16 april 2026

'De Glashof': van fabriekshal tot cultureel centrum (1955-1979)


In 1953 schonk de Glasfabriek het gebouw 'De Glashof' aan de Leerdamse gemeenschap. Het culturele leven van Leerdam kwam daarna tot een hoogtepunt.



















In de aanloop naar het onstaan van De Glashof speelden een paar ontwikkelingen mee. 

  • Rond 1950 werd ir. C.A. Doets benoemd tot directeur van de Nederlandse Glasfabriek Leerdam; een man die zich niet alleen zakelijk, maar ook sterk sociaal en maatschappelijk inzette voor de lokale gemeenschap.
  • In dezelfde periode werd het verenigingsgebouw Tavenu verkocht en kreeg het een andere bestemming. Daarmee verloren de Leerdamse verenigingen in één klap hun podium én hun vaste ontmoetingsplek met hun achterban.
  • Last but not least: in 1953 werd het 75-jarig jubileum van de Leerdamse Glasfabrieken gevierd. Dat zou op meerdere manieren belangrijke gevolgen hebben voor het openbare en culturele leven in de stad.

Hieronder staat het uitgebreide verhaal over de Glashof aan de Lingedijk 27, gebaseerd op de waardevolle memoires van Koen van Baren.


Het ontstaan van De Glashof

Aan het eind van de oorlog lag het verenigingsleven in Leerdam grotendeels stil, en men was vooral bezig om alles weer “zoals vroeger” op te starten, zonder echt iets te vernieuwen.

Dat veranderde toen in 1946 twee jonge medewerkers van de Glasfabrieken met een fris plan kwamen. Zij schreven een dikke brochure ('Leerdam vooruit!') vol ideeën om het culturele en sportleven helemaal opnieuw vorm te geven. Hun plan, G.O.A.L., draaide om meer samenwerking, betere organisatie en minder rivaliteit tussen clubs.

Ze stelden onder andere voor:

  • een vereniging voor ontwikkeling en ontspanning
  • een speeltuinvereniging in wijk West
  • een centraal agenda-bureau om overlap van evenementen te voorkomen
  • en zelfs een fusie van sportclubs (voetbal, gymnastiek en handbal)

Er kwam veel enthousiasme van buitenaf: een steuncomité, lokale notabelen en zelfs landelijke sportmensen reageerden positief. Maar de bestaande sportbesturen waren juist behoorlijk terughoudend en werkten vaak tegen.

De fusieplannen voor de voetbalclubs liepen daardoor stuk (al kwam er later in 1955 alsnog een fusie tot Leerdam Sport ’55). Ook andere fusies met gymnastiek- en handbalverenigingen gingen niet door.

Wat wél lukte: een speeltuinvereniging en een centraal agenda-bureau. Daarnaast kwam er een soort 'tussenoplossing' ontspanningsavonden voor fabrieksmedewerkers, eerst in een klein zaaltje en later in een grotere ruimte die omgebouwd werd tot ontmoetingsplek omdat het zo populair werd.

Omdat de eerdere zaal in Ons Huis al snel te klein werd voor de groeiende belangstelling, stelde de directie van de Glasfabrieken een grotere ruimte beschikbaar: de voormalige pakkerij van het stilgelegde fabriekscomplex De Hoop aan de Lingedijk. Oorspronkelijk was dit pand bedoeld als ruitenfabriek, maar dat plan was op een fiasco uitgelopen. De ruimte werd voorlopig aangepast voor bijeenkomsten, onder andere met een klein podium, en bood plek aan ruim tweehonderd mensen.

In de volksmond kreeg deze plek al snel de bijnaam “hotel Polen”, omdat er in de periode daarvoor tijdelijk Poolse soldaten waren ondergebracht die na de oorlog in geallieerde dienst waren geweest. Zij verbleven er enige tijd, waarna de naam bleef hangen, ook nadat zij vertrokken waren.

Zo kreeg het gebouw in deze periode een nieuwe functie als sociaal-culturele ontmoetingsplek voor ontspanningsavonden en andere evenementen.

Na hun vertrek kon de ruimte worden opgeknapt voor een nieuwe functie. Tussen 1947 en begin 1953 werden er in de herfst en winter regelmatig gezellige ontspanningsavonden georganiseerd met lezingen, films en optredens van allerlei artiesten en sprekers. Denk aan reis- en natuurverhalen, culturele voordrachten, marionettentheater en muziekavonden. Alles was gratis toegankelijk en trok een breed publiek. Het idee erachter was om mensen warm te maken voor een grotere plaatselijke ontspanningsvereniging die ook landelijke topacts wilde halen.

Maar toen ging het mis: het gebouw aan de Nieuwstraat, dat al sinds 1908 voor dit soort avonden werd gebruikt onder de naam Tavenu, werd verkocht aan de Christelijk Gereformeerde Gemeente en werd een kerk. Daardoor verloren alle verenigingen in één klap hun vaste podium. Ze stonden letterlijk zonder zaal en moesten uitwijken naar kleine ruimtes zonder toneelvoorzieningen. Dat was een flinke klap.

Toch bleef men niet bij de pakken neerzitten: er moest snel een nieuwe oplossing komen om het culturele leven weer op gang te helpen.


Het 75-jarig jubileum van de Witglasfabriek & Stichting Kunst en Ontspanning

Wat gebeurde er? In 1953 stond er iets bijzonders te gebeuren: één van de twee glasfabrieken in Leerdam, de Witglasfabriek van de Verenigde Glasfabrieken in Schiedam, bestond 75 jaar. Dat jubileum moest natuurlijk goed gevierd worden. De directeur, ir. Doets, was al bezig met plannen voor de viering. Toen kwam er ineens een idee op tafel: zou het niet mooi zijn om van die gelegenheid gebruik te maken om iets blijvends terug te geven aan de stad en het personeel? Bijvoorbeeld een nieuwe uitgaansgelegenheid voor Leerdam? Dat idee werd ter plekke geopperd en zou later een belangrijke rol gaan spelen in het vervolg.

Ir. Doets reageerde enthousiast op het idee, zeker omdat hij in Leerdam al vaker had laten zien dat hij een sociaal hart had. Hij besprak het plan met de concerndirecteur in Schiedam, de heer Pijnacker, en ook die gaf meteen groen licht.

Het idee was om een nieuw cultureel centrum te maken in het oude fabriekscomplex De Hoop. Omdat men de zalen niet zelf wilde gaan exploiteren, koos men voor een stichting die alles zou beheren en ook de activiteiten zou organiseren. Zo kwam er geen losse ontspanningsvereniging, maar een vaste organisatie. Die stichting kreeg de lange naam Stichting ter bevordering der culturele, wetenschappelijke en lichamelijke ontwikkeling in de gemeente Leerdam en omstreken “Kunst en Ontspanning”, meestal gewoon K&O genoemd.

De bedoeling was breed: van lezingen, toneel en concerten tot cabaret, tentoonstellingen en excursies. Ook culturele activiteiten die anders te duur zouden zijn, moesten zo mogelijk worden gemaakt. Daarnaast beheerde de stichting het nieuwe ontspanningsgebouw in De Hoop, dat door de glasfabriek was aangelegd. 

Het bestuur werd samengesteld door de directie, met onder anderen E. Kraal als voorzitter en K. van Baren als penningmeester. Later kwamen er nog enkele wisselingen, maar met ook twee lokale bestuurders erbij werd duidelijk gemaakt dat K&O er niet alleen voor de fabriek was, maar voor de hele Leerdamse gemeenschap.


In juli 1953 werd in het zaaltje van De Hoop het 75-jarig jubileum van de Witglasfabriek feestelijk gevierd. Er waren flink wat belangrijke gasten aanwezig, zoals de Commissaris van de Koningin, topambtenaren, vertegenwoordigers van de glasindustrie en de burgemeesters uit de regio.

Omdat de concerndirecteur ziek was, nam ir. Doets het woord. Hij kondigde twee belangrijke plannen aan: er zou in de vroegere villa van directeur Cochius een Nationaal Glasmuseum komen, en daarnaast zou er een nieuw cultureel centrum worden gebouwd. Volgens hem was ontspanning na het werk net zo belangrijk als de inspanning zelf.

Daarna volgde nog een reeks toespraken. Zo bracht een vertegenwoordiger van het ministerie goed nieuws: de fabriek kreeg het predicaat “Koninklijk”. Ook andere sprekers reageerden enthousiast, onder wie de burgemeester van Leerdam en vertegenwoordigers van lokale verenigingen, die blij waren met het vooruitzicht op een nieuw zalencomplex.

Een van de sprekers keek ook terug op moeilijke tijden, zoals de werkloosheid in de jaren ’30 en de onzekerheid rond de overname van de fabriek in 1938. Uiteindelijk bleek die overname juist positief: de fabriek werd gered, werkgelegenheid kwam terug en de directie ging zich ook steeds meer inzetten voor de samenleving. Denk aan woningbouw, een technische school, verbeteringen in de zorg en nu dus ook cultuur en ontspanning. 

Het jubileum eindigde in een geslaagde receptie, met het gevoel dat er een nieuwe, veelbelovende fase voor het culturele en sociale leven in Leerdam was begonnen.


De renovatie van De Glashof

Met veel vaart werd begonnen met de bouw en inrichting van het nieuwe centrum door aannemer Mabuwat, met hulp van de technische dienst van de glasfabriek

Ir. Doets en A.D. Copier hielden alles goed in de gaten, waarbij Copier vooral verantwoordelijk was voor het artistieke deel van de inrichting.

Eind maart 1955 was het centrum klaar. Aan de buitenkant leek het nog gewoon een oud fabriekspand aan de Lingedijk, maar binnen was het totaal anders. Er kwam een fraaie entree met spiegels en ornamenten, een garderobe, en een grote zaal met plek voor 588 mensen. 

Dankzij de schuine vloer had iedereen goed zicht op het podium en de akoestiek was uitstekend. Het toneel was groot genoeg voor complete orkesten en operettegezelschappen, en er stond zelfs een vleugel klaar voor muziekprogramma’s.


Concertzaal in de 'Glashof', 31 juli 1957
(foto: Regionaal Archief van Gorinchem)


















Ook was er een ruime foyer met dansvloer, klein podium en bar. Later werd er nog een eenvoudige sporthal bij gemaakt in een andere hal om sportverenigingen te helpen. Deze sportzaal achter het theater liet nog goed zien dat het ooit de voormalige fabriekshal van glasfabriek De Hoop is geweest.

Opvallend was de witte muur bij de entree, waarin circa 150 groene flessen zijn gemetseld. Deze hoofdingang werd ontworpen door Willem Heesen.
















Opening De Glashof

Voor de naam werd een prijsvraag gehouden, met allerlei creatieve inzendingen zoals “Crystal Palace” en “De Glazenkast”. Uiteindelijk werd het gewoon: De Glashof.


De Gecombineerde, 18 april 1955














In april 1955 ging het centrum officieel open met de vrolijke klucht Potasch en Perlemoer, met bekende acteurs in de hoofdrollen. Het werd een groot succes en moest in het najaar zelfs worden herhaald vanwege de enorme belangstelling.

Met De Glashof had Leerdam eindelijk weer een volwaardig uitgaanscentrum. Het verenigingsleven bloeide weer op en K&O kon echt van start gaan. Alleen was er bij de bouw één belangrijk detail over het hoofd gezien, iets dat pas twintig jaar later grote problemen zou veroorzaken.


















Activiteiten in de Glashof

De exploitatie van het centrum werd niet door de stichting zelf gedaan, maar uitbesteed aan pachters. Dat bleek geen goudmijn: er werd meerdere keren gewisseld van uitbater. Achtereenvolgens probeerden o.a. de heren Anker, Vermeulen, Van Dijk sr. en jr., en uiteindelijk Lo van Wingerden het draaiende te houden. Maar echt winstgevend werd het nooit, ook al was de huur jarenlang laag en pas in 1972 iets verhoogd.














Ondertussen bleef het bestuur van K&O niet stilzitten. Ze zetten allerlei culturele en recreatieve activiteiten op poten om het centrum tot leven te brengen. Zo kwamen er toneelconcoursen met top amateurgezelschappen, hobbytentoonstellingen en in 1957 zelfs een tiendaags 'Vrolijk Vakantie Feest'. Dat werd een soort mega-programma met voor ieder wat wils: van museumbezoek en bedrijfsrondleidingen tot sport, muziek, film, excursies en spelletjes.

Het programma was enorm veelzijdig: sportwedstrijden, optochten, filmavonden, hengel- en fietswedstrijden, kanoraces op de Linge, brandweerduels, oude volksspelen, motorpolo, voetbaltoernooien en optredens van muziek- en dansgroepen uit heel Nederland. Zelfs een wedstrijd tegen een combinatie van Feyenoord stond op het programma. Veel onderdelen waren gratis of goedkoop, zodat iedereen mee kon doen. Het financiële tekort werd bewust ingecalculeerd en kwam uiteindelijk bij de stichting terecht.

Maar het bleek te veel van het goede: zo’n groot festival was niet haalbaar voor een kleine stichting zonder brede achterban. De organisatie kostte enorm veel tijd en energie, en na afloop was de conclusie duidelijk: "één keer, maar nooit meer".

Daarna ging K&O zich richten op een meer haalbaar programma, zoals de jaarlijkse abonnementenserie in de herfst en winter. Die eerste serie in 1955–1956 was meteen een schot in de roos: een mix van cultuur en entertainment met onder anderen het Utrechts Stedelijk Orkest, Paul Viruly, Wim Sonneveld en diverse toneel- en filmavonden.

Dankzij K&O konden in Leerdam grote gezelschappen optreden, zoals het Utrechts Stedelijk Orkest, de Hoofdstad Operette en het Utrechts Byzantijnskoor, maar ook artiesten als Wim Sonneveld, Johnny Kraaijkamp en Rijk de Gooyer. 

Voor slechts 10 gulden konden bezoekers zeven avonden volgen, en werknemers kregen zelfs nog extra korting van hun werkgever. De belangstelling was zo groot dat er in korte tijd meer dan 1.100 abonnementen werden verkocht en het programma zelfs moest worden opgesplitst in twee series.

In de jaren vijftig bereikte het uitgaansleven daardoor een niveau dat later nooit meer is geëvenaard. Simpelweg omdat de voorwaarden en mogelijkheden daarvoor daarna niet meer in die mate aanwezig waren.

Leerdam en omgeving hadden K&O duidelijk omarmd. Alleen bleef de vraag hangen: hoe lang zou dat enthousiasme standhouden?






















Het einde van De Glashof

In de jaren daarna ging het bergafwaarts met de abonnementenseries van K&O. In het tweede seizoen (1956/1957) stond er nog wel een sterk programma met operette, orkest, toneel, lezingen en dans, maar de helft van de abonnees was al verdwenen. 

In de foyer gaf Ties van Brakel dansles. Als er een tekort was aan danspartners, sprong barkeeper Van Wingerden bij om de honneurs waar te nemen.

Ondanks de hoge kwaliteit bleef de terugloop daarna gestaag doorgaan: van zo’n 1.200 abonnementen in het begin naar nog maar ongeveer 150 rond 1960/1961. Uiteindelijk stopte K&O ermee, omdat het simpelweg niet meer vol te houden was. Een later herstart-poging mislukte ook.

De oorzaken waren duidelijk: mensen gingen weer makkelijker buiten Leerdam uit, zeker nu auto’s weer betaalbaar werden. Ook lag De Glashof voor sommigen wat ongunstig aan de Lingedijk, en werd de wandeling ernaartoe als minder prettig ervaren. Daarnaast kwam de televisie op, die veel mensen thuis hield. En tot slot trok de nieuwe schouwburg in Gorinchem, 'De Nieuwe Doelen', publiek weg uit de regio.

Ondertussen veranderde er ook binnen de organisatie veel. Na het stoppen van de series raakte K&O steeds verder op de achtergrond. Bestuursleden vielen weg of vertrokken, en uiteindelijk draaide bijna alles nog op de penningmeester. Vanuit de glasfabrieken was er steeds minder betrokkenheid. In 1976 werd er nog wel een nieuw bestuur benoemd, maar dat had weinig binding met Leerdam of K&O.

Intussen speelde er nog iets anders: het gebouw zelf begon problemen te vertonen. Er vielen stofdeeltjes uit het plafond en er ontstonden scheurtjes in het stucwerk. Uiteindelijk bleek de oorzaak een zware machine in de onderbouw van het gebouw (een kollergang van de glasfabriek) die trillingen veroorzaakte.

In 1977 werd de grote zaal daarop uit voorzorg gesloten. Daarmee viel opnieuw het culturele hart van Leerdam weg, en dat zorgde voor veel onrust en problemen in het verenigingsleven. Er werd nog geprobeerd via gemeente en glasfabriek tot een oplossing te komen, maar die kwam er niet echt. De verantwoordelijkheid werd heen en weer geschoven en de financiering van herstel bleek uiteindelijk een struikelblok.

Daarna ging het snel: de laatste pachter stopte, de inventaris werd verkocht.


In 1979 kwam er een einde aan het bestaan van deze schouwburg. De glasfabriek wilde van het pand af en bood het aan de gemeente aan. Die zag er echter geen toekomst meer in. Het gebouw was inmiddels zo in verval geraakt dat investeren niet zinvol werd geacht. Sloop bleek uiteindelijk onvermijdelijk.

Het terrein raakte daarna weer begroeid en er bleef niets meer over van het ooit bruisende centrum aan de Lingedijk. Vanaf 2007 staat appartementencomplex Glashof op deze plek.


Zo kwam er, na een veelbelovend begin in de jaren ’50, een einde aan de Glashof - en bleef alleen de herinnering over aan een plek die ooit het culturele hart van Leerdam vormde.


Bronnen:

  • Baren, K. van, Verenigingsblad HVL, Jaargang 16 nr. 2, 3 en 4, via website Historische Vereniging Leerdam
  • Foto's: Facebook-pagina Oud-Leerdam
  • Neel van Ooijen, Ziezo Leerdam, over Leerdam en de Leerdammers vanaf 1955 (2007)

13 april 2026

Zwembad 'Berenschot' (1959-1987) en zwemhal 'Berenschot' (1977-heden)

 

Deze blog gaat over het vijfde en zesde zwembad van Leerdam. 







De eerste plannen voor het nieuwe zwembad, waren voor de aanleg aan de Horndijk: 


De Gecombineerde, 5 april 1958









































De Gecombineerde, 9 februari 1954


































Maar deze plannen wijzigden. In 1959 werd de gemeente eigenaar van het perceel ten westen van Berenschot, het 'achterveld' van het Voorwaartsveld, op de hoek met de Tiendweg. 


De Gecombineerde, 2 augustus 1958






































Op het perceel 'Voorwaartsveld' werd het zwembad 'Berenschot' in juni 1959 gerealiseerd, de aanleg gebeurde door de firma Schuite en De Graaf:





















Het zwembad krijgt de naam van de perceel grond die vanouds 'Berenschot' heette. Villa en Huize Berenschot werden ervoor afgebroken.


Op 30 mei 1959 was de grote dag: zwembad 'Berenschot' werd geopend door burgemeester Den Hollander.




De Gecombineerde, 2 juni 1959






























De Gooi- en Eemlander 8 juni 1959
De Gooi- en Eemlander 8 juni 1959





























































Zomer 1959. Bron: Gelders archief
























Zomer 1959. Bron: Gelders archief





































Door de gemeenteraad was bepaald dat het zwembad tussen 13 en 17 uur 's middags op zondag open mocht zijn. Tien jaar later, in 1969, zouden deze openingsuren verruimd worden tot: tussen 10 en 17 uur. 

Het zwembad was de eerste bestaansjaren een groot succes. In de hoogtijdagen van het buitenzwembad bezochten jaarlijks ongeveer 140.000 mensen het bad. 

Maar in de jaren ’80 liep dit aantal echter terug tot circa 10.000 bezoekers per jaar.


_________________________________



Sportcentrum 'Berenschot' wordt 14 mei 1977 geopend door de commisaris van de koningin. Dit sportcentrum omvat naast sportzalen ook een zwemhal. Het sportcentrum lag vlakbij het openluchtzwembad.

Het werd het zesde zwembad van Leerdam, maar het eerste overdekte zwembad. 

Tarieven 1986





















De Gecombineerde, 27 mei 1987



















In de jaren tachtig bleek het buitenzwembad steeds minder rendabel. De bezoekersaantallen daalden. Daarnaast drukten energie- en personeelskosten zwaar op de exploitatie. In de gemeenteraadsvergadering van mei 1988 besloot men het zwembad definitief te sluiten.

Het was een periode waarin veel openluchtzwembaden hun deuren moesten sluiten. Dreigde Leerdam hetzelfde lot te treffen? 



De Gecombineerde Vijfheerenlanden, 27 mei 1988

















 






Toch bleef het zwembad de gemoederen bezig houden.  Het was afwachten op een politiek besluit.




De Gecombineerde, 21 november 1988























































De Gecombineerde, 20 november 1989



























De Gecombineerde, 18 december 1991











































De Gecombineerde, 6 maart 1992

























In mei 1992 besloot de raad zelfs het zwembad in fasen uit te breiden. 

De Gecombineerde Vijfheerenlanden, 15 mei 1992




































Maar toen zouden er ook technische problemen aan het licht zijn gekomen: het zwembadbassin bleek 'lek'. 

Dat betekende - alle prestigieuze plannen ten spijt - het definitieve einde voor het openluchtzwembad waaraan zoveel mensen jarenlang plezier hadden beleefd. 




Foto: beeldbank HVL - NL-LdmHVL07273



Het 'Nutszwembad' (1918-1939), 'Fido' (1934-1942) en 'Het Leerdamsche Zwembad' (1939-1958)

 















In 1918 kreeg Leerdam een nieuw zwembad, gelegen aan de Galgenwaard langs de Linge.


Wanneer we het bad aan de Lingedijk als het eerste zwembad beschouwen en de zweminrichting bij Gerrit de Vos als het tweede (waarbij we de doorstart van het eerste zwembad in 1905 buiten beschouwing laten), dan gaat het hier om het derde zwembad van Leerdam.


Het zwembad werd gerealiseerd op initiatief van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, een landelijke organisatie die zich inzette voor volksontwikkeling en maatschappelijke vooruitgang. 'Het Nut' wilde in de 19e en vroege 20e eeuw de algemene beschaving bevorderen door onder andere onderwijs, opvoeding en publieke voorzieningen te stimuleren, los van religieuze of politieke stromingen.

Op de aanvraag van 'het Nut' om een gemeentelijke bijdrage van 1000 gulden voor de bouwkosten en een jaarlijkse subsidie van 800 gulden, werd het voorstel met 7 tegen 6 stemmen verworpen (rechts tegen links). Toen vervolgens werd voorgesteld dat het zwembad op zondag gesloten zou zijn, een kwestie met een duidelijke religieuze lading binnen de verzuilde samenleving, werd dit na een heftig debat met dezelfde stemverhouding van 7 tegen 6 wél aangenomen. Deze gang van zaken haalde dan ook de landelijke pers:


Rotterdamsch Nieuwsblad 15 juni 1918
De Standaard 21 juni 1918










De Leerdammer, 3 juli 1918













Op 3 augustus 1918 kon het zwembad worden geopend. Architect Jetze Janzen had het ontwerp voor het zwembad getekend. 


De Leerdammer, 7 augustus 1918



















































Het Nutszwembad heeft een woelige start. Nauwelijks een jaar na de start, blijkt dat het badhuis staand op perceel B1842 weg moet, omdat de zogenaamde Galgenwaard verkocht wordt aan houtzagerij Varsseveld. Gelukkig kan men aan de Horndijk een terrein aankopen waar het zwembad opnieuw kan worden opgebouwd. 


De Leerdammer, 17 mei 1919
De Leerdammer, 20 september 1919












Een nieuwe tegenslag een paar maanden later. Door het hoge water zijn losse delen van het zwembad in opbouw weggedreven. 


De Leerdammer, 31 december 1919
De Leerdammer, 7 januari 1920








De Leerdammer, 26 maart 1921












In 1925 werd het bestaande bad uitgebreid met een nieuw bassin van 13 bij 8 meter. Daarmee kwamen er voor de zwemmers twee bassins beschikbaar met een gezamenlijk oppervlak van circa 175 m². Rond het bad werd een betonnen beschoeiing aangelegd, afgewerkt met basaltinetegels. Het geheel werd “deugdelijk uitgevoerd in eikenhout, ijzer en beton”, met de bedoeling dat het vele jaren mee zou gaan.

Langs de lengtezijde werd een leuning geplaatst met een railsysteem waarover een wagentje met lijn kon worden voortbewogen. Dit systeem verving de ouderwetse hengel en bleek bij het zwemonderricht van grote waarde. Daarnaast waren er voorzieningen zoals drijfkurken, een springplank, een reddingsgordel en een roeiboot beschikbaar. Ook de kleedkamers waren opgefrist en opnieuw geschilderd.


De Leerdammer, 13 juni 1925



























In 1934 wordt badmeester Planken, geliefd bij de jeugd, spontaan gehuldigd door een aantal 'jeugdige zwemmers'. Het bestuur waaronder de notaris De Jonge van Halen en gemeente-secretaris Rijsdijk sloten zich aan bij de huldiging en badmeester Planken kreeg als cadeau een gouden ring aangeboden.

Mogelijk zijn deze foto's van dit moment? HVL05888.jpg  en HVL05887.jpg en HVL05891.jpg


De Leerdammer, 19 mei 1932
De Leerdammer, 23 september 1933

 


























De inrichting werd in 1934 nogmaals gemoderniseerd en voldeed "aan de eischen, welke door den Kon. Nederl. Zwembond worden gesteld". Er was een speciaal bassin aanwezig voor kleine kinderen.

In september 1934 was de in Leerdam geboren Henk Pellikaan, speler van het Nederlands elftal, aanwezig bij een sportevenement in het zwembad, waar hij als starter fungeerde.


De Leerdammer, 5 mei 1934
De Courant Het nieuws van den dag 4-9-1934


























Onderstaande gegevens zijn bekend voor het jaar 1938:

Het beheer van het Nutszwembad was opgedragen aan een vaste commissie, bestaande uit notaris W.A. de Jonge van der Halen (voorzitter), W. van Leer (penningmeester) en J.F. Kervers, badmeester, wonende aan de Markt 12. Deze commissie was verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken, het onderhoud en de organisatie van het zwemseizoen.

Tijdens het door de commissie vast te stellen zwemseizoen was de inrichting op vaste tijden toegankelijk voor het publiek. Op werkdagen waren er gescheiden uren voor heren en dames. Heren konden terecht van 7.00 tot 8.00 uur ’s ochtends, van 14.00 tot 15.00 uur en van 17.00 tot 19.00 uur. Voor dames gold een ruimere spreiding: van 8.00 tot 11.30 uur, van 15.00 tot 17.00 uur en van 19.00 tot 20.00 uur.

Voor abonnementhouders golden aparte, voordelige regelingen. Tegen een abonnement van f 2,– konden dames dagelijks van 19.00 tot 20.00 uur zwemmen en heren van 18.00 tot 19.00 uur. Op woensdag- en zaterdagmiddag was er bovendien gelegenheid voor kinderen: meisjes van 15.00 tot 16.00 uur en jongens van 14.00 tot 15.00 uur, tegen een tarief van 5 cent per bad. 

Van deze voorzieningen werd druk gebruikgemaakt, vooral door jongens en meisjes. Voor ouders was het een geruststellende gedachte dat hun kinderen onder toezicht in een naar de eisen van de tijd ingericht bassin de zwemkunst konden leren.

De tarieven waren gedifferentieerd naar lidmaatschap en gezinsverband. Voor Nutsleden bedroeg een abonnementskaart f 3,50; het tweede gezinslid betaalde f 1,75 en elk volgend gezinslid f 1,00. Voor niet-leden waren deze bedragen respectievelijk f 5,00, f 2,50 en f 1,50. Maandkaarten kostten f 1,25 voor leden en f 2,00 voor niet-leden, geldig gedurende één maand na afgifte. Weekkaarten voor logés waren verkrijgbaar voor f 0,75. Voor kinderen tot en met 16 jaar golden gereduceerde tarieven: f 2,00 voor kinderen van leden en f 2,50 voor kinderen van niet-leden. Een enkel bad kostte f 0,15. In de prijzen was het gebruik van badkleding en handdoeken niet inbegrepen.

Daarnaast bood het zwembad gelegenheid tot het volgen van methodisch zwemonderwijs. Het bestuur stelde spaarzegels van 10 en 25 cent beschikbaar, die konden worden ingewisseld voor een abonnementskaart. Inlichtingen hierover werden verstrekt door de badmeester.


Aan de overkant van het Nutszwembad














Maar de geschiedenis herhaalt zich. In 1934 had het Nutszwembad een concurrent gekregen. 


Aan de Horndijk, iets verderop, werd een tweede zwembad gerealiseerd. Dit was een particulier bad, genaamd "FIDO", dat werd geëxploiteerd door de voormalige badmeester van het Nutszwembad, de heer Breedveld.


De Leerdammer, 21 april 1934


















Badmeester Breedveld voor zwembad 'FIDO'























Zwembad “Fido” werd gebouwd door timmerman Van den Berg, een vriend van Breedveld. Het krantenartikel beschrijft een eenvoudig maar functioneel ingericht bad. Via een breed gruispad vanaf de dijk kwam men bij de ingangspoort. Rechts daarvan lag een fietsenstalling, links een trap langs het kantoor van de badmeester naar de kleedkamers. Naast de fietsenstalling stonden rietmatten die beschutte zitplaatsen creëerden en was een grasveld aangelegd. Via cementplaten bereikte men het zandbodem-bassin in de Linge. De landtong was met een houten hekwerk boven het waterniveau afgezet, terwijl geoefende zwemmers op andere zandinhammen het water in konden.



De Leerdammer, 21 april 1934
De Leerdammer, 2 mei 1934























De Leerdammer, 12 mei 1934
De Leerdammer, 19 mei 1934





















De laatse zomer-openingsdag (25 september 1934) van
zwembad Fido aan de Horndijk.
Badmeester Breedveld staat (met pet) achteraan.





















De Leerdammer, 3 juli 1935




















Op zaterdag 27 juli 1935, de dag na de 63e verjaardag van badmeester Breedveld, vond de Fido-Jeugddag plaats, een zwemsportevenement voor de jeugd. Op het programma stonden 22 wedstrijden. Fotograaf Lemmen vereeuwigde dit evenement: 





De Leerdammer, 31 juli 1935


















De Leerdammer, 31 juli 1935





























De Leerdammer, 1 augustus 1934
De Leerdammer, 31 juli 1935




































Badmeester Breedveld en zijn ega.











De Leerdammer, 18 juli 1936
 





























De zwemuren van 'Fido' waren als volgt vastgesteld voor het jaar 1938: Voor dames was het bad dagelijks geopend van 9.30 tot 11.30 uur ’s ochtends, van 14.00 tot 17.00 uur ’s middags en van 19.00 tot 20.00 uur ’s avonds. Voor heren gold een ruimere ochtend- en middagregeling: van 7.30 tot 9.30 uur, van 14.00 tot 15.00 uur en van 17.00 tot 19.00 uur. Voor schoolgaande jeugd zonder abonnement was er op woensdag- en zaterdagmiddag gelegenheid om te zwemmen tegen een tarief van 5 cent per bad: meisjes van 15.00 tot 16.00 uur en jongens van 16.00 tot 17.00 uur. Het zwembad van Breedveld was dus ook op zondagen geopend. 

De abonnementstarieven waren opgebouwd naar gezinsgrootte en 'zwemrechten'. Met recht op zwemmen gedurende de zondagmiddag bedroeg het tarief voor het eerste gezinslid f 4,75, en f 2,50 voor elk volgend gezinslid. Maandkaarten kostten f 2,25. Zonder dit zondagmiddagrecht bedroegen de tarieven f 4,00 voor het eerste gezinslid en f 2,00 voor elk volgend gezinslid. Een enkel bad kostte 15 cent. Daarnaast waren speciale abonnementen beschikbaar voor avondzwemmers en -zwemsters. Voor grotere gezinnen en financieel zwakkeren kon in overleg een aangepast tarief worden vastgesteld.

_____________________


En zo gebeurde het dat Leerdam in de jaren '30, als de watersport populair wordt, de beschikking heeft over twee zwemabaden, het Nutszwembad en Fido. 


Chr. soc. dagblad voor Nederland De Amsterdammer 25-6-1936








Maar in 1939 verkeert het Nutszwembad in een slechte financiële toestand. Door de economische crisis waren de bestedingsmogelijkheden van burgers sterk afgenomen. De situatie werd verder bemoeilijkt door een zware schuldenlast. In het onderstaande krantenbericht wordt beschreven dat badmeester Breedveld destijds, na een meningsverschil met enkele bestuursleden, zijn dienstverband had opgezegd. Hoewel dit conflict later werd bijgelegd en Breedveld zich opnieuw beschikbaar stelde, had het bestuur inmiddels andere plannen. Dit leidde tot een rechtszaak, waarbij het Nutszwembad werd veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van Breedveld.

Intussen verkeerden beide zwembaden in zwaar weer en boog de gemeente zich over het ‘Leerdamsche zwembad-vraagstuk’.


De Leerdammer, 4 mei 1939


De Leerdammer, 23 mei 1939
De Leerdammer, 25 juli 1939





































In 1939 wordt er een nieuwe vereniging opgericht die de naam "het Leerdamsche Zwembad" gaat dragen. Bestuursleden zijn A.H. Verhagen (voorzitter), J.F.C.L. van Engelen (secr.-penningmeester), G. van Breuugel, J. de Jager, H. Niemandsverdriet, H. van Overhagen en H. van Dam. 

Het Nutszwembad wordt overgenomen. 


Chr. sociaal dagblad voor Nederland
De Amsterdammer 1-8-1939












De gemeente verleende een subsidie van 700 gulden, waaraan een aantal voorwaarden werd verbonden. Zo dienden de jaarstukken te worden overgelegd aan B&W, was gemengd zwemmen niet toegestaan, moesten kinderen tot 14 jaar tegen een gereduceerd tarief kunnen zwemmen en diende het zwembad op zondag gesloten te blijven.



De Leerdammer, 17 februari 1940
De Leerdammer, 27 februari 1940


































De Leerdammer, 8 juni 1940











Breedveld blijkt in de winter 1939-1940 ziek te zijn geweest maar na herstel en terugkeer van evacuatie opent ook hij het zwembad weer in de zomer van 1940:


De Leerdammer, 8 juni 1940








In 1942 wordt de zomeropening van Fido aangekondigd. Daarna kan ik niets meer vinden over dit zwembad. Vermoedelijk was dit het laatste seizoen voor Fido?


De Gecombineerde, 23 mei 1942







Ook de heer Kervers beëindigde zijn werkzaamheden als badmeester in het Leerdamsche Zwembad. In 1942 werd Ties van Brakel aangesteld als badmeester; hij was gediplomeerd sportleraar en masseur.


Dagblad van Rotterdam 27-5-1942
Nieuwe Tielsche Courant, 28 juni 1945
































Nieuwe Tielsche Courant, 8 juni 1946












"Zwemmen op zondag" en "gemengd zwemmen" staat weer op de gemeentelijke agenda. Een overweging hierbij was dat het doorvoeren van zo'n standpunt een bedreiging zou zijn voor het voortbestaan van het zwembad, wat eigenlijk ook niemand wilde. 


De Gecombineerde, 27 maart 1948
De Gecombineerde, 6 april 1948


















De Gecombineerde, 14 sept. 1948




































De Gecombineerde, 12 juli 1949
De Gecombineerde, 19 mei 1953








In de columnruimte van De Gecombineerde wordt geklaagd over de onhygiënische toestand van het ‘zwembad’ in Leerdam.


Nieuwe Tielsche Courant, 2 juli 1953
























Er zijn plannen voor de bouw van een nieuw zwembad; burgemeester en wethouders zijn hiermee bezig.


In 1955 wordt in de krant genoemd dat badmeester Johan Breedveld (1872-1955) van 'Fido' op 83-jarige leeftijd is overleden. 


De Gecombineerde, 4 juni 1955

























Het "Leerdamsche Zwembad" is in verval geraakt.


De Gecombineerde, 8 maart 1958
























































De Waarheid 31 juli 1958






















Maarr... de opening van een nieuw zwembad komt steeds dichterbij: het vijfde zwembad voor Leerdam. En dit keer is het geen natuurbad.

Daarover meer in de volgende blog.



Het einde van het ‘Leerdamsche Zwembad’ was overigens tamelijk bijzonder. Burgemeester Den Hollander kocht in 1960 het perceel en liet de waterbassins dempen, waarna ze werden begraven onder de tuin naast de villa die hij daar liet bouwen.



Bronnen:

  • Bats, "Zwembaden in Leerdam", Verenigingsorgaan Vrienden van Oud-Leerdam, jrg. 11 nr. 1 via website Historische Vereniging Leerdam
  • Blom, T., Hout aan de Linge, 350 jaar houthandel en -industrie in Leerdam (2023), pag. 225-226.
  • Diverse krantenberichten, hierboven genoemd
  • Foto's: Beeldbank Leerdam