Op de hoek van de Fonteinstraat en de Nieuwstraat-westzijde stond een oud pothuis, tegenover de pastorie van de Katholieke Kerk (op de plek waar nu reisbureau Travel Store zich bevindt).
Een pothuis (van origine 'puthuis' genoemd) was een kleine uit- of aanbouw bij een stedelijk woonhuis, vaak deels verdiept maar soms gewoon alleen bovengronds. De naam verwijst naar het oorspronkelijke middeleeuwse gebruik: het was gebouwd boven een put voor het opvangen van regenwater, zodat men er via de kelder of het souterrain water kon putten. Door de tijd heen werden deze ruimtes vaak vergroot en kregen ze andere functies, zoals winkel of werkplaats voor ambachtslieden, opslagruimte, keuken of zelfs als eenvoudige woning voor gezinnen. Pothuizen hadden meestal een licht schuin aflopend plat dak en konden meestal van binnenuit en soms via een buitendeur worden bereikt.
Het Leerdamse pothuis op de hoek van de Fonteinstraat en Nieuwstraat was eigendom van Johannes Zeebuith (1835-1911), een vrijgezelle zoon van Jan Fredrik Zeebuith die tussen 1849 en 1868 predikant was van de eerste afgescheiden gemeente van Leerdam.
Op de foto hieronder is het pothuisje - linksonder - te zien achter de twee vrouwen.
In het jaar 1908 werd het pothuis bewoond door een zeker Hoppenbrouwer.
Waarschijnlijk was dit de toen 56-jarige Albertus Laurentius Hoppenbrouwer (1852-1921), arbeider van beroep. Hij was in 1882 met Maria Johanna van Trigt (1857-1926) gehuwd. Het paar kreeg tussen 1880 en 1903 in totaal 12 kinderen, waarvan er in 1908 nog zes leefden. Het pothuisje zal als aanbouw hebben gefungeerd, op onderstaande foto is de binnendeur zichtbaar:
Op de foto hierboven is te zien dat het pothuisje is gesloopt, al was dit op dat moment nog niet de bedoeling. Wat was er gebeurd?
Op zondagochtend 23 februari 1908 werd het pothuis door een groep ‘straatjongens’ op brute wijze vernield. Eerst schopten zij een gat in de muur, waarna de drie wanden werden omvergehaald. Uiteindelijk stortte het dak met een dof geraas naar beneden.
Dit alles voltrok zich op klaarlichte dag. Rijksveldwachter Koegler werd belast met het opsporen van de schuldigen.
![]() |
| De Vijfheerenlanden, 26-2-1908 en Nieuwe Gorinchemse Courant 27-2-1908 |
![]() |
| De Leerdammer, 26-2-1908 |
![]() |
| De fotograaf schreef onder de foto: "Hoe Leerdams jeugd aan 't werk is geweest, 23/2/'08" |
Johannes Zeebuith diende een schadeclaim in bij de gemeente, omdat zij niet heeft voorkomen dat de jeugd het pothuis kon vernielen.
De gemeente stelde echter dat de schade aan hemzelf te wijten is, omdat hij geen inspanningen heeft geleverd om het bouwvallige huisje te onderhouden. Om die reden achtte zij zich niet aansprakelijk.
![]() |
| De Leerdammer, 21-11-1908 |
![]() |
| De Leerdammer, 9-12-1908 |
![]() |
De Vijfheerenlanden, 9-12-1908 |
Er is nog één pothuis over in de Leerdamse binnenstad. Deze bevindt zich op de hoek van de Kerkstraat en de Markt.
Het pothuis maakte van oudsher deel uit van de herberg van ‘Buiki de Wèrd’, vermoedelijk de bijnaam van Nicolaas (Klaas) Groenenberg (1862-1916). Rond 1911 nam zijn schoonzoon Teunis Verhoeven (1888-1955) de zaak over, die toen bekendstond als 'Proeflokaal de Hoek’ en 'Café ’t Hoekje’. Het oude hoekhuis bestaat nog steeds en draagt nu de naam grand-café M’n Moeder.
Op alle onderstaande foto's is het pothuis zichtbaar:
![]() |
| In het midden, aan de overkant van de straat, is het pothuis zichtbaar |
![]() |
| Rechts (geel gekleurd) het pothuis op de hoek van de Markt-Kerkstraat |
![]() |
| Op de achtergrond, achter de mannen, is het dak van het pothuis te zien |
![]() |
| Vanuit de Vlietskant kijk je precies tegen het pothuis aan |
![]() |
| In het midden van de foto, rechts van het witte pand, is het pothuis duidelijk te zien |
![]() |
| Helemaal links - achter de bukkende man - is het pothuis zichtbaar |
![]() |
| Markt 1, 1912-1916. Links het pothuisje naast het café. Het is beplakt met affiches. |
Het pothuis was destijds voor veel Leerdammers een doorn in het oog. Het raakte bouwvallig en stak bovendien hinderlijk uit. "Het pothuis van Verhoeven snakt er na om te verdwijnen".
In 1924 ondergaat de Kerkstraat een ingrijpende renovatie. Er werd nieuwe bestrating aangelegd, het trapje voor het notarishuis verdween – “door zware mokerslagen werden de massieve graniettrappen verbrijzeld” – en de oude afscheidingspalen maakten plaats voor een strak, egaal trottoir.
Ook de verwijdering van het pothuis stond op de agenda, hoewel dit niet overal op instemming kon rekenen. Sommige Leerdammers vreesden dat, na het in 1863 verdwijnen van de Klappijpoort (zoals de Veerpoort ook wel genoemd werd, waarschijnlijk vanwege de vele roddels die daar circuleerden), te veel van het oude Leerdam verloren zou gaan.
![]() |
| De Leerdammer, 14-6-1924 |
![]() |
| De Leerdammer, 5-7-1924 |

Na enige discussie in de gemeenteraad werden de trappen van het Hofje uit “historisch oogpunt” gespaard.
Maar oude pothuis op de hoek van de Markt en de Kerkstraat kreeg geen pardon: het delfde het onderspit. Het laatste pothuis van Leerdam werd afgebroken.
Begin oktober 1924 meldde de journalist van De Leerdammer tevreden dat het pothuis was gesloopt. De kleine ruitjes hadden plaatsgemaakt voor “groote spiegelruiten” en ook de muren waren "in een nieuw kleed gestoken". Alles was weer “aardig opgeknapt” en “naar de eischen des tijds”.
![]() |
| De Leerdammer, 4-10-1924 |
In het verleden zullen er ongetwijfeld meer pothuizen in Leerdam zijn geweest.
Frans Frederik Maijwald (1809-1881), koperslager, loodgieter en steendrukker, werkte achtereenvolgens in Velp, Zaltbommel, Leerdam (rond 1850), Sliedrecht en Gorinchem (rond 1869). Hij maakte reclame voor een waterdicht en smeltbaar zogenaamd mastik-cement, dat "uitmuntend geschikt is voor het bekleeden van Kelders, Regenbakken, enz." De heer F.A. van der Heyden uit Rotterdam verklaarde dat zijn pothuis, dat ondergronds gelegen was, na een behandeling met dit cement "volkomen waterdigt" was geworden.
(In de gemeentelijke historische collectie moet zich nog een naamplaatje bevinden met Maijwalds naam erop, wat hij in 1850 achterliet op een gerestaureerd dak van een kerk uit de omgeving van Leerdam.)
![]() |
| Algemeen Handelsblad 26-7-1852 |
Op een schilderij uit circa 1870 van Jan Weissenbruch (1822–1888) is ook een pothuis te zien. Het werk - Leerdams trots in het Rijksmuseum! - is gebaseerd op eerdere schetsen van de schilder. Het pothuis lag op de hoek van de Groote Steiger en de Zuidwal. Mogelijk is het rond 1863 afgebroken, ongeveer tegelijk met de Steigerpoort.
![]() |
| Jan Weissenbruch, 'Een stadspoort in Leerdam' (1868-1870), olieverfschilderij, via Rijksmuseum.nl, SK-A-1160 |
Ook op andere werken van Weissenbruch zien we hetzelfde pothuis terug:
![]() |
| Jan Weissenbruch, 'Waterpoort te Leerdam' (1832-1880), aquarel, via Rijksmuseum.nl, RP-T-1956-189 |
![]() |
| Jan Weissenbruch, Steigerpoort te Leerdam, 1863, cliché verre (gespiegeld), via Rijksmuseum.nl, RP-P-OB-61.245 |
Ook deze bouwsels aan het pand op de hoek van de Groote Steiger en de Hoogstraat, en aan de muizentoren op de Zuidwal, zou je een 'pothuis' kunnen noemen:
Met het verdwijnen van deze pothuizen verdween onherroepelijk een stukje geschiedenis uit het straatbeeld van Leerdam. Maar: op deze manier kwamen drie Leerdamse pothuizen toch weer even terug in beeld!
Bronnen:
- Bevolkingsregister 1897-1920: Zeebuijth.
- Bevolkingsregsiter 1897-1920: Hoppenbrouwer-Van Trigt.
- Druten, Terry van, Jan Weissenbruch (2016).
- Foto's van Facebook-pagina Oud-Leerdam.
- Krantenberichten, hierboven genoemd, gevonden via RAZU.nl
- Pothuis, via Wikipedia.
- Rooden, Peter van, "Leerdam en de verdwenen stadspoorten" in: Saillant, nr. 1 (2016), pag. 18-23 via Coehoorn.nl, geraadpleegd 29-12-2025.
























