16 april 2026

'De Glashof': van fabriekshal tot cultureel centrum (1955-1979)


In 1953 schonk de Glasfabriek het gebouw 'De Glashof' aan de Leerdamse gemeenschap. Het culturele leven van Leerdam kwam daarna tot een hoogtepunt.



















In de aanloop naar het onstaan van De Glashof speelden een paar ontwikkelingen mee. 

  • Rond 1950 werd ir. C.A. Doets benoemd tot directeur van de Nederlandse Glasfabriek Leerdam; een man die zich niet alleen zakelijk, maar ook sterk sociaal en maatschappelijk inzette voor de lokale gemeenschap.
  • In dezelfde periode werd het verenigingsgebouw Tavenu verkocht en kreeg het een andere bestemming. Daarmee verloren de Leerdamse verenigingen in één klap hun podium én hun vaste ontmoetingsplek met hun achterban.
  • Last but not least: in 1953 werd het 75-jarig jubileum van de Leerdamse Glasfabrieken gevierd. Dat zou op meerdere manieren belangrijke gevolgen hebben voor het openbare en culturele leven in de stad.

Hieronder staat het uitgebreide verhaal over de Glashof aan de Lingedijk 27, gebaseerd op de waardevolle memoires van Koen van Baren.


Het ontstaan van De Glashof

Aan het eind van de oorlog lag het verenigingsleven in Leerdam grotendeels stil, en men was vooral bezig om alles weer “zoals vroeger” op te starten, zonder echt iets te vernieuwen.

Dat veranderde toen in 1946 twee jonge medewerkers van de Glasfabrieken met een fris plan kwamen. Zij schreven een dikke brochure ('Leerdam vooruit!') vol ideeën om het culturele en sportleven helemaal opnieuw vorm te geven. Hun plan, G.O.A.L., draaide om meer samenwerking, betere organisatie en minder rivaliteit tussen clubs.

Ze stelden onder andere voor:

  • een vereniging voor ontwikkeling en ontspanning
  • een speeltuinvereniging in wijk West
  • een centraal agenda-bureau om overlap van evenementen te voorkomen
  • en zelfs een fusie van sportclubs (voetbal, gymnastiek en handbal)

Er kwam veel enthousiasme van buitenaf: een steuncomité, lokale notabelen en zelfs landelijke sportmensen reageerden positief. Maar de bestaande sportbesturen waren juist behoorlijk terughoudend en werkten vaak tegen.

De fusieplannen voor de voetbalclubs liepen daardoor stuk (al kwam er later in 1955 alsnog een fusie tot Leerdam Sport ’55). Ook andere fusies met gymnastiek- en handbalverenigingen gingen niet door.

Wat wél lukte: een speeltuinvereniging en een centraal agenda-bureau. Daarnaast kwam er een soort 'tussenoplossing' ontspanningsavonden voor fabrieksmedewerkers, eerst in een klein zaaltje en later in een grotere ruimte die omgebouwd werd tot ontmoetingsplek omdat het zo populair werd.

Omdat de eerdere zaal in Ons Huis al snel te klein werd voor de groeiende belangstelling, stelde de directie van de Glasfabrieken een grotere ruimte beschikbaar: de voormalige pakkerij van het stilgelegde fabriekscomplex De Hoop aan de Lingedijk. Oorspronkelijk was dit pand bedoeld als ruitenfabriek, maar dat plan was op een fiasco uitgelopen. De ruimte werd voorlopig aangepast voor bijeenkomsten, onder andere met een klein podium, en bood plek aan ruim tweehonderd mensen.

In de volksmond kreeg deze plek al snel de bijnaam “hotel Polen”, omdat er in de periode daarvoor tijdelijk Poolse soldaten waren ondergebracht die na de oorlog in geallieerde dienst waren geweest. Zij verbleven er enige tijd, waarna de naam bleef hangen, ook nadat zij vertrokken waren.

Zo kreeg het gebouw in deze periode een nieuwe functie als sociaal-culturele ontmoetingsplek voor ontspanningsavonden en andere evenementen.

Na hun vertrek kon de ruimte worden opgeknapt voor een nieuwe functie. Tussen 1947 en begin 1953 werden er in de herfst en winter regelmatig gezellige ontspanningsavonden georganiseerd met lezingen, films en optredens van allerlei artiesten en sprekers. Denk aan reis- en natuurverhalen, culturele voordrachten, marionettentheater en muziekavonden. Alles was gratis toegankelijk en trok een breed publiek. Het idee erachter was om mensen warm te maken voor een grotere plaatselijke ontspanningsvereniging die ook landelijke topacts wilde halen.

Maar toen ging het mis: het gebouw aan de Nieuwstraat, dat al sinds 1908 voor dit soort avonden werd gebruikt onder de naam Tavenu, werd verkocht aan de Christelijk Gereformeerde Gemeente en werd een kerk. Daardoor verloren alle verenigingen in één klap hun vaste podium. Ze stonden letterlijk zonder zaal en moesten uitwijken naar kleine ruimtes zonder toneelvoorzieningen. Dat was een flinke klap.

Toch bleef men niet bij de pakken neerzitten: er moest snel een nieuwe oplossing komen om het culturele leven weer op gang te helpen.


Het 75-jarig jubileum van de Witglasfabriek & Stichting Kunst en Ontspanning

Wat gebeurde er? In 1953 stond er iets bijzonders te gebeuren: één van de twee glasfabrieken in Leerdam, de Witglasfabriek van de Verenigde Glasfabrieken in Schiedam, bestond 75 jaar. Dat jubileum moest natuurlijk goed gevierd worden. De directeur, ir. Doets, was al bezig met plannen voor de viering. Toen kwam er ineens een idee op tafel: zou het niet mooi zijn om van die gelegenheid gebruik te maken om iets blijvends terug te geven aan de stad en het personeel? Bijvoorbeeld een nieuwe uitgaansgelegenheid voor Leerdam? Dat idee werd ter plekke geopperd en zou later een belangrijke rol gaan spelen in het vervolg.

Ir. Doets reageerde enthousiast op het idee, zeker omdat hij in Leerdam al vaker had laten zien dat hij een sociaal hart had. Hij besprak het plan met de concerndirecteur in Schiedam, de heer Pijnacker, en ook die gaf meteen groen licht.

Het idee was om een nieuw cultureel centrum te maken in het oude fabriekscomplex De Hoop. Omdat men de zalen niet zelf wilde gaan exploiteren, koos men voor een stichting die alles zou beheren en ook de activiteiten zou organiseren. Zo kwam er geen losse ontspanningsvereniging, maar een vaste organisatie. Die stichting kreeg de lange naam Stichting ter bevordering der culturele, wetenschappelijke en lichamelijke ontwikkeling in de gemeente Leerdam en omstreken “Kunst en Ontspanning”, meestal gewoon K&O genoemd.

De bedoeling was breed: van lezingen, toneel en concerten tot cabaret, tentoonstellingen en excursies. Ook culturele activiteiten die anders te duur zouden zijn, moesten zo mogelijk worden gemaakt. Daarnaast beheerde de stichting het nieuwe ontspanningsgebouw in De Hoop, dat door de glasfabriek was aangelegd. 

Het bestuur werd samengesteld door de directie, met onder anderen E. Kraal als voorzitter en K. van Baren als penningmeester. Later kwamen er nog enkele wisselingen, maar met ook twee lokale bestuurders erbij werd duidelijk gemaakt dat K&O er niet alleen voor de fabriek was, maar voor de hele Leerdamse gemeenschap.


In juli 1953 werd in het zaaltje van De Hoop het 75-jarig jubileum van de Witglasfabriek feestelijk gevierd. Er waren flink wat belangrijke gasten aanwezig, zoals de Commissaris van de Koningin, topambtenaren, vertegenwoordigers van de glasindustrie en de burgemeesters uit de regio.

Omdat de concerndirecteur ziek was, nam ir. Doets het woord. Hij kondigde twee belangrijke plannen aan: er zou in de vroegere villa van directeur Cochius een Nationaal Glasmuseum komen, en daarnaast zou er een nieuw cultureel centrum worden gebouwd. Volgens hem was ontspanning na het werk net zo belangrijk als de inspanning zelf.

Daarna volgde nog een reeks toespraken. Zo bracht een vertegenwoordiger van het ministerie goed nieuws: de fabriek kreeg het predicaat “Koninklijk”. Ook andere sprekers reageerden enthousiast, onder wie de burgemeester van Leerdam en vertegenwoordigers van lokale verenigingen, die blij waren met het vooruitzicht op een nieuw zalencomplex.

Een van de sprekers keek ook terug op moeilijke tijden, zoals de werkloosheid in de jaren ’30 en de onzekerheid rond de overname van de fabriek in 1938. Uiteindelijk bleek die overname juist positief: de fabriek werd gered, werkgelegenheid kwam terug en de directie ging zich ook steeds meer inzetten voor de samenleving. Denk aan woningbouw, een technische school, verbeteringen in de zorg en nu dus ook cultuur en ontspanning. 

Het jubileum eindigde in een geslaagde receptie, met het gevoel dat er een nieuwe, veelbelovende fase voor het culturele en sociale leven in Leerdam was begonnen.


De renovatie van De Glashof

Met veel vaart werd begonnen met de bouw en inrichting van het nieuwe centrum door aannemer Mabuwat, met hulp van de technische dienst van de glasfabriek

Ir. Doets en A.D. Copier hielden alles goed in de gaten, waarbij Copier vooral verantwoordelijk was voor het artistieke deel van de inrichting.

Eind maart 1955 was het centrum klaar. Aan de buitenkant leek het nog gewoon een oud fabriekspand aan de Lingedijk, maar binnen was het totaal anders. Er kwam een fraaie entree met spiegels en ornamenten, een garderobe, en een grote zaal met plek voor 588 mensen. 

Dankzij de schuine vloer had iedereen goed zicht op het podium en de akoestiek was uitstekend. Het toneel was groot genoeg voor complete orkesten en operettegezelschappen, en er stond zelfs een vleugel klaar voor muziekprogramma’s.


Concertzaal in de 'Glashof', 31 juli 1957
(foto: Regionaal Archief van Gorinchem)


















Ook was er een ruime foyer met dansvloer, klein podium en bar. Later werd er nog een eenvoudige sporthal bij gemaakt in een andere hal om sportverenigingen te helpen. Deze sportzaal achter het theater liet nog goed zien dat het ooit de voormalige fabriekshal van glasfabriek De Hoop is geweest.

Opvallend was de witte muur bij de entree, waarin circa 150 groene flessen zijn gemetseld. Deze hoofdingang werd ontworpen door Willem Heesen.
















Opening De Glashof

Voor de naam werd een prijsvraag gehouden, met allerlei creatieve inzendingen zoals “Crystal Palace” en “De Glazenkast”. Uiteindelijk werd het gewoon: De Glashof.


De Gecombineerde, 18 april 1955














In april 1955 ging het centrum officieel open met de vrolijke klucht Potasch en Perlemoer, met bekende acteurs in de hoofdrollen. Het werd een groot succes en moest in het najaar zelfs worden herhaald vanwege de enorme belangstelling.

Met De Glashof had Leerdam eindelijk weer een volwaardig uitgaanscentrum. Het verenigingsleven bloeide weer op en K&O kon echt van start gaan. Alleen was er bij de bouw één belangrijk detail over het hoofd gezien, iets dat pas twintig jaar later grote problemen zou veroorzaken.


















Activiteiten in de Glashof

De exploitatie van het centrum werd niet door de stichting zelf gedaan, maar uitbesteed aan pachters. Dat bleek geen goudmijn: er werd meerdere keren gewisseld van uitbater. Achtereenvolgens probeerden o.a. de heren Anker, Vermeulen, Van Dijk sr. en jr., en uiteindelijk Lo van Wingerden het draaiende te houden. Maar echt winstgevend werd het nooit, ook al was de huur jarenlang laag en pas in 1972 iets verhoogd.














Ondertussen bleef het bestuur van K&O niet stilzitten. Ze zetten allerlei culturele en recreatieve activiteiten op poten om het centrum tot leven te brengen. Zo kwamen er toneelconcoursen met top amateurgezelschappen, hobbytentoonstellingen en in 1957 zelfs een tiendaags 'Vrolijk Vakantie Feest'. Dat werd een soort mega-programma met voor ieder wat wils: van museumbezoek en bedrijfsrondleidingen tot sport, muziek, film, excursies en spelletjes.

Het programma was enorm veelzijdig: sportwedstrijden, optochten, filmavonden, hengel- en fietswedstrijden, kanoraces op de Linge, brandweerduels, oude volksspelen, motorpolo, voetbaltoernooien en optredens van muziek- en dansgroepen uit heel Nederland. Zelfs een wedstrijd tegen een combinatie van Feyenoord stond op het programma. Veel onderdelen waren gratis of goedkoop, zodat iedereen mee kon doen. Het financiële tekort werd bewust ingecalculeerd en kwam uiteindelijk bij de stichting terecht.

Maar het bleek te veel van het goede: zo’n groot festival was niet haalbaar voor een kleine stichting zonder brede achterban. De organisatie kostte enorm veel tijd en energie, en na afloop was de conclusie duidelijk: "één keer, maar nooit meer".

Daarna ging K&O zich richten op een meer haalbaar programma, zoals de jaarlijkse abonnementenserie in de herfst en winter. Die eerste serie in 1955–1956 was meteen een schot in de roos: een mix van cultuur en entertainment met onder anderen het Utrechts Stedelijk Orkest, Paul Viruly, Wim Sonneveld en diverse toneel- en filmavonden.

Dankzij K&O konden in Leerdam grote gezelschappen optreden, zoals het Utrechts Stedelijk Orkest, de Hoofdstad Operette en het Utrechts Byzantijnskoor, maar ook artiesten als Wim Sonneveld, Johnny Kraaijkamp en Rijk de Gooyer. 

Voor slechts 10 gulden konden bezoekers zeven avonden volgen, en werknemers kregen zelfs nog extra korting van hun werkgever. De belangstelling was zo groot dat er in korte tijd meer dan 1.100 abonnementen werden verkocht en het programma zelfs moest worden opgesplitst in twee series.

In de jaren vijftig bereikte het uitgaansleven daardoor een niveau dat later nooit meer is geëvenaard. Simpelweg omdat de voorwaarden en mogelijkheden daarvoor daarna niet meer in die mate aanwezig waren.

Leerdam en omgeving hadden K&O duidelijk omarmd. Alleen bleef de vraag hangen: hoe lang zou dat enthousiasme standhouden?






















Het einde van De Glashof

In de jaren daarna ging het bergafwaarts met de abonnementenseries van K&O. In het tweede seizoen (1956/1957) stond er nog wel een sterk programma met operette, orkest, toneel, lezingen en dans, maar de helft van de abonnees was al verdwenen. 

In de foyer gaf Ties van Brakel dansles. Als er een tekort was aan danspartners, sprong barkeeper Van Wingerden bij om de honneurs waar te nemen.

Ondanks de hoge kwaliteit bleef de terugloop daarna gestaag doorgaan: van zo’n 1.200 abonnementen in het begin naar nog maar ongeveer 150 rond 1960/1961. Uiteindelijk stopte K&O ermee, omdat het simpelweg niet meer vol te houden was. Een later herstart-poging mislukte ook.

De oorzaken waren duidelijk: mensen gingen weer makkelijker buiten Leerdam uit, zeker nu auto’s weer betaalbaar werden. Ook lag De Glashof voor sommigen wat ongunstig aan de Lingedijk, en werd de wandeling ernaartoe als minder prettig ervaren. Daarnaast kwam de televisie op, die veel mensen thuis hield. En tot slot trok de nieuwe schouwburg in Gorinchem, 'De Nieuwe Doelen', publiek weg uit de regio.

Ondertussen veranderde er ook binnen de organisatie veel. Na het stoppen van de series raakte K&O steeds verder op de achtergrond. Bestuursleden vielen weg of vertrokken, en uiteindelijk draaide bijna alles nog op de penningmeester. Vanuit de glasfabrieken was er steeds minder betrokkenheid. In 1976 werd er nog wel een nieuw bestuur benoemd, maar dat had weinig binding met Leerdam of K&O.

Intussen speelde er nog iets anders: het gebouw zelf begon problemen te vertonen. Er vielen stofdeeltjes uit het plafond en er ontstonden scheurtjes in het stucwerk. Uiteindelijk bleek de oorzaak een zware machine in de onderbouw van het gebouw (een kollergang van de glasfabriek) die trillingen veroorzaakte.

In 1977 werd de grote zaal daarop uit voorzorg gesloten. Daarmee viel opnieuw het culturele hart van Leerdam weg, en dat zorgde voor veel onrust en problemen in het verenigingsleven. Er werd nog geprobeerd via gemeente en glasfabriek tot een oplossing te komen, maar die kwam er niet echt. De verantwoordelijkheid werd heen en weer geschoven en de financiering van herstel bleek uiteindelijk een struikelblok.

Daarna ging het snel: de laatste pachter stopte, de inventaris werd verkocht.


In 1979 kwam er een einde aan het bestaan van deze schouwburg. De glasfabriek wilde van het pand af en bood het aan de gemeente aan. Die zag er echter geen toekomst meer in. Het gebouw was inmiddels zo in verval geraakt dat investeren niet zinvol werd geacht. Sloop bleek uiteindelijk onvermijdelijk.

Het terrein raakte daarna weer begroeid en er bleef niets meer over van het ooit bruisende centrum aan de Lingedijk. Vanaf 2007 staat appartementencomplex Glashof op deze plek.


Zo kwam er, na een veelbelovend begin in de jaren ’50, een einde aan de Glashof - en bleef alleen de herinnering over aan een plek die ooit het culturele hart van Leerdam vormde.


Bronnen:

  • Baren, K. van, Verenigingsblad HVL, Jaargang 16 nr. 2, 3 en 4, via website Historische Vereniging Leerdam
  • Foto's: Facebook-pagina Oud-Leerdam
  • Neel van Ooijen, Ziezo Leerdam, over Leerdam en de Leerdammers vanaf 1955 (2007)

14 april 2026

Leerdamse zoldervondst (1986): Gerrit Rietvelds verloren stadhuisplan



Leerdam had zomaar een Gerrit Rietveld-stadhuis kunnen hebben!


"Raadhuis Leerdam" Een presentatiemaquette van het raadhuis Leerdam met situatieaanduiding. Het ontwerp bestaat uit een schakeling van vier delen. Het gebouw heeft een lichtbruine gevel en een wit plat dak. De entree is verhoogd en is toegankelijk middels een trap. De daken en verdieping zijn uitneembaar, waardoor het interieur zichtbaar is. 1961-1963 Het ontwerp is niet uitgevoerd. 172x2150x880 mm.  Objectnr. MAQV258, archief Nieuwe Instituut.




























Om dit verhaal in de context te kunnen plaatsen, beginnen we met een stukje geschiedenis:


In 1633 werd in Leerdam een nieuw stadhuis gebouwd, op de plaats van het oude raadhuisje aan de Markt. Het was een gebouw met topgevels in Hollandse renaissance stijl en schilddragende leeuwen op de hoeken. Het stadhuis bezat op de begane grond een bogengalerij. Op het dak was een torentje met een luidklok. Wegens bouwvalligheid moest dit gebouwtje in 1791 worden gesloopt. 

Een daartoe aangekocht herenhuis (met een bouwjaar rond 1780) aan de Kerkstraat (nummer 18) werd in 1832 tot raadhuis ingericht. Een klokketoren met de luidklok uit het afgebroken stadhuis werd op het dak aangebracht. De bovenverdieping van het gebouw heeft overigens tot in de 20ste eeuw dienst gedaan als woning en als huisvesting van een schoolklas.

Al in 1937 werd weinig lovend over deze locatie gesproken, die voor een gemeente als Leerdam weinig waardig werd geacht, sober en onpraktisch. Alleen de burgemeesterskamer met het geschilderde behang had nog enige allure. 


In de loop van de 20ste eeuw zijn dan ook diverse plannen voor een nieuwe huisvesting gemaakt. 

In december 1949 besprak de gemeenteraad plannen om het bestaande gemeentehuis te vervangen en ook het naastgelegen pand (Kerkstraat 16) erbij te betrekken. De plannen van de Amsterdamse architect Albert Johan van der Steur (1896-1963) kwamen echter uit op een bedrag van 250.000 tot 300.000 gulden, wat als te duur werd gezien. 

Een half jaar later besloot men toch nummer 16 aan te kopen van ir. H.G. Gentis. De verbouwing, met een kostenplaatje van ruim 45.000 gulden, werd omschreven als een “zeer tijdelijke oplossing voor het huisvestingsprobleem”. Dit leidde overigens tot ontevredenheid bij de toenmalige gemeentesecretaris G. van Breugel. Vanwege de “desolate toestand van het oude gebouw” drong hij aan op een definitieve oplossing.


Architect Hendrik Wesselo (1904–1972) van Wesselo & Van Voorst, tevens ontwerper van het openluchtzwembad ‘Berenschot’, kreeg begin jaren ’50 in overleg met burgemeester Vlug de opdracht een plan voor een nieuw raadhuis te ontwikkelen. Het raadhuis zou worden gesitueerd tussen de Provinciale weg, de Tiendweg en de Meent (Dorus van de Weteringh-plein).

In 1961 werd dit plan definitief afgekeurd. De opdracht had 31.000 euro gekost en het had bijna tien jaar geduurd voordat er een (uiteindelijk ook nog onbevredigend) resultaat werd bereikt.


Gerrit Rietveld, 1888-1964, 
Rousel (repro) / RVD
toeg.nr. 
2.24.10.02,
Nationaal Archief

Meteen pleit burgemeester L.J. den Hollander voor een nieuw ontwerp van architect Gerrit Thomas Rietveld (1888–1964). Rietveld is bereid om voor 12.000 euro binnen drie maanden een ontwerp te maken voor een nieuw stadhuis in Leerdam. 

Hoewel Rietveld op dat moment al op leeftijd is, heeft hij nog recent belangrijke projecten gerealiseerd. Op 1 januari 1961 was de maatschap Rietveld, Van Dillen & Van Tricht opgericht. Joan van Dillen en Johan van Tricht, al jaren medewerkers van Bureau Rietveld, gingen een samenwerking aan met de dan 72-jarige Rietveld om de continuïteit van het bureau te waarborgen. 

Rietveld was in Leerdam op bezoek geweest en de opdracht leek hem uiterst geschikt 'ter afsluiting van zijn carrière'. Vanuit Leerdam ging dus in de zomer van 1961 een opdracht naar Rietveld, Van Dillen & Van Tricht.






De Gecombineerde, 27 juli 1961




 

















































Wordt met 'cultureel centrum' het stadskantoor bedoeld? 


De Gecombineerde, 4 juli 1963










Hoe dan ook, uit onderstaand krantenbericht van 1964 wordt duidelijk dat  Rietveld, Van Dillen & Van Tricht inderaad een nieuwe opdracht uit Leerdam hebben gekregen. 

Het oude plan blijkt 'verworpen'. Het gemeentekantoor-plan wordt bijgesteld voor de locatie Reilinghplein. Voor deze tweede versie is een glazen maquette gemaakt. 




De Gecombineerde, 27 februari 1964




























































Hierna blijft het verwonderlijk stil.

In een krant uit 1980 wordt slechts vermeld dat het ontwerp van Rietveld veel lof oogstte, maar “niet uitvoerbaar bleek”.


De Gecombineerde, 5 augustus 1980

































Tijdens een ontmoeting op de Glasmanifestatie ’86 vertelt kunstenaar Marinus van den Boezem aan wethouder P.G. Danz dat er ooit contact zou zijn geweest met architect Rietveld over een ontwerp voor het gemeentehuis. Danz is hiervan niet op de hoogte en gaat dit na. Maar niemand blijkt iets te weten over Rietvelds ontwerp van ruim 20 jaar terug.

(Kennelijk was niemand op de hoogte van de inhoud van het krantenartikel van 6 jaar eerder, waar de 'raadhuiszolder' nota bene als berglocatie van de maquette was vermeld.)

Gelukkig besluit Danz op een dag met een lampje de stoffige zolder van het gemeentehuis aan de Kerkstraat te beklimmen. En daar, verborgen onder stof en rommel onder de hanebalken, vindt hij inderdaad Rietvelds maquette.

De vondst brengt aan het licht dat dat de kinderen van de bode, die op de bovenverdieping woonde, er mee hadden gespeeld, wat de staat van de maquette verklaarde... 

De maquette is bijzonder: zij is uitgevoerd in glas, wat ongebruikelijk is, omdat Rietveld doorgaans kartonnen maquettes maakte.

Eugène Langendijk, student kunstgeschiedenis, besteedt vervolgens vele uren aan een speurtocht in het archief. De resultaten zijn matig. 

Wel staat vast dat het ontwerp ooit is tentoongesteld, onder andere in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar tussen eind 1971 en begin 1972 een Rietveld-tentoonstelling plaatsvond. De objecten zijn zelfs vandaaruit uitgeleend aan een expositie in Londen. Alleen al de maquette was daarvoor toen verzekerd voor 10.000 gulden. Daarnaast hoorden er vier ingekleurde tekeningen bij (verzekerd voor elk 500 gulden), acht lichtdrukken, drie overige ingekleurde tekeningen en een schetsje.

Op 6 april 1972 stuurde het Stedelijk Museum een brief naar Leerdam waarin werd vermeld dat de tentoonstelling in Londen, ondanks een elektrische storing, 28.000 bezoekers heeft getrokken.

Ondanks pogingen om deze genoemde tekeningen en lichtdrukken terug te vinden, blijven ze spoorloos. In Leerdam is in 1972 voor ontvangst getekend, maar daarna is niet alles meer teruggevonden. Slechts één oude tekening is bewaard gebleven; omdat deze als persoonlijk geschenk door Rietveld aan burgemeester De Hollander was gegeven.


De Tijd 14-12-1971 (het stadhuis van Leerdam wordt genoemd)

























In mei 1988 vertelde wethouder van financiën Jan Beumer in De Gecombineerde dat hij recent tot zijn stomme verbazing in aanraking kwam met eerdere plannen voor het stadhuis. Hij dacht dat de tekenningen van rond 1975 waren "van een architect uit Papendrecht, in een soort stijl als het gebouw van de ANB". (ABN-bank op het Reilingplein?) - Om welke tekeningen dit precies gaat, is mij ook niet helemaal duidelijk. Die van Rietveld uit de jaren '60? Maar die tekeningen waren toch zoek? HT). 



De Gecombineerde Vijfheerenlanden, 25 mei 1988


















De Gecombineerde Vijfheerenlanden, 22 juli 1988





























Eind augustus 1988 werd de inmiddels gerstaureerde maquette een week lang tentoongesteld in het Hofje van Mevrouw van Aerden. De (glazen) maquette werd daarna door de gemeente in bruikleen gegeven aan het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst, Amsterdam.





De Telegraaf, 3 aug. 1988















In 1986 was al begonnen met de bouw van het gemeentehuis annex bibliotheek bij het Dr. Reilinghplein, dat in 1988 in gebruik genomen is. Architect Jón Kristinsson (1936) tekende dit ontwerp. 


Voor kenners van Rietveld kwam de ontdekking van de maquette destijds als een verrassing. De waarde van het geheel wordt geschat tussen de 15.000 en 30.000 gulden. De maquette wordt nu goed bewaard in het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst als onderdeel van Het Nieuwe Instituut.


Het blijft nog steeds een raadsel waarom het ontwerp nooit is gerealiseerd en hoe het zo lang buiten beeld heeft kunnen raken. Dat maakt dit verhaal tot een intrigerend stuk lokale én nationale geschiedenis, waarin archiefonderzoek en een toevallige vondst samenkomen.


Wat mij persoonlijk vooral opvalt, is hoe feiten die ooit gewoon in de krant stonden en onderwerp van gesprek moeten zijn geweest, binnen vijftien, twintig jaar compleet uit het collectieve geheugen kunnen verdwijnen. 


Een bizar voorbeeld daarvan is dat twee jaar (!) na de herontdekking van de maquette én tijdelijke tentoonstelling in het Hofje, eind 1990 het onderstaande werd gepubliceerd in de lokale krant: 


De Gecombineerde, 28 november 1990








".... waarvan nog een glazen maquette moet bestaan."

Dit werd nota bene opgeschreven bij de opening van Museum Het Oude Raadhuis, de plek waar de zoldervondst ongeveer vier jaar eerder was gedaan...

Misschien is het een heel klein beetje geruststellend dat we dankzij digitale mogelijkheden geschiedenis vandaag de dag veel makkelijker kunnen terugvinden, bewaren en blijven doorvertellen...


Bronnen: 

  • Berg, R.v.d., Leerdam in de Gouden eeuw, pag. 101-103.
  • Blom, Teunis, Bewaarde Schoonheid (2011), pag. 41.
  • De Gecombineerde Vijfheerenlanden, 25 mei 1988.
  • Gent, P.M. van, Leerdam door de eeuwen heen (1937), pag. 425.
  • Groningen, Catharina L. van, De Vijfheerenlanden met Asperen, Heukelum en Spijk (1989), pag. 55-57, 130-131.
  • Rietveld stichting, "Na-oorlogse gebouwen", website Gerrit-Rietveld.nl (2021), geraadpleegd 14-4-2026.

13 april 2026

Zwembad 'Berenschot' (1959-1987) en zwemhal 'Berenschot' (1977-heden)

 

Deze blog gaat over het vijfde en zesde zwembad van Leerdam. 







De eerste plannen voor het nieuwe zwembad, waren voor de aanleg aan de Horndijk: 


De Gecombineerde, 5 april 1958









































De Gecombineerde, 9 februari 1954


































Maar deze plannen wijzigden. In 1959 werd de gemeente eigenaar van het perceel ten westen van Berenschot, het 'achterveld' van het Voorwaartsveld, op de hoek met de Tiendweg. 


De Gecombineerde, 2 augustus 1958






































Op het perceel 'Voorwaartsveld' werd het zwembad 'Berenschot' in juni 1959 gerealiseerd, de aanleg gebeurde door de firma Schuite en De Graaf:





















Het zwembad krijgt de naam van de perceel grond die vanouds 'Berenschot' heette. Villa en Huize Berenschot werden ervoor afgebroken.


Op 30 mei 1959 was de grote dag: zwembad 'Berenschot' werd geopend door burgemeester Den Hollander.




De Gecombineerde, 2 juni 1959






























De Gooi- en Eemlander 8 juni 1959
De Gooi- en Eemlander 8 juni 1959





























































Zomer 1959. Bron: Gelders archief
























Zomer 1959. Bron: Gelders archief





































Door de gemeenteraad was bepaald dat het zwembad tussen 13 en 17 uur 's middags op zondag open mocht zijn. Tien jaar later, in 1969, zouden deze openingsuren verruimd worden tot: tussen 10 en 17 uur. 

Het zwembad was de eerste bestaansjaren een groot succes. In de hoogtijdagen van het buitenzwembad bezochten jaarlijks ongeveer 140.000 mensen het bad. 

Maar in de jaren ’80 liep dit aantal echter terug tot circa 10.000 bezoekers per jaar.


_________________________________



Sportcentrum 'Berenschot' wordt 14 mei 1977 geopend door de commisaris van de koningin. Dit sportcentrum omvat naast sportzalen ook een zwemhal. Het sportcentrum lag vlakbij het openluchtzwembad.

Het werd het zesde zwembad van Leerdam, maar het eerste overdekte zwembad. 

Tarieven 1986





















De Gecombineerde, 27 mei 1987



















In de jaren tachtig bleek het buitenzwembad steeds minder rendabel. De bezoekersaantallen daalden. Daarnaast drukten energie- en personeelskosten zwaar op de exploitatie. In de gemeenteraadsvergadering van mei 1988 besloot men het zwembad definitief te sluiten.

Het was een periode waarin veel openluchtzwembaden hun deuren moesten sluiten. Dreigde Leerdam hetzelfde lot te treffen? 



De Gecombineerde Vijfheerenlanden, 27 mei 1988

















 






Toch bleef het zwembad de gemoederen bezig houden.  Het was afwachten op een politiek besluit.




De Gecombineerde, 21 november 1988























































De Gecombineerde, 20 november 1989



























De Gecombineerde, 18 december 1991











































De Gecombineerde, 6 maart 1992

























In mei 1992 besloot de raad zelfs het zwembad in fasen uit te breiden. 

De Gecombineerde Vijfheerenlanden, 15 mei 1992




































Maar toen zouden er ook technische problemen aan het licht zijn gekomen: het zwembadbassin bleek 'lek'. 

Dat betekende - alle prestigieuze plannen ten spijt - het definitieve einde voor het openluchtzwembad waaraan zoveel mensen jarenlang plezier hadden beleefd. 




Foto: beeldbank HVL - NL-LdmHVL07273