27 juni 2026

Eeltje Witzier (1788–1832): een leven vol tegenslag in Leerdam en Ommerschans

 

Op 28 september 1788 werd in Leerdam Eeltje Witzier gedoopt, als tweede dochter van Cornelis Witzier (ook wel: Witsier) en Maaijken van der Haven (ook wel: van der Hage(n)). 

Ze groeide op in een gezin dat aanvankelijk een gewoon bestaan leek te leiden. Haar ouders waren in 1785 getrouwd en kregen in Leerdam dochters Maria (1786), Eeltje (1788) en Huibertje (1790). Rond 1794 verhuisde het gezin naar Hillegersberg (Overschie en Schiebroek) waar achtereenvolgens dochters, Cornelia (1794), Barbera (1797) en Jannetje (1800), werden geboren. Tussen 1796 en 1800 was Cornelis molenaar op de middelmolen in Schieland

Toen Eeltje dertien jaar oud was, veranderde haar leven ingrijpend. Op 27 oktober 1801 overleed haar moeder Maaijken in Hillegersberg. Voor een meisje van die leeftijd betekent het verlies van haar moeder niet alleen verdriet, maar ook het wegvallen van de belangrijkste verzorger.


Rotterdamsche Courant 20-7-1802







In juli 1802 plaatst Petrus van Dinter, schout en secretaris vn Hilligersberg, een oproep waarin Eeltjes vader, Cornelis Witzier, werd gesommeerd zich te melden. Op 13 juli 1802 had hij namelijk een van zijn dochters in Leerdam onverzorgd achtergelaten en de gemeente wilde voorkomen dat zij ten laste van de armenzorg zou komen. Dat zo'n openbare oproep nodig was, laat zien dat vader Cornelis zich aan zijn verantwoordelijkheid had onttrokken of onvindbaar was geworden. Voor Eeltjes vijfjarige zusje Barbera -  want zij moet de achtergelaten dochter zijn geweest - moet dit een heel moeilijke periode zijn geweest. Zij verloor niet alleen haar moeder, maar feitelijk ook haar vader.

Vader Cornelis keerde op enig moment naar Leerdam terug. Hij ging aan de slag als plaatswerker op de glasfabriek en hertrouwde in 1809 met Gerrigje Ariensdr. van den Hoek (1777–1811). Zijn de zussen Maria, Eeltje, Huibertje, Cornelia, Barbera en Jannetje weer herenigd en hebben ze een (korte) huiselijke geinsperiode gekend? Van Barbera, Huibertje en Jannetje ontbreekt elk verder spoor in de archieven, zijn ze jong overleden? De zussen Cornelia en Maria treden in het huwelijk in 1809 en 1820. 

Vader Cornelis zou uiteindelijk in 1825 in Leerdam overlijden, maar zijn tweede echtgenote Gerrigje overleed al in 1811. 

De 23-jarige Eeltje is op dat moment al ongehuwd zwanger van haar eerste kindje. 


Eeltjes volwassen leven verliep moeizaam. Ze trouwde niet, maar kreeg wel drie zoons. Omdat er niets bekend is over de vader(s) kun je denken aan naïviteit, een geheime minnaar, of, waarschijnlijker: dat ze in een kwetsbare situatie verkeerde waarin mogelijk sprake was van prostitutie of misbruik. Zekerheid daarover is er niet. Maar het wijst wel op een bestaan met beperkte middelen en moeilijke omstandigheden.

Op 13 februari 1812, toen ze 23 jaar oud was, werd haar eerste zoon, Cornelis Witzier, geboren. De geboorteaangifte werd gedaan door haar grootmoeder Eeltje van der Haven-de Haas - die woonde aan de Diefdijk, waar het kindje ook was geboren - en haar zwager Klaas Ebbendorp. De kleine Cornelis overleed al twee jaar later, op 23 maart 1814.

Op 8 augustus 1818 werd opnieuw een zoon geboren, die eveneens Cornelis Witzier werd genoemd. Ook van dit kind werd geen vader vermeld en aangifte gebeurde door zwager Klaas Ebbendorp die gehuwd was met Eeltjes zus Maria. 

Acht jaar later, op 7 december 1826, volgde de geboorte van een derde zoon: Pieter Witzier. Ook hij droeg uitsluitend de achternaam van zijn 38-jarige moeder ("zonder beroep, ongehuwd'') en werd aangegeven door zijn oom Jan Kool, die getrouwd was met Eeltjes zus Cornelia. 

Pieter overleed op 13 januari 1832, nog geen zes jaar oud.


Slechts zes dagen na het overlijden van haar jongste zoon sterft ook Eeltje zelf, op 19 januari 1832. Ze werd 43 jaar oud.


Eeltje en haar zoontje Pieter overleden niet in Leerdam, maar in de bedelaarskolonie Ommerschans in Drente. Dat is een veelzeggend gegeven. Ommerschans was een straf- en bedelaarskolonie waar armen, landlopers en mensen die niet in hun eigen onderhoud konden voorzien door de overheid werden ondergebracht. Haar overlijden daar suggereert dat zij uiteindelijk volledig was afgezakt in armoede en afhankelijk was geworden van de armenzorg.



Het signalement van Eelke: Lengte 1 el, 6 palm en 4 duim (plm. 164 cm.). Lang aangezicht, bruin haar en blauwe ogen. De neus is klein, de mond 'gewoon' en de kin rond. Er zijn geen bijzondere uiterlijke kenmerken opgetekend.  











Eeltje en haar zoons Cornelis en Pieter werden in Ommerschans ingeschreven op 31 december 1831, vanuit Gorinchem. Lange tijd heeft ze daar dus niet doorgebracht. 

Eeltje en Pieter zijn begraven op de begraafplaats van de Maatschappij van Weldadigheid in Ommerschans. 


Het levensverhaal van Eeltje Witzier laat zien hoe kwetsbaar het bestaan van een alleenstaande vrouw aan het begin van de negentiende eeuw kon zijn. Na het vroege verlies van haar moeder werd haar leven getekend door wisselende woonplaatsen en het tijdelijk gemis van haar zusje. Zij bracht drie buitenechtelijke kinderen ter wereld, verloor er twee op jonge leeftijd en stierf zelf in de Ommerschans, ver van haar geboorteplaats. 

Achter de droge archiefregels tekent zich het leven af van een vrouw die ondanks vele tegenslagen bleef proberen haar kinderen groot te brengen, maar uiteindelijk niet aan de armoede wist te ontsnappen.


Toch eindigt het verhaal van Eeltje Witsier niet in de Ommerschans. Haar tweede zoon, Cornelis Witsier, geboren in 1818, zou de familielijn een andere wending geven.

Hij begon zijn leven onder weinig hoopvolle omstandigheden. Zijn moeder was ongehuwd en bij zijn geboorte werd geen vader vermeld. Hij groeide op in een kolonie, in een tijd waarin afkomst en armoede zwaar konden wegen. Toch wist Cornelis zich aan die omstandigheden te ontworstelen.

Uit de kolonieregisters blijkt dat hij werkzaam was binnen de “boerenstand”. Heeft hij een goed adres als bestedeling gevonden en zo de kans gekregen om langzamerhand een zelfstandig bestaan op te bouwen? Rond 3 maart 1838 wordt Cornelis ontslagen uit de kolonie. 

Op 15 februari 1849 trad hij in Dordrecht in het huwelijk met Neeltje van Vuren. Het echtpaar vestigde zich in Groot-Ammers, waar zij een gezin kregen. Hij werkt als bouwmansknecht. In de jaren die volgden werden vijf kinderen geboren: Roelof, Pieter (naar zijn jonggestorven broertje), Dirk, Eeltje Cornelia en, na het overlijden van hun eerste zoontje Roelof, opnieuw een zoon die dezelfde naam kreeg. Het gezin kende, zoals zoveel negentiende-eeuwse gezinnen, ook verdriet door het verlies van een kind, maar wist desondanks een stabiel bestaan op te bouwen. Hun kinderen bereikten de volwassen leeftijd, trouwden en stichtten ieder weer een eigen gezin. Na het overlijden van Neeltje in 1879 hertrouwde Cornelis met Wilhelmina van den Berg. Cornelis Witzier overleed op 22 mei 1888 in Groot-Ammers, bijna zeventig jaar oud.

Zijn nakomelingen verspreidden zich over de Alblasserwaard en ver daarbuiten. Dat uit deze familietak uiteindelijk een bekende Nederlandse televisiepersoonlijkheid zou voortkomen, vormt een verrassende epiloog bij een geschiedenis die begon met een meisje zonder moeder, een in de steek gelaten zusje en een leven vol armoede.


Bronnen:


  • "Eeltje, Cornelis en Pieter Witzier", Inschrijvingsregisters van veroordeelde bedelaars en vrijwilligers 1822-1866 - deel F, archiefnummer 0137.01, inventarisnummer 425, geraadpleegd via Allekolonisten.nl d.d. 27-6-2026.
  • "Cornelis Witzier", Ingekomen brieven; 5 maart 1818 - 29 december 1847, Archiefnummer 0186, Inventarisnummer 191, geraadpleegd via Allekolonisten.nl d.d. 27-6-2026.
  • Schackman, Wil, "Eeltje Witzier, bedelaar", Debedelaarskolonie.nl, geraadpleegd d.d. 27-6-2026. 
  • Schackman, Wil, "Cornelis Witzier, bedelaar", Debedelaarskolonie, geraadpleegd d.d. 27-6-2026.
  • Schackman, Wil, "Pieter Witzier, bedelaar", Debedelaarskolonie, geraadpleegd d.d. 27-6-2026.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten