Stap een kerk binnen en je loopt niet alleen door een ruimte van stilte, maar ook over een onzichtbare laag geschiedenis. Onder de vloer, soms vlak onder je voeten, liggen verhalen begraven die eeuwen teruggaan. Van dorpsbewoners, geestelijken, hooggeeplaatsten en weldoeners die ooit midden in de gemeenschap stonden waar jij nu woont of bent. Buiten, op het kerkhof rondom het gebouw, vonden de minder welgestelde inwoners hun laatste rustplaats. Zo werd zelfs in de dood het verschil tussen arm en rijk zichtbaar.
Zo was het ook in Leerdam.
In de krantenarchieven ging ik op zoek naar sporen van de geschiedenis van graven in de Grote Kerk. Daarbij stuitte ik op een paar bijzondere details over de ontdekking van het vermeende graf van Jan van Arkel.
__________________________________________________________
In 1807 liet de rentmeester van de kerkelijke goederen van Leerdam, Theodorus Bijmholt, een advertentie plaatsen waarin hij aankondigde dat de eigenaars van grafstenen in de kerk van Leerdam een tiende verhoging moesten betalen.
![]() |
| Haagsche courant 20-05-1807 |
Niet veel later mochten er geen mensen meer bijgelegd worden in de grafkelders. Vanaf 1829 werd dit in Nederland bij een Koninklijk Besluit van koning Willem I verboden vanwege hygiënische zorgen en veranderende ideeën over openbare gezondheid.
Door het boek Leven der doorluchtige Heeren van Arkel uit 1656 van Abraham Kemp was bekend dat de laatste heer van Arkel in Leerdam begraven moest zijn.
In deze kroniek beschreef Kemp de geschiedenis van de heren van Arkel en Gorinchem tot 1500, gebaseerd op de aantekeningen van zijn grootvader Aart Kemp en andere historische bronnen. Zijn werk wordt door historici beschouwd als een belangrijke en over het algemeen betrouwbare bron.
"Hebbende op eenen avond smakelijk sitten eten van eenen grooten Aal, word lang, en haastig sieck, biegt sich, maar uyt zijnde gesonden om sijn kerkelijk gerecht, valt buyten kennis', sterft te Leerdam den 25 van Oogstmaand 1428, oud 65 jaren, en werd daar eerlijk begraven in 't hoogh Choor, onder eenen grooten serk".
Dus: Jan van Arkel werd na 's avonds smakelijk te hebben gegeten van een grote paling, ernstig en plotseling ziek. Hem wordt de biecht afgenomen, en nadat hij de kerkelijke sacramenten heeft ontvangen, raakt hij buiten bewustzijn. Hij sterft te Leerdam op 25 augustus 1428, 65 jaar oud, en werd daar eervol begraven in het hoogkoor, onder een grote zerk.
Maar waar lag Jan van Arkel nu precies begraven? De kerk van Leerdam heeft door de eeuwen heen vele veranderingen en restauraties ondergaan. Na de overgang naar de protestantse eredienst kreeg het gebouw bovendien een andere functie en betekenis, waardoor het interieur ingrijpend werd aangepast.
![]() |
| Nieuwe Gorinchemse Courant 4-6-1921 |
Grafkelders en gewelven onder de kerkvloer zakten soms in en werden dan snel hersteld, maar niet altijd met de nodige zorg. Daardoor raakte de oorspronkelijke ligging van veel graven in de vergetelheid.
Ook de laatste rustplaats van Jan van Arkel was lange tijd een raadsel.
![]() |
| Utrechtsche Courant 1-3-1923 |
![]() |
| De Leerdammer, 21 augustus 1926 |
Tot 1936. Dan krijgt aannemer Boei namelijk de opdracht de vloer en daarna de banken van het Westerkoor en Noorderkoor te vernieuwen.
Tijdens werkzaamheden in het oostelijk koor van de kerk, het vroegere hoogkoor, werden de banken verwijderd. Daarbij kwamen de grafzerken van de burgemeesters Beeck (1716) en Cleyn (1755) tevoorschijn. Maar de meest bijzondere vondst was een grote zerk met het wapen van de Van Arkels: een schild met de kenmerkende getande beren.
Zou dit dan de steen boven de grafkelder van de Van Arkels zijn? Opvallend was alleen dat er geen opschrift aanwezig was, terwijl volgens overlevering dit er oorspronkelijk wel bij hoorde.
Het zou gaan om de volgende Latijnse tekst:
Vermibus hic donor, sic ostendere conor.
Et sicut hic ponor, ponitur omnis honor.
Si quis eris qui transieris, sta, respice, plora.
Sum quod eris, quod es ipse fui, pro me precor ora.
Hier word ik aan de wormen prijsgegeven; zo probeer ik te tonen wat ik ben.
En zoals ik hier lig, zo vergaat alle eer.
Als jij voorbijgaat, sta stil, kijk en ween.
Ik ben wat jij zult zijn; wat jij bent was ik ook. Bid daarom voor mij.
Van deze tekst was geen enkele letter meer terug te vinden. Maar toch ging het om een grote zerk, voorzien van het wapen van de Van Arkels. Men haalde de zerk van de grafkelder. In het graf trof men het skelet van een grote man aan, maar zonder enige bijgiften: geen ring, geen wapens, niets.
En dus neemt men tot de dag van vandaag aan - met een zweem van twijfel - dat Jan van Arkel hieronder begraven lag.
De oude stenen worden in januari 1937 herplaatst in de stenen vloer van het Westerkoor, onder de borden met predikantenlijsten. Daar, in de rechter hoek, kun je de grafsteen met het wapen van Van Arkel, nu vinden.
![]() |
| De Leerdammer, 24 oktober 1936 |
![]() |
| Christelijk sociaal dagblad voor Nederland De Amsterdammer 26-1-1937 |
![]() |
Christelijk sociaal dagblad voor Nederland De Amsterdammer 30-06-1937 |
![]() |
Christelijk sociaal dagblad voor Nederland De Amsterdammer 11-8-1937 |
Een bericht wat nóg meer vragen oproept, staat ruim een half jaar later in de krant.
In Het Vaderland wordt een editie van Cosmorama besproken, een maandblad voor internationale fotokunst onder redactie van A.J. van Gelder. In de besproken editie wordt A. van Brakel genoemd, die bij drie foto’s een "merkwaardig artikel" schreef, waarin volgens de recensie "'s levens ernst, lichtzinnigheid en het memento mori zeer goed tot uitdrukking komen”.
Aanleiding voor dit artikel was... de openlegging van het graf van de heren Van Arkel in Leerdam, waarbij 500 jaar oude schedels zichtbaar werden.


![]() |
Cosmorama; maandblad voor internationale fotokunst, jrg 3, no. 6, 01-06-1937 |
- Brakel, A. van, "'s Levens ernst, lichtzinnigheid, Memento Mori" in: Cosmorama; maandblad voor internationale fotokunst, jrg. 3, no. 6, 1-6-1937, pag. 83-85. https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBL13:279411007:00005 geraadpleegd via Delpher d.d. 15-6-2026.
- Kemp, Abraham, Leven der doorluchtige heeren van Arkel, ende jaar-beschrijving der stad (Paulus Vink, 1656), pag. 238. https://books.google.nl/books?id=nltbAAAAQAAJ&pg=PP5&hl#v, geraadpleegd d.d. 15-6-2026.










Geen opmerkingen:
Een reactie posten