Posts tonen met het label Slag bij Waterloo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Slag bij Waterloo. Alle posts tonen

27 maart 2024

Johan Daniel Saueressig, Waterloo ridder MWO in Leerdam (1795-1847)


Johan Daniel Saueressig wordt op vrijdag 17 april 1795 geboren in ’s-Gravenhage als zoon van de 39-jarige Johann Bartolomeus Saueressig en de 38-jarige Geertruij Verdonk. 

Johan Daniels moeder komt uit Rotterdam, zijn vader is in het Duitse Bacharach geboren (‘Saueressig’ betekent ‘zure azijn’; Bacharach is bekend om haar wijntradities, mogelijk hebben de voorouders Saueressig azijnwijn gemaakt). 

Vader is kastelein en het gezin woont aan de (Lange) Beestenmarkt in ’s-Gravenhage. (Een leuk detail: Maria Van Aerden-Ponderus, stichtster van het Hofje van Mevrouw van Aerden, woonde vlak om de hoek). 

Er zijn geen broers of zussen bekend van Johan Daniel, die naar zijn Duitse opa Johann Daniel Saueressig is vernoemd en in het dagelijks leven waarschijnlijk ’Jan’ werd genoemd.

In een advertentie waarin ‘een weinig gebruikte en niet minder als nieuwe coupe-koets met geele trypt’ wordt aangeboden, wordt ‘den Castelyn J.B. Saueressig’ genoemd, wonend aan de Lange Beestenmarkt in ’s-Gravenhage:


Haagsche Courant, 4-10-1805

Op 2 februari 1811, hij is dan nog maar 16 jaar, dient Johan Daniel als soldaat bij de Reservecompagnie van het Departement van de Monden van de Maas, het Franse leger. Met “Paaschen” datzelfde jaar wordt hij aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te ’s-Gravenhage. 

Twee jaar later, op 21 februari 1813 wordt hij bevorderd tot korporaal. Aan het einde van dat jaar, op 26 november 1813, stapt hij over naar de Vrijwilligers van de Westlanden als sergeant-majoor. Maar: een maand later deserteert hij uit het Franse leger. 

Voor de Bevrijdingsoorlog worden verschillende eenheden opgericht voor het vormen van een nieuw Hollands leger dat kan helpen de Fransen te verdrijven. De koopman en voormalig militair Johannes Emilius Phaff had de overheid in Rotterdam aangeboden op eigen kosten een regiment op te richten; deze had zijn aanbod in eerste instantie afgewezen. De Prins van Oranje neemt uiteindelijk zijn aanbod aan, en op 23 november 1813 werd Phaff benoemd tot kolonel van het door hem op te richten regiment infanterie.

Op 10 december 1813 neemt Johan Daniel Saueressig dienst in dit Regiment van Phaff. Al in december 1813 wordt het regiment ingezet bij de verdediging van Breda. Ze weren terugkerende Franse troepen af die tevoren de stad hadden verlaten.  

Na deze inzet wordt het Linieregiment van Phaff, na de officiële oprichting van de Koninklijke Landmacht op 9 januari 1814, gereorganiseerd en genummerd tot het 2e Bataljon Infanterie van Linie, met als garnizoensplaats Delft. Het bataljon bestaat uit 27 officieren en 732 manschappen. Johan Daniel krijgt de rang sergeant-majoor (onderofficier).

In september 1814 trekt kolonel Phaff zich terug als commandant van het bataljon; dit wordt korte tijd waargenomen door majoor Rost van Tonningen, totdat luitenant-kolonel Von Schmid wordt aangesteld als bataljonscommandant. Deze wordt op 18 oktober 1814 opgevolgd door luitenant-kolonel Speelman, een veteraan die had gediend in het 124ème Régiment d’Infanterie de Ligne dat aan de Russische veldtocht van Napoleon had deelgenomen. 

In maart 1815 komt het bevel dat het 2e Bataljon Infanterie moet afmarcheren en dat het zich onder het bevel van luitenant-generaal David Hendrik baron Chassé dient te stellen. Het bataljon wordt in april 1815 ingedeeld bij de 1e Brigade (o.l.v. commandant Hendrik Detmars) van de 3e Nederlandse divisie; de 3e Divisie is weer onderdeel van het Geallieerde Corps onder leiding van de Prins van Oranje. 

David Hendrik baron Chassé.
Portretschilderij door Jan Willem Pieneman, 1832

Het 2e Bataljon Infanterie van Linie wordt gekantonneerd in het dorp Fayt-lez-Manage. Op 14 juni komen daar de eerste berichten binnen over een op handen zijnde Franse opmars. De Hertog van Wellington besluit om alle divisies naar Nivelles terug te trekken. In afwezigheid van de Prins van Oranje besluit generaal-majoor De Constant-Rebecque om de divisie bij Quatre-Bras te concentreren, wetend hoe belangrijk dit kruispunt is.  

Op 16 juni vallen Franse troepen van Ney de Nederlandse troepen aan bij Quatre-Bras. De 3e Divisie wordt naar de gevechten toe gedirigeerd, maar maakt geen gevechtscontact. 

Op 17 juni marcheert de divisie in de stromende regen richting Brussel en neemt het posities in op de rechterzijde van de Geallieerde posities, eerst ook rond Hougoumont, maar ’s avonds rond het dorpje Braine l’Alleud. Hier moet Chassé met zijn divisie standhouden om de rechterflank van de Geallieerden te dekken. 

Op 18 juni staat het Geallieerde leger opgesteld langs de weg Nivelles-Ohain, met voorposten in de hoeve Hougoumont (bezet door de Britse Garde), de hoeve La Haye Sainte (bezet door eenheden van de King’s German) en de sector rond Papelotte, la Haie, Smohain en Frischermont. 

De 2e Brigade van de 3e Nederlandse Divisie staan achter Braine l’Alleud opgesteld op moerassig terrein, dat gedekt wordt door heggen en bosjes. De 1e Brigade staat opgesteld met drie bataljons voor het dorp (35e Jagers, 2e Infanterie van Linie (waaronder Saueressig) en 4e Infanterie Nationale Militie), met een tirailleurslinie uitgezonden voor het front, twee bataljons in reserve op het dorpsplein (17e en 19e Infanterie Nationale Militie), en één bataljon (6e Infanterie Nationale Militie) ten oosten van het dorp om contact te houden met het Geallieerde leger.

Een groot gedeelte van de manschappen blijft lange tijd buiten de gevechten. De manschappen, die al een vreselijke nacht achter de rug hadden, hebben problemen met voorraad en rantsoenen. 

De divisie trekt om ongeveer elf uur op in carré’s en neemt eerst een positie in buiten het dorp, waar men een goed overzicht heeft van de gevechten die inmiddels waren begonnen. 
De Geallieerde linie heeft veel te lijden onder de aanhoudende Franse aanvallen; keer op keer ondernemen de Fransen kostbare cavalerieaanvallen op de Britse en Hannoverse carrés, terwijl de Britse Garde zich met de moed der wanhoop verzet tegen de herhaalde aanvallen op Hougoumont.

De divisie blijft tot zes uur in linie staan, telkens wisselend van positie en formatie, waarbij de onderofficieren en veteranen de grootste moeite doen om de jongere soldaten in het gelid te houden. Met name de 2e Brigade heeft veel te lijden van het Franse vuur.
In een laatste poging de Geallieerde linies te doorbreken stuurt Napoleon zijn laatste reserve, de Keizerlijke garde. 

Mede door munitiegebrek bij de Britten is een opening ontstaan, waarop de Fransen het hebben voorzien. Detmers schiet te hulp en laat het 35e Jagers, 2e Infanterie van Linie (het bataljon van Saueressig) en 4e Infanterie Nationale Militie in colonne van sectiën oprukken. Chassé laat daarna de overige bataljons volgen; de gehele brigade staat nu opgesteld achter de geallieerde linie. Chassé speekt zijn mannen toe: “[…] jullie zullen de tweede linie verlaten en vooruitgaan naar de voorste, blijf kalm, vertrouw op mijn leiderschap en vooral op jullie officieren. De slag is nog niet beslist, maar het zal jullie veel voldoening geven om aan de beslissing te hebben bijgedragen.
Chassé laat elk bataljon van de 1e Brigade een colonne van sectiën formeren en neemt een positie in aan het hoofd van het 6e Bataljon Infanterie Nationale Militie. De batterij Rijdende Artillerie van Kapitein Krahmer rijdt vooruit, neemt een positie in naast de Britse artillerie en jaagt een moordend kartetsvuur door de Franse gelederen. De 3e Nederlandse divisie gaat voorwaarts, de garde tegemoet. Tegenover de 1e Brigade staan het 1er Bataillon van het 3ème Régiment Grenadiers en het 4ème Régiment Grenadiers van de Garde Impériale.

De Chassé Divisie tijdens de Slag bij Waterloo,
door Jan Hoynck van Papendrecht

























Wat volgt is een vuurgevecht, waarbij beide zijden enkele salvo’s lossen; de Nederlandse en Belgische soldaten zijn geprikkeld dat ze er niet op af mogen gaan met de bajonet om de vijand te verdrijven. De Fransen besluiten zich terug te trekken en te hergroeperen, ten westen van La Haye Sainte. De linies staan dan zó dicht op elkaar dat men kan horen hoe de Franse officieren hun mannen hergroeperen en aansporen voor de laatste aanval.
Opnieuw gaat de Franse garde, ondersteund door andere Franse eenheden ten aanval. Dit keer besluit Chassé om de Fransen met de bajonet te verdrijven. 
De officieren van de bataljons weten de manschappen in het gelid te houden en gaan persoonlijk voor in de aanval; Chassé roept (Saueressigs) luitenant-kolonel Speelman van het 2e Bataljon Infanterie van Linie toe: “Kolonel Speelman, vooruit, -spoedig met de bajonet chargeren, de Fransen wankelen, ze wijken!” De Nederlandse colonnes beuken nu met hun volle gewicht in op de Franse Gardebataljons. De Franse soldaten van het 3ème en 4ème Grenadiers, die zo zwaar onder vuur hadden gelegen en dachten de vijand eindelijk te hebben verslagen, bezwijken onder de druk van de aanval en slaan op de vlucht; sommigen gooien hun berenmutsen en ransels weg. 
De troepen van Detmers achtervolgen de vijand tot voorbij Hougoumont. De Franse troepen worden uiteindelijk uit hun positie verdreven.
Daarna geeft Wellington het signaal voor de algehele opmars van het Geallieerde leger. Als de Keizerlijke garde op de vlucht slaat, en de Pruisen gelijktijdig doorbreken op de Franse rechtervleugel, stort het Franse leger in. Napoleon vlucht onder dekking van het 1er Regiment Grenadiers van zijn Keizerlijke Garde, terwijl de Franse soldaten met duizenden in paniek maken dat ze wegkomen. 
De Nederlandse en Geallieerde troepen blijven hen achtervolgen tot de avond valt, daarna gaan de Pruisen tot de achtervolging over. Alle Nederlandse eenheden blijven overnachten op het slagveld. Het overweldigende succes van de aanval van de 1e Brigade was ten koste gegaan van grote verliezen. Het 2e Bataljon Infanterie verloor bijna 20% van haar officieren en minderen; vier officieren raakten gewond.  
De totale verliezen van het Bataljon Infanterie van Linie nr. 2, het bataljon van Saueressig, bedraagt 55 doden en 38 gewonden. 

Na de slag wordt begonnen met de opmars naar Parijs. Vanwege de verliezen die de 2e Nederlandse Divisie had geleden werd het 2e Bataljon Infanterie en het 10e Bataljon Nationale Militie hier naartoe overgeplaatst. 
Op 7 juli bezetten de Nederlandse troepen het Bois de Boulogne, waar zij hun bivak inrichten. Op 18 juli richt Chassé zijn hoofdkwartier in te Montmorency. Uiteindelijk wordt Parijs bezet en wordt Napoleon verbannen naar Sint Helena.

In het Bois de Boulogne hebben de Nederlandse en Nassause troepen veel te lijden van een tyfusepidemie. Van het 2e Bataljon Infanterie worden 54 mannen opgenomen in het speciaal ingerichte hospitaal; twee van hen zouden uiteindelijk aan de ziekte overlijden.

Op 24 juli wordt een wapenschouw afgenomen door Keizer Alexander I van Rusland. Een hoogtepunt is de uitreiking van de nieuw ingestelde Militaire Willemsorde op 30 juli: 10 officieren en 30 onderofficieren en manschappen van het 2e Bataljon Infanterie van Linie worden onderscheiden tot Ridder in de Militaire Willemsorde, 4e klasse; luitenant-kolonel Speelman wordt onderscheiden tot ridder in de 3e klasse. 

Aan het einde van het jaar keert het 2e Bataljon Infanterie van Linie terug in Nederland; daar wordt ze samengevoegd met de 16e, 17e en 18e Bataljons Infanterie Nationale Militie tot de 2e Afdeling Infanterie, onder bevel van Speelman, die tot kolonel wordt bevorderd.

Bij koninklijk besluit van 11 augustus 1815 wordt ook sergeant-majoor Johan Daniel Saueressig benoemd tot ridder der 4e klasse in de Militaire Willemsorde, vanwege zijn daden rond de slag van Waterloo verricht. 

Op de twee van hem bekende portretten is deze onderscheiding zichtbaar:



bron: CBG.nl

Op 9 november 1815 wordt Saueressig aangesteld als 2e luitenant van het Depot Bataljon 2e afd. Infanterie en ligt hij in garnizoen in ’s-Hertogenbosch. 

Op 26 aug 1817 overlijdt de vader van Johan Daniel in ’s-Gravenhage op 61-jarige leeftijd. 

In het militaire stamboek van Johan Daniel Saueressig zien we dat hij bij aankomst bij het korps in 1813 5 voeten, 7 duim en 3 streek lang was. Dit is ongeveer 1,82 cm., best lang voor die tijd. Zijn gezicht wordt als volgt omschreven: lang aangezicht, lang voorhoofd, grijze oogen, matige neus en mond, spitse kin, bruine haren en wenkbrauwen. Genoemd wordt de benoeming in de Militaire Willemsorde vanwege de ’Battaille La Belle Alliance’:


Bron: Stamboek 2e Bataljon Infanterie van Linie; Stamboek van de Onderofficieren en Manschappen van Mindere Graden nr. 8, Nationaal Archief Den Haag




Op 24 juni 1819 treedt de 24-jarige Johan Daniel Saueressig in Breda in het huwelijk met de 19-jarige Sophia Maria Wijnants

Sophia’s vader Johannes was vlak na haar geboorte overleden, haar moeder Maria Petronella Verhoeven (korte tijd eigenaar van het Pieter Huysers huis in Chaam) is met haar tweede echtgenoot Pierre François Esnault, logementhouder in Breda. 

Johan Daniel dient op dat moment bij het Depot Bataljon 2e afd. Infanterie en ligt in garnizoen in ’s-Hertogenbosch. 

Op 20 november 1821 gaat Saueressig met ‘pensioen’. Hij wordt belastingontvanger in Gaasbeek (Vlaams Brabant) en Stedun (Groningen). 

In 1822 wordt in Breda zoon Petrus Felix Eduardus Ferdinandus Joannes geboren. 
Twee jaar later, in 1824, wordt in Vlezenbeek (bij Brussel) dochter Emilia Constancia Geertruida Joanna geboren. Eind 1827 wordt zoon Johannes Leonardus Victor geboren in Breda. Het gezin woont dan eigenlijk in Aarschot (bij Leuven). 


Mogelijk herstelt moeder Sophia niet goed van haar laatste bevalling; een paar maanden later overlijdt ze op 27-jarige leeftijd op 20 april 1828 in Breda, in het huis van haar moeder en stiefvader. 

Twee jaar later, op 16 jun 1829 overlijdt ook Johan Daniels moeder Geertruij Verdonk in ’s-Gravenhage. Zij werd 72 jaar oud. 









Dan komt Leerdam in beeld bij Johan Saueressig, in eerste instantie waarschijnlijk door de persoon van Johanna Maria Knijff. Deze Leerdamse 22-jarige wordt namelijk op 8 juli 1832 de tweede echtgenote van de dan 37-jarige Johan Daniel. 

Johanna’s ouders zijn Jan Hendrik Knijff (schout en secretaris van Everdingen, burgemeester, hoogheemraad land der Leeden) en Johanna Susanna Catharina Beekhuis. Haar opa Cornelis Frans Adolf Knijff, geboren in het Duitse Stolberg, was rentmeester-burgemeester in Leerdam geweest, bekend van het zgn. ‘Oranjeoproer’ in 1787. 

Johan D. Saueressig gaat werken als rijksontvanger (oftewel: ontvanger der directe belastingen en accijnzen) in Leerdam en omstreken; het gezin gaat er ook wonen. 


J.D. Saueressig genoemd als Ontvanger in het district Dordrecht.
Ook hierbij staat zijn 4e klasse Willemsorde vermeld!
Bron: Jaarboekje Ambtenaren Belastingdienst 1846








Het gezin Saueressig wordt uitgebreid met twee dochters: Johanna Susanna Catharina Maria Anna in 1833 en Johanna Geertruida Maria in 1835.


Opregte Haarlemsche Courant, 23-5-1839



Bron: CBG.nl


Daarna worden nog twee zoons geboren: Johan Daniel jr. in 1837 en Cornelis Frans Adolf in 1839.  


Bron: CBG.nl



Tot groot verdriet van Johan en Johanna overlijdt hun jongste zoon Cornelis op de leeftijd van ruim 4 maanden


Opregte Haarlemsche Courant 23-05-1839




In het bevolkingsregister zien we dat het gezin met inwonende dienstbode Dirkje woont aan de Kerkstraat 121 in Leerdam
Jaren later woont boekhandelaar Christoffel van Tuinen op ditzelfde adres, wellicht gaat het om het huis waar nu speciaalzaak “De Vier Heerlijkheden” is gevestigd? 


Bron: bevolkingsregister Leerdam 1839-1847


 

Links: De Leerdamse Kerkstraat vastgelegd door fotograaf Eduard Donkersloot (gemaakt tussen 1887-1894). 
Rechts: de woning aan de Kerkstraat waar nu 'De Vier Heerlijkheden' in is gevestigd. Het zou kunnen dat de familie Saueressig hier heeft gewoond. 

De kranten van november 1844 berichten over een inbraak in het huis van Saueressigs, terwijl deze een vergadering van de vereniging ’t Nut bijwoonde. Als rijksontvanger had hij veel geld in huis. Maar liefst f. 3426 werd weggenomen uit de lade van een kabinet in de slaapkamer. 

Utrechtsche provinciale en stadscourant, 4-11-1844













Algemeen Dagblad, 4-11-1844









Op 12 september 1847 overlijdt Johan Daniël Saueressig in Leerdam, op 52-jarige leeftijd. 


Opregte Haarlemsche Courant, 6-10-1847






Algemeen Handelsblad 7-10-1847





Zijn weduwe ontvangt een pensioen van 709 gulden per jaar.
Bron: Nederlandsche Staatscourant, 23-2-1848







De weduwe Saueressig-Knijff vertrekt naar Gouda en daarna, op 4 aug. 1854, vestigt ze zich met haar kinderen op het adres Veemarkt 522 in Breda. 

Op 21 sept. 1859 vertrekt ze naar het adres Oudegracht Tolsteegzijde B149 bis in Utrecht waar ze gaat wonen met dochter Johanna Geertruida. Ze overlijdt daar in 1892 op 82-jarige leeftijd.


Het nieuws van de dag kleine courant, 4-4-1892
Opregte Haarlemsche Courant, 18-8-1810




Oudste zoon Petrus Saueressig treedt in de militaire voetsporen van zijn vader: hij wordt luitenant-kolonel der infanterie van het Indische leger. Ook hij wordt benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde. 

Ook Johan Daniel jr., zoon uit het 2e huwelijk, wordt 1e luitenant en daarna kapitein der infanterie. Na zijn pensioen in 1879 wordt hij vennoot in een commissiehandel. 

Dochter Emilia is de enige die in Leerdam blijft wonen, aan de Kerkstraat 99. Zij trouwt met Johan Adolf Vlaming Mohemius, een Leerdamse koopman. Haar tweede huwelijk is met Hermanus Ruben Vogelsang die burgemeester van Strijen was en in 1857 burgemeester van Leerdam wordt. Naar hem is de Vogelsangstraat genoemd. Zij en haar man zijn begraven op de Oude Begraafplaats aan de Lingedijk. 


J.D.’s oudste zoon uit zijn eerste huwelijk met Sophia Maria Wijnants: 


 

Bredasche Courant, 18-5-1902


J.D.’s oudste dochter uit zijn eerste huwelijk met Sophia Maria Wijnants: 


Opregte Haarlemsche Courant, 6-4-1858

De Vijfheerenlanden, 6-8- 1904





De Vijfheerenlanden, 6-8- 1904








Graf van Emilia C.G.J.S. Saueressig
op de Oude Begraafplaats aan de Lingedijk.
Bron: online-begraafplaatsen.nl
















Rouwadvertentie van J.D.’s oudste dochter uit zijn tweede huwelijk met Johanna Maria Knijff:

Het nieuws van de dag; kleine courant,
7-3-1895

























Rouwadvertentie van J.D.’s tweede en derde dochter uit zijn tweede huwelijk met Johanna Maria Knijff:

De Avondpost 15-02-1909









Rouwadvertentie van J.D.’s derde kind uit zijn tweede huwelijk met Johanna Maria Knijff:

De Nieuwe Courant, 15-2-1908





















Bronnen:



Over een andere Leerdamse Waterloo-veteraan, Cornelis van der Leeden, schreef ik deze blog: https://leerdamsekronieken.blogspot.com/2024/03/cornelis-kees-van-der-leeden-de.html

Cornelis (Kees) van der Leeden, 'de Waterloo man van Leerdam' (1796-1888)


Noord-Nederlandse (Hollandse) miliciens anno 1815,
bron: Nationaal Militair Museum Soesterberg

Dit verhaal begon met de vondst van een krantenbericht:



De Vijfheerenlanden, 4-11-1888







__________________________________________


Kees wordt op zondag 15 mei 1796 in Schoonrewoerd geboren als Cornelis, zoon van Dirk van der Leeden en Cornelia van der Leeden.


De doop van Cornelis van der Leeden staat genoteerd in het doopboek van Schoonrewoerd







Een paar jaar later woont het gezin in Leerdam. Vader Dirk kwam van origine uit Leerdam, moeder Cornelia uit Schoonrewoerd. 

Kees groeit op in de tijd van de Bataafse Republiek (1795-1801) en het Bataafs Gemenebest (1801-1806). Holland was een vazalstaat van Frankrijk. Eind 1799 kwam Napoleon aan de macht. In 1806 verloor Napoleon het vertrouwen in de Republiek en de patriotten; zijn broer Louis (Lodewijk) werd koning over de nieuwe Republiek Holland (1806-1810). Hij was degene die zich ’Konijn van ‘Olland’ noemde. 

Het gebeurt allemaal ver weg van Kees in Leerdam. In 1807, als Kees 11 jaar oud is, overlijdt moeder Cornelia op 42-jarige leeftijd. Zijn zusje Maria is nog maar 7 jaar oud. 

In het jaar 1812 lijdt Napoleon lijdt nederlagen in Rusland en zijn rijk stort ineen. Na allerlei ontwikkelingen wordt eind 1813 Willem I tot koning der Nederlanden uitgeroepen.

In deze periode komen Kees en de internationale politieke gebeurtenissen met elkaar in aanraking.

Koning Willem I besluit namelijk om de (gehate) Franse dienstplicht uit 1811 over te nemen. Hij moet wel. Er melden zich te weinig vrijwilligers om een goed leger te vormen. 

Kees van der Leeden is een van degenen die wordt ingeloot. Rijke ingelote jongemannen konden iemand betalen om zich te laten vervangen (zo’n vervanger werd een remplaçant genoemd). Maar Kees heeft die financiële middelen niet en wordt milicien (dienstplichtig soldaat). 

Alle beroepsmilitairen en ingelote dienstplichtigen werden ingeschreven in de stamboeken van het regiment waarbij ze waren ingedeeld. Ook Kees van der Leeden staat daarin:

2.13.09 Inventaris van het archief van het Ministerie van Oorlog: Stamboeken van Onderofficieren en Minderen van de Landmacht, 1813-1924







We zien dat de 17-jarige Kees milicien is geworden op 6 februari 1814. Hij is bij aankomst 4 voeten, 7 duimen en 2 streken lang. Als we uitgaan van het Franse meetstelsel is dat ongeveer 1.49 meter. Hij heeft een ordinair (=gewoon) glad aangezigt, een rond voorhoofd, blauwe ogen, een ordinaire neus en mond, een ronde kin, blonde haren en wenkbrauwen. 

In eerste instantie krijgt Kees stamboeknummer 207, na 1815 wordt zijn eenheid samengevoegd met het 12e Bataljon Infanterie van Linie en 9e en het 15e Bataljon Infanterie Nationale Militie tot de 9e Afdeling Infanterie. De manschappen worden doorlopend genummerd; Kees krijgt dan het nummer 3475. 

Kees van der Leeden is 19 jaar oud als hij zich in de Zuidelijke Nederlanden, ten zuiden van Brussel, bevindt. Hij heeft zich gevoegd bij het leger van Arthur Wellesley, de hertog van Wellington, samen met ruim 18.000 andere Hollanders. 

Er is paniek uitgebroken, want Napoleon ontsnapte van Elba en herstelt zijn macht in Frankrijk. Een nieuwe Franse bezetting dreigt voor de Nederlanden. De geallieerden (Engelsen, Pruisen en Nederlanders) verklaren Napoleon gezamenlijk de oorlog. 

Kees is ingedeeld in het 9e bataljon infanterie Nationale Militie onder luitenant-kolonel J.J. Simons. Dit bataljon bestaand uit 528 man en 34 officieren en valt onder de 1e Nederlandse Divisie o.l.v. luitenant-generaal J. A. Stedman en de 1e Brigade o.l.v. generaal-majoor Ferdinand d'Hauw.

In gedachten verbeeld ik me Kees tussen de soldaten:

Wekenlang hebben de soldaten gemarcheerd en charges geoefend. Kees’ schoenen zuigen zich vast in de modder, want het heeft hard en veel geregend. Om zijn schouder hangt een patroontas en proviand en hij draagt zijn zware musketgeweer. Op zijn blonde haren draagt hij een sjako, een vilten hoed met klep. Op het metalen plaatje staat de tekst: ‘Voor Vaderland en Oranje’. 

Het glooiend heuvellandschap om Kees heen wordt het middelpunt van een veldslag op 18 juni 1815. Tegenover hem staat het Franse leger, de Grande Armée van Napoleon. De aarde trilt, paarden hinniken, kanonnen bulderen. In een half uur vuren de Franse kanonnen 2700 kogels en 900 granaten op hem en de andere soldaten uit Holland, Brittannië en Hannover af.  De prins van Oranje (Willem Frederik, de latere Koning Willem II) wordt geraakt door een kogel in zijn linkerarm. Naar schatting komen ongeveer 670 Nederlandse soldaten om en raken er zo’n 2100 Hollanders gewond.  










                                        
 












De Slag bij Waterloo, Jan Willem Pieneman, 1824. Bron: Rijksmuseum. 


De strijd duurt tien uur lang, maar dan wordt Napoleon definitief verslagen door het geallieerde leger. Er vallen bij elkaar tienduizenden doden en gewonden op deze dag, die de geschiedenisboeken zal ingaan als de Slag bij Waterloo. 

Kees trekt met zijn divisie verder Frankrijk in om het Franse leger te achtervolgen. 


Hertog Wellington bij Waterloo, bron: Wikimedia
















Waarschijnlijk keert Kees in de decembermaand terug in Nederland.

In april 1816 wordt hij “gepasporteerd”, wat betekent dat zijn diensttijd erop zit. Hij krijgt een paspoort dat hij overal kan laten zien om te bewijzen dat hij zijn dienstplicht helemaal heeft vervuld.


Terug in Leerdam vangt het gewone leven weer aan. Kees gaat aan de slag als arbeider en moet hard werken voor de kost.

Als dank voor de geleverde diensten hebben alle oorlogsveteranen een jaar later recht op een geldelijke beloning. Ook Cornelis van der Leeden krijgt de zgn. Waterloo-gratificatie toegekend. 


Cornelis van der Leeden wordt genoemd in de voordracht 
voor de zgn. Waterloo-gratificatie.






















                                  Bron: Voordrachten betreffende aanvragen om ondersteuning, 1865-1866, Archief Amsterdam


De gratificatie voor de 6e klasse was het bedrag van 29 gulden en 10,5 cent. Op 29 oktober 1817 krijgt Kees deze gratificatie uitgereikt. Hij is daarvoor afgereisd naar het kantoor van de betaalmeester van het Ministerie van Oorlog in Den Haag. 

Regelmatig worden er ‘Waterloo-collectes’ onder de bevolking gehouden, om veteranen en met name de vele teruggekeerde gewonden die invalide zijn geraakt, te steunen. Het toen opgerichte Fonds 1815 (Stichting Fonds ter Aanmoediging en Ondersteuning van den Gewapenden dienst in de Nederlanden) bestaat nog steeds. 


Als Kees 29 jaar oud is, trouwt hij in Leerdam met de 18-jarige Willemina den Hartog. In hun huwelijksakte staat dat ze beiden niet kunnen schrijven. 

Ze krijgen samen elf kinderen: Dirk (1827-1866, 39 jr.), Aantje (1829-?), Cornelia (1830-1833, 2 jr.), Adriana (1833-1894, 61 jr.), Cornelia (1835-1836, 1 jr.), Cornelis (1837-1910, 73 jr), Willemina Jannigje (1840-1864, 24 jr.), twee levenloos geboren jongetjes (1843 en 1844), Willem Cornelis (1845-1846, 11 mnd.) en nogmaals een dochtertje Cornelia (1847-1848, 4 mnd.). Van de elf kinderen bereiken er vijf de volwassen leeftijd. 

Kees wordt in de registers werkman, arbeider, stadswerkman of tuinman genoemd. Hij is in elk geval een periode van 40 jaar in vaste dienst bij de gemeente. 


De Gecombineerde, 8-9-1962


In 1865 heeft Kees van der Leeden het Zilveren Herdenkingskruis ontvangen, als deelnemer aan de Onafhankelijkheidsoorlog 1813-1815. 

Kees en Willemina delen lief en leed en worden grootouders van de kinderen van zoon Dirk, dochters Aantje, Adriana en Willemina Jannigje. Ook van hun kleinkinderen sterven er een aantal in de babyleeftijd. 

 

Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage, 30-03-1875
en Opregte Haarlemsche Courant, 31-3-1875 


In 1875 staat er nieuws in de krant over een brand bij een 80-jarige oud-Waterloo-strijder in Leerdam. Er wordt een oproep geplaatst tot steun.

Kees van der Leeden zal het niet zijn geweest, hij was begin 1875 twee jaar jonger: 78 jaar. Hij was ook geen vrijwilliger bij het corps huzaren van luitenant-kolonel Boreel geweest en staat niet vermeld in de registers van de militaire Willemsorde. Kennelijk was er nog een andere oorlogsveteraan in Leerdam neergestreken.

Helaas kan ik niet op plaatsnaam zoeken in de registers met de dapperheidsonderscheidingen. En dus is het mij nog een raadsel wie deze veteraan is geweest.

Vermeld wordt dat deze veteraan van Zijne Koninklijke Hoogheid prins Frederik der Nederlanden (broer van koning Willem II een gift van 50 gulden krijgt. Van prins Frederik is bekend dat hij begaan was met de oorlogsveteranen van 1815.










Pijprokende veteraan met hond,
Nicolas Toussaint Charlet, 1824 - 1856



Schoonhovensche Courant, 11 april 1875

In 1884 overlijdt Kees’ echtgenote Willemina, ze is 77 jaar oud geworden. Kees blijft als weduwnaar van 88 jaar oud achter. Twee van zijn dochters zijn nog in leven, zelf allebei pas voor de tweede keer weduwe geworden. 


Als Kees van der Leeden 91 jaar wordt, staat in de krant vermeld dat ”verschillende goed gezinde stadgenooten” aan hem dachten en “‘s levens zoet hem deze dag wel toegelegd was”. 










De Vijfheerenlanden, 16-5-1886


Alle signalen duiden erop dat Kees van der Leeden het niet breed heeft. 

Zo wordt in 1887 de 70-jarige verjaardag van koning Willem III gevierd in Leerdam. Een van de festiviteiten is een spel wat ‘turf rapen’ heet. Aan het einde van de feestdag oppert iemand de bij het spel gebruikte turven aan de oud-strijder van Waterloo C. van der Leeden te geven. Dit idee wordt met applaus ontvangen. 

De Leerdammers zijn begaan met de oorlogsveteraan.





De Vijfheerenlanden, 27-2-1887


Een jaar later wordt een ondersteuningsactie op touw gezet. 

Een aantal notabelen van Leerdam, de heren Roldanus (predikant), Nortier (koopman), Nieuwenhuijsen (vennoot glasfabriek), Koppen (koopman) en Tukker (regent Hofje van Aerden, later burgemeester), plaatsen in de lokale krant een oproep. Ze vragen om een gift om zodoende Van der Leedens schamele pensioen van 150 gulden per jaar wat aan te vullen - en hem een betere woonplek te geven.

Kees blijkt graag bij zijn kleindochter te willen gaan wonen die in Meerkerk woont. En daarvoor is financiële ondersteuning welkom. 

(Waarschijnlijk was deze kleindochter van Kees: Dirkje Willemina Christina Marthijnse (1863-1934), gehuwd met Hendrik Johannes Tronchet. Zij was een dochter van Kees’ dochter Willemina Jannigje van der Leeden die gehuwd was met Hermanus Marthijnse).

 



De Vijfheerenlanden en de Nieuwe Gorinchemse Courant 17-5-1888


































De Vijfheerenlanden, 1 november 1888



En dus breekt de dag aan dat Kees van der Leeden Leerdam gaat verlaten. De 92-jarige Kees wordt in een koets met twee paarden ervoor weggebracht van Leerdam naar Meerkerk. Ze zullen veel bekijks hebben gehad.  






Vigilant met twee paarden bespannen, Jan Karel Jacob de Jonge, ca. 1838 - ca. 1880. Bron: Rijksmuseum




De Vijfheerenlanden,  4-11-1888



Schoonhovensche Courant, 10-11-1888


Zijn verblijf buiten Leerdam is van korte duur. Vijf weken later, op de vroege dinsdagmorgen van 11 december 1888, overlijdt Cornelis van der Leeden in Meerkerk, op 92-jarige leeftijd. 



Overlijdensakte van Cornelis van der Leeden, opgemaakt in Meerkerk op 11 december 1888.



De Vijfheerenlanden, 16-12-1888


Een paar dagen later wordt Kees van der Leeden met militaire eer begraven. De notabalen brengen zijn lichaam met de lijkkoets naar Leerdam. Vergezeld door wethouders en de burgemeester, lopen zij mee in de begrafenisstoet en er wordt een krans gelegd bij zijn graf. “De Muziek van Van Wijk”, de voorloper van muziekvereniging Kunstliefde en Vriendschap, en een paar heren van de rustende schutterij verlenen hun medewerking.


Leeuwarder Courant, 15-12-1888

Nieuwe Gorinchemsche Courant, 16-12-1888. 

Ditzelfde bericht werd ook geplaatst in de Schoonhovensche Courant van 15-12-1888.

 Dagblad van Zuidholland en 's-Gravenhage, 18-12-1888


De Tijd, 18-12-1888


____________________________________________________________________


Nu ik aan het eind gekomen ben van de reconstructie van Kees’ veelbewogen leven, ben ik toch nog enigszins ontevreden. Ik zou graag nog wat meer willen weten wat Kees’ aandeel is geweest bij de Slag van Quatre-Bras en Waterloo. Kees is niet gewond geraakt volgens zijn stamboek, maar hoe zat dat met zijn kameraden? 

Maar hoe ik ook speur op Nederlandse en Engelse websites over slagordes en divisies bij Waterloo, en lijsten check met gewonden per bataljon, ik kom het 9e bataljon infanterie Nationale Militie niet tegen. 

Mijn oog valt op de tekst op de website van het Amsterdams archief: “In aanmerking voor de (Waterloo) gratificatie kwamen alle militairen die, onder bevel van de Hertog van Wellington, betrokken waren bij de veldslagen van 15 t/m 18 juni 1815, bij de blokkades en belegeringen in Frankrijk of die zich in Frankrijk bij het geallieerde leger hadden gevoegd vóór 7 juli 1815. (…) Het feit dat iemand in de index voorkomt houdt in dat iemand volgens de door Wellington goedgekeurde lijsten bij de Slag van Waterloo aanwezig is geweest en de gratificatie heeft ontvangen. Het betekent niet per definitie dat iemand ook meegevochten heeft; militairen konden dienen als reserve of zich op kilometers afstand van de frontlinie bevinden. (..)

In gedachten had ik het voor me gezien. De oude veteraan Kees op een Leerdams bankje, de jeugd verhalen vertellend over de grote slag bij Waterloo die de toekomst van Europa had veranderd. Over de lange marsen, de regen en de modder, het gebrek aan proviand, het vuur van de kanonnen, de kruitdampen, de duizenden mensen en paarden geveld op het slagveld. En elk jaar zouden die verhalen sterker en meeslepender zijn geworden. 

Een vaag gevoel van onrust bekruipt me. Onze Leerdamse Waterloo-held, wás hij überhaupt wel aanwezig bij de Slag van Waterloo? 

Al googelend ontdek ik de website Grenadiercompagnie.nl. Deze website is van een vereniging opgericht in 2005 en zij beelden soldaten en burgers uit, ten tijde van de Bevrijdingsoorlog in Nederland 1813-1815: een fantastisch initiatief. De website biedt bovendien veel informatie over de Slag bij Waterloo. En: er is e-mailadres waarnaar vragen gestuurd mogen worden. 

Ik mail over de kwestie “Kees de Waterloo man” en een paar dagen later is er een reactie van Marc Geerdink-Schaftenaar in mijn inbox. 

Hij schrijft: “Het 9e Bataljon Nationale Militie was in 1815 ingedeeld bij de 1e Brigade van de 1e  Nederlandse Divisie. Deze divisie heeft niet deelgenomen aan de veldslagen bij Quatre-Bras en Waterloo, maar stond in reserve bij Hal. Daar stonden Geallieerde troepen onder bevel van Prins Frederik in reserve, met als doel de aftocht van het Britse leger naar Antwerpen te kunnen dekken, mochten ze teruggedreven worden door de Fransen. 




Infanterie in gevecht, Charles Rochussen, ca. 1824 - ca. 1894


Na de slag bij Waterloo marcheerde het Geallieerde leger naar Parijs. De 1e Nederlandse Divisie had de taak enkele Franse garnizoenen in te sluiten en tot overgave te dwingen. De plaatsen Le Quesnoi, Valenciennes en Condé zijn onder meer door deze divisie ingenomen; Kees heeft dus wel wat gevechten meegemaakt. Na de bezetting van Parijs werden de Nederlandse torepen verspreid in Frankrijk om daar tot november te worden ingekwartierd. Daarna keerden ze naar Nederland terug.”

Ik open Google Maps en type in: Waterloo – Halle en zie:

  • 35 min auto minuten rijden,
  • een klein uur fietsen,
  • 3 uur en een kwartier lopen

Eerlijk is eerlijk, het is enigszins ontluisterend: Kees van der Leeden stond dus niet opgesteld in de linies bij de Slag van Quatre-Bras of Waterloo. Hij zal het kanongebulder slechts in de verte hebben gehoord. 

De reservetroepen bij Halle vernamen op 19 juni pas dat Napoleons leger was verslagen. 

Kees van der Leedens eretitel “Waterloo man” blijkt niet helemaal geldig. Toch heeft hij wel degelijk zijn bijdrage geleverd in de strijd; hij heeft als jonge Leerdamse soldaat aan de “veldtogt Braband en Frankrijk 1815” deelgenomen en zich staande gehouden. Alors, c'est bien ça! 


Bronnen:


Tip: er is een mooie documentaire gemaakt over een veteraan bij de Slag bij Waterloo: https://www.2doc.nl/documentaires/2015/10/waterloo-dagboek-van-een-veteraan.html