Posts tonen met het label Amsterdamse School. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amsterdamse School. Alle posts tonen

7 augustus 2025

Villa 'In den Bongerd' aan het Laantje van Van Iperen 64 - ontworpen door architect Jetze Willem Janzen

 

Architect Jetze Janzen gaf het Laantje van Van Iperen extra allure met een charmante, karakteristieke villa, gebouwd ergens tussen 1915 en 1919. 

Het pand kenmerkt zich door zijn sfeervolle uitstraling en de markante rieten kap, wat bijdraagt aan het landelijke karakter van de woning. Opvallend zijn de speels geplaatste vensters in diverse vormen die het geheel een expressief en ambachtelijk karakter geven.


'In den Bongerd' 
Foto: Gerard Dukker, februari 1988. 
Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 268.353

























Een opvallend element is het vijfhoekige raam (vijfhoek, pentagoon) aan de voorzijde van de villa. Dit verwijst naar de theosofische overtuigingen van degene de hoogstwaarschijnlijk opdrachtgever was voor de bouw van de villa: Petrus Marinus (Marijn) Cochius, directeur van de glasfabriek. 

Het uitgangspunt bij de hoeken van het raam was waarschijnlijk een pentagram, een vijfpuntige ster. In de theosofie staat het pentagram symbool voor de mens als microkosmos en voor de harmonie tussen geest, materie en kosmos. De theosofie stelt dat ware schoonheid gebaseerd is op universele, kosmische geometrische vormen zoals vierkanten, cirkels en driehoeken. 

Als theosoof (vanaf 1 september 1902 was Cochius lid (nr. 22088 van loge Unattached (Adyar) te Leerdam) en vrijmetselaar was Cochius onder andere vicaris-generaal van de Vrije Katholieke Kerk, oprichter van de St. Michaelsstichting, lid van de Orde van de Ster in het Oosten en leider van de Praktisch Idealisten Associatie. Hij hield zich onder andere bezig met de leer van Krishnamurti


Bart Peizel (1887-1974), portret van
P.M. Cochius in vrijmetselaarspose,
1928, olieverf op doek,
hoofdcollectie Glasmuseum. 

De theosofie ontstond aan het eind van de 19e eeuw, in een periode waarin mensen zich losmaakten van traditionele religies en nieuwe manieren zochten om kennis en inzicht te verwerven. De Nederlandse tak, de Theosofische Vereeniging Nederlandsche Afdeeling, werd op 14 mei 1897 in Amsterdam opgericht, voortgekomen uit de in 1875 in de VS gestichte Theosophical Society, later gevestigd in Adyar (India). De leer richt zich op het vinden van een gemeenschappelijke kern tussen wetenschap, filosofie en religie, verwerpt dogma’s en hanteert het motto: “Geen godsdienst boven waarheid.”








Er zijn aanwijzingen dat de bouwstijl Amsterdamse School is beïnvloed door de theosofie, waarvan bijvoorbeeld ook Berlage, De Bazel en Lloyd Wright aanhangers waren. Onder de ontwerpen van iemand als De Bazel zat een slim meetkundig systeem verborgen, gebaseerd op de gulden snede (5:8); schoonheid kwam immers voort uit een duidelijke geometrische ordening. Binnen de Amsterdamse School kwam er ook aandacht voor organische vormen. Gebouwen krijgen een vorm bepaald door de natuur, door bomen, planten of organische structuren. 

Ook deze villa vertoont stijlkenmerken van de Amsterdamse School, zoals de voordeur met rondboog en de zorgvuldige detaillering. De woning is opgetrokken met houten delen en voorzien van een rietgedekt schilddak dat elegant over de gevels buigt. Voor de vloer en wanden van de hal en badkamer van de woning aan het Laantje van Iperen gebruikte men grijs en diepblauw graniver (steenglas), een product dat de Glasfabriek sinds 1921 op de markt bracht, op initiatief van directeur Cochius (zie de achtergrond van Cochius' portret, gemaakt door Bart Peizel). Waarschijnlijk behoorde villa In den Bongerd dus tot een van de eerste huizen waarin ze werden verwerkt. Architect Janzen was de eerste die goede toepassingen met graniver wist te maken. 

Karel Wasch (directiesecretaris van de Glasfabriek, schrijver en ook theosoof) noemt drie andere uitgevoerde graniver-ontwerpen van Janzen: de vloer van een jaarbeursstand, gevlamd zwartgroen naast crèmig-geel. Een schoorsteenmantel (voor de Ideal Home Exhibition in 1923 in Londen) opgebouwd uit kleine stukjes in donkere tint, lijkend op een mozaïek. En de vloer voor een Centrale in de kleuren geel en groen. Het huis bezit Vitrica glas-in-lood, ontworpen door Andries Copier. 

Villa 'In den Bongerd' was oorspronkelijk slechts 26 vierkante meter groot. Het laantje waar het aan lag, werd genoemd naar de bewoners van boerderij 'Lingesigt' rond 1880-1913: Jan en zijn zus Aantje van Iperen. Het huis ligt vlakbij de villa's langs de Lingedijk: 'Lingesigt' (b.j. 1912) en 'Prana' (b.j. 1914) en 'De Vischkom' (b.j.1928).











































De ontwerper van villa "In den Bongerd"


Jetze Willem Janzen (1891-1957) was een zoon van Jetze Janzen, banketbakker, en Sijke Molenaar uit Harlingen. Na de driejarige HBS en de ambachtsschool volgde Janzen een opleiding tot architect. Hij werkte bij diverse architecten en was vanaf rond 1915 actief in Leerdam, waar hij onder meer glasfabrieken, woningen (o.a. wederopbouw afgebrande woning aan het Lingeplein in 1917),  een catechisatielokaal aan de Nieuwstraat (1926), een school aan de Tiendweg en 2 nieuwe lokalen aan de Groen van Prinstererschool (1929) en een verenigingsgebouw ontwierp. Ook tekende hij de verbouwingsplannen voor Tavenu (1919). 

In deze periode kwam hij ook in contact met toonaangevende architecten als De Bazel en Berlage. Berlage noemt hem als een van de medewerker van de glasfabriek "die het Leerdamsche" glaswerk typeerden", naast Lanooy, De Lorm, Lebeau, Gidding en hemzelf. 

In 1916 volgde hij Bernard Thöne op als directeur van de Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen "Leerdam". 

Janzen toonde al vroeg vernieuwende ideeën. In 1918 ontwierp hij voor een prijsvraag een vooruitstrevende, compacte keuken met een ingebouwde ijskast, vuilniskoker en centrale stofzuiginrichting. In 1920 won hij een prestigieuze prijsvraag van het genootschap Architectura et Amicitia voor een woning met een minimaal verbruik aan warmte, licht en kracht. Zijn ontwerp trok ook internationaal de aandacht.

In 1923 ontwierp hij een graniver schouw voor de 'Ideal Home Exhibition' in Londen, een jaarlijkse beurs voor binnenhuisarchitectuur. Janzen werd gezien als een van de vooruitstrevende jonge architecten van zijn tijd en werd, samen met Wils, Oud en Rietveld, uitgenodigd om zijn werk op tentoonstellingen in Duitsland te presenteren.

In 1924 ontwierp Janzen vierkante glazen bouwstenen voor de Glasfabriek, die onder de merknaam Vera Lux op de markt werden gebracht door de firma Emile Sanders - door Sanders zelf uitgebreid met een sterkere driehoeksvariant. Deze stenen in Leerdam gefabriceerd zijn in tal van bouwwerken verwerkt, ook in verschillende gevels in Leerdam. De Vera-lux GS 9 vind je in de gevels van Hoogstraat 27, Fonteinstraat 2 en 4, Meent 9 en 11 en Nieuwstraat 62. Vaak wordt ten onrechte aangenomen dat Berlage deze glazen bouwstenen ontwierp. 

In 1925 werd door Janze in het Noorderkoor van de Grote Kerk van Leerdam een galerij gebouwd en een bijbouw ernaast. Het kostte f. 6040,49. 

Jetze Janzen trouwde in 1922 met Hendrika Catharina Bruinsma (1890), onderwijzeres en later hoofd van een openbare lagere Montessorischool. Samen kregen zij in 1927 een dochter: Johanna Catharina.

Een ander ontwerp van J.W. Janzen is: Buitenplaats Strypemonde in Rockanje (1937-1938).

Aan het eind van zijn loopbaan realiseerde Jetze Willem Janzen twee van zijn meest markante ontwerpen: het kantoorgebouw voor Aramco en dat van de Hollandse Bank Unie, beide gelegen in Den Haag. 


Algemeen Handelsblad 5-12-1957











De bewoners van villa "In den Bongerd"


Wellicht is de eerste bewoner van de door Janzen ontworpen villa aan het Laantje Marie Lambertine Fleddérus geweest. Zij werd geboren op 5 juni 1886 in Den Haag als dochter van Cornelis Fledderus (die rijksbetaalmeester was en werkte bij het departement van Financiën) en Aletta Anna van Kesteren.

Toen Marie Fledderus in 1918 naar Leerdam kwam om als hoofd van de afdeling personeelsbelangen (later: 'chef van de Sociale Afdeling’) – aan de slag te gaan bij de Glasfabriek, trof ze een organisatie aan waar beginnende aandacht was voor het welzijn van het personeel. In 1917 was de Vereniging tot Behartiging van de Belangen van het Personeel opgericht, die later opging in de Sociale Afdeling. Binnen deze afdeling speelde Fledderus een belangrijke rol bij het uitwerken en begeleiden van plannen gericht op sociale zorg. Zo werden er ouderdomspensioenen uitgekeerd, en in 1925 werd een ziekenfonds opgericht. Ook op het gebied van ontspanning en ontwikkeling werden stappen gezet: sinds 1920 beschikte het glasfabriek personeel over een eigen ontspanningsruimte "Ons Huis" met daarbij een  bibliotheek met 2500 boeken. Zulke voorzieningen droegen bij aan een sterkere binding tussen arbeiders en het bedrijf, een ontwikkeling waar Fledderus nauw bij betrokken was. 


De Leerdammer, 6-9-1919

Tijdens haar verblijfsperiode 'In den Bongerd', gelegen aan het rustige Laantje van Van Iperen, voltrok zich een tragische gebeurtenis.

Op een vrijdagavond, 3 oktober 1919, keerde Marie Fledderus huiswaarts vanaf de Witglasfabriek waar zij werkte. Bij aankomst viel haar direct iets op: de deur van de woning stond open. En van haar dienstmeisje, de 17-jarige Aafje Flieger, was geen spoor te bekennen.

Binnen in huis leek alles stil — té stil. Pas in de tuin ontdekte Marie het levenloze lichaam van Aafje, voorover in de waterput. De waterkan lag naast de put, en op Aafjes hals waren blauwe plekken zichtbaar.

De omstandigheden waren raadselachtig. De put was klein en ondiep, nauwelijks geschikt om zomaar in te vallen. De autoriteiten begonnen dan ook een uitgebreid onderzoek. Toch luidde de uiteindelijke conclusie: een noodlottig ongeval. 


De Vijfheerenlanden, 11-10-1919
Advertentieblad 10-10-1919
De Leerdammer, 11-10-1919




























Marie Fledderus was een progressieve dame. Zo wordt jaren later nog herinnerd dat ze een van de eerste Leerdammers was die haar haar kortgeknipt droeg. 


De Gecombineerde, 23-1-1971












In het boekje “Kent u ze nog… de Leerdammers” is Marie Fledderus afgebeeld op foto 66.

In 1922 vertegenwoordigde zij samen met glasfabriekdirecteur Marijn Cochius Nederland op de Eerste Internationale Conferentie voor Industriële Welfare-werkers. Centraal stond daar de gedachte van een ‘nieuwe orde’, met bijzondere aandacht voor het geestelijke, zedelijke en lichamelijke welzijn van de arbeiders. Ook de organisatie van arbeid en de verfijning van productie waren belangrijke thema’s.

Marie Fledderus vertrok in 1925 naar Den Haag. De heer Gerrit van der Giessen volgde haar op. Fledderus werd een bekende Nederlandse sociaal hervormer en onderzoeker. Samen met Mary Van Kleeck stond zij aan het hoofd van het International Industrial Relations Institute, dat later opging in de Russell Sage Foundation. Zij speelde een voortrekkersrol in de ontwikkeling van het vakgebied arbeidsverhoudingen in Europa.

Het Rotterdamsch Parool 6-9-1966




















































De volgende bewoners van "In den Bongerd" zijn de bekende Leerdamse glasontwerper Andries Copier en zijn echtgenote Do Matthijsen geweest. Ook zij moeten enige affiniteit gehad hebben met de theosofische beweging, gezien het feit dat Do Matthijsen privé-onderwijzeres was geweest van de kinderen van de families Cochius en Burgers - en hun huwelijk werd voltrokken in de St. Raphaël Kapel (huiskapel van de fam. Cochius, onder hun woonhuis 'Lingesigt').

De Copiers laten het kleine huis 'In den Bongerd' vergroten (het was immers maar 26 m²). Ze betrekken in 1929 met hun oudste zoon het huis.  


De Leerdammer, 25-5-1929









Op 5-1-1935 staat genoemd in De Leerdammer dat M.J. Verberne vanuit Amsterdam zich vestigt op het Laantje van Iperen 64. In de krant van 3-4-1935 staat dat zij weer vertrekt naar de Amsterdamse Kalverstraat. Wellicht was zij een dienst- of kindermeisje bij de familie Copier. 

In december 1935 verhuist de familie Copier met hun vier kinderen naar het grotere huis wat de naam 'Lingetuin', ('Lingestein' of 'De Vischkom') draagt en waar hun jongste zoon zou worden geboren. Huize 'De Vischkom' aan de Lingedijk 32 was ontworpen door architect A.P. Smits voor glasfabriekdirecteur-ingenieur H.L. Copijn.




'In den Bongerd' is ook bewoond geweest door de familie L.J. Durkstra-Bouman. Durkstra was in Leerdam bekend als 'oubaas' of 'hopman' van de padvinderij en zijn echtgenote was 'akela' in 1951.  


De Gecombineerde, 24-3-1951








In elk geval tussen 1951 en 1961 hebben de Durkstra's in de villa gewoond, daarna vertrekken ze naar Den Bosch.


M. Laupman zou zich volgens De Leerdammer van 21-10-1961 in oktober 1961 gevestigd hebben aan het Laantje nr. 64. 

In De Geombineerde van 16-8-1966 staat dat in augustus 1966 R.M. Ernstein vanuit Eindhoven is gaan wonen in de villa.





De rustieke sfeer rond het Laantje van Van Iperen is in de loop der jaren grotendeels verdwenen. Waar de markante villa vroeger nog in een open en groene omgeving stond, is inmiddels bebouwing verrezen. De villa wordt nu omgeven door nieuwere huizen, waardoor de oorspronkelijke setting sterk is veranderd. 

Toch weet deze villa met haar charmante uitstraling nog altijd een vleugje van de oude sfeer vast te houden.






Bron: Google Maps



























Bronnen:

  • Aardweg, H.P. van den (red.), Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938) via Resources Huijgens.knaw.nl.
  • As, H. H. J. van “Bouwen als geestelijk bezigzijn: Het 'geldpakhuis' van Alberts en de theosofische 'Amsterdamse School'” in: Reformatorisch Dagblad, 8 augustus 1992, 19. https://www.digibron.nl, geraadpleegd 18-9-2025.
  • Bax, Marty, Het web der schepping: theosofie en kunst in Nederland van Lauweriks tot Mondriaan, 2004, pag. 512.
  • Blom, Teunis, Bewaarde Schoonheid (2011), pag. 163.
  • Dankers, Joost en Jos van der Linden, Samensmeltend glas (2001), pag. 45.
  • Gemeente Amsterdam Stadsarchief. "Theosofie”, 17 april 2020. https://www.amsterdam.nl/, geraadpleegd 18-9-2025
  • "Jetze Willem Janzen", RKD, Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis.
  • Koldeweij, Eloy, Over de vloer. Met voeten getreden erfgoed. Waanders Uitgevers. Zwolle/ Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, 2008, pag. 368-369.
  • Mackay, Ian, "Emile Sanders" (glazen bouwstenen) geplaatst op glassian.org, geraadpleegd 7-8-2025.
  • Gesprek met de heer Engelbert van Santen over het vijfhoekige raam (Leerdam, 18 september 2025).
  • Gent, P.M. van, Leerdam door de eeuwen heen, pag. 184, 314 en 343.
  • Hermans, Taco, "Glazen bouwstenen", in: Michiel van Hunen, Historisch metselwerk, pag. 73.
  • Hinte, Ed van, en Timo de Rijk. 2006. Wereldverbeteraars: 100 jaar idealen in glas. De glazen eeuw. Leerdam: Nationaal Glasmuseum, pag. 37-39, 45. Hiervan afgeleid ook: “Wie was… P.M. Cochius.” Theosofia 2: 80–82. https://www.theosofie.nl/tijdschrift/edities/2008/2/Wie%20was.pdf
  • Krantenberichten, hierboven genoemd, geraadpleegd via Delpher.nl of RAZU.nl.
  • Nationaal Glasmuseum, 'Wereldverbeteraars: 100 jaar idealen in glas', samenvatting geplaatst in Theosofia 2: 80–82, "Wie was… P.M. Cochius”, https://www.theosofie.nl/tijdschrift, 2008, geraapleegd 20-9-2025.
  • Oever, Maarten van den, "De democratie is dood, wen er niet aan (1)" in: Apache, 4 september 2018. https://apache.be/, geraadpleegd 18-9-2025.
  • Reenen, W.G. van, "Bouwsporen (4)" gepubliceerd in HVL 31e jrg, nr. 98 / februari 2012, gepubliceerd op Historische Vereniging Leerdam.
  • 'Scouting Hagemans', https://nl.scoutwiki.org/Scouting_Hagemans, geraadpleegd 13-10-2025.
  • Temminck, Joan en Laurens Geurtz, Copier Compleet, pag. 31-32 en 503.
  • Theosofische Vereniging Nederland, “Het embleem van de Theosofische Vereniging.” Theosofie.nlhttps://www.theosofie.nl/tvn-info/wat-is-theosofie/embleem/geraadpleegd 19 september 2025.
  • Wasch, K., Een rijk leven: over leven en werk van Karel Wasch, 2001, pag. 15.
  • Wasch, K.J.H., Glas en Kristal, 1924, pag. 45-46. 
  • Wasch, K.J.H. en N.V. Glasfabriek ‘Leerdam’, vijftig jaar glasindustrie: gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan der N.V. Glasfabriek 'Leerdam’, voorheen Jeekel, Mijnssen & Co. te Leerdam, 1928, pag. 9, 19.
  • Wikipedia, Mary Fleddérus.

5 juli 2025

J.T. Visserstraat 1, landhuis ontworpen door architect Aart Nieuwpoort (1926)


Leendert Antonie (Leen) Burgers begon op 18-jarige leeftijd zijn loopbaan bij Houthandel Varsseveld in Leerdam. Leen werd geboren in 1884 in Eindhoven als zoon van sigarenfabrikant Adrianus Johannes Burgers. Na zijn eerste werkervaringen bij onder meer Axel P. Nielsen in Amsterdam en enkele houtbedrijven in de Zaanstreek, trad hij in 1902 in dienst bij Varsseveld in Leerdam waar zijn oom directeur was. Niet alleen professioneel, maar ook privé raakte hij nauw verbonden met de familie achter het bedrijf: op 12 juni 1907 trouwde hij in Den Haag met Maria Christina (Tine) Burgers, de enige dochter van zijn oom Johannes Adrianus Burgers en Alida van Schouwenburg. 

In 1911 werd het bedrijf omgevormd naar een Naamloze Vennootschap Houthandel voorheen Varsseveld & Co. Leerdam. J.A. Burgers, sinds 1906 de enige vennoot, werd de eerste directeur en behield 218 aandelen. Neef Leen Burgers was een van de vijf nieuwe aandeelhouders en verwierf zes aandelen.

Na het aftreden van J.A. Burgers als directeur op 13 juli 1921 – vanwege gezondheidsproblemen – werd Leen Burgers een van de twee nieuwe directeuren. J.A. Burgers overleed slechts een maand later, op 13 augustus 1921.

J.A. Burgers had in 1884 in Leerdam de Spoorstraat 11 laten bouwen. Vanaf 1895 woonde J.A. Burgers in Rotterdam en vanaf 1898 in Den Haag (Scheveningen); hij kwam meermalen per week met de trein naar Leerdam.

Bij zijn overlijden in 1921 was het huis aan de Spoorstraat inmiddels in bezit gekomen van Leen en Tine Burgers-Burgers.  Zij kregen tussen 1909 en 1924 vijf kinderen, waarvan het jongste meisje levenloos werd geboren. Tine was actief in de Theosofische Vereniging en Leen was Remonstrants. Ze bezochten de Sterkampen in Ommen. De kinderen kregen particulier onderwijs, samen met de kinderen van glasfabriek directeur Marijn Cochius en later mogelijk aan de Humanitaire School in Laren. In 1937 eindigde het huwelijk van Leen en Tine; hun kinderen waren toen volwassen.

Ik ging er min of meer vanuit dat de familie L.A. Burgers altijd in de villa aan de Spoorstraat 11 had gewoond.

Maar in 1926 krijgt de Sliedrechtse architect Aart Nieuwpoort de opdracht een woning te ontwerpen voor L.A. Burgers. De locatie is aan de Watertorenlaan, eigenlijk precies schuin tegenover het 'ouderlijk' adres aan de Spoorstraat 11. 




De Leerdammer, 2-10-1926

















Links voor de Juliaschool de villa J.T. Visserstraat 1


J.T. Visserstraat 1, Leerdam (Foto HT, 2025)







































Het betreft een landelijk vormgegeven woning, met een gevelbekleding van horizontale houten delen op een onderbouw van metsel- en pleisterwerk. Oorspronkelijk waren de kozijnen uitgevoerd in een ivoortint, terwijl ramen en deuren in terra-cottakleur waren geschilderd.

De villa roept associaties op met het werk van de Amsterdamse School, vooral de in 1918 opgeleverde woningen van Park Meerwijk in Bergen, ontworpen door de architecten Staal en Blaauw. Veel details, het rieten dak, de hoog opgaande schoorsteen, de houten kolommen, de lichte accenten op de hoeken van de geteerde houten gevelbekleding, zien we meer ingetogen terug in het werk van Nieuwpoort. 

Ook lijkt de woning sterk op de tegelijkertijd gebouwde villa ('Lingetuin', 'Lingestein' - maar vaker 'de Viskom' genoemd) voor glasfabriek-mededirecteur Henri Linus Copijn aan de Lingedijk 32, ontworpen door de Aerdenhoutse architect Anthonie Pieter Smits. 


Huize 'De Viskom' aan de Lingedijk 32, ontworpen door A.P. Smits voor directeur-ingenieur H.L. Copijn: 














































Riet gedekte landhuizen in de stijl van de Amsterdamse School waren in die tijd duidelijk in trek bij opdrachtgevers. 

Architect Nieuwpoort speelde hierop in met een plan om in Oud-Schayk bij Leerdam vijf vergelijkbare woningen te ontwerpen. Van realisatie is het echter nooit gekomen.

Aart Nieuwpoort had eerder al een andere villa in Leerdam ontworpen. Voor Jan Leguit – winkelier, kantoorbediende, voorzitter van de werkliedenvereniging en gemeenteraadslid, wonend aan de Hoogstraat 50 – ontwierp Nieuwpoort in 1923 een vrijstaand woonhuis aan de Meent 6Rond 1968 woont de familie Grosse Hamberg op dit adres.

Dit huis valt op door het steile schilddak en het gebruik van rode baksteen. Karakteristiek zijn de golvende loden versieringen langs de bakgoten, ondersteund door klassieke kolommetjes. Ook de diepliggende entree is een opvallend kenmerk.



Meent 6, ontworpen door Aart Nieuwpoort voor J. Leguit





















Het is mij niet bekend of, en zo ja hoe lang, de familie L.A. Burgers in de villa aan de Watertorenlaan heeft gewoond. 


De woning is door predikant Lieven Stoffel den Boer (1898-1979) van de christelijk gereformeerde kerk gebruikt als pastorie. Den Boer was dominee in Leerdam tussen oktober 1931 en augustus 1934. 


Rond 1945 werd de woning verhuurd aan Arie Hanemaaijer, die van 1936 tot 1943 en opnieuw van 1945 tot 1949 burgemeester van Leerdam was. Hanemaaijer ging na zijn pensioen in een nieuw huis op nummer 18 wonen. 

Vermoedelijk is de woning daarna verkocht. 

Het huis had rond 1930 het adres J.T. Visserstraat 1 gekregen, genoemd naar de directeur van de Leerdamsche Waterleidingmaatschappij. 

____________________________


Aart Nieuwpoort (1899–1947), geboren in Sliedrecht, liet ondanks een korte carrière een veelzijdig en onderbelicht architectonisch oeuvre na. Als enige BNA-architect in zijn dorp drukte hij een stempel op de vernieuwing van Sliedrecht in de vroege 20e eeuw. Zijn stijl ontwikkelde zich van de Amsterdamse School via Dudok en de Nieuwe Haagse School tot sporadische invloeden van het Nieuwe Bouwen, maar altijd met een eigen signatuur van strakke zakelijkheid en speelse details. Nieuwpoort ontwierp ook interieurs, vaak met glas-in-lood van Toon Berg, en werkte regelmatig samen met bouwkundig ingenieur Th.J.M. Kloosterhuis. 

Zijn werk is vooral te vinden in Sliedrecht, maar ook in Leerdam en Gorinchem. Zijn oeuvre werd in 2009 beschreven door Kees Rouw.

Via Barendina Antje Voorsluijs, de zus van Aarts vrouw, bestond er een band met Leerdam. Zij was getrouwd met de Leerdammer Teunis Verspuij, zoon van Huijbert en Cornelia Antonia Doeland.


Architect Aart Nieuwpoort














Bronnen:

  • Beeldbank Historische Vereniging Leerdam: Watertorenlaan
  • Bevolkingsregister Leerdam 1897-1920: familie L.A. Burgers
  • Bevolkingsregister Leerdam 1897-1920: familie Leguit
  • Blom, Teunis, Hout aan de Lingepag. 121, 198-202, 232-236, 279
  • De Leerdammer, 2-10-1926
  • Foto's: Facebook pagina Oud-Leerdam
  • Herik, H. van den, Eben-Haëzer, 75 jaar geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Leerdam (1990), pag. 82, 86, 97.
  • Rouw, Kees, Het architectonische talent van Aart Nieuwpoort, 1899-1947, pag. 40 88, 89
  • Stichting Wendingen. (z.d.). Aart Nieuwpoort. Items Amsterdamse School, geraadpleegd op 5 juli 2025, van https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/316