Posts tonen met het label Hoogstraat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hoogstraat. Alle posts tonen

22 januari 2026

De 'Eerste Leerdamsche Wasch Industrie' (ELWI) aan de Hoogstraat 60 en 29-31 (1934-1980)



Het leek een ogenschijnlijk gewone gebeurtenis, maar voor veel Leerdamse huisvrouwen zou het een wereld van verschil gaan betekenen: aan de Hoogstraat vestigde zich in 1934 een nieuwe onderneming: de Eerste Leerdamsche Wasch Industrie.

Waar het wassen van kleding tot dan toe vooral een huiselijke, tijdrovende bezigheid was - met kokende ketels op het fornuis, schrobben op wasborden, bleken op het gras of het drogen van klamme was bij de keukenkachel - bracht dit bedrijf een ingrijpende verandering.



De stand van wasmachine-fabrikant J. Haring te Alphen aan de Rijn op de Nederlandse voorjaarsbeurs in de Jaarbeurshallen te Utrecht,1930. Nationaal Archief.



















De initiatiefnemers waren drie van de vier kinderen van Hendricus van Bruggen, een machinist uit Beesd die werkte met de machines van het poldergemaal. Dag in, dag uit zag Van Bruggen hoe kracht en techniek het zware werk kon verlichten. Die kennis en dat ontzag voor mechanisatie moeten thuis aan de keukentafel zijn besproken, want zijn zonen en dochter pikten de gedachte op dat ook het huishouden rijp was voor vooruitgang.

Cornelis, door iedereen Kees genoemd, geboren op 31 oktober 1907 in Rhenoy (in 1938 zou hij trouwen met Pietje van Oosterom), was een ondernemende geest. Samen met zijn zus Cornelia Jacoba, roepnaam Cor (geboren 22 april 1909, later gehuwd met J. van Ingen), en hun jongere broer Marinus, beter bekend als Rien (geboren 20 augustus 1912, later gehuwd met Maria Hendria Ververs), waagde hij de sprong. 

Met z’n drieën brachten De Van Bruggens iets naar Leerdam wat men tot dan toe alleen uit grotere steden kende: machinaal wassen.


De Vijfheerenlanden, 13-11-1935
De Leerdammer, 12-11-1935










De Hoogstraat 29-31 was eens de winkel geweest van de (joodse) familie Van Gelder en na 1932 huurde Jacob de Vries het pand als onderkomen voor zijn fourniturenzaak. Na diens vertrek uit Leerdam rond 1935 zullen de broers Van Bruggen gereageerd hebben op deze advertentie: 


De Leerdammer, 7-7-1934










Er was al eerder een kleinere vestiging op de Hoogstraat. Vanuit de krantenberichten blijkt dat de Van Bruggens begonnen in 1934 aan de noordzijde van de Hoogstraat op nummer 60 en in 1935 naar de zuidkant verhuisden naar nummer 29-31.  


De Leerdammer, 24-2-1934
De Leerdammer, 8-5-1935









De Leerdammer, 11-5-1935








































Was- en strijkinrichting. 
Een arbeider doet de was in een droogtrommel, die wordt aangedreven door een stoommachine. 
Nederland, 1921 [SFA022808780], Het Leven, Spaarnestad Photo
























De komst van de E.L.W.I. werd in Leerdam als zeer positief ervaren. De Leerdammer-journalist beschrijft het theatraal: Leerdam was lang verstoken van veel voorzieningen. Wel een glasfabriek en houtzagerij, maar elektriciteit en andere moderne gemakken ontbraken lang. Vooral huisvrouwen hadden het moeilijk, omdat er geen fatsoenlijke wasserijen in de stad waren en men voor een goede wasbeurt elders heen moest. De familie Van Bruggen werd dan ook geprezen omdat zij een professionele wasserij naar Leerdam haalden, waardoor de stad een moderne voorziening kreeg die veel gemak bracht voor de inwoners. 

Het bedrijf begon bescheiden in een klein huisje aan de Hoogstraat 60, maar groeide al snel uit tot een groter pand (Hoogstraat 29–31) om de uitbreiding van het bedrijf op te vangen.

De inrichting zelf werd als modern en efficiënt beschreven: de nieuwste machines werden gebruikt, er was een goed ventilatiesysteem, en de wasserij kon grote hoeveelheden was tegelijk verwerken zonder kwaliteitsverlies. De krant benadrukt dat het bedrijf een enorme verbetering was voor de stad en prijst het initiatief van de ondernemers.


De Leerdammer, 30-11-1935

De Leerdammer, 11-4-1936





















Toen de wasinrichting haar deuren opende, moet het een ware sensatie zijn geweest. Leerdamse huisvrouwen zullen nieuwsgierig hebben staan kijken voor de etalage, waarachter grote trommels, riemen en stoom hun werk deden. Binnen draaiden de machines onafgebroken; het klotsen van water en het ritmische gebrom klonken als muziek van de moderne tijd. 

Sommigen keken het wellicht met argwaan aan, “Wordt het wel écht schoon?” — terwijl anderen opgelucht ademhaalden bij de gedachte dat het zware boenen en wringen niet langer nodig was. 

ELWI had ook het Leerdamse ziekenhuis als goede vaste klant. Vooral tijdens de verwoede "grote schoonmaak" in het voorjaar zullen heel wat Leerdamse vrouwen gebruik hebben gemaakt van de wasserij.



De Gecombineerde, 9-4-1949
De Gecombineerde, 3-12-1955














De Gecombineerde, 13-10-1956








De Gecombineerde, 2-12-1962

De Gecombineerde, 22-12-1962























De Gecombineerde, 11-4-1963
De Gecombineerde, 18-5-1967




Het inleveren van een wasmand aan de Hoogstraat betekende niet alleen schone lakens en gordijnen, maar ook tijdwinst, verlichting en een klein beetje luxe. Voor de vrouwen die zelf hun was kwamen doen in de machines, was vanaf 1962 in de wassalon een gezellig koffiehoekje ingericht.




















De Gecombineerde, 14-2-1974












De Lingestreek, 24-7-1975
































De Gecombineerde, 5-4-1980
Rond het eind van de jaren zeventig verloor de Eerste Leerdamsche Was Industrie haar functie. De wasmachine had inmiddels zijn intrede gedaan in vrijwel elk Leerdams huishouden en machinaal wassen buitenshuis was niet langer noodzakelijk: de wasserij werd in 1980 gesloten. 

Het verdwijnen van ELWI stond niet op zichzelf, maar paste in een bredere verandering van het dagelijks leven. Huishoudens werden steeds zelfstandiger. De dagelijkse komst naar de melkslijter, het wekelijkse loopje naar kruidenier en groenteboer verdwenen met de komst van de koelkast. Ook het wassen verplaatste zich naar huis.

Met de wasmachine in de (bij)keuken was de wasserij aan de Hoogstraat niet langer nodig. Daarmee verdween ook een ontmoetingsplek: in de salon van ELWI kwamen de huisvrouwen elkaar niet meer tegen. Het huishouden werd individueler georganiseerd, praktischer - en stiller.







Na het vertrek van ELWI was het adres Hoogstraat 29-31 jarenlang de locatie van de interieurwinkel van Van Zanten. Anno 2024 zijn het woonappartementen geworden. 



Bronnen: 

  • Krantenberichten geraadpleegd via RAZU.nl
  • Foto's via Facebookpagina Oud-Leerdam

6 januari 2026

Hoogstraat 11–13: drie generaties De Wit


In deze blog ga ik op zoek naar de bewonersgeschiedenis van het pand Hoogstraat 11–13.

Het huis is een zogenoemd langshuis: een traditioneel boerderijtype waarbij woonruimte en bedrijfsruimte (zoals stal en schuur) in de lengterichting achter elkaar liggen, onder één doorlopend dak. Hoewel dit huis in de stad ligt, had het toch de opzet van een langshuis, met een woonruimte rechts en een bedrijfsgedeelte links, beide onder één doorlopend dak. Dit type indeling kwam ook in stedelijke omgevingen voor bij ambachtslieden en kleine bedrijven.


Hoogstraat 11-13 hoorde eens bij elkaar maar is inmiddels gesplitst in twee woonadressen. 
Het is een mooi beeldbepalend pand, bekleed met wit geverfd blokpleisterwerk
met houten drie- en vierruitsramen. Het heeft jaren gefungeerd als belastingkantoor.
De foto is gemaakt in 1988.

































De eerste bekende eigenaar is de in Den Haag geboren Abram Albertuszn. de Wit (1798-1848), timmerman in Leerdam.  Hij was gehuwd met Elizabeth Frederiksdr. van Zee (1800-1835) en rond 1825 was het pand in zijn bezit. Het perceel liep toen door tot de Zuidwal. 


Algemeen Handelsblad 21-08-1848






Abrams zoon Frederik de Wit (1822-1851) werd geboren in Herwijnen. Hij werkte ook als timmerman en bewoonde hetzelfde pand, toen geheten Hoogstraat 25 in Leerdam. Op 10 september 1845 trouwde hij met Heiltje van Weelden in Leerdam. Het paar kreeg vier kinderen: Jacobus Abram (1845–1903), Gijsbert Johan (1848), en twee keer een Albertus Johannes (1849 en 1851), die beiden op jonge leeftijd overleden. Frederik overleed zelf op 28-jarige leeftijd in Leerdam.


Abrams kleinzoon en Frederiks zoon Jacobus Abram de Wit (1845-1903) was geboren in Leerdam. Hij werkte als kantoorbediende en klerk bij de "Witglasfabriek”, waar hij deel uitmaakte van het leidinggevend personeel samen met H. van Meeuwen, J. Driessen, C. Nortier (directeur), C.J. Gundlach en J. Ph. de Raat.



Het kantoorpersoneel van de witglasfabriek
(glasfabriek voorheen Jeekel, Mijnssen en Co.)
zoals dat omstreeks 1896 poseerde voor de fotograaf.
Zittend vlnr: H. van Meeuwen (baas van de pakkerij),
J.Ph. de Raat, A. van Leer, J.A. de Wit en J. de Hartog.
Daarachter staand: J.A. van Leer, D. Jacobs en A.H. Kouwenberg.























Het bijzondere is dat Jacobus A. de Wit twee reizen maakte naar de Verenigde Staten, waarvan de eerste op 22 november 1871 begon. Eind 1876 keerde hij terug naar Nederland. Op 17 april 1877 vertrok hij opnieuw vanuit Vlissingen naar Amerika. Zijn persoonlijke brieven die hij schreef tijdens zijn reizen zijn bewaard gebleven en vormen een belangrijke bron over zijn ervaringen maar geven ook veel feiten weer over de Leerdamse gemeenschap. De precieze reden voor zijn reizen is onbekend, wellicht overwoog hij emigratie. Maar hij kwam tot twee keer terug naar Leerdam en op 11 november 1881 trouwde hij in Leerdam met Adriana Kouwenberg

Samen kregen zij meerdere kinderen: Fredrika Willemina Cornelia (1882–1883), Fredrika Willemina Kornelia (1884–1890), Adrianus Hendrikus Cornelis (Janus) (1886), Heiltje Marrigje (1889) en Cornelis Jacobus Abram (Cor) (1892).





De Vijfheerenlanden, 3-1-1891
De Leerdamsche Courant, 30-1-1892












Bouwkundige Aalt van Leer besteedde op donderdag 8 maart 1894 de verbouwing van een dubbel woonhuis aan wat eigendom is van de heer J.A. de Wit. In mei volgt er - vast samenhangend met de verbouwing - een boedelverkoop bij de familie J.A. de Wit. 


De Leerdammer, 28-2-1894
De Leerdammer, 9-5-1894















Op 20 april 1894 legt de oudste zoon, de dan zeven jaar oude Adrianus  Hendrikus Cornelis (Adrianus of Janus genoemd) de eerste steen in de muur. Deze steen bevindt zich nog steeds aan de achterzijde van het adres Hoogstraat 13. 







In 1894 vieren Jacobus en Adriana met hun kinderen Adrianus, Heiltje en Cor hun 12½ jarig huwelijk:


De Leerdammer, 5-5-1894












Jacobus overleed op 14 augustus 1903, op 57-jarige leeftijd te Leerdam.


De Leerdammer, 15-8-1903
De Leerdammer, 8-4-1903





















Na het overlijden van J.A. de Wit volgt er opnieuw een boedelverkoop. Wellicht gaat weduwe Adriana bij een van haar kinderen wonen? 


Links zit Adriana de Wit-Kouwenberg,
omringd door haar (klein)kinderen. Foto: Familysearch.

























In 1942 overlijdt Adriana de Wit-Kouwenhoven in Den Haag.


Haagsche Courant 29-06-1942




















De familie A.H.C. (Adrianus/Janus) de Wit woonde waarschijnlijk vanaf het overlijden van zijn vader, of wellicht al eerder, in het pand aan de Hoogstraat. Janus was procuratiehouder bij de glasfabriek en hij woont op nummer 13. Wellicht werd het adres op nummer 11 als kantoor gebruikt. 

Adrianus was procuratiehouder bij de Glasfabriek. Daarnaast was hij kerkvoogd, ambtenaar van de burgerlijke stand en voorzitter van het Rode Kruis. 


De Leerdammer, 12-7-1911

 









In 1911 trouwde hij met Adriana Hendrika (Riek) van den Hoek. Janus en Riek kregen zes kinderen: Adriana Jacoba (Jeanne), Gerritje Adriana Cornelia (Gep), Jacobus Abram (Koos), Heiltje Margaretha, Cornelis en Adrianus Hendrikus Cornelis (Jos). Heiltje Margaretha overleed op jonge leeftijd.


De Leerdammer, 2-7-1919
De Leerdammer, 15-9-1923






In de collectie van de beeldbank van de HVL bevindt zich deze foto van de Hoogstraat 13. Het is niet bekend wie er precies op de foto staan, maar het zouden de kinderen De Wit kunnen zijn. De eerste steen is goed zichtbaar, boven het hoofd van het zittende meisje. 







Tussen 1923 en 1936 woonde de familie de Wit-van den Hoek op het adres Tiendweg 5. 

Zij verhuurden vanaf die tijd, zoals lijkt uit onderstaande advertentie het woonhuis aan de Hoogstraat 11-13 aan derden: 


De Leerdammer, 8-8-1925
De Leerdammer, 23-4-1930
De Leerdammer, 16-12-1931
De Leerdammer, 30-12-1939
























De Gecombineerde,
7-12-1948
De Gecombineerde, 20-2-1964
De Gecombineerde, 14-3-1968

















De Gecombineerde, 10-2-1977
De Lingestreek, 25-2-1982













Jan Sikkens (1936) en zijn vrouw Feikje werden later eigenaar van Hoogstraat 13. Jan Sikkens werkte als schilder en kunstenaar.


De Gecombineerde, 29-4-1983
De Gecombineerde, 14-7-1983















Bronnen:

  • Bevolkingsregister 1850-1861: Familie De Wit-Van Weelden, Hoogstraat 25
  • Bevolkingsregister 1897-1920: Familie De Wit-Kouwenberg, Hoogstraat 11
  • Bevolkingsergister 1897-1920: Familie De Wit-Van den Hoek, Hoogstraat 13
  • Blom, Teunis, Bewaarde schoonheid (2010), pag. 9
  • "Jan Sikkens' via RKD research