De Leerdamse gemeenteraad raakte in 1937 verzeild in een straatnamen conflict. Het was een clash tussen het eren van historisch erfgoed, Oranje-symboliek en praktische bewonersbelangen.
![]() |
| De Blaasbalg rond 1916 |
In de gemeenteraad van Leerdam ontstond veel animo voor een debat toen bleek dat de historische naam "De Blaasbalg" weer zou terugkeren in het straatbeeld, ditmaal als een nieuw gebouwde straat met de naam Blaasbalgstraat.
Verschillende raadsleden vroegen tegelijk het woord.
De heer Wasch en ook de voorzitter (burgemeester Hanemaaijer? HT) verdedigden de historische waarde van de naam; Wasch betreurde dat een stuk stadsgeschiedenis was verdwenen en verwees naar het boek Leerdam door de eeuwen heen van Van Gent, waarin staat dat er in 1672 al over de Blaasbalg gesproken werd. Het gaat om een eigenzinnige, zuiver Hollandse naam die op weinig andere plaatsen voorkomt.
De voorzitter vond het achteraf bezien eveneens onjuist dat de gemeente een naam die al eeuwen voortleefde destijds had gewijzigd, en steunde het behoud ervan in de Blaasbalgstraat.
De heer Collee was daarentegen verbaasd over de terugkeer van de "vermaledijde" naam en pleitte er liever voor om straten te vernoemen naar het vorstelijk huis, zoals een Prins Bernhardstraat of Prins Mauritsstraat.
De heer De Vries wierp zich op als verdediger van de folklore en wilde de Oranje-Nassaulaan weer herdopen in de oude voormalige naam Blaasbalg. Voor de nieuw geplande straat wilde hij de naam J.C. Rijsdijkstraat gebruiken, vernoemd naar de overleden secretaris.
De heren Van Dam en Donga waarschuwden echter voor tegenstand van bewoners als een oude naam weer ingevoerd zou worden.
Bovendien stelde De Vries dat het inwilligen van het eerdere verzoek van de Blaasbalgbewoners een gevaarlijk precedent had geschapen; als bewoners van de Hoogstraat morgen een Piet Heinstraat zouden eisen, zou de raad daar immers ook aan toe moeten geven.
Naast de Blaasbalg kwamen ook de Burgemeester Meesstraat en de Jan van Arkelstraat aan bod. Omdat aan het Burgemeester Meesplein niemand woont, vond men het gepast de straat bij het ziekenhuis de Burgemeester Meesstraat te noemen en de naam Meesplein later eventueel aan de Tiendweg te geven. Tegen de naam Jan van Arkelstraat bleek zelfs bij de heer Collee geen enkel bezwaar te bestaan.
Uiteindelijk werd er per straat afzonderlijk gestemd over de voorstellen.
- De naam Burgemeester Meesstraat werd aangenomen met 11 tegen 2 stemmen (waarbij de heren Van Dam en Collee tegen stemden).
- Tegen het raadsvoorstel om een nieuwe straat de Jan van Arkelstraat te noemen bestond geen enkel bezwaar, waardoor deze beslissing vastkwam te staan.
- Bij de Blaasbalgstraat liep het echter anders: het voorstel om in plaats van de Blaasbalgstraat de naam J.C. Rijsdijkstraat te gebruiken werd aangenomen met 10 tegen 3 stemmen (tegen stemden de heren Kloek, Collee en Van Dam). Hiermee werd de Blaasbalgstraat dus afgewezen ten gunste van de Rijsdijkstraat.
Na deze uitslag trok de heer De Vries zijn verdere voorstel tot hergeboorte van de Blaasbalg in tot de behandeling van de begroting, waarna de voorzitter concludeerde dat B. en W. het punt over de Blaasbalg op de volgende vergadering opnieuw aan de orde zullen stellen.
Van een hernieuwde behandeling van het onderwerp in de daaropvolgende vergadering heb ik echter niets kunnen vinden.


![]() |
| De Leerdammer, 9 oktober 1937 |
![]() |
| De Leerdammer, 16 juni 1934 |
![]() |
| De Leerdammer, 16 juni 1934 |
![]() |
| De Leerdammer, 28 juli 1934 |
![]() |
| De Leerdammer, 28 juli 1934 |
Comt Aert Hendrikse Buys arbeyder over arsbeytsloon en de daggelden in ’t maecken van de Stadsdyck om de Blaes-balck buyten de Schoonderwoertsche poort, volgens cadel-le XIV gulds. XZVY st.
De naam Blaasbalg
Wat de naam Blaasbalg, ook wel Blaasbalk, oorspronkelijk precies betekende, wist men in Leerdam lange tijd niet zeker.
Amateur-historicus Van den Berg vermoedde dat de benaming in de volksmond is ontstaan en vraagt zich af of zij verband hield met de vorm van het daar aanwezige water. Ten oosten van de Blaasbalg lag een waterkerend dijkje, dat de gemeente al in 1615 onderhield. Het moest het kwelwater vanuit de Horndijk tegenhouden. De Blaasbalg was dus een lage kade die het kwel- en regenwater van de landerijen in de polder Oud-Schaik moest keren. Dat zien we ook terug in de oude stadsrekeningen. Daarin staan regelmatig betalingen voor het ‘bewaren’ van de Blaasbalg. De kade moest goed worden onderhouden en mocht niet doorbreken, zodat het water niet de omliggende landen in kon stromen.
In de achttiende eeuw komen we daarnaast een tuin of hofje met de naam De Blaasbalg tegen. Later werd ook de weg langs de kade zo genoemd. De uitdrukking ‘achter de Blaasbalg om gaan’ bleef onder oudere Leerdammers nog lange tijd bestaan, ook toen men waarschijnlijk niet meer aan de oorspronkelijke kade en het water dacht.
In Leerdam nemen veel mensen aan dat de Blaasbalg en houtzagerij Varsseveld aan elkaar verbonden zijn. Zo staat er in de krant in 1982 een ingezonden bijdrage met het citaat: "De Blaasbalg heette zo, omdat de eerste horizontale vuurgangketel op de binnenwerf met houtafval werd gestookt en het vuur met een enorme blaasbalg aangeblazen werd."
Maar Varsseveld ontstond pas rond 1781, aan het einde van de achttiende eeuw. En we zagen hiervoor dat de Blaasbalg al werd genoemd in de Leerdamse stadsrekeningen uit de zeventiende eeuw. Daarmee valt de voorgestelde verklaring eenvoudigweg niet te rijmen met de bronnen.
De naam en de vorm van een perceel
In de toponymische literatuur wordt Blaasbalg/Blaasbalk gebruikt voor min of meer trapeziumvormige, taps toelopende percelen. De vorm van zo’n perceel doet denken aan een ouderwetse blaasbalg: breed aan de ene kant en spits aan de andere. Het echtpaar C. H. Edelman en A. W. Edelman-Vlam beschreef dit al in 1966 in hun onderzoek naar de relatie tussen namen en vormen van percelen in het rivierkleigebied. Zij noemen verschillende plaatsen waar blaasbalg of blaasbalk werd gebruikt voor dergelijke percelen, onder andere Brakel, Ingen, Ochten, Dreumel en Ewijk.
Een mooi oud voorbeeld vinden we bij Woudrichem. Van Andel noemt daar ‘den Blaesbalch’, een naam die al in 1554 en 1616 voorkomt. De betreffende boerderij stond aan het uiteinde van een taps toelopend perceel. Ook daar lijkt de naam dus naar de vorm van het perceel te verwijzen.
Dat maakt deze verklaring voor Leerdam aannemelijk. De vorm van het oorspronkelijke perceel of gracht rond de Blaasbalg deed denken aan een blaasbalg, het werktuig waarmee een smid zijn vuur aanwakkerde.
Humoristisch eigenlijk wel: de naam Blaasbalg past dus wel bij de látere geschiedenis van het smidsvuur bij houtzagerij Varsseveld!
![]() |
Jan Luyken, De Blaasbalk, 1711. Ets, proefdruk, uit Het leerzaam huisraad (Amsterdam). Bron: Rijksmuseum. |
![]() |
Stadsplattegrond Leerdam, 1600-1650, met links buiten de stadswallen: de Blaasbalg. collectie Hingman 3345 Nationaal Archief NL-HaNA_4.VTH_3345 |
![]() |
| Advertentieblad 21-3-1884 |
Van den Berg ziet overeenkomsten met de situatie aan de noordzijde van de stad. Ook daar lag langs de Noordwal een gracht, gevolgd door een smalle strook land en vervolgens de Meentvliet. Aan de westzijde van Leerdam was een dergelijke situatie niet aanwezig, omdat de afwatering daar via de vlieten naar de molens langs de Linge verliep.
Ten oosten van de Blaasbalg lag bovendien een dijkje in de polder Oud-Schaik, dat al in 1615 wordt genoemd. Hoewel het geen gewone polderdijk was, werd dit waterkerende dijkje door de gemeente onderhouden, omdat het het kwelwater dat door de Horndijk kwam, moest tegenhouden. In de stadsrekeningen wordt regelmatig melding gemaakt van verhogingen van de dijk. De benodigde grond werd aangevoerd vanuit de Steenwaard, het huidige buitendijkse terrein van Varsseveld. In 1709 moest de kade bovendien met rijshout worden versterkt, waarbij maar liefst 82 bossen lang rijshout werden gebruikt, waarschijnlijk omdat de kade door een doorbraak was beschadigd.
Helaas keerde de historische naam De Blaasbalg niet meer terug in de Leerdamse topografie.
Na het verdwijnen van de houtindustrie (waardoor de straat altijd vol zaagsel en krullen lag) werd de Oranje-Nassaulaan aan beide zijden bebouwd.
Toch leeft de oude naam nog steeds voort. Echte oud-Leerdammers noemen de plek nog altijd de ouwe Blaasbalg.

- Andel, Bas van, "Etymologica: De Blaasbalg en andere toponiemen voor scheve percelen" (2024), geraadpleegd d.d. 15-09-2026 via Neerlandistiek.nl.
- Berg, R. v.d. "De stad en zijn plattegrond" in: De Gecombineerde 15 september 1979.
- Berg, R. v.d., "Achter de Blaasbalg omgaan" in: De Gecombineerde 23 september 1987.
- De Leerdammer, "Agenda voor de openbare vergadering van den Raad der gemeente Leerdam, te houden op Donderdag 27 September 1934, des namiddags 7 uur, in de Raadzaal" in: De Leerdammer, 22 september 1934.
- Edelman, C.H. & A.W. Edelman-Vlam, "De relatie tussen naam en vorm van percelen in het rivierkleigebied" in: Boor en Spade 15 (1966), pag. 17, geraadpleegd 15-09-2026 via Edepot.wur.nl.
- Leede, van der, "Oud-Leerdam hoort in de Oudheidkamer" in: De Gecombineerde 17 september 1960












































