Posts tonen met het label militaire dienst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label militaire dienst. Alle posts tonen

15 maart 2026

Namen op het oorlogsmonument (6): militairen en krijgsgevangene


Op het oorlogsmonument in Leerdam staan namen die herinneren aan een ingrijpende periode uit de geschiedenis van de stad. Elke naam vertegenwoordigt een leven, een familie en een verhaal dat abrupt werd onderbroken door de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog. 

In deze blog wil ik stilstaan bij een aantal van de 50 namen op het oorlogsmonument van Leerdam.

De zesde en zevende groep op het monument vertegenwoordigen respectievelijk de 'Nederlandse militairen mei 1940' en 'Krijgsgevangene'. Gezien de samenhang noem ik ze in deze blog gezamenlijk.


Nederlandse militairen mei 1940 zijn soldaten van de Koninklijke Landmacht, Marine, Luchtmacht en andere krijgsmachtonderdelen die in mei 1940 deelnamen aan de verdediging van Nederland tijdens de Duitse inval en daarbij hun leven of vrijheid hebben gegeven.

Onder een krijgsgevangene verstaan we een persoon die tijdens een oorlog door de vijand gevangen is genomen en van zijn vrijheid is beroofd, vaak onder zware omstandigheden, conform de definities van internationaal oorlogsrecht.


Bij de namen vermeld ik linkjes waaronder die naar de website van de Oorlogsgravenstichting. Daar is vaak ook een link opgenomen naar het persoonsdossier in het Nationaal Archief. Het is de moeite waard om deze dossiers te bekijken: daarin staat regelmatig correspondentie met nabestaanden of informatie over de plaats van overlijden en het graf.




















Nederlandse militairen mei 1940


35. Antonie den Hartog, 31 jaar










Geboren 25 jan. 1909 te Leerdam
Overleden 15 mei 1940 te Eindhoven
Gehuwd in 1935 met Metje Johanna Bats (1913-1975)
Zoon van Antonie den Hartog (1873-1946) en Gerharda Vos (1871-1944)
Zwager van Anton Bats die ook op het monument staat (dwangarbeider)
Glasfabrieksarbeider, wonend Patrimoniumstraat 7
Dienstplichtig soldaat bij de Mitrailleurcompagnie van het IIe Bataljon van het 30e Regiment Infanterie Koninklijke Landmacht

Raakte ernstig gewond aan de buik tijdens gevechten bij de Zuid-Willemsvaart in Someren. Verpleegd in Huize Bartholomeus te Asten, daarna in het militaire gedeelte van St. Jozeph Ziekenhuis te Eindhoven, overleed aldaar aan zijn verwondingen.

Bronnen:



36. Cornelis Verheuvel, 36 jaar



Geboren 20 jan. 1904 te Schelluinen
Overleden 26 mei 1940 te Oostende, België
Bakker in Kedichem, soldaat 3e regiment infanterie Bewakings Detachement Woensdrecht 
Gehuwd met Jannigje Brandwijk (1904-1990)
Vader van Jan Arie (1926-2009) en Bastiaan Cornelis (1934-2019)
Zoon van Jan Arie Verheuvel (1877-1907, bakker) en Aartje de Heer (1881-1916)
In Kedichem is een straat naar hem genoemd

Overleden (met nog een andere soldaat) tijdens een luchtbombardement op de Gen. Mahieukazerne in Oostende, waar hij verbleef op de terugreis van Frankrijk naar Nederland.


Bronnen:


De Gecombineerde, 9 mei 1970
















Krijgsgevangene



37. Govert Morelissen, 35 jaar










Geboren 8 sept. 1909 te Leerdam
Overleden 9 juni 1945 te Osterode am Harz, Duitsland
Gehuwd in april 1937 met Peltina Martina Veen (1913)
Vader van Aartje (Ardi, 1937)
Zoon van Roelof Morelissen (1883-1946, boerenarbeider, voerman) en Aartje de With (1880-1965)
Neef van Hendrik Morelissen (1910-1944) die (ook) op het eerste, tijdelijke monument van Leerdam stond, maar geen inwoner van Leerdam was en daarom niet geplaatst werd op het monument van 1955 
Rund- en varkensslager, woonde Jan van Arkelstraat 21
Militair van de Militaire Compagnie2e eenheid, behorend tot het 31e Regiment Infanterie
Moest zich als dienstplichtige melden voor krijgsgevangenschap en werd gedeporteerd naar kamp Stalag XI in Altengrabow met nummer 108499. In de zomer van 1943 werd hij overgebracht naar Lager 5001 van het Arbeitskommando Houtfabriek Frits Hohmann in Herzberg am Harz, dat organisatorisch onder Stalag XI-b Fallingbostel viel.

Lag in het Lazarett wegens de gevolgen van een schedelbasisfractuur, opgelopen bij een explosie in de munitiefabriek ‘Kiefer’ in Herzberg, waar hij gedwongen werd te helpen bij het blussen van de brand na een bombardement. J. Fioole noemt "Van Stijn" die heeft verklaard dat Morelissen hiervan zou zijn hersteld en op de terugreis naar Nederland onderweg aan wondroos zou zijn bezweken? 


Bronnen:



Bron: Fioole J., WO 2, 1940-1945 


25 maart 2024

Remplaçanten bureau aan de Leerdamse Hoogstraat (1834)



Lbl Meertens 32802 (liedtekst), Wouters/Moormann,
Meertens Instituut, Amsterdam. Straatlied.
Vroeger werd er geloot welke jongeman wel of niet in dienst moest. Waren er in het dorp of stad bijvoorbeeld 28 jongemannen dienstplichtig en moesten er 15 daadwerkelijk in dienst dan waren dat degenen die de nummers 1 t/m 15 trokken. Viel een van hen af dan was nummer 16 aan de beurt.

Werd een man ingeloot, dan kon deze eerst proberen een reden voor vrijstelling aan te voeren. Redenen waren dat iemand te klein was, een lichamelijk gebrek had, dat een of meerdere broers in dienst waren (van een gezin met een even aantal zoons moest de helft in dienst, van een oneven aantal het kleinere deel), of dat hij bijvoorbeeld theologie studeerde. In de meeste gevallen werd hij een jaar vrijgesteld en moest hij zich het volgende jaar opnieuw aanmelden. Dit tot een maximum van vijf jaren, evenredig aan hoelang de dienstplicht duurde.

Als er geen reden tot vrijstelling was, dan kon een vervanger worden aangesteld. Dit kon een remplaçant zijn (iemand die zich dat jaar niet hoefde aan te melden) of een nummerverwisselaar (iemand die dat jaar was uitgeloot). Die plaatsvervanger hoefde niet per se uit hetzelfde dorp of dezelfde stad te komen.


Op de Leerdamse Hoogstraat A47 vestigde zich in 1834 een bureau dat plaatsvervangers regelt. Een zeker Jacobus van den Meulen verplaatst dan zijn kantoor van Rotterdam naar Leerdam.


Rotterdamsche Courant, 11-11-1834





Ruim een jaar eerder waren ze verhuisd naar de Kaasmarkt in Rotterdam:


Rotterdamsche Courant, 23-05-1833






Het inzetten van een plaatsvervanger was een kostbare aangelegenheid, maar toch werd er nogal eens gebruik van gemaakt. Rijke boerenzoons of andere jongens die onmisbaar waren voor de voortzetting van een bedrijf, konden zich zo’n plaatsvervanger veroorloven.

Maar mogelijk viel de animo voor de heren van het remplaçanten kantoor in de regio Leerdam toch wat tegen. Al in 1836 verhuizen Jacobus en zijn compagnon naar Woubrugge, bij Leiden. 


Opregte Haarlemsche Courant, 22-03-1836









Wel maken zij bekend dat de directeur van het Leerdamse postkantoor, de heer Hessingh, gevolmachtigd is zaken voor hen te doen.


Opregte Haarlemsche Courant, 21-04-1836











Omdat het vervangingssysteem een grote invloed had op het aantal vrijwilligers - je verdiende meer door je te laten inkopen als vervanger, dan je aan te melden als vrijwilliger! - werd het remplaçantenstelasel in 1898 afgeschaft en vervangen door de persoonlijke dienstplicht. In 1922 werd de Dienstplichtwet ingesteld en was de Nationale Militie verleden tijd. Het lotingsysteem werd in 1938 afgeschaft.


Bron:

Krantenberichten, genoemd hierboven