Posts tonen met het label Markt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Markt. Alle posts tonen

29 december 2025

Over de verdwenen pothuizen van Leerdam (1908 en 1924)

 

Op de hoek van de Fonteinstraat en de Nieuwstraat-westzijde stond een oud pothuis, tegenover de pastorie van de Katholieke Kerk (op de plek waar nu reisbureau Travel Store zich bevindt). 

Een pothuis (van origine 'puthuis' genoemd) was een kleine uit- of aanbouw bij een stedelijk woonhuis, vaak deels verdiept maar soms gewoon alleen bovengronds. De naam verwijst naar het oorspronkelijke middeleeuwse gebruik: het was gebouwd boven een put voor het opvangen van regenwater, zodat men er via de kelder of het souterrain water kon putten. Door de tijd heen werden deze ruimtes vaak vergroot en kregen ze andere functies, zoals winkel of werkplaats voor ambachtslieden, opslagruimte, keuken of zelfs als eenvoudige woning voor gezinnen. Pothuizen hadden meestal een licht schuin aflopend plat dak en konden meestal van binnenuit en soms via een buitendeur worden bereikt.

Het Leerdamse pothuis op de hoek van de Fonteinstraat en Nieuwstraat was eigendom van Johannes Zeebuith (1835-1911), een vrijgezelle zoon van Jan Fredrik Zeebuith die tussen 1849 en 1868 predikant was van de eerste afgescheiden gemeente van Leerdam. 

Op de foto hieronder is het pothuisje - linksonder - te zien achter de twee vrouwen. 






































In het jaar 1908 werd het pothuis bewoond door een zeker Hoppenbrouwer

Waarschijnlijk was dit de toen 56-jarige Albertus Laurentius Hoppenbrouwer (1852-1921), arbeider van beroep. Hij was in 1882 met Maria Johanna van Trigt (1857-1926) gehuwd. Het paar kreeg tussen 1880 en 1903 in totaal 12 kinderen, waarvan er in 1908 nog zes leefden. Het pothuisje zal als aanbouw hebben gefungeerd, op onderstaande foto is de binnendeur zichtbaar:



Op de foto hierboven is te zien dat het pothuisje is gesloopt, al was dit op dat moment nog niet de bedoeling. Wat was er gebeurd? 

Op zondagochtend 23 februari 1908 werd het pothuis door een groep ‘straatjongens’ op brute wijze vernield. Eerst schopten zij een gat in de muur, waarna de drie wanden werden omvergehaald. Uiteindelijk stortte het dak met een dof geraas naar beneden.

Dit alles voltrok zich op klaarlichte dag. Rijksveldwachter Koegler werd belast met het opsporen van de schuldigen.


De Vijfheerenlanden, 26-2-1908 en
Nieuwe Gorinchemse Courant 27-2-1908
 
De Leerdammer, 26-2-1908












De fotograaf schreef onder de foto:
"Hoe Leerdams jeugd aan 't werk is geweest, 23/2/'08"


















Johannes Zeebuith diende een schadeclaim in bij de gemeente, omdat zij niet heeft voorkomen dat de jeugd het pothuis kon vernielen.

De gemeente stelde echter dat de schade aan hemzelf te wijten is, omdat hij geen inspanningen heeft geleverd om het bouwvallige huisje te onderhouden. Om die reden achtte zij zich niet aansprakelijk.


De Leerdammer, 21-11-1908
De Leerdammer, 9-12-1908
De Vijfheerenlanden, 9-12-1908















Er is nog één pothuis over in de Leerdamse binnenstad. Deze bevindt zich op de hoek van de Kerkstraat en de Markt. 

Het pothuis maakte van oudsher deel uit van de herberg van ‘Buiki de Wèrd’, vermoedelijk de bijnaam van Nicolaas (Klaas) Groenenberg (1862-1916). Rond 1911 nam zijn schoonzoon Teunis Verhoeven (1888-1955) de zaak over, die toen bekendstond als 'Proeflokaal de Hoek’ en 'Café ’t Hoekje’. Het oude hoekhuis bestaat nog steeds en draagt nu de naam grand-café M’n Moeder.

Op alle onderstaande foto's is het pothuis zichtbaar:


In het midden, aan de overkant van de straat, is het pothuis zichtbaar


Rechts (geel gekleurd) het pothuis op de hoek van de Markt-Kerkstraat









Op de achtergrond, achter de mannen, is het dak van het pothuis te zien







Vanuit de Vlietskant kijk je precies tegen het pothuis aan







In het midden van de foto, rechts van het witte pand, is
het pothuis duidelijk te zien
Helemaal links - achter de bukkende man - is het pothuis zichtbaar























Markt 1, 1912-1916. Links het pothuisje naast het café.
Het is beplakt met affiches.
 


















































Het pothuis was destijds voor veel Leerdammers een doorn in het oog. Het raakte bouwvallig en stak bovendien hinderlijk uit. "Het pothuis van Verhoeven snakt er na om te verdwijnen". 

In 1924 ondergaat de Kerkstraat een ingrijpende renovatie. Er werd nieuwe bestrating aangelegd, het trapje voor het notarishuis verdween – “door zware mokerslagen werden de massieve graniettrappen verbrijzeld” – en de oude afscheidingspalen maakten plaats voor een strak, egaal trottoir.

Ook de verwijdering van het pothuis stond op de agenda, hoewel dit niet overal op instemming kon rekenen. Sommige Leerdammers vreesden dat, na het in 1863 verdwijnen van de Klappijpoort (zoals de Veerpoort ook wel genoemd werd, waarschijnlijk vanwege de vele roddels die daar circuleerden), te veel van het oude Leerdam verloren zou gaan.



De Leerdammer, 14-6-1924
















De Leerdammer, 5-7-1924



Na enige discussie in de gemeenteraad werden de trappen van het Hofje uit “historisch oogpunt” gespaard.

Maar oude pothuis op de hoek van de Markt en de Kerkstraat kreeg geen pardon: het delfde het onderspit. Het laatste pothuis van Leerdam werd afgebroken.

Begin oktober 1924 meldde de journalist van De Leerdammer tevreden dat het pothuis was gesloopt. De kleine ruitjes hadden plaatsgemaakt voor “groote spiegelruiten” en ook de muren waren "in een nieuw kleed gestoken". Alles was weer “aardig opgeknapt” en “naar de eischen des tijds”.


De Leerdammer, 4-10-1924











In het verleden zullen er ongetwijfeld meer pothuizen in Leerdam zijn geweest.

Frans Frederik Maijwald (1809-1881), koperslager, loodgieter en steendrukker, werkte achtereenvolgens in Velp, Zaltbommel, Leerdam (rond 1850), Sliedrecht en Gorinchem (rond 1869). Hij maakte reclame voor een waterdicht en smeltbaar zogenaamd mastik-cement, dat "uitmuntend geschikt is voor het bekleeden van Kelders, Regenbakken, enz." De heer F.A. van der Heyden uit Rotterdam verklaarde dat zijn pothuis, dat ondergronds gelegen was, na een behandeling met dit cement "volkomen waterdigt" was geworden. 

(In de gemeentelijke historische collectie moet zich nog een naamplaatje bevinden met Maijwalds naam erop, wat hij in 1850 achterliet op een gerestaureerd dak van een kerk uit de omgeving van Leerdam.)


Algemeen Handelsblad 26-7-1852















Op een schilderij uit circa 1870 van Jan Weissenbruch (1822–1888) is ook een pothuis te zien. Het werk - Leerdams trots in het Rijksmuseum! - is gebaseerd op eerdere schetsen van de schilder. Het pothuis lag op de hoek van de Groote Steiger en de Zuidwal. Mogelijk is het rond 1863 afgebroken, ongeveer tegelijk met de Steigerpoort.


Jan Weissenbruch, 'Een stadspoort in Leerdam' (1868-1870), olieverfschilderij,
via Rijksmuseum.nl, SK-A-1160





















Ook op andere werken van Weissenbruch zien we hetzelfde pothuis terug:


Jan Weissenbruch, 'Waterpoort te Leerdam' (1832-1880), aquarel,
via Rijksmuseum.nl, RP-T-1956-189
 















Jan Weissenbruch, Steigerpoort te Leerdam, 1863, cliché verre (gespiegeld),
via Rijksmuseum.nl, RP-P-OB-61.245
 


































Ook deze bouwsels aan het pand op de hoek van de Groote Steiger en de Hoogstraat, en aan de muizentoren op de Zuidwal, zou je een 'pothuis' kunnen noemen:

























Met het verdwijnen van deze pothuizen verdween onherroepelijk een stukje geschiedenis uit het straatbeeld van Leerdam. Maar: op deze manier kwamen drie Leerdamse pothuizen toch weer even terug in beeld!


Bronnen:

  • Bevolkingsregister 1897-1920: Zeebuijth.
  • Bevolkingsregsiter 1897-1920: Hoppenbrouwer-Van Trigt.
  • Druten, Terry van, Jan Weissenbruch (2016).
  • Foto's van Facebook-pagina Oud-Leerdam.
  • Krantenberichten, hierboven genoemd, gevonden via RAZU.nl
  • Pothuis, via Wikipedia.
  • Rooden, Peter van, "Leerdam en de verdwenen stadspoorten" in: Saillant, nr. 1 (2016), pag. 18-23 via Coehoorn.nl, geraadpleegd 29-12-2025. 

11 november 2025

De vondst van een oude muurtekening in een huis op de Markt (1921)

 

Als je door het online krantenarchief struint, kom je soms een bericht tegen waarvan je denkt: dit moet ik ooit nog eens uitzoeken! Vandaag ging ik op onderzoek uit naar aanleiding van het onderstaande bericht:


De Leerdammer, 23-7-1921






Het is een nogal vreemde en een misscien wat lugubere vondst. Was de tekening eenvoudig of verfijnd uitgewerkt, groot of klein? Ik vroeg me meteen af wat er met de stenen is gebeurd: zijn ze bewaard of weggegooid? Helaas, ik vrees het ergste, wat erg jammer is, want het betrof waarschijnlijk een bijzondere archeologische vondst.


Aan deze ontdekking ging een tragische gebeurtenis vooraf:

Aan de Leerdamse Markt woonden Johanna en haar broer Sander en zus Sanna Louisa. Zij waren kinderen van Johannes Hoevens, timmerman, en Niesje Wiegel, en woonden op nummer 14, later 10, aan de oostzijde. Sander, die barbier was, overleed in 1917, en Sanna Louisa was al in 1914 overleden. Alleen haar getrouwde zus Aartje leefde nog - maar woonde in Den Haag. Johanna Hoevens, inmiddels 75 jaar oud, was de laatste van het gezin die nog in Leerdam woonde.

Op 4 maart 1921 stookt Johanna ’s ochtends de kachel op. Terwijl ze vooroverbuigt om een houtblok bij te leggen, moet er een brandend stuk naar buiten zijn gevallen en op haar rok zijn beland. In een paar ogenblikken staan haar kleren in lichterlaaie. Het lukt haar de vlammen te doven maar ze heeft ernstige brandwonden. Ze wordt met spoed naar het ziekenhuis gebracht, waar artsen alles doen wat mogelijk is. Maar nog diezelfde avond overlijdt ze aan haar verwondingen.

De Leerdammer, 5-3-1921













Johanna's inboedel en huis - waarschijnlijk het toenmalige adres Markt 10 - worden vervolgens verkocht. 


De Leerdammer, 11-5-1921
 
De Leerdammer, 21-5-1921





















Vlak na de verkoop zal de nieuwe eigenaar het oude muurtje hebben gesloopt, waarbij de tekening werd ontdekt.


____________________________________________________________


p.s. Komt de naam van Niesje Wiegel of Johannes Hoevens je bekend voor? Dat kan, want ze zijn (ook) voorouders van Bridget Maasland en werden genoemd in de uitzending van 'Verborgen Verleden'. 


Bronnen:

30 juni 2025

De Leerdamse zalf-oorlog (1910)


De Amsterdammer Henricus W. Schomper vestigt zich in 1848 als geneesheer in Leerdam, waar hij trouwt met de Leerdamse Geertruida C.T. Hondius. Ze gaan wonen aan de Hoogstraat en krijgen vier kinderen, van wie er één op jonge leeftijd overlijdt.

Dokter Schomper denkt niet aan stoppen: hij houdt tot aan zijn dood praktijk aan huis en staat maar liefst 57 jaar lang bekend als toegewijd arts. Zijn werklust werd alom geprezen.

Zijn jongste dochter Magdalena (Na) wordt apothekersassistente en trouwt met Cornelis Voogd, een geliefde Leerdamse huisarts en oprichter van het eerste ziekenhuis in de stad – het Voogdplein herinnert nog aan hem.

Zoon Lodewijk (Lo) kiest een militair pad en wordt apotheker bij het leger. Hij woont afwisselend in Utrecht, Naarden, Middelburg en Breda, is korte tijd vennoot in een fabriek voor medicinale dranken, trouwt een Utrechtse en krijgt negen kinderen.

Oudste zoon Johan (Jo) blijft in Leerdam. Hij trouwt, krijgt een zoon, maar het huwelijk strandt. Hij drijft handel in bier en drogisterijartikelen aan de Hoogstraat.

Na de dood van zijn vader in 1905 erft Johan vermoedelijk de apothekersrecepten en -middelen. Al snel begint hij een wonderzalf te verkopen, die na een tijdje de naam ‘Schomperzalf’ krijgt. Maar hij is niet de enige: een andere apotheker claimt eveneens het originele recept van Schomper sr. in handen te hebben. Een felle reclameoorlog barst los.

De Schomperzalf leidt tot een ware hetze. Na Johans dood in 1910 betwisten meerdere figuren het alleenrecht op de zalf: een drogist, een apotheker, een handelaar, koopman èn neef Henricus jr. mengen zich in de strijd. Ze prijzen hun zalf aan in streekkranten – met zalvende woorden én scherpe aanvallen.

Het uitgebreide verhaal volgt hieronder.

________________________________________


Dit zijn Henricus Wilhelm Schomper en zijn echtgenote Geertruida Christina Theodora Hondius:



Henricus Schomper was geboren op 14 december 1820 te Amsterdam. Schomper vestigde zich op 12 oktober 1848 in Leerdam als stedelijk en landelijk heel- en verloskundige. Hij werd een van de artsen voor de arbeiders van de glasfabriek.

Zijn echtgenote Geertruida Hondius kwam uit een respectabele Leerdamse familie. Haar vader was notaris en gemeenteraadslid in Leerdam, haar opa was predikant, o.a. te Rhenoy. 

Bron: CBG






Zij woonden aan de Kerkstraat, Markt en daarna op de Hoogstraat 60, het pand links op de onderstaande foto. Later zou het Leger des Heils hier gevestigd zijn. 





































Henricus en Geertruida kregen vier kinderen:
1. Johan Joseph (Jo) Schomper, geb. 15 juni 1852 te Leerdam
2. Lodewijk Christoffel Schomper, geb. 13 jan. 1854 te Leerdam, ovl. 19 apr. 1855 (15 maanden)

Bron: CBG.nl







3. Lodewijk Christoffel (Lo) Schomper, geb. 3 nov. 1855 te Leerdam
4. Magdalena Johanna Sara Susanna (Na/Naatje) Schomper, geb. 16 nov. 1858 te Leerdam


In de beeldbank van de Historische Vereniging staan prachtige oude foto’s van een fotoalbum uit de nalatenschap Schomper-Hondius. Uit de geschreven onderschriften is af te leiden dat de kinderen Jo, Lo en Na (of Naatje) werden genoemd. 



V.l.n.r. Johan Joseph, Magdalena, Lodewijk en op de vierde foto staan oma Hondius-van de Boogaard of oma Schomper-van Schepens met kleinzoons Jo en Lo. (Bron: beeldbank HVL)


Dokter Schomper is medebestuurslid van de kiesvereniging ‘Vrijheid en Orde’. Diverse keren wordt dokter Schomper genoemd als voordrachtkunstenaar bij de maatschappij Nut van ’t Algemeen. Ook is hij een periode wethouder van Leerdam. 

Op 12 oktober 1898 viert Henricus Schomper zijn 50-jarig jubileum als geneesheer. Veel Leerdammers hangen de vlag uit en hij krijgt cadeaus en een muzikale serenade:


De Vijfheerenlanden, 15-10-1898

 

De Vijfheerenlanden, 21-9-1898

















De Vijfheerenlanden, 15-10-1898

De Leerdammer, 15-10-1898


























De Leerdammer, 25-8-1900
 
De Leerdammer, 31-5-1902

















De Leerdammer, 12-7-1902


























De Wijkverpleging wordt opgericht in 1900, maar de oude dokter Schomper is gepasseerd. Aanleiding tot een boze ingezonden brief in de krant.


De Leerdammer, 22-10-1902






































Harm Walt schrijft in zijn memoires dat in 1903 de Glasfabriek haar jubileum vierde. "De WelEdel ZeerGel. Heer Dr. Schomper wilde eveneens eene blijvende herinnering den Directie ten geschenke doen. Een regulateurklok, van groote afmeting, met deftigen slag, zal eene plaats op het kantoor der Directie innemen en steeds als het oog op haar gevestigd is, zal zij doen zien, dat deze klok “uit erkentelijkheid voor de Directie der Glasfabriek door Dr. H.W. Schomper is aangeboden” zoals de inscriptie op massief gouden plaats ons zegt. Moge de edele gever, die de fabriek heeft zien geboren worden en opgroeien, nog menig blik op zijn zoo zeer gewaardeerd geschenk slaan, dat zal Directie en personeel ongetwijfeld veel genoegen doen."

De Leerdammer, 27-7-1904
    














































De Leerdammer, 17-6-1905

    

















Dokter Schomper lijkt van geen ophouden te weten:


De Leerdammer, 13-9-1905


















Maar een maand later doet bericht het de ronde: "de oude dokter Schomper is overleden".


De Leerdammer, 25-10-1905


















Bij de familieberichten van de familie Schomper valt op dat dochter Magdalena en schoonzoon Cornelis Voogd niet genoemd worden. Des te bijzonder omdat Cornelis Voogd de assistent is geweest van zijn schoonvader en Magdalena in die tijd als apothekersassistente voor de praktijk werkte.


Het nieuws van de dag, 27-10-1905
  
De Vijfheerenlanden, 1-11-1905






























De Leerdammer, 1-11-1905
































Vier dagen na de begrafenis van zijn vader plaatst zoon Johan een advertentie in de krant waarin hij een wonderzalf aanprijst. 

Johan was koopman, in 1898 gescheiden van zijn vrouw, en had vanaf 1889 een bierhandel aan de Hoogstraat (in de woning van zijn tante C.A. Hondius). Nu ging hij daarnaast ook zeep en zalf verkopen. 


De Leerdammer, 1-11-1905
  
De Leerdammer, 8-11-1905
































Na een inzameling onder de Leerdammers wordt er een gedenksteen geplaatst voor wijlen dokter Schomper. 

De Vijfheerenlanden, 16-12-1905































Het graf met de gedenksteen bevinden zich nog altijd op de Oude Begraafplaats van Leerdam, maar de plaat is nauwelijks meer leesbaar. 


 
De Leerdammer, 16-12-1905





































De Leerdammer, 20-1-1906
  
De Leerdammer, 21-7-1906













































Aan het begin van het jaar 1907 overlijdt Geertruida Hondius, de echtgenote van dokter Schomper. 

De Leerdammer, 9-1-1907





































Na het overlijden van zijn moeder gaat Johan Schomper zijn zalf verkopen als zijnde recept van zijn "hooggeachten Vader, de heer Henricus Wilhelm Schomper, in leven geneesheer te Leerdam, waar hij 57 jaar de praktijk heeft uitgeoefend. De man van kennis en weetenschap, die Indië, Kaap de Goede Hoop en St. Helena als geneesheer heeft bezocht en waar meenig dotorandus of arts een lesje van had kunnen nemen". 


De Leerdammer, 2-11-1907
  
De Leerdammer, 8-4-1908





































De Leerdammer, 11-7-1908
  
De Leerdammer, 7-11-1908
















In 1909 wordt het huis van Johan J. Schomper aan de Hoogstraat verkocht. 

Nieuwe Gorinchemsche Courant, 29-7-1909
  
De Leerdammer, 11-8-1909




















































De Leerdammer, 30-4-1910


















Rond het handelsmerk van de Schomper-zalf ontwikkelt zich een hele strijd.  De concurrent gaat de zalf ook verkopen! Assistent-apotheker Van Gangelen beweert het oude Schomper-recept ook te hebben. 


De Vijfheerenlanden, 11-6-1910
De Leerdammer, 3-8-1910
























Johan Joseph Schomper overlijdt ruim vijf jaar na zijn vader, op 15 oktober 1910. Hij werd 58 jaar oud.

De Leerdammer, 19-10-1910


















Er wordt een bijzonder ingezonden stuk geplaatst in de krant.

Bed en kleding van J.J. Schomper zouden zijn opgehaald en verbrand door de gemeente, gesuggereerd wordt dat hij leed aan een besmettelijke ziekte. De brievenschrijver vraagt zich af of de laatst gemaakte zalf van J.J. Schomper, niet vernietigd maar verkocht aan een partij, wel gezond zal zijn en maakt zich zorgen om het “lijdende menschdom”.  


De Leerdammer, 12-11-1910




















De schrijver van de brief is de heer Arie Bax, zelf niet onpartijdig in de zalf-kwestie, zo blijkt.

Het lijkt de Schomperzalf niet minder populair te maken. Er zijn nu vier partijen die beweren de enige, echte Schomperzalf te verkopen. Drogist Gerardus Pellikaan, smid Arie Bax, apotheker Jan H. van Gangelen en koopman Jan H. Kemp bestrijden elkaar. 

Een nieuwe, vijfde partij meldt zich. Kleinzoon Henricus Wilhelm Schomper (1889-1959, zoon van Lodewijk), gaat ook zalf verkopen, via Coiffeur Van Krieken in de Leerdamse Kerkstraat.


De Leerdammer, 12-11-1910
  
De Leerdammer, 12-11-1910




























Nieuwe Gorinchemse Courant 17-11-1910

































Soms staan op dezelfde krantenpagina twee verschillende aanbieders van de befaamde Schomperzalf. De reclames en beschuldigingen vullen de krantenpagina’s in Leerdam, Gorinchem en omstreken.

De Leerdammer, 19-11-1910
































Op een zaterdagavond lijkt er een heus gevecht geweest tussen de verschillende zalf-eigenaren op de Leerdamse Markt.

“Er bleek op één ogenblik geen Schomper’s zalf genoeg aanwezig om al de bulten en builen te besmeren”.

De Telegraaf, 22-11-1910







































































Opmerkelijk genoeg kon ik in geen enkele lokale krant iets terugvinden over het gevecht op de Markt. Had de dagboekenschrijver van De Telegraaf een al te levendige fantasie, of wilden de Leerdamse verslaggevers het voorval liever in de doofpot stoppen?

De stroom aan advertenties blijft onverminderd doorgaan.

De Leerdammer, 14-10-1910
  
De Leerdammer, 19-10-1910


















De Leerdammer, 29-10-1910






De Leerdammer, 5-11-1910







De Leerdammer, 9-11-1910
 
De Leerdammer, 16-11-1910









































De Leerdammer, 17-12-1910





























De zalf wordt wettig gedeponeerd door J.H. Kemp:


Nederlandsche Staatscourant 1-1-1911
 
Nederlandsche Staatscourant, 16-1-1911























De courant, 16-1-1911

























De oorsprong van de zalf wordt steeds mysterieuzer. Handelaar J.J. Schomper wordt gepromoveerd tot dokter of bejaard apotheker. Hij en zijn vader worden verwisseld. 


De Kaap, 21-1-1911
































De Leerdammer, 22-7-1911








De Leerdammer, 28-10-1911





























De Leerdammer, 4-11-1911

De Leerdammer, 21-10-1911
































De Leerdammer, 1-2-1913

































De Schomperzalf blijft nog lang in omloop. 

De Leerdammer, 7-5-1932





De Leerdammer, 7-5-1932
De Leerdammer, 25-11-1933












De Leerdammer, 10-12-1938









Nieuwsblad (voor Gorinchem en omstreken), 31-7-1967


































































De memoires van Leerdammer H.C. Zorn bevatten een cryptische verwijzing naar ongeregeldheden op de markt. Toeval?

"Schomperzalf - J.J. Schomper 

Geneest Mensch en Dier en is onmisbaar in Huis en op Stal. Het is nog een recept van wijlen mijn Hooggeleerden vader Henricus Wilhelm Schomper in leven Geneesheer te Leerdam: de man van kennis en wetenschap, die Indië, Kaap de Goede Hoop en St. Helena als geneesheer heeft bezocht en op wiens graf door Leerdams burgerij een monument uit erkentelijkheid is geplaatst. Het geneest alle huidaandoeningen als Brand- en Snijwonden, aambeien, uitslag, winterhanden en wintervoeten, barsten, kloven en ruwe handen, keenen onder de vetlokken, zeere speenen bij melkvee, doorliggen." 

Het bovenstaande is een deel van de tekst van een strooibiljet, dat verder vervolgt met de nodige attesten van gelukkig genezen menschen. Onder die vele attesten die ik zou kunnen noemen was er één van een grote man, die elk voor- en najaar veel last had van uitslag. Hij noemde dat in zijn verklaring bij het komen en gaan van het blad en dat bij gebruik van de zalf spoedig genas. 

Het staat natuurlijk vast dat die zalf geneeskundige waarde had, want hij was afkomstig van een dokter, die voor de tijd waarin hij werkzaam is geweest een zeer goede naam had, maar niet voor alles: “Smeer maar raak”. Het was bekend dat er aan de glasfabriek tijdens het leven van den ouden dokter altijd een pot klaar stond om bij lichte brandwonden te gebruiken. 

Dat Dr. Voogd, die eerst assistent en daarna enige jaren met zijn schoonvader heeft samenwerkt, terwijl zijn vrouw de medicamenten maakte, dat geheim niet wist, bracht bij velen de lachspieren in beweging. De meesten geloofden stellig dat Johan Jozef (Schomper) het alleen wist. 

Wat er alzo afgespeeld is met die zalf, o.a. door Pelikaan e.a., hier en te Gorcum en Geldermalsen op de markten ligt nog te versch in het geheugen, dus ik kan wel stoppen."

 

@HeidiTimmer


Bronnen:


Dit verhaal diende als inspiratie voor de voorstelling "Het wonderlycke medicijn" van het Kerntheater Vijfheerenlanden 2025