Posts tonen met het label Kruijt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kruijt. Alle posts tonen

5 maart 2026

De Leerdamse Aafje in het emigrantenportret van Chris Stoffel Overvoorde (1976)


Op weg naar Utrecht begon ik in de bus te lezen in Wij brachten de wildernis tot bloei, Nederlandse immigranten in de Verenigde Staten. Nog voordat de bus Leerdam verliet, kwam ik op pagina 15 een bekende naam tegen: daar werd namelijk de Leerdamse Aafje Overkamp-Kruijt genoemd. 

Wie was Aafje? 

Zij werd geboren op 6 september 1803 in Heukelum en overleden op 20 april 1903 in Pella, Iowa. (In het boek staat haar naam overigens vermeld als 'Aafje Kruyf-Overkamp', terwijl zij in werkelijkheid Aafje Overkamp-Kruijt heette). Zij was getrouwd op 3 januari 1830 met Gerrit Hendrik Overkamp (15 februari 1808, ’s-Gravenhage – 10 augustus 1894, Pella), huisschilder van beroep wiens woon- en winkelpand ooit in de Kerkstraat in Leerdam gevestigd was. Aafje was een oud-tante van graanhandelaar Cornelis Kruijt.

In mijn blog over de eerste Afgescheiden gemeente van Leerdam kwamen Gerrit en Aafje al eerder voorbij. In de schilderswinkel van Gerrit Hendrik Overkamp en Aafje Kruijt aan de Kerkstraat vonden namelijk de eerste bijeenkomsten plaats van de afgescheiden gemeente na 1834, wat het echtpaar de nodige boetes kostte. Gerrit Overkamp was degene die samen met Pieter Heykoop het kerkgebouw aan de Hoogstraat aankocht. 

De ‘afgescheidenen’ waren beducht voor de religieuze verval in Nederland en de economische malaise gaf hen vaak het laatste duwtje om te emigreren. Hoewel Duitsers, Italianen en Ieren in grotere aantallen naar Amerika trokken, maakten in de negentiende eeuw ook veel Nederlanders de oversteek en stichtten daar gemeenschappen met namen als Zeeland en Noordeloos. Onder hen was een groepje 'afgescheidenen' uit Leerdam. Net als veel van hun kerkgenoten vertrok de familie Overkamp in 1847 samen met predikant Scholte naar Pella, Iowa, Verenigde Staten, waar zij zich onderdeel werden van de tweede Nederlandse migratiegolf die vanaf 1846 op gang kwam.


In 1976 vierden de Verenigde Staten hun 200-jarig bestaan als federale staat. Op 6 juli bood koningin Elizabeth II in Philadelphia namens het Britse volk een replica van de Liberty Bell aan, met de tekst Let Freedom Ring. De Dutch International Society, een club van immigranten met Nederlandse wortels, gebruikte dit bijzondere moment om hun band met het nieuwe vaderland zichtbaar te maken via kunst. Ze gaven de opdracht aan de schilder Chris Stoffel Overvoorde (1934–2019) uit Grand Rapids. 

Overvoorde maakte vier schilderijen, elk met een episode uit de Nederlands‑Amerikaanse geschiedenis, waarin belangrijke personen centraal staan in een tijdsgetrouw landschap. Diezelfde vier werken werden aangeboden aan president Gerald R. Ford en zijn nu onderdeel van de collectie van het President Ford Museum in Grand Rapids. Op één van deze schilderijen zien we, tweede van links vooraan, de uit Leerdam afkomstige koloniste Aafje. Ze emigreerde op 44-jarige leeftijd, werd uiteindelijk 99 jaar oud en gezien als een van de emigrantenmoeders:

Pagina van het boek 'Wij brachten de wildernis tot bloei' 






























De winkel die voorheen van G.H. Overkamp was aan de Kerkstraat 28 in Leerdam,
later was het de verfwinkel van Dubel. Het huis is gebouwd rond 1680 en in 1929
afgebroken. In het diep naar achteren gebouwde huis konden twee gezelschappen
tegelijkertijd samenkomen. (foto uit 1911)

















 
Gerrit H. Overkamp en Aafje Kruyt





The Pella Blade, 14-8-1894
The Pella Chronicle, 29-4-1903



































______________________

Het boek 'Wij brachten de wildernis tot bloei' - een aanrader! - vertelt het verhaal van de Nederlandse emigratie, religie, landschap en natuurbeeld in de 19e-eeuwse Verenigde Staten. De auteurs, Jan J. Boersema en Anthonia Boersema-Bremmer, volgen Nederlandse emigranten vanaf hun vertrek uit dorpen in Nederland tot hun vestiging in verschillende delen van Amerika. Ze beschrijven hoe emigranten vanuit Nederland naar de Amerikaanse oostkust reisden, daarna verder trokken naar gebieden als Michigan en Iowa en daar bossen kapten en prairies omploegden om landbouwgrond te maken.

Een belangrijk thema is dat deze emigranten hun arbeid beschouwden als een religieuze roeping: het ‘in cultuur brengen’ van de wildernis (en daarbij ingesloten waren ook de 'wilden'). De titel verwijst naar het idee dat zij de natuur moesten omvormen tot een productief landschap. Daardoor kreeg de tegenstelling tussen wildernis en beschaving een uitgesproken religieuze lading. Het boek laat zien hoe geloof, vooruitgangsdenken en landbouwidealen samen bepaalden hoe deze kolonisten naar natuur keken, bijvoorbeeld naar bossen en prairies en dieren zoals de bizon, wolf en trekduif.

Wat het boek bijzonder maakt, is dat het niet alleen een emigratiegeschiedenis is. Het legt ook een brug naar hedendaagse discussies over natuur en landschap. De auteurs laten zien hoe het historische idee van 'wildernis temmen' nog steeds invloed heeft op hoe Nederlanders denken over natuurbeheer en bijvoorbeeld de terugkeer van de wolf.

Het beeld van de negentiende-eeuwse kolonisten weerspiegelt ook hoe wij vandaag omgaan met ons gedeelde thuis, te midden van de uitdagingen van klimaatverandering.



Bronnen:
  • Boersema, Jan en Anthonia Boersema-Bremmer, Wij brachten de wildernis tot bloei. Nederlandse immigranten in de Verenigde Staten. (Atlas Contact, 2025).
  • Smits, C., De Afscheiding van 1834, deel 2 (1974) via: Dbnl.org


26 maart 2024

Twee Leerdamse gijzelaars (1942-1944)

Op gezag van Reichskommissar Seyss-Inquart werden op 4 mei 1942 door de Duitse bezetter ruim 450 Nederlanders in gijzeling genomen. Het merendeel van deze gijzelaars nam een vooraanstaande plaats in in de Nederlandse gemeenschap. Alle arrestanten werden ondergebracht in het rooms-katholieke klein-seminarie Beekvliet in de Noordbrabantse gemeente Sint-Michielsgestel.

Friedrich Christiansen (1879-1972),
[SFA005001186], Het Leven, Spaarnestad Photo


Een tweede actie vond plaats in juli 1942. Toen werden op bevel van de Wehrmachtsbefehlshaber in Nederland, generaal Friedrich Christiansen, bijna 800 gijzelaars aangehouden. Zij werden ondergebracht in het groot-seminarie Haaren, eveneens in Noord-Brabant gelegen. De gijzelaars zouden bij sabotagedaden tegen de Duitsers, gestraft worden. Zij stonden borg met hun leven.






Twee Leerdammers behoorden tot deze groep gijzelaars:

"P. Kruyt, veehandelaar te Leerdam

en

A. de Stigter, kaashandelaar te Leerdam"


Het ging om:

Pieter Engelbertus Kruijt (1894-1977), veevoederhandelaar aan de Westwal 

en

Arie Bernard de Stigter (1889-1949), zuivelhandelaar aan de Meent


Op 12 augustus 1942 werden alle verloven en bezoekregelingen ten behoeve van de gijzelaars ingetrokken. Persoonsbewijzen moesten worden ingeleverd en 25 gijzelaars werden gefotografeerd met een nummer op de borst. Op 15 augustus daaraanvolgend werden wegens sabotagedaden in Rotterdam vijf gijzelaars ter dood gebracht op het landgoed De Rovert te Goirle. Op 16 oktober 1942 werden drie gijzelaars met 12 andere Nederlanders in de bossen bij Woudenberg door de Duitsers vermoord. 

Op 5 september 1944 hield het gijzelaarskamp Beekvliet op te bestaan. De nog aanwezige gegijzelden werden naar het concentratiekamp Vught vervoerd. Tijdens het transport naar Vught wisten acht gijzelaars te ontsnappen. De overgebleven gijzelaars werden na een aantal dagen in vrijheid gesteld.



Pieter Engelbertus (Bertus) Kruijt zou volgens Abe Drijver in  'Vier eeuwen Loosdorp en de Meent' van 4 mei 1942 tot 15 december 1942 opgesloten hebben gezeten bij de 'civiel geïnterneerden', blok 7, kamer 1, in St. Michielsgestel (kleinseminarie Beekvliet). Zijn vrouw zou hem eerder uit het kamp hebben gekregen vanwege het feit dat zijn nek dik werd, wat mogelijk een struma kan zijn; de kamparts zou hem snel hebben laten gaan. De meeste andere gegijzelden zaten vast tot september 1944.

Over Pieter Engelbertus Kruijt en zijn familie schreef ik eerder een blog


Volgens Oorlogsbronnen was Arie Bernard de Stigter tussen 4 mei 1942 en 17 december 1942  geïnterneerd in Sint Michielsgestel en is hij op 17 december 1942 is vrijgelaten. 


Mogelijk hebben zij dan toch deel uitgemaakt van de eerste groep gijzelaars van mei 1942 (op gezag van Seyss-Inquart)?

Het krantenbericht (zie hieronder) zegt echter expliciet dat ze bij de tweede groep gijzelaars hoorden. 

Ik probeer dit later nog uit te zoeken!






Kamp Sint-Michielsgestel was een gijzelaarskamp in Sint-Michielsgestel, Noord-Brabant. Het kamp bestond uit de gebouwen van het kleinseminarie Beekvliet en het internaat Ruwenberg. Vanaf de ingebruikname van kleinseminarie Bleekvliet op 4 mei 1942 werden meer dan 700 notabele Nederlanders als gijzelaars in het kamp gevangen gehouden, waaronder de groep Indische gijzelaars die al sinds juli 1940 gegijzeld waren. In oktober 1942 werd internaat Ruwenberg toegevoegd aan het kamp, al was de bewaking hier minder streng. De meeste bewoners van Kamp Sint-Michielsgestel zijn begin september 1944 vrijgelaten of getransporteerd naar Kamp Vught en later Kamp Amersfoort.










Hieronder de namenlijst van gijzelaars van juli 1942:

Nieuwsblad voor Hoeksche Waard en IJsselmonde,
24-07-1942












































Bronnen: 


Graan- en veevoederhandelaars Kruijt in Leerdam (1893)

Binnenkort zal “'t Kruythof” gesloopt worden, las ik in een verleende vergunning door Waterschap Rivierenland. Het huis met de naam '‘t Kruythof’ is gebouwd in 1958 (niet te verwarren met de vroeg 19e-eeuwse boerderij “Kruithof” aan de Diefdijk 45). Het ligt prominent naast de ingang van het stadscentrum, in de berm van de Lingedijk. 












Eigenaar van "'t Kruythof" was de familie Kruijt, zij waren drie generaties lang graan- en veevoederhandelaars in Leerdam.

De grote graansilo van de firma Kruijt, gelegen achter het huis, was jaren beeldbepalend voor Leerdam. Die graansilo was er overigens niet vanzelf gekomen. Pieter Engelbertus Kruijt wilde een graansilo plaatsen voor zijn bedrijf, maar de gemeente verleende geen vergunning, het zou te ontsierend zijn voor de aanblik van Leerdam. P.E. Kruijt schreef een bezwaarschrift aan de Gedupeteerde Staten, zonder het beoogde effect. 

Maar Kruijt moet een aanhouder zijn geweest en had zijn kruit nog niet verschoten. Hij ging in beroep bij de Kroon en zijn zaak werd in 1939 door de Raad van State behandeld. En via deze weg kreeg de firma Kruijt toch toestemming een graansilo te plaatsen. Zij het dan dat hij zes in plaats van acht meter boven de kruin van de dijk mocht uitkomen. Want, was de redenering: ‘weliswaar is uit aesthetisch oogpunt aan te voeren dat een dergelijk gebouw een deel van het gezicht op het Vrouwenhofje en de Nederlandsch Hervormde Kerk zou wegnemen, doch dit bezwaar komt Ons niet zoo klemmend voor dat het levensbelang van een bedrijf, dat voor de welvaart van Leerdam onmiskenbaar van beteekenis is, daarbij ten achter gesteld zou moeten worden”.


De Leerdammer, 14-12-1939


Rotterdamsch nieuwsblad 23-11-1938















Cornelis (Cor) Kruijt (1861-1936, dit is zijn portret) was de vader van P.E. Kruijt. Hij was geboren in Ameide als zoon van een broodbakker en vestigde zijn handel in Leerdam rond 1891. Van zijn 5 broers worden er vier bakker of graanhandelaar. 

Hij was gehuwd met Ruberta Helleman (1876-1923). Hun oudste zoon Andries overleed op 11-jarige leeftijd en hun oudste dochter Klaziena werd 3 jaar. De kinderen die daarop volgden: zoons Pieter Engelbertus en Hubertus Cornelis, dochters Clasina en Pietertje Elisabeth, zoon Arie en dochter Ruberta bereikten allen de volwassen leeftijd.

Vermoedelijk is Cornelis' handel in “granen en koloniale waren” begonnen aan de Hoogstraat:

De Leerdammer, 30-12-1893









... en al snel daarna, in 1894, verhuisd naar de hoek Westwal/Kerkstraat (anno 2024 de locatie t.h.v. opticien Versluis):


De Leerdammer, 10-2-1894

Leerdamsche Courant, 16-6-1894






De Vijfheerenlanden, 7-7-1894


Rechts het pand waar Kruijt "Granen & Koloniale waren" verkocht.
Op de achtergrond de korenmolen aan de Westwal.
 

Links het pand van Van Heijningen/Kruijt met een mooie gevelreclame. Rechts 't Veerhuys. 

Vanaf het Oranjeplein kijken we op het woonhuis en de winkel van de familie Kruijt. 




































De Leerdammer, 24-7-1901

De Leerdammer, 23-3-1910








De Leerdammer, 25-6-1910



Verkiezingsposter: Cornelis Kruijt en J. Dik (gemeentearchitect)
zijn verkiesbaar voor de gemeenteraad in 1911.



















In 1906 kocht Cornelis Kruijt ruim 3 hectare grond in de polder Klein Oosterwijk en het perceel 'Berenschot'. In 1907 koopt hij drie percelen land achter Loosdorp 38 van Isabella Nieuwkerk, zij was gehuwd met G.C. Schalij en A.D. Koppen. In 1910 koopt hij de boerderij van Abraham van der Leeden. 

Ook de voormalige oude scheepswerf (woonhuis met achterhuis, scheepstimmerwerf met sleephelling, kaapstand en schuurtje tussen de Lingedijk en Linge) wordt op 6 oktober 1910 gekocht door de familie Kruijt. De vorige eigenaar was Lambertus Jacobus Schriek, de vroegere scheepsmaker. De scheepmakerij had hij 1895 ook al te koop aangeboden.


De Leerdammer, 20-4-1895
De Leerdammer, 5-10-1910

De Leerdammer, 15-10-1910

De Leerdammer, 8-10-1910














In 1912 koopt Cornelis het winkelwoonhuis aan de Molenstraat (huidige Westwal) van Frans Bernardus van de Weteringh, koopman en slijter. Eerder had Eduard van Heijningen (1833-1903) op dit adres zijn kruidenierszaak en slijterij gehad. Een broer van deze Eduard van Heijningen was overigens gehuwd met een dochter van Hendrik Theodorus Koppen (1806-1882), een andere bekende slijterij in Leerdam. 


Cornelis is nu eigenaar van de winkel in koloniale waren met daarbij afzonderlijk een slijterij. Ze woonden daar al eerder. 

De graanmaalderij en het handelsbedrijf worden gestart achter het huis aan de Westwal (wat later de plek van de supermarkt Emté en Jumbo zou worden).

Het bezit van Cornelis Kruijt bestaat rond 1923 uit: 

  • het woon-winkelhuis met maalderij, pakhuizen, stal, erf en open grond aan de Kerkstraat en Westwal 
  • een winkelhuis aan de Westwal met erf, 
  • een huis met achterhuis, tuin en losplaats
  • 8 arbeiderswoningen aan de Lingedijk
  • 10 arbeiderswoningen aan de Jeekelsteeg
  • een dubbele bouwmanswoning op Loosdorp met de grond op Loosdorp 38
  • een perceel weiland aan de Parallelweg met de naam 'Berenschot'
  • een perceel weiland aan de Parallelweg
  • een perceel hooiland aan de Parallelweg
  • een perceel bouwterrein aan de Meent

Op het laatstgenoemde bouwterrein bouwt Cornelis voor zichzelf in 1927 een huis (Meent 2), waarvan architect Joost Verhagen het ontwerp maakte. 

De overige stukken verkoopt hij en ook daarop worden huizen gebouwd. 

De Leerdammer, 29-1-1927











Vader Cornelis Kruijt overleed in 1936.


De Leerdammer, 23-2-1916
De Leerdammer, 25-6-1936
Bron: CBG.nl






















De Leerdammer, 23-5-1936



















Pieter Engelbertus (Bertus) Kruijt (1894-1977), de oudste zoon, werd rond mei 1942 gegijzeld door de Duitse bezetter. Van 4 mei 1942 tot 15 december 1942 zit hij opgesloten bij de 'civiel geïnterneerden', blok 7, kamer 1, in St. Michielsgestel. (kleinseminarie Beekvliet). Zijn vrouw zou hem eerder uit het kamp hebben gekregen vanwege het feit dat zijn nek dik werd, wat mogelijk een struma kan zijn; de kamparts zou hem snel hebben laten gaan. De meeste andere gegijzelden zaten vast tot september 1944.

P.E. Kruijt was samen met zijn broer Arie sinds het overlijden van zijn vader in 1936, eigenaar van de VOF Kruijt. 

Zijn broer Arie zou na een tragisch fietsongeluk in 1962 overlijden. Arie woonde in het huis van zijn vader, aan de Meent 2, samen met zijn zus Pietertje Elisabeth en gedurende zijn 16-jarig huwelijk ook met Angenis Kemp. 


Gereformeerd Gezinsblad, 3-10-1961






Pieter Engelbertus zelf was in 1932 gehuwd met Dirkje van Kleij (1898-1985) die woonde op Loosdorp. Vanaf 1958 wonen Bertus en Dirkje in de nieuw gebouwde bungalow op de Lingedijk. 

In 1971 wordt de boerderij met grond aan Loosdorp 38 verkocht aan Jan Verkroost. 

Bertus en Dirkje hadden samen twee zoons gekregen. De oudste zoon kocht een veevoederbedrijf in Bodegraven en daarna kwam 'De Producent' uit Gouda daarbij. 

De jongste zoon zette het bedrijf voort in Leerdam. Totdat er geen vergunning meer werd afgegeven. 


De Leerdammer, 8-1-1927






Rotterdamsch Nieuwsblad, 23-11-1938









De Voorlichter, 27-7-1946








De Gecombineerde, 9-6-1951










Provinciale Noord-Brabantsche courant
Het huisgezin, 12-04-1958



























Bronnen: 

  • Diverse krantenberichten en advertenties
  • Facebook-pagina Oud-Leerdam
  • Vier eeuwen Loosdorp en de Meent, Abe Drijver, pag. 310-316
  • wiewaswie.nl