14 april 2026

Leerdamse zoldervondst (1986): Gerrit Rietvelds verloren stadhuisplan



Leerdam had zomaar een Gerrit Rietveld-stadhuis kunnen hebben!


"Raadhuis Leerdam" Een presentatiemaquette van het raadhuis Leerdam met situatieaanduiding. Het ontwerp bestaat uit een schakeling van vier delen. Het gebouw heeft een lichtbruine gevel en een wit plat dak. De entree is verhoogd en is toegankelijk middels een trap. De daken en verdieping zijn uitneembaar, waardoor het interieur zichtbaar is. 1961-1963 Het ontwerp is niet uitgevoerd. 172x2150x880 mm.  Objectnr. MAQV258, archief Nieuwe Instituut.




























Om dit verhaal in de context te kunnen plaatsen, beginnen we met een stukje geschiedenis:


In 1633 werd in Leerdam een nieuw stadhuis gebouwd, op de plaats van het oude raadhuisje aan de Markt. Het was een gebouw met topgevels in Hollandse renaissance stijl en schilddragende leeuwen op de hoeken. Het stadhuis bezat op de begane grond een bogengalerij. Op het dak was een torentje met een luidklok. Wegens bouwvalligheid moest dit gebouwtje in 1791 worden gesloopt. 

Een daartoe aangekocht herenhuis (met een bouwjaar rond 1780) aan de Kerkstraat (nummer 18) werd in 1832 tot raadhuis ingericht. Een klokketoren met de luidklok uit het afgebroken stadhuis werd op het dak aangebracht. De bovenverdieping van het gebouw heeft overigens tot in de 20ste eeuw dienst gedaan als woning en als huisvesting van een schoolklas.

Al in 1937 werd weinig lovend over deze locatie gesproken, die voor een gemeente als Leerdam weinig waardig werd geacht, sober en onpraktisch. Alleen de burgemeesterskamer met het geschilderde behang had nog enige allure. 


In de loop van de 20ste eeuw zijn dan ook diverse plannen voor een nieuwe huisvesting gemaakt. 

In december 1949 besprak de gemeenteraad plannen om het bestaande gemeentehuis te vervangen en ook het naastgelegen pand (Kerkstraat 16) erbij te betrekken. De plannen van de Amsterdamse architect Albert Johan van der Steur (1896-1963) kwamen echter uit op een bedrag van 250.000 tot 300.000 gulden, wat als te duur werd gezien. 

Een half jaar later besloot men toch nummer 16 aan te kopen van ir. H.G. Gentis. De verbouwing, met een kostenplaatje van ruim 45.000 gulden, werd omschreven als een “zeer tijdelijke oplossing voor het huisvestingsprobleem”. Dit leidde overigens tot ontevredenheid bij de toenmalige gemeentesecretaris G. van Breugel. Vanwege de “desolate toestand van het oude gebouw” drong hij aan op een definitieve oplossing.


Architect Hendrik Wesselo (1904–1972) van Wesselo & Van Voorst, tevens ontwerper van het openluchtzwembad ‘Berenschot’, kreeg begin jaren ’50 in overleg met burgemeester Vlug de opdracht een plan voor een nieuw raadhuis te ontwikkelen. Het raadhuis zou worden gesitueerd tussen de Provinciale weg, de Tiendweg en de Meent (Dorus van de Weteringh-plein).

In 1961 werd dit plan definitief afgekeurd. De opdracht had 31.000 euro gekost en het had bijna tien jaar geduurd voordat er een (uiteindelijk ook nog onbevredigend) resultaat werd bereikt.


Gerrit Rietveld, 1888-1964, 
Rousel (repro) / RVD
toeg.nr. 
2.24.10.02,
Nationaal Archief

Meteen pleit burgemeester L.J. den Hollander voor een nieuw ontwerp van architect Gerrit Thomas Rietveld (1888–1964). Rietveld is bereid om voor 12.000 euro binnen drie maanden een ontwerp te maken voor een nieuw stadhuis in Leerdam. 

Hoewel Rietveld op dat moment al op leeftijd is, heeft hij nog recent belangrijke projecten gerealiseerd. Op 1 januari 1961 was de maatschap Rietveld, Van Dillen & Van Tricht opgericht. Joan van Dillen en Johan van Tricht, al jaren medewerkers van Bureau Rietveld, gingen een samenwerking aan met de dan 72-jarige Rietveld om de continuïteit van het bureau te waarborgen. 

Rietveld was in Leerdam op bezoek geweest en de opdracht leek hem uiterst geschikt 'ter afsluiting van zijn carrière'. Vanuit Leerdam ging dus in de zomer van 1961 een opdracht naar Rietveld, Van Dillen & Van Tricht.






De Gecombineerde, 27 juli 1961




 

















































Wordt met 'cultureel centrum' het stadskantoor bedoeld? 


De Gecombineerde, 4 juli 1963










Hoe dan ook, uit onderstaand krantenbericht van 1964 wordt duidelijk dat  Rietveld, Van Dillen & Van Tricht inderaad een nieuwe opdracht uit Leerdam hebben gekregen. 

Het oude plan blijkt 'verworpen'. Het gemeentekantoor-plan wordt bijgesteld voor de locatie Reilinghplein. Voor deze tweede versie is een glazen maquette gemaakt. 




De Gecombineerde, 27 februari 1964




























































Hierna blijft het verwonderlijk stil.

In een krant uit 1980 wordt slechts vermeld dat het ontwerp van Rietveld veel lof oogstte, maar “niet uitvoerbaar bleek”.


De Gecombineerde, 5 augustus 1980

































Tijdens een ontmoeting op de Glasmanifestatie ’86 vertelt kunstenaar Marinus van den Boezem aan wethouder P.G. Danz dat er ooit contact zou zijn geweest met architect Rietveld over een ontwerp voor het gemeentehuis. Danz is hiervan niet op de hoogte en gaat dit na. Maar niemand blijkt iets te weten over Rietvelds ontwerp van ruim 20 jaar terug.

(Kennelijk was niemand op de hoogte van de inhoud van het krantenartikel van 6 jaar eerder, waar de 'raadhuiszolder' nota bene als berglocatie van de maquette was vermeld.)

Gelukkig besluit Danz op een dag met een lampje de stoffige zolder van het gemeentehuis aan de Kerkstraat te beklimmen. En daar, verborgen onder stof en rommel onder de hanebalken, vindt hij inderdaad Rietvelds maquette.

De vondst brengt aan het licht dat dat de kinderen van de bode, die op de bovenverdieping woonde, er mee hadden gespeeld, wat de staat van de maquette verklaarde... 

De maquette is bijzonder: zij is uitgevoerd in glas, wat ongebruikelijk is, omdat Rietveld doorgaans kartonnen maquettes maakte.

Eugène Langendijk, student kunstgeschiedenis, besteedt vervolgens vele uren aan een speurtocht in het archief. De resultaten zijn matig. 

Wel staat vast dat het ontwerp ooit is tentoongesteld, onder andere in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar tussen eind 1971 en begin 1972 een Rietveld-tentoonstelling plaatsvond. De objecten zijn zelfs vandaaruit uitgeleend aan een expositie in Londen. Alleen al de maquette was daarvoor toen verzekerd voor 10.000 gulden. Daarnaast hoorden er vier ingekleurde tekeningen bij (verzekerd voor elk 500 gulden), acht lichtdrukken, drie overige ingekleurde tekeningen en een schetsje.

Op 6 april 1972 stuurde het Stedelijk Museum een brief naar Leerdam waarin werd vermeld dat de tentoonstelling in Londen, ondanks een elektrische storing, 28.000 bezoekers heeft getrokken.

Ondanks pogingen om deze genoemde tekeningen en lichtdrukken terug te vinden, blijven ze spoorloos. In Leerdam is in 1972 voor ontvangst getekend, maar daarna is niet alles meer teruggevonden. Slechts één oude tekening is bewaard gebleven; omdat deze als persoonlijk geschenk door Rietveld aan burgemeester De Hollander was gegeven.


De Tijd 14-12-1971 (het stadhuis van Leerdam wordt genoemd)

























In mei 1988 vertelde wethouder van financiën Jan Beumer in De Gecombineerde dat hij recent tot zijn stomme verbazing in aanraking kwam met eerdere plannen voor het stadhuis. Hij dacht dat de tekenningen van rond 1975 waren "van een architect uit Papendrecht, in een soort stijl als het gebouw van de ANB". (ABN-bank op het Reilingplein?) - Om welke tekeningen dit precies gaat, is mij ook niet helemaal duidelijk. Die van Rietveld uit de jaren '60? Maar die tekeningen waren toch zoek? HT). 



De Gecombineerde Vijfheerenlanden, 25 mei 1988


















De Gecombineerde Vijfheerenlanden, 22 juli 1988





























Eind augustus 1988 werd de inmiddels gerstaureerde maquette een week lang tentoongesteld in het Hofje van Mevrouw van Aerden. De (glazen) maquette werd daarna door de gemeente in bruikleen gegeven aan het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst, Amsterdam.





De Telegraaf, 3 aug. 1988















In 1986 was al begonnen met de bouw van het gemeentehuis annex bibliotheek bij het Dr. Reilinghplein, dat in 1988 in gebruik genomen is. Architect Jón Kristinsson (1936) tekende dit ontwerp. 


Voor kenners van Rietveld kwam de ontdekking van de maquette destijds als een verrassing. De waarde van het geheel wordt geschat tussen de 15.000 en 30.000 gulden. De maquette wordt nu goed bewaard in het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst als onderdeel van Het Nieuwe Instituut.


Het blijft nog steeds een raadsel waarom het ontwerp nooit is gerealiseerd en hoe het zo lang buiten beeld heeft kunnen raken. Dat maakt dit verhaal tot een intrigerend stuk lokale én nationale geschiedenis, waarin archiefonderzoek en een toevallige vondst samenkomen.


Wat mij persoonlijk vooral opvalt, is hoe feiten die ooit gewoon in de krant stonden en onderwerp van gesprek moeten zijn geweest, binnen vijftien, twintig jaar compleet uit het collectieve geheugen kunnen verdwijnen. 


Een bizar voorbeeld daarvan is dat twee jaar (!) na de herontdekking van de maquette én tijdelijke tentoonstelling in het Hofje, eind 1990 het onderstaande werd gepubliceerd in de lokale krant: 


De Gecombineerde, 28 november 1990








".... waarvan nog een glazen maquette moet bestaan."

Dit werd nota bene opgeschreven bij de opening van Museum Het Oude Raadhuis, de plek waar de zoldervondst ongeveer vier jaar eerder was gedaan...

Misschien is het een heel klein beetje geruststellend dat we dankzij digitale mogelijkheden geschiedenis vandaag de dag veel makkelijker kunnen terugvinden, bewaren en blijven doorvertellen...


Bronnen: 

  • Berg, R.v.d., Leerdam in de Gouden eeuw, pag. 101-103.
  • Blom, Teunis, Bewaarde Schoonheid (2011), pag. 41.
  • De Gecombineerde Vijfheerenlanden, 25 mei 1988.
  • Gent, P.M. van, Leerdam door de eeuwen heen (1937), pag. 425.
  • Groningen, Catharina L. van, De Vijfheerenlanden met Asperen, Heukelum en Spijk (1989), pag. 55-57, 130-131.
  • Rietveld stichting, "Na-oorlogse gebouwen", website Gerrit-Rietveld.nl (2021), geraadpleegd 14-4-2026.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten