Toen ik pas in de Grote Kerk van Leerdam was, viel mijn oog op het imposante tiengebodenbord. Ik herinnerde me van oude foto’s van het kerkinterieur dat het bord ooit op een andere plek hing. Was het bord inderdaad een geschenk van koning-stadhouder Willem III?
Dr. Paul Rem, senior-conservator van Paleis Het Loo, het favoriete paleis van Willem III, heeft onderzoek gedaan naar deze vraag. Hij raadpleegde hierbij de Ordonnantieboeken 1000 (1695) - 1002 (1703) van de Nassause Domeinraad.
_______________________________________________
In de Grote Kerk van Leerdam bevindt zich sinds 1698 een opvallend kerksieraad: een monumentaal tiengebodenbord, ook wel wetsbord genoemd, bekroond met het wapen van koning-stadhouder Willem III, graaf van Leerdam. Binnen het protestantse kerkinterieur behoort een bord met de wetstekst van Mozes tot een van de meest voorkomende decoraties vanaf de invoering van de Reformatie in ons land. Het bord bevat een samenvatting van de Tien Geboden, herinnerend aan berouw en de vervulling van de Wet door Christus.
Tiengebodenborden waren bedoeld om goed zichtbaar te zijn vanuit het schip en werden meestal geplaatst op de grens tussen schip en koor, vaak boven de toegang tot het koor waar het Avondmaal werd gevierd. Van de oorspronkelijk meer dan 200 borden in Nederland zijn er circa 155 bewaard gebleven, vooral in de Hollandse gewesten. De meeste zeventiende-eeuwse borden volgen een Hollandse-renaissance-opzet met twee getoogde panelen in een klassieke omlijsting, vaak voorzien van decoratieve sierstukken, jaartallen of wapens van schenkers. In de tweede helft van de eeuw trad een sterker classicisme op, waarbij het decoratieve bijwerk werd beperkt.
Het tiengebodenbord van Leerdam is een imposant voorbeeld van deze klassieke barokstijl. Het bord is bijna acht meter hoog en vijf meter breed en combineert de twee tafelen der Wet met een monumentale omlijsting en een prominent geplaatst wapen van Willem III, dat als sculptuur, schildering en deels verguld de top van het ensemble siert.
Het wapen wordt omringd door de ornamenten van de Orde van de Kousenband, met het motto ‘Honni soit qui mal y pense’ (‘Wee u die er schande van spreekt’). Deze adellijke ridderorde werd gesticht door koning Edward III.
Aan weerszijden van het wapen, bovenaan, staan een leeuw – het embleem van de Nassaus en in die tijd ook van Engeland – en een eenhoorn, symbool van Schotland. De kwartieren rechtsonder en linksboven verwijzen naar Frankrijk (de lelie) en naar de Engelse vorstelijke aanspraken op Normandië en Bretagne; de overige kwartieren tonen het Engelse wapen.
In de hoeken zijn twee met goud beschilderde cherubkopjes aangebracht; in het midden bevindt zich een geschilderde houten rozet.
Het plinthoek toont het monogram W : R (Willem Rex, koning Willem). Op de plint staan twee halve pilasters met gebroken fronten, waarin het jaartal 1698 is aangebracht. Bovenaan, op het fries, is de tekst te lezen: ‘Godt sprak alle deze Woorden. Exod: XX’, verwijzend naar het bijbelboek Exodus in de Thora waarin de tien leefregels staan opgetekend.
![]() |
| Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Foto: G.J. Dukker, 1-1987, Documentnr. 267.212 |
Oorspronkelijk was dit grote bord tegen de toren in de kerk aangebracht, toen het oude kerkorgel nog opgesteld stond aan de zuidzijde.
In het dagboek van Abraham de Wit (1798-1848), timmerman in Leerdam, staat opgetekend:
"In dat selve jaar (1760) heb ik in de maand October de Wet, die in de kerk aan den toorn stond afgebrooken en in het oosten geplaatst en het orgel afgebrooken en aan de toorn geplaatst en dat had ik aangenomen voor 55 gulden, maar ik had reykelijk voor soo veel geld aan buytenwerk”.
In 1760 werd het bord dus naar de oostzijde overgebracht, waar het deel ging uitmaken van de koorafsluiting. Het vormde een architectonische eenheid met de deurpartij.
In de achttiende eeuw werd het boven een nieuw houten portaal in het koorschot geplaatst.
Rond 1863 werd de Grote Kerk ingrijpend verbouwd naar inzichten van architect David van der Tas (1822-1882) uit Schiedam en uitgevoerd door aannemer Willem Dirk van Mourik (1835-1891) uit Drumpt bij Tiel. Het kerkgebouw werd aangepast naar neogotische stijl wat men in die tijd als een grote verbetering zag.
![]() |
| Het Amsterdamsch handels- en effectenblad 6-11-1863 |
![]() |
| Nieuwe Rotterdamsche courant staats-, handels-, nieuws- en advertentieblad 5-11-1863 |

![]() |
| Uitsnede, foto RKD G.J. Dukker 1-1987 |
In 1910 stortte het gebeeldhouwde houten wapen met de eenhoorn en leeuw vanaf het wetsbord naar beneden. Het werd hersteld door de Leerdammer huisschilder Hendrikus Dubel (1838-1911).
![]() |
| De Leerdammer, 15-6-1910 |
![]() |
| Rotterdamsch nieuwsblad 24-6-1910 |
![]() |
| De Leerdammer, 9-7-1910 |
![]() |
| Prov. Geldersche en Nijmeegsche courant 14-07-1910 |
![]() |
| Foto's: Beeldbank HVL |

![]() |
| Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto: G.Th. Delemarre, 1957, documentnr. 49.621 |
![]() |
| Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto: G.Th. Delemarre, 1957, documentnr. 49.622 |
Tijdens de grote restauratie van 1954-1960, uitgevoerd door Architectenbureau G. en Ir. T. van Hoogevest, werd het negentiende-eeuwse tochtportaal verwijderd en het bord verplaatst naar het noordelijk transept, waar het nu tegen een lege muur staat.
Tijdens deze tweede restauratie werd de ingrijpende eerdere neogotische verbouwing van 1862–1865 grotendeels teruggedraaid naar de situatie van vóór 1862; daarbij werd het pleisterwerk verwijderd, werden het noordportaal en de traptoren naast het zuidportaal gereconstrueerd en werd de torenspits vernieuwd en voorzien van een gemetselde balustrade.
De oorspronkelijke dubbele deurzone onder de tafelen der Wet werd vervangen door zwartgeverfd wagenschot en een houten plint met een marmerimitatie.
Op 29 november 1960 werd de kerk weer in gebruik genomen (de gemeente had ondertussen in de Gereformeerde kerk aan de Hoogstraat gekerkt). Het duurde nog ruim twee jaar voordat het Bätz-orgel weer in gebruik kon worden genomen.
![]() |
| Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto: G.Th. Delemarre, 05-1964, documentnr. 98.844 |
![]() |
| Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 4-1973, foto: G.J. Dukker, documentnr. 151.891 |
Koning-stadhouder Willem III en Leerdam
Het wapen op het bord verwijst naar Willem III in zijn rol als graaf van Leerdam, een titel die via het huwelijk van prins Willem van Oranje met Anna van Egmont in 1551 in handen van het Huis Oranje-Nassau kwam en later op Willem III overging. Als graaf en prins had hij het patronaatsrecht over de Grote Kerk van Leerdam en was formeel bevoegd om predikant, koster, organist en voorzanger te benoemen, evenals toezicht te houden op kerkgoederen en traktementen. Of Willem III Leerdam ooit bezocht, is onzeker; hij werd in de stad vertegenwoordigd door de drossaard en zijn woning stond bekend als het ‘Schoonhuys van ons hoogheijt den prince van Oraengien’.
![]() |
| Sir James Thornhill, foto: James Brittain via Wikimedia.org |
Hoewel lang werd aangenomen dat het wetsbord een koninklijk cadeau was, zijn er geen aanwijzingen gevonden in de archieven dat het wetbord financiële steun heeft gekregen van Willem III of het Huis Oranje-Nassau. Archieven zoals de rekeningen van de rentmeester en de Ordonnantieboeken van de Domeinraad vermelden noch de kosten noch de ontwerpers of uitvoerders van dit sieraad. Het is bekend dat leden van het Huis Oranje-Nassau zich geregeld lieten verleiden door verzoeken van kerkbestuurders om bij te dragen aan het kerkinterieur, vaak bij de bouw of herbouw van een kerk. Hierbij ging het meestal om geschenken zoals gebrandschilderde ramen, preekstoelen, doophekken, orgels, zilveren doop- en avondmaalsgerei en eregestoeltes voor stadhouders.
De mededeling dat de koning-stadhouder het bord heeft geschonken, zoals in Catharina van Groningen schrijft op pagina 330 in De Vijfheerenlanden met Asperen, Heukelum en Spijk (1989), wordt helaas niet onderbouwd met een bronvermelding.
Paul Rem komt dan ook tot de conclusie dat er geen bewijs is dat het wetsbord een geschenk van Willem III was. Het wapen moet waarschijnlijk worden gezien als een eerbetoon. Het initiatief voor het bord lag vermoedelijk bij de burgemeesters van Leerdam, die hun band met de prins wilden benadrukken en tegelijkertijd een symbolische bevestiging van de stedelijke en grafelijke privileges van 1698 gaven.
Het tiengebodenbord in Leerdam blijft natuurlijk - om met Rem te spreken - 'een koninklijk kerksieraad' en is een van de meest imposante voorbeelden van een tiengebodenbord in het Nederlandse protestantse kerkinterieur. Door de combinatie van monumentale afmetingen, de klassieke barokstijl en het wapen van Willem III vormt het bord een uniek en zeldzaam erfgoed uit de late zeventiende eeuw.
Bronnen:
- Berg, R. van den, 'Een stukje geschiedenis van het orgel in de Ned. Hervormde Kerk van Leerdam', jrg. 5 (3 en 4) via Historische Vereniging Leerdam, geraadpleegd 24-1-2026.
- De Gecombineerde, 'Orgel in Grote Kerk speelt weer', 20 april 1963, pag. 2.
- Diverse krantenberichten, geraadpleegd via Delpher.nl of RAZU.nl
- Dijk, ds. H. (red.), Restauratie en nieuwbouw, uitgegeven ter herinnering aan de restauratie van de Grote Kerk alsmede aan de bouw van de Pauluskerk, beide te Leerdam (1961), pag. 15.
- Gent, P.M. van, Leerdam door de eeuwen heen (1937), pag. 176, 183, 184, 330.
- Groningen, Catharina L. van, De Vijfheerenlanden met Asperen, Heukelum en Spijk (1989), pag. 99 en 330.
- Historie kerkelijk Leerdam op PGLeerdam.nl, geraadpleegd 23-1-2026.
- Rem, P. dr., "Het tiengebodenbord in de Grote Kerk van Leerdam, een koninklijk kerksieraad", Bulletin KNOB, 118(3), 3962 (2019). DOI: https://doi.org/10.7480/knob
- "Willem Dirk van Mourik", Findagrave.com, geraadpleegd 24-1-2026.













