Posts tonen met het label Israelitisch leraar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Israelitisch leraar. Alle posts tonen

8 mei 2024

Joseph Hildesheim (1875-1942), zoon van Isaac Hildesheim (Isr. onderwijzer in Leerdam 1863-1881), Holocaust slachtoffer





 Leerdam 

Op dinsdag 7 maart 1875 wordt in Leerdam in het gezin van Isaac Hildesheim en Sara Piller een jongetje geboren: Joseph

Isaac en Sara hebben al een groot gezin; Joseph is het achtste kindje. Na Joseph worden er in Leerdam nog drie kinderen geboren: Abraham, die maar 3 maanden oud wordt, daarna Jacob en (nog een) Abraham.

Vader Isaac was in Gorinchem geboren en is koopman in manufacturen. In december 1863 was Isaac vanuit Geldermalsen in Leerdam komen wonen. Op 9 augustus 1866 is hij getrouwd met de Haagse Sara Piller

Isaac is daarna of daarnaast ook onderwijzer (1871), godsdienstonderwijzer (1900), en wordt ook wel (Nederlands) Israëlitisch leraar genoemd. 

Het gezin woont in Leerdam aan de Nieuwstraat 15 in Leerdam, naast de synagoge.


Isaac Hildesheim zendt in 1879 een ingezonden stuk naar de Nieuwe Gorinchemse Courant. Enkele dagen eerder was namelijk gemeld dat Jan de Jong een rundslachterij had geopend. Omdat hij geen Israëliet was, kan hij voor het eerst concurrerende prijzen bieden voor vlees in Leerdam, zo werd er medegedeeld. Ook zou er voor het eerst op zaterdag kwaliteitsvlees verkrijgbaar zijn. (Tot dan toe waren er alleen twee Joodse slagers, Pakkerd en Walg).

Nieuwe Gorinchemse Courant, 25-10-1879










Hildesheim is verontwaardigd en beschuldigt de schrijver van Jodenhaat. Hij benadrukt dat het logisch is dat Israëlitische slagers de sabbat in acht nemen. Bovendien was De Jong al langere tijd slager in de herfstmaanden, dus de concurrentie was er al langer. En, juist de Israëlitische slagers proberen de prijs, indien mogelijk, te verlagen zodra de situatie zich dat toelaat.

Nieuwe Gorinchemse Courant, 29-10-1879





















Een aantal 'vleeschverbruikende gezinnen', reageren gezamenlijk op Hildesheims opmerkingen. Zij merken op dat de prijzen inderdaad zijn gedaald na de komst van slager De Jong. 


























Nieuwe Gorinchemse Courant 1-11-1879



Hildesheim herhaalt zijn standpunt dat de Joodse gemeenschap door het bericht in een slecht daglicht is gesteld. Hij vindt het ook opvallend dat de aanbiedingen van slager De Jong door de stadsomroeper worden verkondigd 'bij bekkenslag', terwijl dat nooit voor de Joodse slagers is gedaan. Hij ziet dit als een hetze tegen de Joodse slagers. 

Nieuwe Gorinchemse Courant 5-11-1879





























Slager De Jong zelf sluit de discussie af door te zeggen dat hij elke vorm van twist wil vermijden.


Nieuwe Gorinchemse Courant, 8-11-1879




















 Kolonie Willemsoord, Steenwijkerwold 

Op 17 januari 1880 vertrekt het gezin Hildesheim uit Leerdam en op 21 januari komen ze aan in het Drentse Willemsoord in Steenwijkerwold. Vader Isaac wordt als kolonistenvader ingeschreven in kolonie III, een van de zeven koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid. Deze maatschappij werd opgericht met als doel de levensomstandigheden van de minderbedeelden en lagere sociaaleconomische klassen te verbeteren. Door middel van onderwijs en werk zouden ze onontgonnen gebieden bewerken en zo een verbeterde levenskwaliteit voor henzelf creëren. Meerdere nederzettingen werden gesticht en voorzien van onderwijsinstellingen, gebedshuizen en begraafplaatsen.

De grote familie Hildesheim gaat wonen in hoeve 387 bij Hoeve Amsterdam. De Joodse gezinnen werden in het noordoostelijke deel van de kolonie Willemsoord (op De Pol) gehuisvest en dat gebied kreeg in de volksmond de naam Jodenhoek. Er was een kleine synagoge gebouwd en een Israëlitisch bijschooltje. In 1860 woonden er nog 24 joodse gezinnen in de kolonie Willemsoord. Op het moment dat de familie Hildesheim aankomt in 1880, is de Joodse gemeenschap dus nog maar klein. Zo zijn er op dat moment te weinig mannen (minder dan 10 mannen van 13 jaar of ouder) voor minjan zodat er geen eigen synagogediensten meer kunnen worden gehouden. 

In Willemsoord wordt een zoontje Eduard geboren. Na 2 maanden overlijdt Eduard en wordt begraven op de Joodse begraafplaats van de kolonie.

In 1885 zou de Israëlitische gemeente te Willemsoord formeel worden opgeheven. 


 Amsterdam 

Al op 26 juni 1881 verlaat het gezin Hildesheim de kolonie en vertrekt naar Amsterdam. Op 5 juli 1881 wordt Izak Hildesheim ingeschreven in de Amsterdamse registers afwisselend geregistreerd als koopman en onderwijzer. 

Op 3 december 1882 wordt dochter Esther geboren. Zij overlijdt op de leeftijd van 10  maanden op 2 oktober 1882. 

De Hildesheimen wonen in de Amsterdam op de adressen Ridderstraat 80 (tot juni 1882), Joden Houttuinen 15 (juni 1882-mrt. 1885), Uilenburgerstraat 38 (maart-mei 1885) en Joden Houttuinen 9 (vanaf mei 1885). Het zijn straten waarin veel armoede werd geleden.



 Joseph & Betje 

Een aantal kinderen Hildesheim vinden een partner en gaan trouwen. Zo ook Joseph, die venter en daarna diamantslijper is geworden. 

Op 1 september 1878 trouwt hij in Amsterdam met Beletje (Betje) Pront. Betje was op 1 september 1878 in Amsterdam geboren, als dochter van Levie Pront en Saartje Waterman. 

In Amsterdam worden hun vijf kinderen geboren:

  1. Levie, 6 december 1896
  2. Izak, 7 mei 1898
  3. Sara, 8 maart 1902
  4. Simon, 6 mei 1904
  5. Maurits, 28 april 1908 


Joseph Hildesheim en zijn echtgenote Beletje Pront, met twee van hun kinderen, rond 1903. 
Foto: @René Hildesheim, JoodsMonument.nl



























Het volksdagblad 12-05-1898








In 1924 overlijdt Josephs moeder: 

Nieuw Israelietisch weekblad 30-05-1924











De kinderen van Joseph en Betje verlaten langzamerhand het ouderlijk huis. 


Oudste zoon Levie trouwt op 28 sept. 1921 met Rachel Kloot. Van beroep is hij roosjesversteller. De roosjesversteller heeft als taak een ruwe diamant in een tang vast te zetten, zodanig dat de slijper zijn of haar werk, het slijpen, goed kan doen.  
Op 13 juli 1935 zou hij overlijden in Gent, België. Zijn echtgenote Rachel zou in 1989 overlijden in Amsterdam.





@Vreemdelingendossier België, 1923

Zoon Izaak is getrouwd op 2 april 1930 met Femmegien Hendrika Veldman. Zij was eerder gehuwd  met en gescheiden van Johannes Martinus de Bruijn. Izak was kelner van beroep. 

Al na ruim een jaar wordt de echtscheiding uitgesproken, op 13 april 1931. 

Op 31 augustus 1941 doet Izak Hildesheim aangifte van diefstal van zijn zwarte leren aktetas met inhoud.  Hij woont aan het Borssenburgplein 4-III te Amsterdam. 



Nederlandsche Staatscourant 13-06-1942






Politierapporten '40-'45, archiefnummer 5225, inventarisnummer 6907








Sara Smit-Hildesheim, @René Wildesheim,
JoodsMonument.nl

Dochter Sara was op 28 januari 1925 gehuwd met de koopman Izaäc Smit. In 1925 kregen ze een zoon Willem, in 1929 een dochter Bela en in 1935 een zoon met de naam Joseph.

Sara Smit-Hildesheim, kleermaakster, stond met haar man op de markt aan het Waterloo-plein. Zij woonden aan de Nieuwe Batavierstraat 13-III in Amsterdam.

Isaac Smit
Izaäc en Sara met Willem, @René Wildesheim, JoodsMonument.nl
marktvergunning van Sara Smit-Hildesheim @Gemeentearchief Amsterdam

       

Willem, Bela en Joseph Smit





@René Hildesheim,
JoodsMonument.nl

Van zoon Simon (*1905) heb ik geen informatie kunnen vinden. Hij staat op deze foto met zijn zus Sara en broertje Maurits. 





















Jongste zoon Maurits, venter en diamantslijper, trouwt op 30 september 1931 in Amsterdam met Marie Florentine Isabelle Roosen uit Landen in België. Ze kregen zes kinderen: Gustaaf Joseph Maurits (1931), Germaine Marie (1933), Louis (1934-1934), Louis Maurits (1936), Bela Sara (1937) en Marcella Hendrika (1939). De kinderen zijn katholiek gedoopt. Op 14 februari 1940 is de echtscheiding uitgesproken. 

Op 21 mei 1941 treedt Maurits in het huwelijk met Helena Maria Pruijs. Zij krijgen een dochter Helena (Lenie). 


Maurits en Marie met de kleine Gustaaf, rond 1931
@René Hildesheim, JoodsMonument.nl




De Tweede Wereldoorlog is uitgebroken. Joodse mensen worden steeds meer geïsoleerd van de Nederlandse samenleving. Uiteindelijk moeten ze zich melden voor deportatie. 


Joseph en Betje wonen in 1941 op het adres Nieuwegrachtje 7-I, het hart van de Amsterdamse Joodse wijk. 

Nieuwegrachtje 1-9 (v.r.n.l.), foto van C.F. Jansen, augustus 1926. Archief Amsterdam.







 



























     
Joseph Hildesheim rond 1929, @Felix Archief
Joseph Hildesheim in 1935, @René Hildesheim, JoodsMonument.nl



  
Betje Hildesheim-Pront in 1929, @Felix Archief
Betje Hildesheim-Pront, @René Hildesheim, JoodsMonument.nl





Vader Joseph Hildesheim (66) komt op 4 augustus 1942 aan in Westerbork - en wordt 7 augustus gedeporteerd - met het 8e transport vanuit Nederland naar Auschwitz-Birkenau. Bij dit transport hoorde ook de bekende filosoof Edith Stein. Joseph overlijdt in het concentratiekamp op 30 september 1942.  


Cartotheek kaart Joodse Raad via Arolsen Archives






















Zijn echtgenote Betje Hildesheim-Pront (64) komt 25 maart 1943 aan in Westerbork. Veel later dus dan haar man. Zou Joseph Hildesheim eerder opgepakt zijn bij een razzia? 

Betje wordt na een paar dagen verblijf in barak 58 op transport gezet op 30 maart 1943. Ze wordt na aankomst daar vermoord, op 2 april 1943 in Sobibor. Van dit transport komt niemand weer terug.

Cartotheek kaart Joodse Raad via Arolsen Archives






















Oudste zoon Levie was al overleden in 1935. Zijn echtgenote Rachel overleeft de oorlog.


Izak komt op 15 april 1943 in doorgangskamp Westerbork aan. Hij verblijft in barak 66 en wordt 1 juni 1943 op transport gezet. Na aankomst wordt hij op 4 juni 1943 vermoord in vernietigingskamp Auschwitz. (Jules Schellevis zou de enige overlevende van dit transport zijn).


Cartotheek kaart Joodse Raad via Arolsen Archives























Izaäk Smit had met zijn gezin vanwege zijn werk in de handel een Sperre gekregen, hij werd een zgn. Rüstungsjude genoemd (werkzaam in bont, confectie, diamant, oud-metaal handel), waardoor hij eerder niet op transport hoefde. 
Maar op 26 mei 1943 bevindt het gezin zich in Westerbork, in barak 55. Op 1 juni gaan ze op transport en dit blijkt hetzelfde transport te zijn als dat van Sara's broer Izak die al langer in Westerbork was. 


Sara Smit-Hildesheim (41) en haar man Izaäk Smit (41) overlijden op dezelfde dag. Bela (14) en Joseph (8) worden net als hun ouders op de 4e juni van het jaar 1943 vermoord. 
Oudste zoon Willem (17) overlijdt een paar dagen eerder, op 28 mei 1943. Vermoedelijk was hij de 25e vertrokken uit Westerbork. Ook van zijn transport heeft niemand het concentratiekamp overleefd. 














































Cartotheek kaart Joodse Raad via Arolsen Archives
























Van Simon heb ik geen gegevens kunnen vinden, dit duidt erop dat hij de oorlog mogelijk heeft overleefd.





Maurits Hildesheim heeft vanaf 15 april 1943 in kamp Vught gevangen gezeten. 























via Arolsen Archives



















Hij is een periode ziek geweest, zo staat te lezen op zijn kaart. 
Op 15 november 1943 wordt hij op de trein gezet naar Oost-Europa. 


Cartotheek kaart Joodse Raad via Arolsen Archives





Op 18 november 1943 komt hij aan in Auschwitz. Ruim vier maanden later komt Maurits Hildesheim (35) daar om het leven op 31 maart 1944, waarschijnlijk bezweek hij aan tyfus. 

Maurits' kinderen waren gedoopt in de Rooms Katholieke parochie de H. Wilibrodus. Van één van de kinderen is bekend dat hij dankzij dit doopbewijs uit een transport van Hollandse schouwburg naar Westerbork door een priester is weggehaald. Alle kinderen en zijn (ex)-echtgenoten overleefden de oorlog. 



Tenslotte


De eens zo grote familie Hildesheim is zwaar getroffen in de Holocaust.
Josephs jongere broer Jacob was al voor de oorlog overleden. Al Josephs andere broers en zussen (Simon, Elkan, Roosje, Fredrika, Flora, Benjamin en Dina) kwamen om in Auschwitz of Sobibor. Van Josephs broer Benjamin heb ik geen gegevens kunnen vinden.
Eén Joodse zwager overleefde met zijn zoon, één niet-Joodse schoonzus met haar drie half-Joodse kinderen en nog één nichtje...





Auschwitz

De wind vertelt het zonder het te weten.
Er is geen zegsman of gehoor gebleven
die u vermonden. Gij zijt opgeheven.
Ik weet opnieuw, dat ik u ben vergeten.

Linten van lucht, in trilling weggedreven,
kwamen de woorden niet weerom, de feiten
konden geen taal behouden en versleten.
Ieder bewustzijn bracht zich om het leven.

Met geblindeerde treinen meegegeven,
grauwe wagon op dood spoor afgehaakt,
ergens in barre oorden staat gij daar.

Krijtletters, door een vreemde hand geschreven,
bestemmen u van buiten koud en klaar
voor deze plek, waar gij werd zoekgemaakt.

Gerrit Achterberg





Bronnen:

  1. AlleDrenten.nl
  2. Archief Amsterdam
  3. Arolsen Archives, cartotheek kaarten Joodse Raad
  4. Bevolkingsregister Leerdam 1862-1870 Hildesheim-Piller
  5. Bevolkingsregister Leerdam 1870-1880 Hildesheim-Piller
  6. Nieuwe Gorinchemse Courant, o.a. 5-11-1979
  7. Historie - Dorpsbelang Willemsoord
  8. Hoeve Amsterdam, Kolonie van Weldadigheid
  9. JoodsAmsterdam.nl, de Jodenhouttuinen
  10. JoodsAmsterdam.nl, de Jodenpol
  11. Joods Amsterdam.nl (Nieuwe) Uilenburgerstraat 
  12. JoodsMonument.nl
  13. Joods Leerdam, vier eeuwen joodse geschiedenis, Teunis Blom, pag. 139-140 (de 'vleeschkwestie')
  14. Joden op De Pol 1820-1890, Geert Groen, pag. 117
  15. Wiewaswie.nl 




3 mei 2024

Salomon Bekkers (1877-1942), godsdienstleraar in Leerdam (1897-1905), Holocaust slachtoffer


 De synagoge van Leerdam. Foto: Rijksdienst Cultureel Erfgoed, 1967
















Salomon Bekkers was zeven jaar lang Israëlitisch leraar en koster van de Joodse gemeente in Leerdam. 

Ik deed een poging zijn levensverhaal te construeren.

________________________


Salomon wordt op 14 maart 1877 in Rotterdam geboren. Zijn ouders zijn Barend Bekkers en Mietje Philipsen. 

Hij volgt een opleiding voor 'Israëlitisch godsdienstonderwijzer van den laagsten rang' en hij wordt op 22 augustus 1895 toegelaten. Salomon is dan 18 jaar oud. 


Centraal blad voor Israëlieten in Nederland, 23-08-1895


















Een benoeming in Brielle volgt rond februari 1896:


Rotterdamsch nieuwsblad, 12-02-1896




Rotterdamsch nieuwsblad, 10-02-1897




Salomon wordt per 15 februari 1897 benoemd tot Israëlitisch leraar in Dedemsvaart


Het nieuws van de dag, 29-01-1897




Al snel volgt weer een nieuwe benoeming: hij wordt Israëlitisch leraar in Leerdam. 


Nieuw Israelietisch weekblad, 22-09-1897





Waarschijnlijk had hij een combinatie van taken en was hij koster, chazan, rabbi en sjocheet (voorzanger, leraar en ritueel slachter).

Op 31 januari 1900 verlooft hij zich met Hester Frank. Zij was geboren in Lienden op 29 mei 1881 als dochter van Nathan Frank, manufacturier, en Antje Manassen. 


Nieuw Israelietisch weekblad 26-01-1900









Op 11 augustus 1903 wordt hun huwelijk voltrokken in Rhenen. Salomon is dan 26 jaar en Hester 22 jaar oud. 

Nieuw Israelietisch weekblad, 14-08-1903









Nieuw Israelietisch weekblad, 18-09-1903








Op 6 juni 1904 wordt dochter Mietje geboren in Leerdam, ze wordt vernoemd naar Salomons moeder die een jaar later, in 1905, zou overlijden. 

Om in zijn onderhoud te voorzien was Salomon ook depothouder van MAY's Antiseptische Scheerpoederfabriek.


Nieuw Israelietisch weekblad, 8-11-1901



 



Het volksdagblad, 25-11-1901











Nieuw Israelietisch weekblad 6-12-1901












Kennelijk heeft Bekkers zijn handen vol aan zijn taken in Leerdam. In 1902 staat er een vacature voor hulp-chazan tijdens Jom Kipoer in de krant.


Nieuw Israelietisch weekblad, 22-08-1902








In 1904 viert de synagoge van Leerdam haar 50-jarig bestaan. Salomon Bekkers spreekt dankwoorden uit op de kansel. 

Nieuw Israelietisch weekblad, 2-09-1904
De Leerdammer, 24-8-1904
 


Op 25 juni 1905 krijgt Salomon Bekkers een inspectiebezoek van de opperrabbijn. Hiervan is een verslag gemaakt, wat een indruk geeft van zijn bezigheden en de sfeer op de Joodse school.

Hij geeft les aan dertien leerlingen, waarvan tien niet-betalend zijn. Het rapport vermeldt dat de laagste klas uit zes leerlingen bestond, die nog maar enkele maanden onderwijs genoten. Lezen deden ze goed al was het nog niet vlug. Ook vertalingen lukten goed. De kennis van geschiedenis was gering, maar van de feestdagen wisten ze juist veel. De tweede klas bestond ook uit zes leerlingen. In deze klas had men een begin gemaakt met Toravertalingen. Van Bijbelse geschiedenis maakten ze ook niet veel. Een enkele was slechts op de hoogte tot de Rechteren, maar de meesten kwam niet verder dan Joseph. Wel had men kennis van de namen van de maanden en van de feest- en vastendagen. Een oudere leerling, die de school al langer bezocht, had kennis van de geschiedenis tot aan de splitsing van het joodse rijk.


Dan komt er een einde aan de Leerdamse periode. 


De Leerdammer, 27-9-1905



Nieuw Israelietisch weekblad, 13-10-1905








Bekkers vertrekt op 8 november 1905 naar de gemeente Mijdrecht-Uithoorn. Op 11 november van dat jaar wordt er een afscheidsdienst gehouden in Leerdam. 

Hij houdt een afscheidsrede naar aanleiding van de woorden "Die op den Eeuwige vertrouwen vernieuwen de kracht, verheffen de vleugels als de arenden". Hij schetst verder wat hij de afgelopen acht jaar in Leerdam heeft meegemaakt en stelt vast dat Leerdam zijn tweede vaderstad geworden is. Als voorzitter van de gemeente spreekt A.D. van Gelder naar aanleiding van Psalm 182 vers 4: "Ziet zoo wordt de man gezegend die den Eeuwigen vreest". 


Nieuw Israelietisch weekblad, 17-11-1905














In Leerdam staat de vacature van Bekkers open en er wordt druk geadverteerd:


Nieuw Israelietisch weekblad, 13, 20 en 27-10-1905








In de nieuwe woonplaats Mijdrecht wordt op 29 juni 1909 zoon Nathan geboren in het gezin Bekkers. 

In 1910 wordt Salomon Bekkers secretaris van het kerkbestuur van Mijdrecht. 

En dan volgt er een nieuwe benoeming die Salomon aanneemt. Het gezin gaat verhuizen naar Almelo.

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 15-10-1912






Het nieuws van de dag, 22-10-1912



Nieuw Israelietisch weekblad, 1-11-1912







Salomon Bekkers wordt sjammes en sjochet (koster, hulpleraar en slachter) in Almelo.

Op 7 januari 1914 wordt het gezin Bekkers uitgebreid met dochter Anna, die in het dagelijks leven Annie wordt genoemd. 

Op 11 september 1921 wordt een vierde kind, een zoon geboren: Jacob.

Salomon en Hester hebben nu vier kinderen:

  • Mietje (1904), geboren in Leerdam
  • Nathan (1909), geboren in Mijdrecht
  • Anna (1914), geboren in Almelo
  • Jacob (1921), geboren in Almelo


Meier Meibergen gaf een mooie beschrijving van het joodse leven in Almelo in het boek Onvoltooid verleden tijd van C. B. Cornelissen:

"Om het nieuwe gebouw aan de Gasthuissteeg te betreden, moeten we eerst de sleutel vragen bij Bekkers, de sjammes. We bellen aan. Een ouderwetse klingelbel. Dan gaat de deur open en staan we oog in oog met Mietje Bekkers, de dochter des huizes. Zij is het oudste kind van Bekkers, een ware oosterse schoonheid. We openen een zware deur en gaan de trap op. Een twee meter brede gang scheidt de sjoel van de school. Beneden bevinden zich de twee leslokalen. We boffen, want rabbijn De Metz geeft net les. (...) In het andere lokaal geeft sjammes Bekkers les. De kleine, driftige man heeft de winder er niet bepaald onder. Getergd knijpt hij een jongen gemeen in diens arm... "




De synagoge van Almelo in 1938.
Foto: RMDZ via Joods Cultureel Kwartier Almelo

 
De synagoge van Almelo. Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed






Een foto uit de jaren '70 laat links de synagoge en rechts de Joodse school zien. 
Het gezin Bekkers zal hier ook hebben gewoond. Bron: Facebook pagina Oud Almelo
























Een paar jaar later verlaat oudste dochter Mietje het ouderlijk huis. Ze trouwt op 1 juli 1928 met de winkelier Samuel Jacob (Sam) Berg uit Holten. Ze blijven in Almelo wonen en krijgen drie kinderen: Adele (1929), Nathan Leonard (1931) en Leonard (1932).


Nieuw Israelietisch weekblad, 8-06-1928

 

Nieuw Israelietisch weekblad, 6-07-1928

Foto van de revue in 1928 te Almelo waarop een artiestengroep is afgebeeld.
Mietje en Annie Bekkers staan hier tussen.
Collectie Joods Museum. Bron: Joods Historisch Museum















Twee jaar later is er groot verdriet in het gezin. Zoon Nathan, 20 jaar oud en handelsreiziger van beroep, overlijdt op 30 januari 1930. Hij wordt begraven op de Joodse begraafplaats in Almelo

Graf van Nathan Bekkers in Almelo.
Bron: Het Stenen Archief


Op de steen staat de tekst:

"Hier rust
de jongeman Nathan, zoon van de heer Shlomo Bekkers,
en de naam van zijn moeder was Esther. In zijn bloei geplukt
en hij was niet meer want God nam hem weg (1) op de eerste
van de maand Sjevat van het jaar 5690.
T. N. Ts. B. H."







Op 3 mei 1934 trouwt de 20-jarige dochter Annie met de 30-jarige winkelier Samuel (Sam) van Gelderen uit Deventer. In Amsterdam wordt in 1935 hun zoon Gabriël Salomon en in 1938 hun dochter Hester Sophia geboren. 


 Nieuw Israelietisch weekblad,  1-09-1933

 

Nieuw Israelietisch weekblad, 13-04-1934



Nieuw Israelietisch weekblad, 18-05-1934

 









  








Nieuw Israelietisch weekblad 29-03-1935
Nieuw Israelietisch weekblad 14-10-1938

 









Op 25 augustus 1934 wordt het bar mitswa feest van de 13-jarige Jacob gevierd:

Nieuw Israelietisch weekblad, 17-08-1934

Nieuw Israelietisch weekblad, 7-09-1934




In de lente van 1940 valt Duitsland Nederland binnen. 

Anti-joodse maatregelen volgen elkaar snel  op. 

Geen openbare functies mogen meer worden uitgeoefend, men mag geen lid meer zijn van een vereniging. Je mag als Joods personeelslid nergens meer werken. Het bezit van een auto, radio, telefoon of fiets wordt verboden. 

En wat wel moet: een Jodenster dragen. 


Het gezin Bekkers aan de Gasthuissteeg 3 maakt zich zorgen.

Salomon Bekkers had, doordat hij betrokken was bij het kerkenwerk, een Sperre en was nog gespaard voor deportaties. Maar na vier maanden uitstel houdt het op, vanaf medio april 1943 mag geen enkele jood zich meer ophouden in de provincie. 

Op zondag 4 april 1943 is Salomon nog aanwezig bij de allerlaatste vergadering van het kerkbestuur. In de notulen van deze korte vergadering lezen we: "de voorzitter opent de vergadering en spreekt de hoop uit dat deze afscheidsvergadering geen laatste vergadering van de Gemeente moge zijn. (...) Geve de Algoede, dat de gehele kille zeer spoedig weer verenigd mogen zijn!"

Samen met zijn vrouw Hester duikt Salomon daarna onder aan de 2e Westerdokstraat in Almelo. Ze denken een goed onderduikadres gevonden te hebben bij de familie R. 

Maar op zondagavond 16 mei, drie weken na hun komst, gaat hun onderduikgever naar de plaatselijke politie, wachtcommandant R. Hij biecht daar op dat hij het echtpaar in huis heeft. Waarschijnlijk viel hem het laten onderduiken van de twee mensen tegen en kwam hij daardoor tot deze dramatische daad.  

Onderduikgever R. en zijn vrouw werden dezelfde maandag door twee agenten overgebracht naar de Sicherheitspolizei in Enschede. R. zou vervolgens enkele maanden als gijzelaar in gevangenschap blijven.

Salomon en Hester worden direct gearresteerd door de Almelose politie en de volgende dag overgebracht naar Westerbork. Ze komen op maandag aan en worden meteen de volgende dag, dinsdag 18 mei, al op transport gesteld. 

Op de bewaarde cartotheek kaarten van de Joodse raad lezen we dat Salomon diabetespatiënt is en dat zijn vrouw Hester lijdt aan astma. 










Carthotheek Joodse Raad, via Arolsen Archives

















De trein arriveert na een reis van drie dagen in Sobibor en de 66-jarige Salomon en 61-jarige Hester Bekkers-Frank behoren bij degenen die een goed uur later de gaskamer worden ingedreven. 


Hun dochter Mietje Berg-Bekkers (38 jaar) en haar drie jonge kinderen (13, 11 en 9 jaar) waren al op 19 november 1942 naar Westerbork gebracht, op 30 november 1942 op transport naar Auschwitz gezet en op 3 december 1942 vermoord in Auschwitz. Haar man Sam Berg vond na ditzelfde transport - en ruim een jaar te hebben overleefd in Auschwitz - op 31 maart 1944 de dood, ergens in Midden-Europa.

Dochter Annie van Gelderen-Bekkers (29 jaar) sterft, een week na haar ouders, in Sobibor op 28 mei 1943, tegelijkertijd met haar man Sam van Gelderen en haar 2 kinderen van 8 en 4 jaar oud.

Zoon Jacob Bekkers, die voluntair in een melkfabriek was, kwam tussen 3 en 5 oktober in Westerbork aan. Hij moest op 23 oktober 1942 op transport naar Auschwitz en overlijdt - na ruim een jaar te hebben overleefd in het concentratiekamp - op dezelfde dag als zijn zwager Sam Berg, op of rond 31 maart 1944, ergens in Midden-Europa. Hij is 22 jaar oud geworden. 






De gedenkplaat in de toenmalige synagoge te Almelo is opgericht ter nagedachtenis aan alle joodse medeburgers die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter zijn gedeporteerd en omgebracht.

Dit monument is onthuld in 1948 en bevindt zich momenteel aan een binnenmuur in de voormalige synagoge aan het Kerkplein. De gedenkplaat is uitgevoerd in marmer. De plaat is omgeven door een houten lijst. Voor het gedenkteken hing destijds de eeuwig brandende lamp ('neir tamied').


'DIE GELIEFD EN BEMIND WAREN TIJDENS HUN LEVEN

ZIJN OOK IN DE DOOD NIET GESCHEIDEN

DE EEUWIGE HEEFT GEGEVEN, DE EEUWIGE HEEFT GENOMEN.

DE NAAM DES EEUWIGEN ZIJ GELOOFD

TER BLIJVENDE NAGEDACHTENIS AAN ONZE BROEDERS

EN ZUSTERS DIE GEDURENDE DE 2DE WERELDOORLOG

DOOR DE DUITSE TERREUR UIT ONS MIDDEN

WERDEN WEGGERUKT.

EEUWIGE GEDENKE HEN TEN GOEDE.'

           

         

Ter herinnering aan

 

Salomon Bekkers

geboren op 14 maart 1877 te Rotterdam

wonend in Rotterdam, Brielle, Dedemsvaart, Leerdam, Mijdrecht en Almelo

overleden op 21 mei 1943 (op de leeftijd van 66 jaar) in Sobibor, Polen

Vermoord in de Holocaust

          

en zijn vrouw Hester, zijn drie kinderen, 

twee schoonzoons en vijf kleinkinderen

     


#everynamecounts


Bronnen: