24 augustus 2026

Van Glasblazerslaan naar Siemensstraat (1905-1915, 1915-2016)

 

De Glasblazerslaan is een van de eerste straten die achter de glasfabriek zijn aangelegd, special voor de huisvesting van glasarbeiders.

In de glasindustrie verdienden glasblazers relatief veel. Dat kwam door hun vakmanschap, de zware werkomstandigheden en het nachtwerk. Glasfabrieken probeerden in perioden waarin zij goede glasblazers zochten, hen vaak met hoge lonen en aantrekkelijke extra’s, zoals gratis huisvesting, aan te trekken. Ook in Leerdam werden arbeiderswoningen vlak bij de fabriek gebouwd. 

Op 13 mei 1897 was daarvoor de Maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen ‘Leerdam’  opgericht. De vennootschap stond onder leiding van directeur Bernard Thöne (glasblazer) en had O.H. L. Nieuwenhuijzen (glasfabriekdirecteur), L. K. W. Castens (schoonzoon van glasfabriekdirecteur C. Nortier) en Jan Driessen (meesterknecht glasfabriek) als commissarissen.

Particuliere bouwmaatschappijen kwamen aan het einde van de 19e eeuw op in Nederland. Zulke maatschappijen brachten kapitaal van aandeelhouders bijeen om grond aan te kopen, straten aan te leggen en woningen te bouwen en te verhuren. In Leerdam was deze maatschappij bovendien nauw verbonden met de plaatselijke glasindustrie en de huisvesting van arbeiders. 



Glasblazerslaan: deze foto is vanaf het Lingeplein genomen



















In 1905 wordt begonnen met de bouw van de Glasblazersstraat. 

Vermoedelijk was onderstaande advertentie ten behoeve van de bouw van de huizen van de Glasblazersstraat. In dat geval zijn de woningen ontworpen door gemeente-architect Willem Carmiggelt (1864-1935)




De Leerdammer, 14 oktober 1905























De Leerdammer, 20 december 1905





Er wordt in deze periode veel gebouwd buiten het Leerdamse centrum: 


De Leerdammer, 17-10-1906

(Het gaat hier over de Pr. Hendrikstraat en Julianastraat.
De Lombokstraat ging later Owensstraat heten)

































In 1907 wordt de parallel aan de Glasblazerslaan gelegen Admiraal de Ruyterstraat aangelegd. De aanleg vindt plaats in opdracht van de tegelijkertijd opgerichte bouwmaatschappij De Toekomst. (In 1914 zouden hier nog 12 woonhuizen worden gebouwd door dezelfde maatschapij onder leiding van directeur J. de Bie. Tot in elk geval 1972 heeft deze bouwmaatschappij bestaan, jaarlijks waren er aandeelhoudersvergaderingen in Hotel Boerboom.)




De Leerdammer, 16 maart 1907









In augustus 1908 worden 20 woningen voor de Glasblazerslaan aanbesteed door de Maatschappij van onroerende goederen. 



De Vijfheerenlanden, 1-8-1908
De Vijfheerenlanden, 1-8-1908





In 1910 kregen de bewoners van de Glasblazerslaan een aansluiting op gas. 


De Leerdammer, 20-11-1909






De straatverlichting op gas was alleen zo te lezen nog geruime tijd niet op orde.


De Leerdammer, 23-12-1911
De Leerdammer, 24-12-1913

 







Bij deze foto staat "Glasblazerslaan" maar vooral de Lingestraat met tweede watertoren is zichtbaar.
De watertoren was een hulpwatertoren, gebouwd in 1912 aan de Lingestraat en de westzijde van de Glasblazerslaan.
De toren werd in 1938 gesloopt.

















Het Vrijwilligerskorps van de afdeling Leerdam Volksweerbaarheid, kreeg een oefenlokaal aan de Glasblazerslaan in 1913. Zij het van korte duur. 


De Vijfheerenlanden, 15-10-1913
De Leerdammer, 20-6-1914
















In 1915 krijgt de Glasblazerslaan een nieuwe naam: Siemenstraat

Deze naam verwijst naar de Siemens-Martin-kuipoven, ontwikkeld door Friedrich Siemens (1826-1904). Deze bassinoven kon veel grotere hoeveelheden glas tegelijk smelten en bespaarde bovendien zo’n 40 à 50% brandstof ten opzichte van de traditionele pottenoven. Met het later toegepaste regeneratieve systeem werd continu smelten mogelijk. Dat was een belangrijke voorwaarde voor machinale verwerking, omdat het glasniveau constant bleef. Zo maakte de ontwikkeling van de Siemens-ovens vanaf het einde van de 19e eeuw grootschalige, continue en energiezuinigere productie mogelijk en droeg deze ontwikkeling ook bij aan de mechanisering van de glasindustrie in Leerdam.


De Leerdammer, 28-8-1915














Het zou een idee geweest zijn van burgemeester Johan Rudolf Mees (1882-1936) om de straten in de buurt van de glasfabriek te noemen naar prominente figuren uit die industrie. (N.D. Clements in De Gecombineerde 13-11-1976)

De woonwijk achter de glasfabriek werd in de volksmond "Achter de pijp" genoemd. 



Gijsbert Donatz en zijn vrouw Jantje Karsch hadden een winkel op nummer 2, de hoekwoning:

























De bomen in de Siemenstraat zorgden ervoor dat het een sfeervolle, lommerijke straat werd.


Jan van Duffelen (1886-1986) met zijn vrouw Suzanna den Hartog (1886-1956)
met hun handelswaren in de Siemensstraat.



























Siemensstraat, uitkijkend op de Boëtiusstraat, 1993
Foto: G.J. Dukker
Doc.nr. 320.386
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed








































De Owensstraat (voorheen Lombokstraat) was in 1974 al gesloopt. In 2000 werd langzamerhand duidelijk dat ook de Siemensstraat moest verdwijnen. In 2010 zou de straat worden gesloopt. 

De herontwikkeling aan de andere kant van de Tiendweg krijgt echter voorrang, en bewoners horen lange tijd niets meer. Maar op 12 maart 2012 vertelt de woningstichting de bewoners in Partycentrum ‘t Dak dat definitief besloten is dat behoud van de woningen niet haalbaar is. 

Ruim tweeëneenhalf jaar later, op 22 februari 2016, levert de laatste bewoner zijn sleutels in. De voorbereidingen voor de sloop zijn dan al in volle gang.  


























In februari 2016 bracht Kleurrijk Wonen de publicatie Verhalen uit de Siemensstraat uit. Oud-bewoners vertellen daarin over hun jeugd, hun buren en het leven in de straat. Hun opgetekende herinneringen houden het verhaal van de oude Siemensstraat levend.

De oorspronkelijke woningen zijn inmiddels verdwenen. Inbo Architecten uit Amsterdam ontwierp een nieuw woningplan met 18+16 grondgeboden woningen. De straat veranderde daarmee van gezicht.

Wie vandaag door de Siemensstraat loopt, ziet halverwege de toegang tot de volkstuin die al jarenlang achter de straat ligt. Een klein stukje groen, midden in de wijk. Misschien is dat wel een mooie plek om dit verhaal te eindigen: de Siemensstraat veranderde, de huizen verdwenen, maar de verhalen bleven.




Bronnen:

De Windvangstraat (1887-1925): het verhaal achter een verdwenen woonbuurt

 

Rond 1887 had de glasfabriek Jeekel Mijnssen en Co. van Leerdam behoefte aan extra woningen voor haar werknemers. De directie probeerde toestemming te krijgen om aan de Molenstraat, de huidige Westwal, woningen te bouwen. Dit verzoek werd echter afgewezen, vanwege de belangen die samenhingen met de windvang.

De kwestie van de windvang had in Leerdam al een langere voorgeschiedenis. De molens die de polders Hoogeind, Schaik en Kortgerecht bemaalden, waren sterk afhankelijk van de wind. Omdat de molens als het ware waren ingebouwd, konden zij bij ongunstige wind onvoldoende water wegmalen. Vanaf 1877 werd dan ook regelmatig geklaagd over wateroverlast. Het land kwam bij tijd en wijle blank te staan.

De discussie over het bouwen van woningen binnen de windvang speelde hierin een rol. De firma Jeekel Mijnssen en Co. had eerder toestemming gevraagd om aan de Westwal een blok huizen te bouwen, maar daarmee dreigde de windvang van de molens te worden belemmerd. Uiteindelijk werd besloten de twee voormolens te vervangen door een raderstoomgemaal. De bouw begon in 1880 en in januari 1882 was het gemaal bedrijfsklaar. Daarmee werd de bemaling minder afhankelijk van de wind en werd een belangrijke stap gezet in de bestrijding van de wateroverlast.

Hoewel het stoomgemaal vanaf 1882 de bemaling minder afhankelijk maakte van de wind, betekende dit niet dat de belangen van de windvang daarmee verdwenen waren. Bij de plannen van de glasfabriek om in 1887 woningen aan de Molenstraat te bouwen, speelde de bescherming van de windvang van de nog aanwezige molens nog altijd een rol.

Voor de glasfabriek betekende de afwijzing in 1887 dat de geplande arbeiderswoningen ergens anders moesten komen. Daarom werden aan de oostzijde van de fabriek de eerste arbeidershuizen gebouwd. Zo konden werknemers dicht bij hun werk wonen en ontstond tegelijkertijd een nieuwe woonbuurt rondom de glasfabriek.

De nieuwe straat kreeg de naam Windvangstraat

Die naam lijkt een ironische verwijzing naar de voorgeschiedenis. De windvang had er immers eerst voor gezorgd dat de huizen niet aan de Molenstraat mochten worden gebouwd. Uiteindelijk verhuisden de woningen naar de andere kant van de fabriek en kreeg juist die nieuwe straat de naam 'Windvangstraat'. Het is een verwijzing naar hoe de wind de arbeiderswoningen dichter naar de fabriek dreef.

De plek waar de woningen ooit stonden, is tegenwoordig de parkeerplaats naast de glasfabriek en de Glaswinkel.



De Vijfheerenlanden, 16-6-1887











De huizen rechts - met rode daken - is de Windvangstraat. Gezien vanaf de Lingedijk. 




Uit advertenties blijkt dat de aanbesteding werd verzorgd door meesterknecht Jan Driesen (1850–1906). Het ontwerp werd getekend door de heer C. Wiggelinkhuizen. Waarschijnlijk gaat het hierbij om Everardus Wiggelinkhuizen (1855–1921), die in deze periode regelmatig bouwkundige tekeningen maakte voor woningen en bedrijven in Leerdam.

De Leerdamse aannemer Aalt van Leer (1843–1921) uit Leerdam was degene die uiteindelijk het laagst inschreef: f 12.900,- Toch kreeg aannemer W. Brouwer uit Leeuwarden de opdracht; hij had ingetekend voor  f 16.674,-. Wellicht gaat het om de Leerdamse timmerman Willem Brouwer (1842-1912) en woonde deze tijdelijk in Leeuwarden? 



Het nieuws van den dag 3-6-1887
De Vijfheerenlanden, 19-6-1887
De Vijfheerenlanden, 27-10-1887










































De Windvangstraat telde - als ik de foto's goed bekijk - 18 woningen: veertien huizen in het lange blok links - dwars op de Lingedijk - en vier grotere huizen in het korte blok rechts, parallel aan de Lingedijk. 

















Deze foto is genomen vanaf de Tiendweg,
de achterzijde van de Windvangstraat is zichtbaar.


























In 1921 wordt een blok woningen (wellicht het dwarsblok?) in de Windvangstraat verbouwd door timmerman Poulus Hendrikus den Ouden (1882-1958)



De Vijfheerenlanden, 30-7-1921











In 1925 wordt de Windvang gesloopt. 

De bewoners hadden inmiddels een nieuwe woning toegewezen gekregen. Toch verliep de ontruiming niet voor iedereen zonder problemen. Een tragisch verhaal is dat van ‘weduwe de R.’ Zij wilde haar woning, waar ze naar eigen zeggen ‘lief en leed had doorgemaakt’, niet verlaten en weigerde haar huisje op te geven.


De Leerdammer, 22-8-1925





Als laatste stond alleen haar woning nog overeind. Tot op dinsdag 25 augustus 1925 een deurwaarder, vergezeld door gerechtsdienaren, verscheen om het huis te ontruimen. De bewoonster nam vervolgens plaats op de dijk, ondanks de stromende regen. Volgens het krantenverslag bleef ze opvallend kalm: ‘terwijl de regen bij stroomen neerviel zat ze Psalmenzingend bij haar meubeltjes.’

De verslaggever besluit het verhaal met de hoop dat zij spoedig tot inkeer zou komen en alsnog de aangeboden woning zou aanvaarden...



Nieuwe Gorinchemsche Courant 26-8-1925



















Het kleine huizenblok aan de Windvang, wat niet gesloopt werd in 1925























De laatste Windvang-huizen, opgenomen door het glasfabriekterrein, januari 1986 
Foto: G.J. (Gerard) Dukker
Doc.nr. 261.831
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed











































De plek waar eens de Windvangstraat was


































Bronnen:

23 augustus 2026

Het 'glashuisje' aan de Lingedijk 8 (1886-heden) met graniver-tableau van A.D. Copier (1928)

 

Langs de Lingedijk in Leerdam staat een huis dat zijn beste tijd duidelijk heeft gehad. Grauw, verwaarloosd en inmiddels behoorlijk bouwvallig: het is bijna niet voor te stellen dat hier ooit mensen woonden en dat hier later het kantoor van Personeelszaken van de glasfabriek was gevestigd.


Foto: Magda van Driel
















Dat het gebouw, inmiddels eigendom van O-I Glass, er zo verwaarloosd bijstaat, spijt veel Leerdammers. Want achter die grauwe gevel gaat niet alleen een stukje geschiedenis van de Glasstad schuil, maar ook twee unieke glaskunstobjecten. Er wordt op dit moment dan ook gewerkt aan een "reddingsplan". 

Ik was nieuwsgierig naar de geschiedenis van het huis en ging op zoek naar oude foto's en krantenberichten.

__________________________________________


De geschiedenis van het pand, door veel Leerdammer het 'glashuisje' of 'dijkhuis' genoemd, begint bij de aanbesteding van een woonhuis door de glasfabriek in het najaar van 1886.

De heer Everhardus Wiggelinkhuijzen (1855-1921), bouwkundige te Leerdam, ontwierp het huis. 


De Vijfheerenlanden, 19 en 23-09-1886
Nieuwe Gorinchemsche Courant 30-9-1886













Links het pand aan de Lingedijk 8, gelegen vlakbij de 'withut', 1920.



















Het is heel aannemelijk dat de woning voor Jan Driesen was bedoeld. Deze was meesterknecht (ook wel 'werkmeester' genoemd) en later adjunct-directeur bij de glasfabriek. Op deze personeelsfoto en deze foto staat hij afgebeeld. 

Toen hij op 14 juli 1875 als meesterknecht bij de pas gestichte nieuwe glasfabriek van Jeekel Mijnssen & Co in dienst trad, moest hij eerst een eed afleggen. De glasfabriek wilde voorkomen dat deze kennis naar buiten werd gebracht of door concurrenten werd overgenomen. Daarom beloofde Jan Driesen plechtig het fabrieksgeheim te bewaren: hij mocht niet vertellen hoe het glas precies werd gemaakt, welke technieken daarbij werden gebruikt en welke kennis hij tijdens zijn werk in de fabriek opdeed. (Blom, Van Pilgram tot Jeekel, 139)

De eerste steen wordt op 20 oktober 1886 gelegd door de 18-jarige Clasina Bedeaux (1868-1931). Zij zou een paar maanden later trouwen met Jan Driesen (1850-1906)


Foto: Ton van Kooten



















Jan Driessen en Clasina Bedeaux,
foto's: MyHeritage





Als Clasina Driesen-Bedaux een 'flinke meid' of 'flinke dienstbode' zoekt, beschrijft ze haar adres dan ook als 'Glasfabriek'. 


De Leerdammer, 24 oktober 1896
De Leerdammer, 20 april 1898










Op 27 juni 1903 wordt het 25-jarig jubileum van de glasfabriek gevierd. Ter gelegenheid hiervan worden verschillende toespraken gehouden, onder meer voor én door Jan Driesen. Een gedeelte van deze toespraken en een verslag van het feest is door Herman Steijgerwalt weergegeven in de uitgaven van de Historische Vereniging: jaargang 11, nummers 3, 4, 5 en 6, en jaargang 12, nummers 1 en 2.


Wanneer Jan Driesen overlijdt in 1906, blijkt hoe nauw zijn naam verbonden was met de glasfabriek. Hij wordt herinnerd als een ‘goede meester’, die voor iedereen een vriendelijk woord overhad.


De Vijfheerenlanden, 5 mei 1906
De Vijfheerenlanden, 9 mei 1906












De Leerdammer, 30 juni 1906
















Hoe geliefd hij was, blijkt ook uit het feit dat op 6 oktober 1906 namens de glasfabriek en haar personeel een grafmonument aan zijn nabestaanden werd overhandigd. Het monument werd geplaatst op zijn graf op de Oude Begraafplaats aan de Lingedijk.

De Leerdammer, 10 oktober 1906
De Vijfheerenlanden, 10 oktober 1906










































Na het overlijden van Jan Driesen kreeg het woonhuis op enig moment de bestemming van personeelsgebouw voor de afdeling Personeelszaken van de glasfabriek.


In juni 1928 lezen we in de krant dat er een comité wordt gevormd om een ‘huldeblijk aan de Witglasfabriek’ ter gelegenheid van haar 50-jarig bestaan voor te bereiden. Het comité krijgt daarbij een blanco mandaat voor de financiën die hiervoor nodig zijn. 

Besloten wordt ook om op die dag een defilé te houden: vanaf de Spoorstraat wordt naar het Voorwaartsterrein gemarcheerd, waarna men doorloopt naar de fabriek aan de Lingdijk om het cadeau aan te bieden. Want, zo schrijft de journalist van De Leerdammer: de fabriek is “toch zeker een van de levensaders, waarvan niet alleen Leerdam leeft, maar wier bestaan ten nauwste samenhangt met de diverse verenigingen.”



De Leerdammer, 6 juni 1928
 
De Leerdammer, 13 juni 1928


















Dan is het eindelijk zaterdag 16 juni 1928

Het 50-jarig jubileum van de Glasfabriek Leerdam wordt groots gevierd door de directie, commissarissen en het voltallige personeel in een feestelijk versierde tent nabij de fabriek. 

De bijeenkomst trok een groot aantal prominenten, waaronder de burgemeester en wethouders van Leerdam, vertegenwoordigers van de Kamer van Koophandel, vakorganisaties en bekende ontwerpers zoals dr. H.P. Berlage. Tijdens de speech van de voorzitter werd teruggeblikt op de oprichters en de groei van het bedrijf ondanks de moeilijke oorlogsjaren, waarbij benadrukt werd hoe belangrijk de menselijke maat, het idealisme en de sociale voorzieningen binnen de fabriek altijd zijn geweest. Na de officiële speeches trok het gezelschap naar het terrein voor een défilé van Leerdamse verenigingen, waarna het feest werd afgesloten met een concert, een jeugdvoorstelling en vuurwerk.

Tijdens de herdenking regende het cadeaus, financiële bijdragen en eerbewijzen. Om te beginnen stonden er circa 120 bloemstukken opgesteld op het podium, die van alle kanten waren ingezonden. Namens de gemeente Leerdam bood burgemeester J.R. Mees een bedrag van 1500 gulden aan om de vervulling van een langgekoesterde wens mogelijk te maken, namelijk de stichting van een Glasmuseum. Ook het personeel liet zich niet onbetuigd en schonk een geldbedrag voor de uitbreiding van het culturele centrum Ons Huis, evenals een gedenksteen die in de gevel van het fabriek(skantoor) werd geplaatst. De commissarissen van de fabriek sloten zich hier direct bij aan door eveneens een financiële bijdrage voor de uitbreiding van Ons Huis te overhandigen aan directeur Cochius.

J.F. Pont was een van de oudste zakelijke relaties en belangrijkste klanten van de fabriek. Tijdens het 50-jarig jubileumfeest trad hij namens de vertegenwoordigers en handelspartners op. Namens de algemene vertegenwoordiging van de fabriek overhandigde hij directeur P.M. Cochius een door Bart Peizel geschilderd portret van hem. Daarnaast bood Pont een geschenk aan twee beambten die al vijftig jaar aan de fabriek verbonden waren. 

Ook de staat en de directie zelf eerden het personeel: minister Slotemaker de Bruine reikte de zilveren eremedaille van de Oranje-Nassau-orde uit aan fabriekschef W. van Meeuwen en de bronzen eremedaille aan arbeider C. van Ameide, waarna directeur Cochius nog ere-diploma's en andere bijzondere onderscheidingen uitreikte aan een aantal oud-gedienden.



Het Nieuws, 19 juni 1928















De Vijfheerenlanden, 20 juni 1928




















Lingedijk 9 te Leerdam, 02-1988
Foto: G.J. Dukker,
268.355 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Exterieur mozaïek Lingedijk 9 te Leerdam
Foto: G.J. Dukker,
268356 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

















Het opvallende tegeltableau, waarmee het personeel de directie in 1928 verraste ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van de Glasfabriek Leerdam, is een prachtig stukje vakmanschap met een bijzonder verhaal. Dit kleurrijke kunstwerk aan de Lingedijk verbeeldt een hardwerkende man die een zware last draagt, vergezeld door het motto "Ieder draagt zijn steentje bij". Het was bedoeld als het ultieme symbool voor de trotse glasarbeiders van Leerdam.

Onder het mozaïek staat de tekst: 

Ter herinnering aan de stichting van het Ons Huis Fonds door het personeel ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan


Foto: Magda van Driel, 2023



















Het mozaïek werd ontworpen door de beroemde glaskunstenaar Andries Dirk Copier (1901-1991), die voor de voorstelling een wel heel bijzonder materiaal gebruikte: graniver. Deze glassoort, door de Leerdamse glasfabriek in 1921 geïntroduceerd, werd ook wel 'glasgraniet' of 'steenglas' genoemd. Het werd gemaakt door fijngemalen flessenglas te mengen met zand en het geheel te verhitten. Doordat het glas wél smolt maar het zand net niet, ontstond een robuust persglas met een unieke, steenachtige uitstraling.

Copier stelde het tableau samen uit talloze kleine tegeltjes in verschillende kleuren. Wat het kunstwerk nóg zeldzamer maakt, zijn de goudkleurige graniver tegeltjes. Die zijn speciaal voor slechts twee tableaus ter wereld gemaakt: dit exemplaar op het fabriekshuisje én het tableau op de Leerdamse watertoren. Het is daardoor niet zomaar een muurelement, maar een uniek eerbetoon.

Aan de achterzijde, hoog in het pand, bevindt zich een prachtig glas-in-loodraam van vlakglas, eveneens ontworpen door Copier.


Foto: Ahmet Tufan
Foto: Heidi Timmer, sept 2025
















De afgelopen decennia staat de toekomst van het iconische huisje aan de Lingedijk onder zware druk. Het huisje staat al circa vijftien tot twintig jaar leeg en raakt ernstig in verval. Met een lekkend dak, een dichtgetimmerde voordeur en een afbrokkelend mozaïek werd het bijna 140 jaar oude pand een doorn in het oog van vele Leerdammers. De zorgen onder de bevolking en oud-medewerkers groeiden gestaag, maar doordat het pand geen officiële monumentenstatus bezit, kon de gemeente het onderhoud niet zomaar afdwingen bij de huidige terreineigenaar. Dit leidde tot een lobby voor het behoud van dit stukje industrieel erfgoed.

Inmiddels is er hoop op herstel dankzij concrete toekomstplannen. De gemeente Vijfheerenlanden voert in samenwerking met het Nationaal Glasmuseum en de terreineigenaar gesprekken om zowel het fabriekshuisje als het Copiertableau te restaureren. Er is een gespecialiseerde Vlaamse restaurateur benaderd die ervaring heeft met het herstellen van dit specifieke glasmozaïek. 

Laten we hopen dat de glaskunstwerken zijn veiliggesteld voor hun honderdjarig jubileum in 2028! 


Foto: Heidi Timmer, september 2025

















Bronnen:

  • Bevolkingsregister 1897-1920 Leerdam, fam. Driesen-Bedeaux
  • Blom, Teunis, Van Pilgram tot Jeekel, De Leerdamse glasindustrie in de 18e en 19e eeuw, pag. 159.
  • "Feest in Leerdam', Harm Walt (Herman Steijgerwalt) in Van stad en graafschap Leerdam, jrg 11, nrs. 3, 4, 5 en 6, en jrg. 12, nrs. 1 en 2 via website Historische Vereniging Leerdam geraadpleegd 23-08-2026.
  • "Reddingsplan nabij voor Copiertableau" in: Algemeen Dagblad Weekend, 20 september 2025
  • Temminck, Joan en Laurens Geurtz, Copier Compleet, pag. 468-469, 476-477