas in de negentiende eeuw werd deze functie ondergebracht in het 17e eeuwse woonhuis aan de Kerkstraat 18 met het naastgelegen pand nummer 16. 

Het herenhuis werd aangekocht van de vroegere burgemeester Theodorus Bijmholt en in 1832-1833 ingericht als raadhuis. Op het dak  zou de klokkentoren met de luidklok uit het afgebroken stadhuis zijn geplaatst. Deze heeft de inscriptie 'Anno 1716. Leerdam. Me fecit Ian Albert de Grave. Amstelodami.'

In 1852 werd het pand verbouwd en aangepast voor de functie 'gemeentehuis'. De bovenverdieping bleef nog tot in de twintigste eeuw in gebruik als woning (o.a. voor de familie Roldanus) en deed daarnaast dienst als lesruimte voor een schoolklas.

Al in 1934 klonk er kritiek op deze locatie. Voor een gemeente als Leerdam vond men het gebouw weinig passend: het oogde sober en was bovendien onpraktisch. Alleen de burgemeesterskamer, met het beschilderde behang, had nog enige uitstraling (Van Gent, 425). Eind achttiende eeuw waren rijk beschilderde behangsels en gebeeldhouwde deuren in het pand aangebracht, allemaal in Lodewijk XVI-stijl, en de plafonds van de gangen en kamers waren bovendien voorzien van stucwerk.


Het karakteristieke monumentale pand aan de Kerkstraat 18 bood beduidend meer ruimte voor het musuem. Met hernieuwd enthousiasme en vol vertrouwen werd de nieuwe locatie dan ook in gebruik genomen na een verbouwing. Helaas werd deze verbouwing zo grondig uitgevoerd dat het antieke decoratieve geschilderde behang is zoekgeraakt! Dat moet een pijnlijke tegenvaller geweeset zijn voor onze historie minnende ‘Vrienden van Leerdam’.

________________


Hieronder plaats ik krantenberichten van gehouden exposities - en berichten van de nogal eens wisselende museumdirecteuren. Dit geeft geen compleet beeld maar geeft een goede indruk van het reilen en zeilen van het museum. 

In het beeldarchief van de Historische vereniging vond ik ook een aantal foto's van het museum.


Bas Kreuger wordt in 1990 de coördinator van museum, toerisme en Leerdam-promotie:


De Gecombineerde 21-3-1990
De Gecombineerde 2-11-1990



































De Gecombineerde 25-6-1990























De Gecombineerde 28-11-1990

































Kort voor de opening breidt het museum zijn collectie uit met vijftien pastel-schilderijen van Herman Heijenbrock. In zijn werk legde Heijenbrock scènes vast uit de glasfabriek, waarbij hij op een voor die tijd unieke manier de arbeider centraal stelde.


De Gecombineerde 7-12-1990
























Op 20 april 1991 werd het museum geopend:


De Gecombineerde 22-4-1991























In 1991 neemt coördinator van het Oude Raadhuis Bas Kreuger afscheid. 


De Gecombineerde 5-7-1991

























Eind 1991 staan fotograaf Cor de Kock en 'Ons Glas' centraal in de Oude Raadhuis-tentoonstellingen:



De Gecombineerde 13-9-1991
Algemeen Dagblad 20-9-1991























De Gecombineerde, 14-10-1991
De Gecombineerde 18-10-1991














Gorcumse Courant 4-12-1991

































Ondertussen wordt een expositie voorbereid over nutsbedrijven. Het is mij niet bekend of deze expositie daadwerkelijk is gerealiseerd.


De Gecombineerde, 23-10-1991















In de gemeenteraad wordt een bijzonder onderwerp behandeld in december 1991. Waar zijn de stoelen van Leerdams vroegere burgemeester Rudolf Mees gebleven? Deze waren geschonken aan het museum maar blijken verdwenen. 


De Gecombineerde 20-12-1991



























Mevrouw Maria Pietronella Lenselink-Papenhuijzen (1902-1988) exposeerde in 1992 met miniatuurhoeden. Jarenlang runde zij een winkel met dameshoeden en shawls in Leerdam. 


De Gecombineerde, 15 april 1992
Algemeen Dagblad 28-2-1992













Later dat jaar stond 'schilder van de arbeid' Herman Heijenbrock centraal.


Algemeen Dagblad 10-7-1992







Werken van schilderes Wil van Andel-de Jong sierden daarna de muren van het Oude Raadhuis:


De Gecombineerde 5-8-1992



















In december 1992 vertrekt Bert Campagne als museumdirecteur en er wordt een vervanger gezocht. 


De Volkskrant 24-10-1992



















In 1993 wordt een nieuwe directeur benoemd voor het Leerdamse museum: Marjan Boomstra

Het Kontakt 19-1-1993




































Drie oude sabels van de Leerdamse politie worden toegevoegd aan de museumcollectie:


Onbekend, 24-3-1993















In 1993 stonden exposities op het programma van keramist Maria Kroese, schilder Arie Wols met Too Hot to Handle, schilder Ernst Löwensteyn, Ria Fortuijn met textielapplicaties en schilder Thea Schölzel.


Algemeen Dagblad 16-4-1993
Algemeen Dagblad 28-5-1993











De Volkskrant 30-7-1993
Algemeen Dagblad 27-8-1993






Algemeen Dagblad 31-12-1993
















In 1994 wordt "Boom = Beeld", een manifestatie in Varsseveld belicht. 



Algemeen Dagblad 15-7-1994
Algemeen Dagblad 30-6-1994
 














Met werk van Floris Meijdam en Wil van Herpen wordt in 1995 een dubbelexpositie ingericht:


De Vijfheerenlanden, 13-6-1995






In 1995 is er expositie over de Tweede Wereldoorlog in het Oude Raadhuis:


Het Kontakt Vianen, 2-5-1995






















De winter van 1995-1996 krijgt ook een winters thema: schaatsen krijgen alle aandacht in het museum:


De Vijfheerenlanden, 2-1-1996






















In april 1996 wordt de VVV in het Oude Raadhuis verbouwd. Dat jaar wordt een tentoonstelling rondom het 'Glazen huis' vormgegeven:



De Vijfheerenlanden, 16-4-1996






























In 1997 zijn de expositiethema's: 10 jaar Verenigd Verzamelen en 'Het Drinkglas'. 



Algemeen Dagblad 2-1-1997











Het Kontakt, 2-9-1997










































Bernard Heessen krijgt een expositie aangeboden in het Oude Raadhuis in 1999. 

Een jaar later exposeren Frank Dekkers en Jeroen Hermkens met 'De Plek, schilderijen tussen Lek en Waal'. 


Algemeen Dagblad 17-2-2000








Conservator Rimme Rypkema poseert in het jaar 2000 voor het werk van Nicolaas Bastert als hij in de krant wordt geintverviewd over de expositie 'Vrijsteden in Rivierenland'. 


Het Kontakt, 28-3-2000




















































"Met Copier aan tafel. Ontwerpen voor gebruiksglas" - een expositiethema in 2001:


Algemeen Dagblad 20-9-2001











In 2002 staat 'Kunst en wonen' op het programma. 

'Leerdam Verbeeld' luidt de expositie gehouden in 2003.



Algemeen Dagblad 5-12-2002
Algemeen Dagblad 1-5-2003












In 2003 is er aandacht voor 'Floris Meijdam In Vorm'.

'Quilten aan de Linge' is een expositie in 2005. 




Algemeen Dagblad 03-07-2003
De Vijfheerenlanden, 3-3-2005












'De wereld volgens Valkema' is een expositie in 2005.


Wijks Nieuws / Bunniks Nieuws 19-10-2005




















Van de expositie 'De klepperman, Leerdam in de eerste helft van deze eeuw' (met een affiche met op de voorkant Jas van Gent) is niet duidelijk wanneer deze precies is geweest: 





Rond 2012 (?) moest het museum helaas haar deuren sluiten, waardoor de historische collectie van Leerdam haar vaste, publieke plek verloor. 



In 2013 overlegden B&W van Leerdam met de Historische Vereniging en Syndion over de toekomst van de collectie in het Oude Raadhuis. Verkoop of spreiding van de stukken bleek lastig vanwege schenkingen, praktische bezwaren en een tekort aan personeel. Een deel van de collectie werd al ondergebracht bij andere musea, maar vooral de agrarische voorwerpen bleven opgeslagen op zolder van het Oude Raadhuis.

In 2017 wilde de gemeente opnieuw onderzoeken hoe de collectie toegankelijk kon worden voor het publiek. Hoewel er toegezegd werd dat niets werd geruimd – alleen minder waardevolle spullen werden gedeeltelijk verwijderd – bleven praktische problemen zoals verzekering, aansprakelijkheid en personeelstekort een echte drempel.

Het fysieke museumbestaan kon niet worden hersteld. Als alternatief werd in 2014 een digitale beeldbank opgezet met foto’s van veel museumobjecten. Daarnaast opende de Historische Vereniging een Historisch Informatiepunt in de bibliotheek aan het Dokter Reilinghplein, elke donderdag van 10.00 tot 12.00 uur. Bezoekers kunnen hier informatie over de foto’s van de Collectiebank krijgen en ook zelf foto’s aanleveren, die ter plekke verwerkt worden.

In 2019 kreeg de historische collectie een nieuwe opslagplek in het voormalige ABN-AMRO-bankgebouw aan het Reilinghplein. De collectie werd daar (deels) geïnventariseerd en er werd nagedacht over tentoonstellingsmogelijkheden, onder meer samen met de plaatselijke historische vereniging. Jammer genoeg ligt de collectie sindsdien, weliswaar zorgvuldig ingepakt, grotendeels ongezien en ongebruikt opgeslagen. 

De zorgvuldig bij elkaar gebrachte objecten, ooit bedoeld om te worden bewonderd en beleefd door de inwoners van Leerdam, liggen nu jarenlang stil, buiten het zicht van het publiek. Heel jammer! En tegelijkertijd is het begrijpelijk dat er moeilijke beslissingen moeten worden genomen wanneer bezoekersaantallen structureel achterblijven. Het in stand houden van een tentoonstellingsruimte of museum vraagt om aanzienlijke middelen, organisatie en inzet. 


Het pand aan de Kerkstraat 18 heeft overigens sinds 2012 de naam 'Pand 18' gekregen. Bij deze dagbestedingslocatie van Syndion maken cliënten in het naaiatelier al jaren creatieve producten van stof. In de naastgelegen winkel verkopen zij items zoals slabbetjes, badjassen en naamslingers. 



Bronnen:

  • Berg, R.v.d., Leerdam in de Gouden eeuw, pag. 101-103.
  • Blom, Teunis, Bewaarde Schoonheid (2011), pag. 41.
  • Het Kontakt (Vijfheerenlanden), 'Leerdam denkt na over historische collectie', 10 mei 2013.
  • Het Kontakt (Vijfheerenlanden), 'Op zoek naar plek voor historische collectie', 25 november 2017.
  • Het Kontakt (Vijfheerenlanden), 'Depot Glasmuseum naar ABN AMRO', 10 december 2019.
  • Gent, P.M. van, Leerdam door de eeuwen heen (1937), pag. 425.
  • Groningen, Catharina L. van, De Vijfheerenlanden met Asperen, Heukelum en Spijk (1989), pag. 55-57, 130-131.