Posts tonen met het label Nieuwstraat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nieuwstraat. Alle posts tonen

29 december 2025

Over de verdwenen pothuizen van Leerdam (1908 en 1924)

 

Op de hoek van de Fonteinstraat en de Nieuwstraat-westzijde stond een oud pothuis, tegenover de pastorie van de Katholieke Kerk (op de plek waar nu reisbureau Travel Store zich bevindt). 

Een pothuis (van origine 'puthuis' genoemd) was een kleine uit- of aanbouw bij een stedelijk woonhuis, vaak deels verdiept maar soms gewoon alleen bovengronds. De naam verwijst naar het oorspronkelijke middeleeuwse gebruik: het was gebouwd boven een put voor het opvangen van regenwater, zodat men er via de kelder of het souterrain water kon putten. Door de tijd heen werden deze ruimtes vaak vergroot en kregen ze andere functies, zoals winkel of werkplaats voor ambachtslieden, opslagruimte, keuken of zelfs als eenvoudige woning voor gezinnen. Pothuizen hadden meestal een licht schuin aflopend plat dak en konden meestal van binnenuit en soms via een buitendeur worden bereikt.

Het Leerdamse pothuis op de hoek van de Fonteinstraat en Nieuwstraat was eigendom van Johannes Zeebuith (1835-1911), een vrijgezelle zoon van Jan Fredrik Zeebuith die tussen 1849 en 1868 predikant was van de eerste afgescheiden gemeente van Leerdam. 

Op de foto hieronder is het pothuisje - linksonder - te zien achter de twee vrouwen. 






































In het jaar 1908 werd het pothuis bewoond door een zeker Hoppenbrouwer

Waarschijnlijk was dit de toen 56-jarige Albertus Laurentius Hoppenbrouwer (1852-1921), arbeider van beroep. Hij was in 1882 met Maria Johanna van Trigt (1857-1926) gehuwd. Het paar kreeg tussen 1880 en 1903 in totaal 12 kinderen, waarvan er in 1908 nog zes leefden. Het pothuisje zal als aanbouw hebben gefungeerd, op onderstaande foto is de binnendeur zichtbaar:



Op de foto hierboven is te zien dat het pothuisje is gesloopt, al was dit op dat moment nog niet de bedoeling. Wat was er gebeurd? 

Op zondagochtend 23 februari 1908 werd het pothuis door een groep ‘straatjongens’ op brute wijze vernield. Eerst schopten zij een gat in de muur, waarna de drie wanden werden omvergehaald. Uiteindelijk stortte het dak met een dof geraas naar beneden.

Dit alles voltrok zich op klaarlichte dag. Rijksveldwachter Koegler werd belast met het opsporen van de schuldigen.


De Vijfheerenlanden, 26-2-1908 en
Nieuwe Gorinchemse Courant 27-2-1908
 
De Leerdammer, 26-2-1908












De fotograaf schreef onder de foto:
"Hoe Leerdams jeugd aan 't werk is geweest, 23/2/'08"


















Johannes Zeebuith diende een schadeclaim in bij de gemeente, omdat zij niet heeft voorkomen dat de jeugd het pothuis kon vernielen.

De gemeente stelde echter dat de schade aan hemzelf te wijten is, omdat hij geen inspanningen heeft geleverd om het bouwvallige huisje te onderhouden. Om die reden achtte zij zich niet aansprakelijk.


De Leerdammer, 21-11-1908
De Leerdammer, 9-12-1908
De Vijfheerenlanden, 9-12-1908















Er is nog één pothuis over in de Leerdamse binnenstad. Deze bevindt zich op de hoek van de Kerkstraat en de Markt. 

Het pothuis maakte van oudsher deel uit van de herberg van ‘Buiki de Wèrd’, vermoedelijk de bijnaam van Nicolaas (Klaas) Groenenberg (1862-1916). Rond 1911 nam zijn schoonzoon Teunis Verhoeven (1888-1955) de zaak over, die toen bekendstond als 'Proeflokaal de Hoek’ en 'Café ’t Hoekje’. Het oude hoekhuis bestaat nog steeds en draagt nu de naam grand-café M’n Moeder.

Op alle onderstaande foto's is het pothuis zichtbaar:


In het midden, aan de overkant van de straat, is het pothuis zichtbaar


Rechts (geel gekleurd) het pothuis op de hoek van de Markt-Kerkstraat









Op de achtergrond, achter de mannen, is het dak van het pothuis te zien







Vanuit de Vlietskant kijk je precies tegen het pothuis aan







In het midden van de foto, rechts van het witte pand, is
het pothuis duidelijk te zien
Helemaal links - achter de bukkende man - is het pothuis zichtbaar























Markt 1, 1912-1916. Links het pothuisje naast het café.
Het is beplakt met affiches.
 


















































Het pothuis was destijds voor veel Leerdammers een doorn in het oog. Het raakte bouwvallig en stak bovendien hinderlijk uit. "Het pothuis van Verhoeven snakt er na om te verdwijnen". 

In 1924 ondergaat de Kerkstraat een ingrijpende renovatie. Er werd nieuwe bestrating aangelegd, het trapje voor het notarishuis verdween – “door zware mokerslagen werden de massieve graniettrappen verbrijzeld” – en de oude afscheidingspalen maakten plaats voor een strak, egaal trottoir.

Ook de verwijdering van het pothuis stond op de agenda, hoewel dit niet overal op instemming kon rekenen. Sommige Leerdammers vreesden dat, na het in 1863 verdwijnen van de Klappijpoort (zoals de Veerpoort ook wel genoemd werd, waarschijnlijk vanwege de vele roddels die daar circuleerden), te veel van het oude Leerdam verloren zou gaan.



De Leerdammer, 14-6-1924
















De Leerdammer, 5-7-1924



Na enige discussie in de gemeenteraad werden de trappen van het Hofje uit “historisch oogpunt” gespaard.

Maar oude pothuis op de hoek van de Markt en de Kerkstraat kreeg geen pardon: het delfde het onderspit. Het laatste pothuis van Leerdam werd afgebroken.

Begin oktober 1924 meldde de journalist van De Leerdammer tevreden dat het pothuis was gesloopt. De kleine ruitjes hadden plaatsgemaakt voor “groote spiegelruiten” en ook de muren waren "in een nieuw kleed gestoken". Alles was weer “aardig opgeknapt” en “naar de eischen des tijds”.


De Leerdammer, 4-10-1924











In het verleden zullen er ongetwijfeld meer pothuizen in Leerdam zijn geweest.

Frans Frederik Maijwald (1809-1881), koperslager, loodgieter en steendrukker, werkte achtereenvolgens in Velp, Zaltbommel, Leerdam (rond 1850), Sliedrecht en Gorinchem (rond 1869). Hij maakte reclame voor een waterdicht en smeltbaar zogenaamd mastik-cement, dat "uitmuntend geschikt is voor het bekleeden van Kelders, Regenbakken, enz." De heer F.A. van der Heyden uit Rotterdam verklaarde dat zijn pothuis, dat ondergronds gelegen was, na een behandeling met dit cement "volkomen waterdigt" was geworden. 

(In de gemeentelijke historische collectie moet zich nog een naamplaatje bevinden met Maijwalds naam erop, wat hij in 1850 achterliet op een gerestaureerd dak van een kerk uit de omgeving van Leerdam.)


Algemeen Handelsblad 26-7-1852















Op een schilderij uit circa 1870 van Jan Weissenbruch (1822–1888) is ook een pothuis te zien. Het werk - Leerdams trots in het Rijksmuseum! - is gebaseerd op eerdere schetsen van de schilder. Het pothuis lag op de hoek van de Groote Steiger en de Zuidwal. Mogelijk is het rond 1863 afgebroken, ongeveer tegelijk met de Steigerpoort.


Jan Weissenbruch, 'Een stadspoort in Leerdam' (1868-1870), olieverfschilderij,
via Rijksmuseum.nl, SK-A-1160





















Ook op andere werken van Weissenbruch zien we hetzelfde pothuis terug:


Jan Weissenbruch, 'Waterpoort te Leerdam' (1832-1880), aquarel,
via Rijksmuseum.nl, RP-T-1956-189
 















Jan Weissenbruch, Steigerpoort te Leerdam, 1863, cliché verre (gespiegeld),
via Rijksmuseum.nl, RP-P-OB-61.245
 


































Ook deze bouwsels aan het pand op de hoek van de Groote Steiger en de Hoogstraat, en aan de muizentoren op de Zuidwal, zou je een 'pothuis' kunnen noemen:

























Met het verdwijnen van deze pothuizen verdween onherroepelijk een stukje geschiedenis uit het straatbeeld van Leerdam. Maar: op deze manier kwamen drie Leerdamse pothuizen toch weer even terug in beeld!


Bronnen:

  • Bevolkingsregister 1897-1920: Zeebuijth.
  • Bevolkingsregsiter 1897-1920: Hoppenbrouwer-Van Trigt.
  • Druten, Terry van, Jan Weissenbruch (2016).
  • Foto's van Facebook-pagina Oud-Leerdam.
  • Krantenberichten, hierboven genoemd, gevonden via RAZU.nl
  • Pothuis, via Wikipedia.
  • Rooden, Peter van, "Leerdam en de verdwenen stadspoorten" in: Saillant, nr. 1 (2016), pag. 18-23 via Coehoorn.nl, geraadpleegd 29-12-2025. 

28 december 2025

Huize 'Berenschot' (1907-1966) en villa 'Berenschot' (1921-1980)



 

Aan de rand van Leerdam, waar de Linge zich langs de polder Klein Oisterwijk slingert, lag al eeuwenlang een stuk grond dat bekendstond als het Overste Beerschot. Het perceel, drie morgen groot, werd al in 1627 genoemd in archiefstukken en maakte toen al deel uit van het agrarische landschap. Eeuwenlang bleef het land in gebruik, onder meer als bezit van het Huis van Oranje, dat het in 1756 nog in eigendom had.

In de 20e eeuw, een tijd waarin Leerdam langzaam buiten zijn oude grenzen trad, kreeg het voormalige weiland een nieuwe bestemming. Op deze plek liet de 66-jarige aannemer Aalt van Leer (1843–1921) in 1909 zijn woonhuis bouwen: 'Huize Berenschot', gelegen aan de Tiendweg. Het markante pand, opgetrokken naast het terrein waar eerder al vele concerten en kegelwedstrijden werden gehouden bij café Berenschot, groeide uit tot een herkenbaar element in het landschap.











 











Op 26 oktober 1909 kreeg Van Leer de vergunning voor de bouw, waarna de aanbesteding snel volgde. Oud-collega en timmerman-aannemer Arie Bikker (1867-1938) kreeg de opdracht voor de uitvoering.


De Vijfheerenlanden, 6-11-1909














Aalt van Leer was geboren op 5 juli 1843 te Leerdam. Hij werkte als timmerman, aannemer en bouwkundige. Hij woonde en werkte eerst vanuit de plek van het huidige adres Nieuwstraat 72 en dit erf liep toen nog door tot de Bergstraat. Aalts broer Albert Hendrik van Leer (1845-1906) woonde op hetzelfde adres en was ook timmerman. 


Aalt van Leer was een bekende aannemer in Leerdam: hij bouwde in 1883 de huizen aan de Spoorstraat 7-9 en ook was hij aannemer van o.a. een school in Oosterwijk. Hij ontwierp rond 1906 een woon-winkelhuis aan het Oranjeplein (vgl. foto Oranjeplein 1 met Oranjeplein 2). Daarnaast was hij de 'huisaannemer' bij de glasfabriek. 

De Vijfheerenlanden, 2-5-1906








Op 17 januari 1867 trouwde de 23-jarige Aalt in Leerdam met de even oude Willemina Boskaljon. Uit dit huwelijk werden twee zoons geboren: Jan Adrianus (1867) en Arie Hendrik (Arie) (1871). Willemina overleed op 21 juni 1883.

Op 7 september 1883 hertrouwde Aalt op 40-jarige leeftijd met Jaantje (Jantje) van der Velde die een jaar ouder was. Uit dit huwelijk werd hun dochter Jansje Maria Alberta geboren (1884). Jaantje overleed op 17 oktober 1914.

Hij maakte de huwelijken van zijn kinderen mee: zoon Arie Hendrik, ook timmerman, wonend aan de Lingedijk met huidig nr. 23, huwde in 1895 Adriana Willemina van Loon en zou de vader worden van Leerdams latere burgemeester Wilhelm van Leerdam. Zoon Jan Adrianus trouwde in 1900 met Anna Petronella Verheul, en dochter Jansje Maria Alberta trouwde in 1906 met Bastiaan Cornelis de Groot

In 1907 kocht Van Leer van wasfabrikant Johannes Eduard Jansen een fabriek met erf aan de Lingedijk. Dit fabrieksgebouw had hij zelf ontworpen rond 1902. 

De Leerdammer, 22-3-1902

Hij richtte daar een kistenmakerij op voor pakkisten bestemd voor de Glasfabriek Jeekel v/h Jeekel, Mijnssen & Co. In datzelfde jaar kreeg hij hiervoor zowel een bouw- als hinderwetvergunning. De bovenverdieping van de fabriek werd ingericht als woonruimte. 

(De fabriek heeft waarschijnlijk slechts tot 1911 op deze locatie gefunctioneerd, waarna zij verhuisde naar een houten gebouw op het terrein van de glasfabriek. In 1921 werd het pand verkocht aan de glasfabriek. In 1965 kocht Teunis Copier het gebouw, dat toen tot woonhuis werd verbouwd).









Na 1909 vestigde Aalt zich aan de Tiendweg 1 in Leerdam. 

Echtgenote Jaantje overleed op 17 oktober 1914. Op 11 februari 1916 trouwde de 72-jarige Aalt voor de derde keer, met de 56-jarige Geertje Rubsaam in Zeist. 

Aalt van Leer overleed op 16 oktober 1921 op 78-jarige leeftijd.


In de tuin 'Berenschot' werden talloze concerten gegeven:

Rotterdamsch Nieuwsblad 27-8-1883

De Vijfheerenlanden, 18-7-1886




 






Nieuwe Gorinchemse Courant 6-6-1889
De Leerdammer, 1-6-1895










Nieuwe Gorinchemse Courant 12-6-1910




















In 1921 liet Antonie Hendrikus (Anton) Verhagen (1891–1973) een pand ten oosten van Huize 'Berenschot' van de familie Van Leer bouwen. Dit huis werd 'Villa Berenschot' genoemd. Zo stonden vanaf die tijd Huize en Villa 'Berenschot' naast elkaar. 

Verhagen was koopman en compagnon in het bedrijf Driessen en Verhagen, begonnen aan de Hoogstraat en later aan de Meent (op de plek van het huidige gemeentehuis). Anton woonde aanvankelijk in 'Berenschot', Tiendweg 1, en later op Horndijk 16. In 1917 was hij getrouwd met Elisabeth Pieternella de Bruijne (1891–1941). 

Gezien onderstaande advertentie is het ook goed mogelijk dat de familie van compagon H. Driesen (ook) in de villa woonde, al wordt Meent 6 genoemd als hun adres. 


De Leerdammer, 26-2-1930








In 1936 wordt een clubgebouw van Voorwaarts geplaatst. Om het straatbeeld naast de fraaie villa’s niet te verstoren, werd het gebouw subtiel 20 meter achter de rooilijn gesitueerd.


De 5 Rivieren 22-8-1936










Huize en villa 'Berenschot' zijn op op de achtergrond van veel oude Leerdamse (sport)foto's te zien, omdat het grensde aan het sportveld 'Voorwaarts' (L.S.V. werd opgericht in 1890).

Aan het begin van de mobilisatietijd die duurde tussen augustus 1914 en november 1918, werden op het perceel naast 'Huize Berenchot' barakken gebouwd voor de gelegerde militairen. 

Van Leer was niet altijd blij met het sportveld naast zijn terrein. Als er een bal op zijn terrein belandde, ging hij er soms met een bijl op af in zijn boomgaard, tot groot vermaak van de militairen. Niet zelden moesten de ballen uiteindelijk bij het politiebureau worden opgehaald, omdat hij ze niet wilde afstaan.








V.l.n.r. J. den Adel, H.A. van Ameijde, J.J. Koningsberger, P. Valk en O. Huisen













Rond 1954

















In 1959 werd de gemeente eigenaar van het perceel ten westen van Berenschot. Hierop werd het zwembad 'Berenschot' in juni 1959 gerealiseerd:



In 1964 werden plannen gemaakt voor een nieuw gemeentehuis op de plek van villa Berenschot. Het raadhuis zou gesitueerd moeten worden tussen de Provinciale weg, de Tiendweg en de Meent.

In het jaar 1966 werd de gemeente Leerdam eigenaar van 'Huize Berenschot' en werd het afgebroken. 

In 1967 werd ook het pand van Verhagen, 'Villa Berenschot', door de gemeente aangekocht. Het blijft vervolgens leeg staan omdat de plannen voor het gemeentehuis worden gewijzigd. De villa wordt vernield door jongeren en die schade moet worden hersteld. Het werd vervolgens weer verhuurd aan vorige eigenaar Verhagen. 



De Gecombineerde, 1-4-1970 (jrg. 2)
De Gecombineerde, 3-10-1970 (jrg. 2)







Het pand deed vervolgens dienst als kantoor van openbare werken. Maar in 1980 wordt ook 'Villa Berenschot' gesloopt. Na een brand met erna gepleegde vernielingen bleek restauratie niet meer mogelijk. Bij de brand waren ook gemeentelijke archieven verloren gegaan.




De Gecombineerde Zuid-Holland, 15-3-1980



 





















De villa maakte plaats voor sportcentrum 'Berenschot' wat 14 mei 1977 werd geopend door de commisaris van de koningin. 

In 1980 kreeg het verleden van 'Berenschot' nog even de aandacht van de lokale pers:



De Gecombineerde Zuid-Holland, 4-10-1980
De Gecombineerde Zuid-Holland, 1-11-1980
































Bronnen:

  • Bevolkingsregister 1897-1920: Fam. Van Leer-Van der Velde-Rubsaam
  • Bevolkingsregister 1897-1920: Fam. Driesen-Faber
  • Blom, Teunis, Hout aan de Linge, 350 jaar houthandel en -industrie in Leerdam (2023), pag. 367-369.
  • Brandsma, C. en A. Meijdam, 'Het lederen monster in de glasstad, Leerdamse voetbalhistorie van de 20ste eeuw' (2005) - hoofdstuk 7
  • Foto's: Facebookpagina Oud-Leerdam