![]() |
| Houtzagerij Varsseveld in Leerdam |
Weinig mensen weten dat een arbeidsconflict in Leerdam in 1912 bijdroeg aan de oprichting van de voorloper van de vakbond CNV. Hieronder is de geschiedenis van dit bijzondere moment te lezen.
______________________________________________________
“In het anders zo kalme Leerdam” zijn ongeregeldheden “als in geen menschenheugenis gebeurd”, zo schrijven de kranten eind 1912.
Wat is er aan de hand?
We beginnen bij het begin: een aantal werknemers van de Leerdamse houthandel Varsseveld had al lang de behoefte om zich te organiseren. Maar het was er nooit echt van gekomen. Tot in 1912. “Het zat toen in de lucht. De geest was er rijp voor. Evenals de geest rijp moet zijn voor oorlog, revolutie of staking, moet deze rijp zijn voor organisatie.”
De directe aanleiding is de invoering van een arbeidsreglement en een reglement van orde door houtfabriek Varsseveld. Rechten en plichten van arbeiders werden vastgelegd. Dit door de directie ingevoerde reglement zorgt voor de nodige commotie onder de arbeiders. Een aantal van hen komt op 1 juni in vergadering bijeen in het Leerdamsche Volkskoffiehuis (nu gebouw “Sealthiël”) om het reglement te bespreken.
Men richt er ter plekke een vakvereniging op met de naam “Recht en Plicht”. Het eerste bestuur werd gevormd door C. de Jong, T. van der Leeden, T. van Gent, G. van Meeuwen en J. de Weerd.
![]() |
| Nieuwe Gorinchemse Courant 14-7-1912 |
![]() |
Volkskoffiehuis, later 'Sealthiël' (foto 1941) |
"Recht en Plicht" besluit daarnaast ook een paar wijzigingen voor te stellen in het door de directie opgestelde reglement. Daarbij ging het onder meer over het aantal arbeidsuren per dag en de vergoeding van overwerk na zeven uur ’s avonds. Na een paar besprekingen met de patroon en enkele wijzigingen, gaan de arbeiders in een vergadering op 8 juli 1912 met het reglement akkoord.
De directie dacht waarschijnlijk dat de zaak hiermee was afgedaan. Maar niets bleek minder waar.
Een week later komen de arbeiders opnieuw bij elkaar. Op de agenda staat de aansluiting bij het Christelijk Nationaal Vakverbond. G. Baas, bestuurder van de Ned. Ver. van Chr. Kantoor- en Handelsbedienden, steekt de Leerdammers een hart onder de riem. Hij legt uit wat de vakvereniging kan betekenen voor de arbeiders. Na zijn bezielende inleiding wordt besloten dat ‘Recht en Plicht’ zich zal gaan aansluiten bij de CNV. Al snel telt “Recht en Plicht” 180 leden en is daarmee een van de grootste plaatselijke vakverenigingen. Alleen het vaste personeel van Varsseveld mocht lid worden.
Op 2 september 1912 wordt een brief door “Recht en Plicht” opgesteld waarin wordt gevraagd om loonsverhoging. Met als argument dat men in Leerdam minder verdiende dan elders terwijl de prijzen waren gestegen.
Het voorstel lijkt positief te worden ontvangen bij de directie. Het voornemen wat er al was, om lonen te verhogen, zou versneld door hen worden doorgevoerd. Echter, “de patroon heeft gezegd dat het zoo moeilijk wasch om ieder verhoging van loon te geven daar den eene op de werf met sjouwen wel 2 maal zooveel verricht als den anderen”.
Op maandagavond 30 oktober 1912 wordt werkman Van Thiel ontslagen. Dit ontslag was gebaseerd op een minder onaangename opmerking over de directie die hij had geuit op de avond ervoor bij de kapper. Een zekere Boei had dit opgevangen, verteld aan zijn vader Boei sr., die bij Varsseveld werkzaam was. En zo was het balletje gaan rollen.
De heer Boei sr. wordt vervolgens op straat door een grote menigte mensen lastiggevallen op straat en uitgescholden. Hij is immers de "verklikker". Hij wordt ’s avonds opgehaald door een van zijn zoons, maar desondanks moet hij het kantoor van Varsseveld binnen vluchten. Onder politiebegeleiding moet hij worden thuisgebracht.
De volgende dag gaan de ongeregeldheden door. Er staat een menigte mensen klaar om “den verrader” uit te jouwen. De gemeentepolitie wordt versterkt door acht rijksveldwachters, afkomstig uit omringende plaatsen.
De Hoogenhoek wordt door de politie afgesloten voor het publiek. Toen de heer Boei verscheen om naar huis te gaan, werd het publiek zo opdringerig dat de politie zich genoodzaakt ziet de sabel te trekken. De tocht gaat verder via de Vlietskant en Meent, het publiek werd steeds dreigender en er wordt met grond gegooid naar de heer Boei. De politie ziet zich genoodzaakt het publiek ‘met blanke sabel’ terug te drijven.
Het is die dag nog lang onrustig in de stad, vooral in de Kerkstraat bij het stadhuis en politiebureau.
De volgende dag herhaalt het schouwspel zich “nog erger dan de Woensdagavond”. De Rijkspolitie is versterkt tot twaalf man en had ‘s avonds de Hoogenhoek en Vlietkant schoongeveegd. De menigte staat op elkaar gepakt in de Kerkstraat. De politie wordt van achteren bekogeld waarna ze met de blanke sabel een charge uitvoeren.
Vrijdag wordt de heer Boei weer onder politiebegeleiding naar zijn werk en huis gebracht. Er is weer een grote menigte op de been maar er ontstonden geen relletjes. Er is nu een verbod op samenscholing ingesteld. De menigte bestond overigens voor een groot deel uit kinderen en jongeren, zowel jongens als meisjes. De krant bericht over ‘kwajongens”.
“Recht en Plicht” heeft inmiddels een manifest onder de bevolking verspreid waarin ze om waardig en kalm gedrag vragen, en dat men niet het nut van dit oproer inziet.
Op 14 oktober wordt bekend gemaakt dat de lonen omhoog zullen gaan. Maar: tegelijkertijd wordt het principe: ‘loon naar werk’ ingevoerd. De beloning wordt voortaan afhankelijk van kennis, bekwaamheid, lichamelijke krachtsinspanning, ijver en plichtsbesef, orde en netheid. Er worden vier klassen ingevoerd. De vierde klasse is voor de arbeiders van wie ‘de toewijding nauwelijks voldoende is’.
De werklieden krijgen te horen dat ze al hun kracht moesten aanwenden om nuttig werkzaam te zijn. De tragen, de onverschilligen, de schijnwerkers, zij zouden een waarschuwing krijgen van de bazen. En na drie waarschuwingen kon je als vast werkman ontslagen worden. Je kon dan nog een poosje op proef als los werkman aan de slag.
“Wij wijzen hierop met nadruk, omdat er nog velen in de 4e klasse voorkomen en wij uitsluitend met flinke, ijverige menschen verlangen te werken en niet met minderwaardigen. Zij die dagelijks geen 3 last hout kunnen laden of lossen, beschouwen wij niet als houtwerkers en zijn dus voor ons vak ongeschikt”.
Dit voorstel valt niet in goede aarde bij “Recht en Plicht”. Alle arbeiders hebben recht op een rechtvaardige beloning, zonder vorm van prestatiebeloning.
De heer Van ’t Geloof, lid van de vereniging, gaat naar het Varsseveld kantoor om de boodschap daar over te brengen. De baas antwoordt hem cynisch: “Mijnheer heeft op het kantoor een boom staan om het voor jullie eraf te schudden”. Van ’t Geloof reageert ad rem: “Daar plukt u eerst de noten af en dan krijgen wij de bladeren”.
De weerstand van de vereniging tegen het directiebeleid begint de bedrijfsleiding langzamerhand te irriteren. De directie beschuldigt “Recht en Plicht” van het kweken van een geest van verzet. Zij besluit daarom de vakvereniging niet meer als zodanig te erkennen. Bovendien worden de arbeiders De Weerd en Van der Leeden bedreigd met ontslag als zij nog langer actief zouden blijven in het bestuur van “Recht en Plicht”
Deze bedreigingen hebben een averechts effect. Het zelfbewustzijn van de vereniging groeit alleen maar. Men spreekt af elkaar trouw te blijven, wat voor bedreigingen er nog zouden volgen.
Op 30 oktober stelt men een pakket van wensen op. Er wordt o.a. gevraagd de lonen van de sjouwers, machinedrijvers, stokers en nachtwachten te verhogen. Twee sjouwers die hun baan hadden verloren omdat ze te weinig presteerden, moeten weer vast worden aangenomen. En J. van Thiel moet zijn baan weer terugkrijgen, want hij is wegens ongegronde laster ontslagen, zo stelt de vakvereniging vast. De patroon wordt verzocht de leden van de vereniging niet langer te bedreigen.
Het verzoekschrift blijft niet zonder resultaat. De directie verhoogt voor bepaalde groepen de lonen. Maar haar standpunt over de bond verandert niet.
![]() |
| Arnhemsche Courant 1-11-1912 |
![]() |
| Delftsche Courant 1-11-1912 |
![]() |
| Tubantia 1-11-1912 |
![]() |
| Het volk dagblad voor de arbeiderspartij 2-11-1912 |
![]() |
| Nieuwe Gorinchemse Courant 3-11-1912 |
Op 4 november verschijnen aanplakbiljetten in het bedrijf waarop de directie haar houding tegenover “Recht en Plicht” uiteenzet, op een niet mis te verstane manier. Nog diezelfde avond komen de leden van “Recht en Plicht” weer bijeen. Men is in verwarring hoe te reageren en wisselende gevoelens worden geuit. Uiteindelijk besluit men om te onderhandelen.
Maar de tijd van onderhandelen blijkt passé. De meest radicale leden van “Recht en Plicht” hadden de aanplakbiljetten vernield. Bij de directie is de maat vol. De vakbondsleden die een huis wat eigendom van Varsseveld is, bewonen, worden gedreigd uitgezet te worden.
![]() |
| Nieuwe Gorinchemse Courant 21-11-1912 |
Op 2 december 1912 komen de leden weer bij elkaar en er heerst een gespannen sfeer. Wil men dit nog volhouden of wordt de druk te groot? Voor sommige leden dreigt concreet dat ze dakloos raken. Maar ze spreken elkaar moed in en blijven strijdbaar.
De reactie van de directie volgt 2 dagen later door een nieuw aanplakbiljet. “Wij maken dus bij deze bekend dat de leden van dien Bond, thans nog bij ons werkzaam, met ingang van 14 december door ons uit den dienst zijn ontslagen.”
Inmiddels is het dagelijks bestuur van de CNV op de hoogte gebracht van de gespannen toestand in Leerdam. Op 2 december versturen CNV-voorzitter Diemer en secr.-penningmeester Kruithof een brief aan de directie van de houthandel met het voorstel om een conferentie te organiseren waarbij zij zouden willen helpen het conflict te verhelpen. Er volgt een reactie van de Varsseveld-directie dat zij het geschil met haar werknemers zelf willen oplossen, en dat ze “Recht en Plicht” niet erkennen.
Toch reist voorzitter Diemer naar Leerdam op 5 december. De heer Burgers, de fabrieksdirecteur, blijkt afwezig. Dan voegt hij zich bij de ledenvergadering van ‘Recht en Plicht’. Hij legt uit hoe de situatie er voorstaat en vertelt rekening te houden met verdere conflict escalatie. Hij wijst de arbeiders op de gevolgen van een uitsluiting. En vertelt dat de steun van de burgerij belangrijk is, en daar was hij zelf hoopgevend over omdat hij de predikant en burgemeester had gesproken. Hij benadrukt dat het belangrijk is om de orde ten allen tijde te bewaren en te voorkomen dat er relletjes zouden ontstaan.
Bijna alle aanwezigen tekenen een document: dat ze trouw blijven aan de vereniging, ondanks de druk en dwang op hen gesteld.
![]() |
| De Tijd 6-12-1912 |
![]() |
| Nieuwe Gorinchemse Courant 8-12-1912 |
![]() |
| Nieuwe Gorinchemse Courant 12-12-1912 |
De directie van Varsseveld heeft nog één troef in handen. En die troef wordt op 9 december uitgespeeld. De vrouwen en moeders van de arbeiders ontvangen een emotioneel geladen brief. “Wij weten niet of de mannen en de jongens, die door hun weigering hun ontslag hebben uitgelokt, ten volle beseffen wat dit beteekent. Zijn ze waarlijk zoo verblind, dat zij meenen elders wel werk te zullen vinden en met open armen te zullen worden ontvangen?” En “wel nog tot U, Vrouwen en Moeders, want gij zult het zwaarste lijden onder de zorgen, die over Uwe gezinnen zullen komen. En wellicht dat Uw woord bij Uwe mannen of zonen nog een goede plaats vindt; wellicht dat gij hen nog weet af te brengen van de dwaling waarin zij zich gaan storten”.
Het effect van deze laatste brief aan het thuisfront is niet duidelijk. Maar directeur J.A. Burgers zit behoorlijk met het conflict in zijn maag, dat is zeker. Hij nodigt nu de CNV-voorzitter toch uit om naar Leerdam te komen, terwijl dit een week geleden niet bespreekbaar was.
Al op 9 december zit voorzitter Diemer aan tafel met de Varsseveld directie. Burgers verwijt hem dat de bond fouten heeft gemaakt en Diemer beaamt dat. “Wij begaan allen fouten, dus zal dit van zoo een jonge vereeniging ook wel te verwachten zijn”. Deze toon lijkt het ijs te breken.
Een staking wordt voorkomen. De vakvereniging wordt erkend.
De arbeiders kunnen in hun huizen blijven wonen. Nog diezelfde dag wordt een ledenvergadering belegd waar Diemer het antwoord kan meedelen.
Ook werkman Van Thiel wordt weer aangenomen en alle vakbondsleden kunnen gewoon in dienst blijven.
De nog jonge Leerdame vakvereniging boekt een prachtig resultaat en groeit tot 200 leden.
Duidelijk werd ook dat Burgers niet tegen een vakvereniging an sich was, maar wel wars was van de ‘geest van verzet’ die er volgens hem was gaan heersen.
Tijdens de ledenvergadering had er echter altijd een gematigd standpunt geklonken; daarbuiten hadden de radicale stemmen de overhand gekregen en dat had gezorgd voor verharding. Meegespeeld heeft vast ook dat de houtfabriek zich geen verlies van tientallen werknemers tegelijkertijd kon permitteren...
______________________________________________________
Zeventien jaar later zijn er opnieuw spanningen bij de houtfabriek.
De winter van 1928–1929 is een van de strengste van de twintigste eeuw. Dagenlange vorst en extreme kou leggen het dagelijks leven en het verkeer grotendeels stil. Ook voor de Leerdamse houthandel Varsseveld heeft dit gevolgen: transporten lopen vertraging op en Utrecht is tijdelijk moeilijk bereikbaar. De problemen worden zichtbaar wanneer een klein konvooi vrachtauto’s bij Culemborg over het ijs van de Lek moet rijden.
![]() |
| Op de Lek bij Culemborg 18-2-1929 |
Toch vormt de winter slechts de achtergrond van een veel ingrijpender ontwikkeling. In het voorjaar van 1929 komt de interne spanning binnen het bedrijf tot een hoogtepunt. De directie kondigt loonsverlagingen aan, die bij het personeel op weinig begrip kunnen rekenen. Twee overlegmomenten volgen, maar leiden niet tot overeenstemming. De verschillen blijven bestaan, het wantrouwen groeit en in april 1929 mondt het conflict uit in een staking, een beslissend moment dat de verdere koers van het bedrijf mede zal bepalen.
![]() |
| De Leerdammer, 30-3-1929 |
Op maandag 8 april 1929 klinkt het fluitsignaal, het teken dat het werk opgestart gaat worden bij Varsseveld. Maar het blijft deze keer “angstwekkend” stil.
Maar een stuk of 14 werknemers, vooral wat oudere 'bazen’, waren aanwezig om te werken. Een drietal mannen die waren gekomen maar weigerden opgedragen werk te doen, werden ter plekke ontslagen.
Een enkele keer vertrekt een auto met hout. Door joelende jongeren werden de werkwilligen demonstratief naar hun huizen gebracht na werktijd.
Op dinsdagmorgen wordt met paard en lorrie kisten naar het station vervoerd. Een van de niet-stakende werknemers ment het paard. Twee zonen van fabrieksdirecteur Burgers, lopen voorop om te controleren of er geen blokkade op de rails is gelegd. Zij moeten zich hebben geneerd, begrijpelijk, want honderden mensen waren aan het kijken welke 'onderkruipers’ er aan het werk gingen en ze krijgen veel commentaar.
In een manifest van de Ned. Chr. Houtwerkersbond van 9 april wordt ondertussen fel uitgehaald naar enkele bazen die hun beloften braken, o.a. Van Batenburg en Den Besten. Ze worden 'onderkruipers' genoemd. Ook de heer Fledderus, chef van de timmerfabriek, die zich ervoor leende nu minderwaardig werk te doen, in strijd met de ingenomen houding van de vakbond. Er wordt met stenen gegooid vanaf de Oostwal naar de mensen die werkten bij de fabriek.
![]() |
| Voorwaarts sociaal-democratis dagblad, 9-4-1929 |
![]() |
| Voorwaarts sociaal-democratisch dagblad, 9-4-1929 |
Het moet een
opluchting zijn geweest voor de werkwilligen dat ze bericht krijgen vanaf
dinsdag niet meer op hun werk te hoeven verschijnen.
De sfeer
blijft gespannen. Er komt een vrachtwagen met chauffeur uit Utrecht, die vanaf
Leerdam moet leveren in Utrecht. Maar op de Schaikseweg bij Loosdorp wordt deze
koerier tegengehouden door stakers die bij hem in de auto springen en hem
belemmeren verder te rijden. De groep groeit aan tot 30 man en de chauffeur
krijgt opdracht naar Leerdam terug te keren. In de buurt van Hotel Kemp wordt er
een steen door de voorruit van de auto gegooid, gelukkig zonder letselschade
gevolgen voor de chauffeur.
Adjunct-directeur
Van Stuijvenberg wordt bedreigd, er werden stenen gegooid en hij kreeg
toegeroepen: “Ik snijd je den kop van den nek als je op den dijk durft te
komen”.
Op 11 april wordt een noodverordening ingesteld door burgemeester Mees, waarin staat dat iedereen onmiddellijk moet luisteren naar orders van politie als die worden gegeven op de openbare weg. Maar het blijft die dag onrustig in Leerdam. Er ontstaan opstootjes en de politie moet de gummistok gebruiken om mensen op afstand te houden.
Burgemeester
Mees probeert te bemiddelen in de kwestie. Donderdag wordt er weer overleg
gevoerd, dit heeft als resultaat dat ze de volgende dag een overleg in Utrecht
afspreken. Op vrijdag 12 april komt men inderdaad tot een overeenstemming en de
staking wordt beëindigd. Er wordt een loonsverhoging van 2 cent per uur
afgesproken, 6 dagen vakantie, een vrije ziekteverzekering en een gedeeltelijk
vrije pensioenverzekeringen.
Op maandag 15
april gaat al het werkvolk weer aan de slag na het fluitsignaal ’s morgens
vroeg.
![]() |
| De Telegraaf, 9-4-1929 |
Maar aan de horizon doemen alweer nieuwe problemen op.
De staking zelf heeft ervoor gezorgd dat de aandelen een stuk minder waard zijn geworden. En de concurrentie, in het algemeen in de houthandel, maar vooral in de kistenmakerij, is moordend. Men besluit een fusie aan te gaan met Van den Berg’s Emballagefabrieken, W. van der Lugt’s Stoomkuiperij en Kistenfabriek, beiden uit Rotterdam. Al jarenlang waren er fusiebesprekingen gaande en nu wordt de knoop doorgehakt.
Er wordt een
nieuwe werkmaatschappij opgericht: “N.V. Emballagefabrieken en Houthandel”. Op
28 mei 1929 wordt het principebesluit om tot de fusie te komen, genomen. In de
aandeelhoudersvergaderingen van de drie te fuseren bedrijven wordt de
voorgenomen fusie goedgekeurd.
Varsseveld
heet in het vervolg: Varsseveld & Co. NV, Van der Lugt krijgt de naam W.
van der Lugt en Zoon NV en Van den Bergh wordt Arnold I. van den Bergh NV.
Het doel wordt
omschreven als: "het drijven van houtzagerijen, kuiperijen en kisten en
meubelfabrieken, den handel in fust, bewerkt en onbewerkt hout alsmede de
vervaardiging van en den handel in alle soorten en emballage-artikelen en
andere artikelen van hout of metaal vervaardigd, het transportbedrijf en al wat
tot deze bedrijven en handel behoort of daarvoor van belang is, benevens het
deelnemen in en besturen van ondernemingen en vennootschappen van welken aard
ook, alles in den ruimsten zin des woord."
De eerste jaren werd redelijke winst gemaakt, maar toen begon de 'crisis' door te werken. Men probeert uit alle macht te bezuinigen, maar er moet gekrompen worden. In 1927 waren er 450 mensen in dienst, in drukke perioden zelfs wel 600 man. Maar, veelzeggend, een aantal jaren later loopt dit terug tot 200 man.
![]() |
| De Leerdammer, 20-9-1930 |
De staking in Leerdam had ook blijvende positieve gevolgen. Een daarvan was de oprichting van een pensioenfonds voor de werknemers.
Al sinds het einde van de negentiende eeuw bestonden er binnen het bedrijf verschillende voorzieningen. In 1898 werd het Ziekenfonds der firma Varsseveld & Co te Leerdam opgericht, dat vaste werknemers en hun gezinnen kosteloos medische zorg en geneesmiddelen bood. Daarnaast kende het bedrijf vanaf 1908 een weduwenfonds, bedoeld als interne vorm van wederzijdse ondersteuning, met een bescheiden wekelijkse uitkering voor weduwen en kinderen.
Ook in de jaren daarna breidde Varsseveld deze zorgstructuur uit. In 1913 werden vaste afspraken gemaakt met artsen en vroedvrouwen, en in 1918 volgde een onderling ondersteuningsfonds bij ziekte voor het vaste personeel. Dit fonds bleef bestaan tot mei 1929.
Kort na de staking van datzelfde jaar, op 25 april 1929, werd het Pensioenfonds van het personeel der N.V. Houthandel v/h Varsseveld & Co. te Leerdam opgericht. De staking speelde daarbij een belangrijke rol. Het fonds had als doel de materiële en zedelijke belangen van het personeel te bevorderen, onder meer via pensioenopbouw en samenwerking met verzekeringsmaatschappijen. Daarmee kreeg de zorg voor werknemers een structureler en langduriger karakter.
![]() |
| Bron: onbekend, collectie Temminck |
Deze informatie is (grotendeels) eerder gepubliceerd als Facebook-blog voor Stichting De Kunstplaats Vijfheerenlanden tijdens de expositie ”De geschiedenis van Houthandel Varsseveld” in 2023.
Bronnen:
- Blom, Teunis, Hout aan de Linge, pag. 203-207, 245-259, 285-289.
- Diverse krantenberichten geraadpleegd via Delpher.nl en RAZU.nl
- Dijk, Jan Jacob van en Johan Slok, Saamgesnoerd door eenen band, 1900-2000 een eeuw hout- en bouwbond CNV, pag. 35-46, 80-81.



















