Posts tonen met het label Joods. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joods. Alle posts tonen

8 mei 2024

Joseph Hildesheim (1875-1942), zoon van Isaac Hildesheim (Isr. onderwijzer in Leerdam 1863-1881), Holocaust slachtoffer





 Leerdam 

Op dinsdag 7 maart 1875 wordt in Leerdam in het gezin van Isaac Hildesheim en Sara Piller een jongetje geboren: Joseph

Isaac en Sara hebben al een groot gezin; Joseph is het achtste kindje. Na Joseph worden er in Leerdam nog drie kinderen geboren: Abraham, die maar 3 maanden oud wordt, daarna Jacob en (nog een) Abraham.

Vader Isaac was in Gorinchem geboren en is koopman in manufacturen. In december 1863 was Isaac vanuit Geldermalsen in Leerdam komen wonen. Op 9 augustus 1866 is hij getrouwd met de Haagse Sara Piller

Isaac is daarna of daarnaast ook onderwijzer (1871), godsdienstonderwijzer (1900), en wordt ook wel (Nederlands) Israëlitisch leraar genoemd. 

Het gezin woont in Leerdam aan de Nieuwstraat 15 in Leerdam, naast de synagoge.


Isaac Hildesheim zendt in 1879 een ingezonden stuk naar de Nieuwe Gorinchemse Courant. Enkele dagen eerder was namelijk gemeld dat Jan de Jong een rundslachterij had geopend. Omdat hij geen Israëliet was, kan hij voor het eerst concurrerende prijzen bieden voor vlees in Leerdam, zo werd er medegedeeld. Ook zou er voor het eerst op zaterdag kwaliteitsvlees verkrijgbaar zijn. (Tot dan toe waren er alleen twee Joodse slagers, Pakkerd en Walg).

Nieuwe Gorinchemse Courant, 25-10-1879










Hildesheim is verontwaardigd en beschuldigt de schrijver van Jodenhaat. Hij benadrukt dat het logisch is dat Israëlitische slagers de sabbat in acht nemen. Bovendien was De Jong al langere tijd slager in de herfstmaanden, dus de concurrentie was er al langer. En, juist de Israëlitische slagers proberen de prijs, indien mogelijk, te verlagen zodra de situatie zich dat toelaat.

Nieuwe Gorinchemse Courant, 29-10-1879





















Een aantal 'vleeschverbruikende gezinnen', reageren gezamenlijk op Hildesheims opmerkingen. Zij merken op dat de prijzen inderdaad zijn gedaald na de komst van slager De Jong. 


























Nieuwe Gorinchemse Courant 1-11-1879



Hildesheim herhaalt zijn standpunt dat de Joodse gemeenschap door het bericht in een slecht daglicht is gesteld. Hij vindt het ook opvallend dat de aanbiedingen van slager De Jong door de stadsomroeper worden verkondigd 'bij bekkenslag', terwijl dat nooit voor de Joodse slagers is gedaan. Hij ziet dit als een hetze tegen de Joodse slagers. 

Nieuwe Gorinchemse Courant 5-11-1879





























Slager De Jong zelf sluit de discussie af door te zeggen dat hij elke vorm van twist wil vermijden.


Nieuwe Gorinchemse Courant, 8-11-1879




















 Kolonie Willemsoord, Steenwijkerwold 

Op 17 januari 1880 vertrekt het gezin Hildesheim uit Leerdam en op 21 januari komen ze aan in het Drentse Willemsoord in Steenwijkerwold. Vader Isaac wordt als kolonistenvader ingeschreven in kolonie III, een van de zeven koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid. Deze maatschappij werd opgericht met als doel de levensomstandigheden van de minderbedeelden en lagere sociaaleconomische klassen te verbeteren. Door middel van onderwijs en werk zouden ze onontgonnen gebieden bewerken en zo een verbeterde levenskwaliteit voor henzelf creëren. Meerdere nederzettingen werden gesticht en voorzien van onderwijsinstellingen, gebedshuizen en begraafplaatsen.

De grote familie Hildesheim gaat wonen in hoeve 387 bij Hoeve Amsterdam. De Joodse gezinnen werden in het noordoostelijke deel van de kolonie Willemsoord (op De Pol) gehuisvest en dat gebied kreeg in de volksmond de naam Jodenhoek. Er was een kleine synagoge gebouwd en een Israëlitisch bijschooltje. In 1860 woonden er nog 24 joodse gezinnen in de kolonie Willemsoord. Op het moment dat de familie Hildesheim aankomt in 1880, is de Joodse gemeenschap dus nog maar klein. Zo zijn er op dat moment te weinig mannen (minder dan 10 mannen van 13 jaar of ouder) voor minjan zodat er geen eigen synagogediensten meer kunnen worden gehouden. 

In Willemsoord wordt een zoontje Eduard geboren. Na 2 maanden overlijdt Eduard en wordt begraven op de Joodse begraafplaats van de kolonie.

In 1885 zou de Israëlitische gemeente te Willemsoord formeel worden opgeheven. 


 Amsterdam 

Al op 26 juni 1881 verlaat het gezin Hildesheim de kolonie en vertrekt naar Amsterdam. Op 5 juli 1881 wordt Izak Hildesheim ingeschreven in de Amsterdamse registers afwisselend geregistreerd als koopman en onderwijzer. 

Op 3 december 1882 wordt dochter Esther geboren. Zij overlijdt op de leeftijd van 10  maanden op 2 oktober 1882. 

De Hildesheimen wonen in de Amsterdam op de adressen Ridderstraat 80 (tot juni 1882), Joden Houttuinen 15 (juni 1882-mrt. 1885), Uilenburgerstraat 38 (maart-mei 1885) en Joden Houttuinen 9 (vanaf mei 1885). Het zijn straten waarin veel armoede werd geleden.



 Joseph & Betje 

Een aantal kinderen Hildesheim vinden een partner en gaan trouwen. Zo ook Joseph, die venter en daarna diamantslijper is geworden. 

Op 1 september 1878 trouwt hij in Amsterdam met Beletje (Betje) Pront. Betje was op 1 september 1878 in Amsterdam geboren, als dochter van Levie Pront en Saartje Waterman. 

In Amsterdam worden hun vijf kinderen geboren:

  1. Levie, 6 december 1896
  2. Izak, 7 mei 1898
  3. Sara, 8 maart 1902
  4. Simon, 6 mei 1904
  5. Maurits, 28 april 1908 


Joseph Hildesheim en zijn echtgenote Beletje Pront, met twee van hun kinderen, rond 1903. 
Foto: @René Hildesheim, JoodsMonument.nl



























Het volksdagblad 12-05-1898








In 1924 overlijdt Josephs moeder: 

Nieuw Israelietisch weekblad 30-05-1924











De kinderen van Joseph en Betje verlaten langzamerhand het ouderlijk huis. 


Oudste zoon Levie trouwt op 28 sept. 1921 met Rachel Kloot. Van beroep is hij roosjesversteller. De roosjesversteller heeft als taak een ruwe diamant in een tang vast te zetten, zodanig dat de slijper zijn of haar werk, het slijpen, goed kan doen.  
Op 13 juli 1935 zou hij overlijden in Gent, België. Zijn echtgenote Rachel zou in 1989 overlijden in Amsterdam.





@Vreemdelingendossier België, 1923

Zoon Izaak is getrouwd op 2 april 1930 met Femmegien Hendrika Veldman. Zij was eerder gehuwd  met en gescheiden van Johannes Martinus de Bruijn. Izak was kelner van beroep. 

Al na ruim een jaar wordt de echtscheiding uitgesproken, op 13 april 1931. 

Op 31 augustus 1941 doet Izak Hildesheim aangifte van diefstal van zijn zwarte leren aktetas met inhoud.  Hij woont aan het Borssenburgplein 4-III te Amsterdam. 



Nederlandsche Staatscourant 13-06-1942






Politierapporten '40-'45, archiefnummer 5225, inventarisnummer 6907








Sara Smit-Hildesheim, @René Wildesheim,
JoodsMonument.nl

Dochter Sara was op 28 januari 1925 gehuwd met de koopman Izaäc Smit. In 1925 kregen ze een zoon Willem, in 1929 een dochter Bela en in 1935 een zoon met de naam Joseph.

Sara Smit-Hildesheim, kleermaakster, stond met haar man op de markt aan het Waterloo-plein. Zij woonden aan de Nieuwe Batavierstraat 13-III in Amsterdam.

Isaac Smit
Izaäc en Sara met Willem, @René Wildesheim, JoodsMonument.nl
marktvergunning van Sara Smit-Hildesheim @Gemeentearchief Amsterdam

       

Willem, Bela en Joseph Smit





@René Hildesheim,
JoodsMonument.nl

Van zoon Simon (*1905) heb ik geen informatie kunnen vinden. Hij staat op deze foto met zijn zus Sara en broertje Maurits. 





















Jongste zoon Maurits, venter en diamantslijper, trouwt op 30 september 1931 in Amsterdam met Marie Florentine Isabelle Roosen uit Landen in België. Ze kregen zes kinderen: Gustaaf Joseph Maurits (1931), Germaine Marie (1933), Louis (1934-1934), Louis Maurits (1936), Bela Sara (1937) en Marcella Hendrika (1939). De kinderen zijn katholiek gedoopt. Op 14 februari 1940 is de echtscheiding uitgesproken. 

Op 21 mei 1941 treedt Maurits in het huwelijk met Helena Maria Pruijs. Zij krijgen een dochter Helena (Lenie). 


Maurits en Marie met de kleine Gustaaf, rond 1931
@René Hildesheim, JoodsMonument.nl




De Tweede Wereldoorlog is uitgebroken. Joodse mensen worden steeds meer geïsoleerd van de Nederlandse samenleving. Uiteindelijk moeten ze zich melden voor deportatie. 


Joseph en Betje wonen in 1941 op het adres Nieuwegrachtje 7-I, het hart van de Amsterdamse Joodse wijk. 

Nieuwegrachtje 1-9 (v.r.n.l.), foto van C.F. Jansen, augustus 1926. Archief Amsterdam.







 



























     
Joseph Hildesheim rond 1929, @Felix Archief
Joseph Hildesheim in 1935, @René Hildesheim, JoodsMonument.nl



  
Betje Hildesheim-Pront in 1929, @Felix Archief
Betje Hildesheim-Pront, @René Hildesheim, JoodsMonument.nl





Vader Joseph Hildesheim (66) komt op 4 augustus 1942 aan in Westerbork - en wordt 7 augustus gedeporteerd - met het 8e transport vanuit Nederland naar Auschwitz-Birkenau. Bij dit transport hoorde ook de bekende filosoof Edith Stein. Joseph overlijdt in het concentratiekamp op 30 september 1942.  


Cartotheek kaart Joodse Raad via Arolsen Archives






















Zijn echtgenote Betje Hildesheim-Pront (64) komt 25 maart 1943 aan in Westerbork. Veel later dus dan haar man. Zou Joseph Hildesheim eerder opgepakt zijn bij een razzia? 

Betje wordt na een paar dagen verblijf in barak 58 op transport gezet op 30 maart 1943. Ze wordt na aankomst daar vermoord, op 2 april 1943 in Sobibor. Van dit transport komt niemand weer terug.

Cartotheek kaart Joodse Raad via Arolsen Archives






















Oudste zoon Levie was al overleden in 1935. Zijn echtgenote Rachel overleeft de oorlog.


Izak komt op 15 april 1943 in doorgangskamp Westerbork aan. Hij verblijft in barak 66 en wordt 1 juni 1943 op transport gezet. Na aankomst wordt hij op 4 juni 1943 vermoord in vernietigingskamp Auschwitz. (Jules Schellevis zou de enige overlevende van dit transport zijn).


Cartotheek kaart Joodse Raad via Arolsen Archives























Izaäk Smit had met zijn gezin vanwege zijn werk in de handel een Sperre gekregen, hij werd een zgn. Rüstungsjude genoemd (werkzaam in bont, confectie, diamant, oud-metaal handel), waardoor hij eerder niet op transport hoefde. 
Maar op 26 mei 1943 bevindt het gezin zich in Westerbork, in barak 55. Op 1 juni gaan ze op transport en dit blijkt hetzelfde transport te zijn als dat van Sara's broer Izak die al langer in Westerbork was. 


Sara Smit-Hildesheim (41) en haar man Izaäk Smit (41) overlijden op dezelfde dag. Bela (14) en Joseph (8) worden net als hun ouders op de 4e juni van het jaar 1943 vermoord. 
Oudste zoon Willem (17) overlijdt een paar dagen eerder, op 28 mei 1943. Vermoedelijk was hij de 25e vertrokken uit Westerbork. Ook van zijn transport heeft niemand het concentratiekamp overleefd. 














































Cartotheek kaart Joodse Raad via Arolsen Archives
























Van Simon heb ik geen gegevens kunnen vinden, dit duidt erop dat hij de oorlog mogelijk heeft overleefd.





Maurits Hildesheim heeft vanaf 15 april 1943 in kamp Vught gevangen gezeten. 























via Arolsen Archives



















Hij is een periode ziek geweest, zo staat te lezen op zijn kaart. 
Op 15 november 1943 wordt hij op de trein gezet naar Oost-Europa. 


Cartotheek kaart Joodse Raad via Arolsen Archives





Op 18 november 1943 komt hij aan in Auschwitz. Ruim vier maanden later komt Maurits Hildesheim (35) daar om het leven op 31 maart 1944, waarschijnlijk bezweek hij aan tyfus. 

Maurits' kinderen waren gedoopt in de Rooms Katholieke parochie de H. Wilibrodus. Van één van de kinderen is bekend dat hij dankzij dit doopbewijs uit een transport van Hollandse schouwburg naar Westerbork door een priester is weggehaald. Alle kinderen en zijn (ex)-echtgenoten overleefden de oorlog. 



Tenslotte


De eens zo grote familie Hildesheim is zwaar getroffen in de Holocaust.
Josephs jongere broer Jacob was al voor de oorlog overleden. Al Josephs andere broers en zussen (Simon, Elkan, Roosje, Fredrika, Flora, Benjamin en Dina) kwamen om in Auschwitz of Sobibor. Van Josephs broer Benjamin heb ik geen gegevens kunnen vinden.
Eén Joodse zwager overleefde met zijn zoon, één niet-Joodse schoonzus met haar drie half-Joodse kinderen en nog één nichtje...





Auschwitz

De wind vertelt het zonder het te weten.
Er is geen zegsman of gehoor gebleven
die u vermonden. Gij zijt opgeheven.
Ik weet opnieuw, dat ik u ben vergeten.

Linten van lucht, in trilling weggedreven,
kwamen de woorden niet weerom, de feiten
konden geen taal behouden en versleten.
Ieder bewustzijn bracht zich om het leven.

Met geblindeerde treinen meegegeven,
grauwe wagon op dood spoor afgehaakt,
ergens in barre oorden staat gij daar.

Krijtletters, door een vreemde hand geschreven,
bestemmen u van buiten koud en klaar
voor deze plek, waar gij werd zoekgemaakt.

Gerrit Achterberg





Bronnen:

  1. AlleDrenten.nl
  2. Archief Amsterdam
  3. Arolsen Archives, cartotheek kaarten Joodse Raad
  4. Bevolkingsregister Leerdam 1862-1870 Hildesheim-Piller
  5. Bevolkingsregister Leerdam 1870-1880 Hildesheim-Piller
  6. Nieuwe Gorinchemse Courant, o.a. 5-11-1979
  7. Historie - Dorpsbelang Willemsoord
  8. Hoeve Amsterdam, Kolonie van Weldadigheid
  9. JoodsAmsterdam.nl, de Jodenhouttuinen
  10. JoodsAmsterdam.nl, de Jodenpol
  11. Joods Amsterdam.nl (Nieuwe) Uilenburgerstraat 
  12. JoodsMonument.nl
  13. Joods Leerdam, vier eeuwen joodse geschiedenis, Teunis Blom, pag. 139-140 (de 'vleeschkwestie')
  14. Joden op De Pol 1820-1890, Geert Groen, pag. 117
  15. Wiewaswie.nl 




6 mei 2024

Cato, Saar en Jet, dochters van de Leerdamse slager Levie Walg, oorlogslachtoffers

Levie Walg werd geboren op 21 juni 1858 in Leerdam. Zijn vader Izak Machiel Walg (1821-1894) was ook geboren in Leerdam, zijn opa Abraham Benjamin Walg (1782-1848) had zich als 'vleeschhouwer' vanuit Helvoirt gevestigd in de Leerdamse Kerkstraat (huidig nr. 31). Een aantal zoons en kleinzoons waren in zijn voetsporen getreden.

Zo ook Levie Walg, die ook wel Louis werd genoemd. Hij begint het slagersvak aan het adres Nieuwstraat 70

Zijn jongere broek Machiel Izak (Chiel) Walg is de eerste jaren waarschijnlijk zijn compagnon, maar deze vertrekt in 1880 naar Deil en later Den Haag.


Op 10 oktober 1888 trouwt de 30-jarige Levie met zijn nicht, de 19-jarige Johanna Cateau (Anna) Walg. Zij was geboren op 7 oktober 1869 in Leerdam als dochter van Abraham Walg (1814-1890) en Judith Wijzenbeek (1830-1869). 


Levie Walg had zijn slagerij vervolgens op het adres op de Fonteinstraat 70. Dit pand was eigendom van Gijsbert Marius Drooglever (1807-1863). Na het overlijden van zijn weduwe verkopen de erven het pand aan Mattheus van Iterson die er zelf een spekslagerij gaat beginnen. Na 1889 verhuizen Levi en Anna hun onderneming naar de Fonteinstraat 5. 


In Leerdam worden hun acht kinderen geboren:

  1. Judith, geboren op 11 okt. 1889, overleden op 17 april 1893 op de leeftijd van 3 jaar
  2. Catharina, geboren op 4 nov. 1891, overleden op 5 april 1893 op de leeftijd van 1 jaar
  3. Judith, geboren op 30 sept. 1893, overleden op 13 jan. 1900 op de leeftijd van 6 jaar
  4. Catharina (Cato), geboren op 24 aug. 1895
  5. Saartje, geboren op 31 dec. 1896
  6. Isaac, geboren op 30 aug. 1898, overleden op 31 jan. 1900 op de leeftijd van 1 jaar
  7. Judith Roza (Jetje), geboren op 9 dec. 1900
  8. Levenloos geboren meisje, 15 sept. 1902


Anna met haar drie dochters.
Bron: Leerdam in oude ansichten, deel 2, T.A. Blom










Het slagerspand aan de Fonteinstraat 5 is goed herkenbaar, er zijn twee ossenkoppen aan de gevel van het huis bevestigd. 

Aan de linkerzijde de slagerij Levie Walg in de Fonteinstraat.
Rechts naast het poortje voor de steeg het slagerspand.
Boven de gebogen deuren bevinden zich de witte ossenkoppen. 













Nieuw Isralietisch weekblad, 7-7-1905





Advertentieblad (regio Gorinchem), 23-11-1906







Levi Walg moet in november 1911 naar de rechtbank. Hij had ondeugdelijk vlees verkocht aan de heer De Stigter, waarna diens hele familie ziek was geworden. Huisarts Voogd zegt dat het erop wijst dat dit door het vlees van slager Walg komt. Er wordt een onderzoek ingesteld waarna het vonnis volgt: 20 gulden boete of 5 dagen gevangenis voor Levie Walg. 


Arnhemsche Courant, 3-11-1911




Arnhemsche courant 10-11-1911








Op 5 december 1911 vertrekt Levie Walg naar Amsterdam. Zijn huis wordt verkocht en ook is er een boedelverkoop.



Nieuw Israelietisch weekblad, 18-08-1911







































Nieuwe Gorinchemsche Courant, 22-10-1911























Op 21 november 1913 wordt de echtscheiding uitgesproken van Levie en Anna.

Dat ze weleens heibel hadden, had men eerder al kunnen lezen in de lokale krant:


De Leerdammer, 1904-03-16

Nieuwe Gorinchemse Courant, 24-3-1904






























Het bevolkingsregister laat zien dat Johanna Cateau (Anna) Walg al eerder was vertrokken en ook daarvoor wel eens een periode niet in het huis van haar toen nog 'wettig getrouwde man' verkeerde. Ze gaat als huishoudster werken, op diverse plaatsen: Amsterdam, Winterswijk, Tiel en Rotterdam. 


Bevolkingsregister Amsterdam






Bevolkingsrgister Leerdam



Levie Walg is in 1915 weer terug in Leerdam. Eerst aan de Fonteinstraat. En vervolgens huurt hij een pand aan de Egmondkade (huidig adres: Meent 55).









Nieuwe Gorinchemse Courant, 4-4-1915.
Over het fenomeen 'Paaskoe' schreef ik eerder een blog.











Levie Walg (57) trouwt op 6 maart 1916 met de weduwe Elsje Meijer (57) uit Ameide. Zij was geboren op 2 november 1858, als dochter van Juda Meijer en Johanna Walich en eerder gehuwd met Hartog Themans. 



De Leerdammer, 11-3-1916
 
Nieuw Israelietisch weekblad, 17-3-1916




In de jaren 1914-1918, de periode van de Eerste Wereldoorlog, wordt er centraal geslacht. Het is een vorm van distributie, zo wordt het beschikbare vlees eerlijk verdeeld. De neven Walg blijken in 1918 niet te hebben voldaan aan de daarvoor geldende procedures en wordt buitengesloten van het ontvangen van "Regeeringsartikelen". 


Nieuwe Gorinchemse courant, 18-8-1918




















Levie Walg, rechts in de deuropening van zijn winkel aan de Egmondkade. De foto is gemaakt tijdens het Regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1923. (De oude foto is in kleur bewerkt).




























Op 27 oktober 1926 overlijdt Levi (Louis) Walg en hij wordt begraven op de Joodse begraafplaats in Leerdam. 


De Leerdammer, 30-10-1926

"Hier rust De heer Jehuda zoon van de heer Moshe Jitschak Walg En de naam van zijn moeder was Gella Hij ging naar zijn Eeuwigheid Op woensdag 19 Marcheshvan van het jaar 5687 T.N.Ts.B.H."



Elsje Walg-Meijer, Levies tweede echtgenote, overlijdt op 28 augustus 1937 in Ameide. Na het overlijden van Levie was ze naar haar geboortedorp teruggekeerd. Zij wordt ook begraven op de Joodse begraafplaats in Leerdam, aan de Lingedijk. 


Levies voormalige echtgenote Johanna Cateau (Anna) Walg woont op diverse adressen, en verblijft uiteindelijk in Rotterdam. Zij verhuist op 19 mei 1939 naar Huize Bertha aan de Straatweg 227-231 in Rotterdam-Hillegersberg waar zij op 14 februari 1943 overlijdt. 

Deportatie naar Oost-Europa is haar bespaard gebleven. 

Ondertussen is Nederland bezet door Duitsland. Joodse mensen zijn geïsoleerd geraakt door allerlei maatregelen. En uiteindelijk wacht ze de meedogenloze oproep voor deportatie. 



Hoe vergaat het de drie dochters van Levie en Anna? Met huiver - vanwege vermoedens van wat gaat komen - zoek ik naar sporen van hun levens.



Catharina (Cato) Walg (*1895)

Cato was in 1911 met haar ouders vertrokken naar Amsterdam, en vertrok vervolgens in 1913 naar Rotterdam. Op haar 22e was ze daar op 8 februari 1918 met haar achterneef, de 41-jarige Jacob Walg, boter- en kaashandelaar in Rotterdam, getrouwd.

In 1918 kregen ze een stil geboren meisje. In 1919 werd dochter Klaartje geboren. In 1920 zoon Louis. En tenslotte in 1924 dochter Johanna Cateau die Annie werd genoemd.

De 21-jarige Klaartje komt om bij het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940. De 44-jarige Cato overlijdt op 20 mei 1940, waarschijnlijk aan verwondingen die ze bij ditzelfde bombardement van Rotterdam heeft opgelopen. Ze worden beiden begraven op de Joodse begraafplaats in Rotterdam. 


Bron: CBG.nl

Bron: CBG.nl





















Het gezin moet evacueren omdat het huis is verwoest en krijgt onderdak bij Cato's zus Saartje. 

Al zoveel oorlogsleed voor één gezin. Maar het stopt hier niet. 

Op 19 september 1942 bevindt vader Jacob Walg (65) zich in Westerbork met zijn dochter Annie (18). Op 21 september worden zij op transport gezet. En op 24 september 1942 vinden zij de dood in kamp Auschwitz-Monowitz.


Zoon Louis, koopman en net als zijn vader handelaar in kaas, was op 15 januari 1942 in Utrecht met de in Duitsland geboren Ingeborg Hopfenmaier getrouwd

 Haagsche Courant, 19-7-1941
     
Ingeborg Hopfenmaier














Rotterdamsch Nieuwsblad, 10-1-1942

Het joodsche weekblad, uitgave van den Joodschen Raad
voor Amsterdam, 9-1-1942




















Op 19 juni 1943 wordt hun dochtertje Karin geboren. Deze geboorte vond niet plaats in hun eigen woonplaats, maar in kamp Westerbork, waar Louis en Karin zich sinds 10 november 1942 bevonden... Op 23 juni 1943 overlijdt baby Karin, 4 dagen oud. Ze wordt op 25 juni 1943 gecremeerd. De urn met haar as werd op de Joodse begraafplaats in Diemen bijgezet op veld U, rij 9, grafnummer 2. 

Louis Walg (23) en Karin Walg-Hopfenmaier (21) worden de 13e juli op de trein gezet naar Sobibor. Daar worden ze vermoord, op 16 juli 1943.


De Maasbode, 10-1-1946

De Maasbode, 12-01-1946






Bron: CBG.nl







Een nichtje van Jacob Walg, Klaartje van der Linde-Walg, overleeft (waarschijnlijk vanwege haar gemengde huwelijk) de oorlog. Na de oorlog zien we haar oproepen in de krant. 


Saartje Walg (*1896)


Saartje Walg was in Amsterdam gaan werken als kinderjuf. Ze woonde een periode in Rotterdam, bij haar zus. Begin 1927 werd ze pensionhoudster genoemd in het bevolkingsregister.

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 17-03-1927







Op 16 maart 1927 trouwde ze, op 30-jarige leeftijd, met de 41-jarige zakenman Bernard Bär. Sinds 1915 had Bernard in het Duitse leger gediend en werd onderofficier. Maar na de Eerste Wereldoorlog was hij in 1919 geëmigreerd vanuit Bruchsal in Duitsland naar Nederland. Met zijn twee broers in Duitsland runde hij een groothandel in graan- en veevoer; hij behield nog lang (tot 1935?) de Duitse nationaliteit. 

Op 20 juli 1929 werd in Rotterdam dochter Käthe Bertha geboren


Käthe Bertha Bär @JoodsMonument.nl










Het gezin Bär woonde voor het laatst in Rotterdam aan de Heemsraadssingel 310. 

Op 10 april 1943 bevindt de familie Bär zich in kamp Westerbork. Op 27 april 1943 worden Bernard (57), Saartje (46) en Käthe (13) alle drie via verzamelkamp Westerbork naar vernietigingskamp Sobibor gedeporteerd. Dit transport bestond uit 1.204 personen en arriveert op 30 april 1943 in Sobibor. Volgens alles wat bekend is over de transporten naar Sobibor heeft geen van de gedeporteerden het overleefd; zij werden binnen enkele uren na aankomst vermoord.



Judith Roza (Jetje) Walg (*1900)


Jetje Walg was net als haar zus in 1911 uit Leerdam vertrokken. Op 6-1-1913 vertrok zij volgens het bevolkingsregister naar de Berg stichting in Laren. De Berg-Stichting was een instelling voor uit huis geplaatste joodse kinderen en stond goed bekend. 

In 1920 kwam ze vanuit Dan Haag weer in Rotterdam wonen, ze wordt dan hulp in de huishouding genoemd en ze woonde op veel verschillende adressen. In 1937 kwam ze bij het gezin van haar zus Cato in Rotterdam wonen.

Haar laatst bekende adres is Heemraadsingel 310, bij haar zus Saartje. 

Jet is weggevoerd vanuit het Israëlitisch ziekenhuis te Rotterdam. Onduidelijk is of ze patiënt of personeelslid was. 

Op 27 februari 1943 komt Jetje Walg aan in kamp Westerbork en op 2 maart 1943 vertrekt haar transport. Op 5 maart 1943 overlijdt de 42-jarige Jet Walg in Sobibor.

Cartotheek Joodse Raad via Arolsen Archives












(Op de cartotheek kaart staat genoteerd: 'met Isack 31-3-1891?' Bedoeld is haar neef Izaäk Machiel Walg. Deze Izaäk was op 16 oktober 1942 op transport gegaan vanuit Westerbork, dus ze waren niet tegelijktijdig in het kamp. Op Izaäks kaart blijkt te staan: 'met J.R. Walg 9-12-00'? Klaarblijkelijk vermoedde men dat ze als stel bij elkaar hoorden?)


Van de 261 gedeporteerde patiënten en personeelsleden van het Israëlitisch ziekenhuis in Rotterdam overleefden slechts twee verpleegsters, Sophie Huisman en Cato Polak, en de directeur van het ziekenhuis, dr. M. Elzas, de oorlog.


____________________



Mit Bleistift geschrieben im verplombten Waggon

 

hier in diesem Transport

bin ich Eva

mit Abel meinem Sohn

wenn ihr meinen grossen Sohn seht

Kain Adams Sohn

sagt ihm dass ich

  

(Dan Pagis) 


____________________


Ter herinnering aan

Catharina (Cato) Walg-Walg (1895-1940)

Saartje Bär-Walg (1896-1943) 

Judith Roza (Jetje) Walg (1900-1943) 

   

geboren in Leerdam, overleden door oorlogsgeweld in Rotterdam en Sobibor





@Heidi Timmer

#everynamecounts


Bronnen:

  1. Arolsen Archives
  2. Bevolkingsregisters Leerdam, Amsterdam en Rotterdam
  3. De Joodse families Wallich en Meijer, meer dan 100 jaar inwoners van Ameide, Bram Provoost
  4. Diverse advertenties en krantenberichten, met bron genoemd hierboven
  5. Facebook pagina Oud-Leerdam (foto's)
  6. Joods Leerdam, Vier eeuwen joodse geschiedenis, Teunis Blom
  7. JoodsMonument.nl (foto's)
  8. Joods Visueel Museum, het Israëlitisch ziekenhuis
  9. Larense Berg-Stichting voor Joodse kinderen
  10. OnlineBegraafplaatsen.nl
  11. StenenArchief.nl
  12. Wiewaswie.nl