Leerdam heeft in de loop van de tijd meerdere zwembaden gehad, zo is mij duidelijk geworden uit wat ik eerder heb 'voorbij zien komen'. Maar wanneer bestond welk zwembad precies, en op welke locatie lagen ze? Het duizelt me inmiddels na allerlei foto’s en berichten over “zwemmen bij de zaagselhoop”, Fido, of de Nuts. En was er nu ook nog een zwembad in de Linge, vlak bij de glasfabriek?
Deze week “duik” ik in de geschiedenis van de zwembaden van Leerdam om daar meer overzicht in te krijgen. Want er blijken meerdere plekken en namen door elkaar te lopen, en niet alles is even makkelijk te plaatsen.
-------------------
Op dit moment heeft Leerdam één binnenzwembad en sinds 1986 geen buitenzwembad meer. Veel inwoners missen het openluchtbad, dat destijds werd gesloten vanwege de hoge kosten en het teruglopende aantal bezoekers.
Minder bekend is dat Leerdam in het verleden zelfs periodes heeft gekend waarin er twee buitenzwembaden tegelijk in gebruik waren.
Op de foto hieronder is het allereerste zwembad van Leerdam te zien:
![]() |
| Rotterdamsch Nieuwsblad 4 april 1882 |

Tot die tijd werd er uiteraard ook al in de Linge gezwommen, en dat bleef men ook wel doen. Dat gebeurde onder andere in het ‘Oosterwijkse vlietje’, vlak bij de Tiendweg achter de glasfabriek, bij de Galgenwaard en bij Bart ’t Lam, die molenaar was op de eerste molen aan de Lingedijk. Bij scheepmaker Schriek mocht men kleding in de schuur ophangen. De rivier ter hoogte van de glasfabriek werd gemeden vanwege het glas dat er vaak lag, maar verderop, bij de Oude Begraafplaats, was het water wel geschikt om te zwemmen.
En: er was ook toezicht aanwezig van een badmeester. Veel mensen hadden nooit professioneel leren zwemmen, en verdrinkingsongevallen kwamen relatief vaak voor. Toezicht bij zo’n voorziening was een cruciale veiligheidsmaatregel.

Op 14 juli 1882 werd officieel de naamloze vennootschap “De Leerdamsche Bad- en Zweminrichting-maatschappij” opgericht, zo blijkt uit het notariële bericht. Het initiatief werd vastgelegd door notaris P.C.J. Hondius en kwam voort uit een koninklijke vergunning die al op 19 mei van dat jaar was verleend.
Het doel van de vennootschap was helder: de bouw en exploitatie van een bad- en zweminrichting in de rivier de Linge, op een locatie die door de gemeente voor twintig jaar kosteloos ter beschikking was gesteld.
![]() |
| Nederlandsche naamlooze vennootschappen, 1 jan. 1886 |
Achter de oprichting stond een groep Leerdammers uit de gegoede laag van de bevolking. Onder de oprichters en aandeelhouders bevonden zich onder meer fabrikanten, kooplieden, de burgemeester en de kostschoolhouder, zoals Otto Hendrik Lambertus Nieuwenhuijsen, Paulus Floris Pelgrim, Christiaan Anton Jeekel en Berend Beltman.
In totaal werd een maatschappelijk kapitaal van 3.080 gulden bijeengebracht, verdeeld in 38½ aandeel: hele aandelen van 80 gulden en halve van 40 gulden. Nieuwenhuijsen nam met vijf en een half aandeel het grootste deel voor zijn rekening, gevolgd door Pelgrim met vier en Jeekel met twee. Daarnaast deden tal van andere inwoners mee met één of meerdere (halve) aandelen, wat het sterk lokale en gezamenlijke karakter van het initiatief onderstreept.
De vennootschap werd aangegaan voor een periode van twintig jaar. Opvallend is dat de gemeente Leerdam zich ook betrokken toonde: zes maanden vóór het einde van deze periode zou zij beslissen of zij het bad wilde overnemen, onder meer om het kosteloos toegankelijk te houden voor inwoners. Het geheel laat dus iets zien hoe vooruitstrevend en collectief dit project was. Misschien kunnen we het duiden als een vroege publiek-private samenwerking, gericht op veiligheid, hygiëne en ontspanning voor de Leerdamse bevolking.
Op 2 september staat de oprichting van de N.V. "De Leerdamsche Bad- en zweminrichtings-maatschappij te Leerdam in de krant.
![]() |
| Nederlandsche staatscourant 2 sept. 1882 |

![]() |
| De Vijfheerenlanden, 25 juli 1886 |
![]() |
| De Leerdammer, 23 mei 1894 |
![]() |
| Leerdamsche Courant, 24 maart 1894 |
Volgens de memoires van Loth van Beest (die procuratiehouders was bij Varsseveld) had de komst van dit tweede bad alles te maken met onvrede over de gang van zaken bij de bestaande zweminrichting. Directeur H.T. Koppen zou volgens hem bezuinigd hebben op toezicht en badmeesters “op een koopie” hebben aangesteld. Het ging daarbij om oudere mannen, zoals Bart ’t Lam en Govert van Ameijde. “Goede menschen”, zo schrijft Van Beest, maar zij konden niet zwemmen. Bovendien ontbrak een roeiboot om in te grijpen bij ongelukken.
![]() |
| De Leerdammer, 5 september 1894 |
Of de concurrentie van ‘De Vos’ hier een rol in speelt of niet: het zwembad is niet meer rendabel een antal jaren later. In 1905 blijkt de N.V. 'Leerdamsche Bad- en Zwemrinrichting-Maatschappij' in liquidatie.
![]() |
| De Leerdammer, 19 april 1905 |
Er wordt een poging gedaan om een nieuw zwembadbestuur te creëeren. Uiteindelijk koopt de heer A.C. Korteweg de bad- en zweminrichting op voor een doorstart.
Is deze Antonie Cornelis Korteweg dezelfde als Toon Korteweg hierboven genoemd, die aan de wieg stond van de zwemvereniging bij 'De Vos'? Het zou mij niet verbazen.
![]() |
| De Leerdammer, 7 juni 1905 |
![]() |
| De Leerdammer, 15 juli 1905 |
Er wordt een jaarlijkse gemeentelijke subsidie van 120 gulden verleend.
Directeur wordt naast de heer A.C. Korteweg (winkelier aan de Kerkstraat 26) ook P.M. Cochius (glasfabriek-directeur). Commissarissen worden A. van Leer (bouwkundige), W. Donkersloot (grutter aan de Hoogenhoek), A. van Wijk (bakker) en J. Weersma (gemeente-ontvanger).
| De Leerdammer, 28 april 1906 |
![]() |
| Het nieuws van de dag, 5 sept. 1906 |
In 1907 blijkt dat de financiële situatie van de Leerdamsche zweminrichting niet rooskleurig van start gaat:
![]() |
| De Leerdammer, 13 maart 1907 |
![]() |
| De Leerdammer, 7 mei 1910 |
![]() |
| De Vijfheerenlanden, 26 februari 1910 |
![]() |
| De Leerdammer, 16 juni 1915 |
![]() |
| De Telegraaf 15 mei 1916 |
Vermoedelijk heeft de Leerdamsche Bad- en Zweminrichting aan de Lingedijk tot ongeveer 1918 bestaan.
Dan volgt een nieuw hoofdstuk van het Leerdamse zwembadleven: te lezen in de volgende blog!
Bronnen:
- Beest, Loth van, "Leerdam in het laatste kwart van de 19e eeuw" in: Van Stad en Graafschap Leerdam, orgaan van de Historische Vereniging Leerdam, 30e jrg. nr. 2, sept. 2011, pag. 25-27.
- Blom, F.L., Leerdam in oude ansichten 1 (1987) 4e druk, foto 121.
- Blom, T.A., Leerdam in oude ansichten 2 (1980), foto 94, 99.
- Blom, T.A. Leerdam, heden en verleden (1999), foto 1-2.
- Foto's: Facebook-pagina Oud-Leerdam of beeldbank HVL























Geen opmerkingen:
Een reactie posten