25 augustus 2026

Het Wolvenbosch - van wolvennest tot woonstraat (1905-heden)

 

Al voordat het kleine straatje ‘Wolvenbosch’ werd aangelegd, droeg het gebied die naam al. Op oude kaarten komen we de benamingen Wolvennest en Wolvenbosch tegen.


De naam Wolvennest op een kaart van 1867
van Hugo Suringar te Leeuwarden
34D.79Nationaal Archief

















Reinier van den Berg (1910-1989) schreef in zijn uitgave over de polder Klein-Oosterwijk dat de naam ‘Wolvenbos’ herinneringen oproept aan de tijd dat er in de Vijfheerenlanden wolven rondzwierven — of, volgens sommigen, verwilderde honden. De grienden, die eens in de vier jaar werden gehakt, vormden een ideale schuilplaats.

In Schoonrewoerd is bekend dat er wolven op het Zand werden gevangen. Mogelijk vond ook op Klein-Oosterwijk een drijfjacht plaats en werden de dieren daar opgespoord. De plek waar ze zich schuilhielden, kreeg dan de naam Wolvenbos, of misschien Wolvennest. Wanneer de naam precies is ontstaan, blijft onduidelijk.


De eerste krantenvermelding die ik kon vinden over het buurtschap, dateert uit 1900, grappig genoeg over een (dame) Vos in het Wolvenbos.


De Leerdammer, 9-8-1900






In 1904 worden de tien arbeiderswoningen van het Wolvenbosch gebouwd. Opdrachtgever was de op 13 mei 1897 opgerichte Maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen ‘Leerdam’.

Deze maatschappij stond onder leiding van glasblazer Bernard Thöne. In het bestuur zaten verder glasfabriekdirecteur O.H.L. Nieuwenhuijzen, L.K.W. Castens (schoonzoon van glasfabriekdirecteur C. Nortier), en meesterchef van de glasfabriek Jan Driessen.

De bouw van de woningen paste in een ontwikkeling die aan het einde van de 19e eeuw in heel Nederland op gang kwam. Bouwmaatschappijen verzamelden kapitaal om grond aan te kopen, straten aan te leggen en woningen te bouwen en te verhuren. In Leerdam was de maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen ‘Leerdam’ nauw verbonden met de glasindustrie. Goede glasblazers waren gewild en werden met aantrekkelijke voorwaarden, zoals hoge lonen en huisvesting, naar de fabriek gelokt.

In het najaar van 1904 vindt de aanbesteding plaats en de laagste inschrijvers, C. de Coster (Cornelis de Koster?) als metselaar en Cornelis Adrianus Boei (1964-1935) uit Leerdam, krijgen de bouwopdracht. 


Nieuwe Gorinchemse Courant 2-10-1904











Het huizenblok aan het Wolvenbosch kende een bijzonder en nogal ongelukkig begin. Nauwelijks waren de woningen in februari 1905 van dakpannen voorzien, of het splinternieuwe huizenblok stortte met donderend geraas in elkaar. De werklieden waren een uur eerder naar huis gegaan toen omwonenden plotseling een vreselijk gekraak hoorden. Even later was er van het nieuwe huizenblok weinig meer over dan een enorme bouwval.

Al snel bleek dat de ‘soliditeit’ van de constructie ernstig te wensen overliet. Zo ontbraken alle stutbalken, waardoor het nog maar net voltooide huizenblok instabiel bleek te zijn.


De Leerdammer, 22-2-1905
De Courant 23-02-1905




Nieuwe Vlaardingsche Courant 25-02-1905













Kennelijk worden de woningen snel weer opgebouwd en de huizen bevolkt. Wel bleef het om de een of andere reden bij één straat. De nieuwe bouwprojecten van de glasfabriek vonden voortaan plaats dichter bij de glasfabriek. 


De Leerdammer, 1-8-1906
Nieuwe Gorinchemse Courant 14-2-1909











De Leerdammer, 3-8-1921
Nieuwe Gorinchemse Courant 24-8-1921









In de jaren '20 heeft het Wolvenbosch een niet al te beste naam. Als er in de gemeenteraad in 1929 gedoe is over de woningbouwvereniging Patromonium, doet een van de raadsleden de uitspraak: "Men moet van de stichting geen Wolvenbosch gaan maken."

In 1935 komt de redactie van De Leerdammer terug op een eerdere opmerking over het ‘beruchte Wolvenbosch’. Kennelijk kampt het buurtschap op dat moment met een hardnekkig negatief imago.


De Leerdammer, 27-3-1935
De Leerdammer, 8-7-1939












Een schaarse foto van het Wolvenbos:





In 1951 wordt het woningperceel 'Wolvenbos' verkocht aan een familielid van de eigenaar. Het is mij niet bekend wie de eerdere particuliere eigenaar (na de Bouwmaatschappij) is geweest. 


De Gecombineerde, 16-8-1951










In 1961 schijnen er achter het adres Wolvenbos 146 in Leerdam nog altijd buitenprivaten te zijn geweest.


De straatnaam Wolvenbos bestaat inmiddels officieel niet meer, maar de huizen staan er nog altijd, als een zijtak van de Tiendweg, aan de overkant van de nieuwgebouwde straat met de naam Ferrie in de wijk Broekgraaf.





(foto's: Magda van Driel, 25-08-2026)



In de wandelgangen noemen veel Leerdammers het betreffende Tiendweg-gedeelte nog steeds het Wolvenbos. Boven een ingang in het huizenblok aan de Ferrie is de naam 'Wolvenbos' geplaatst als herinnering aan de naam van het oude buurtschap. 


Bron:

  • Berg, R. van den, De Polder Hoog- of Klein-Oosterwijk, extra nummer van de Historische Vereniging Vrienden van Oud-Leerdam, 1893, pag. 49.
  • Diverse krantenberichten, geraadpleegd via Delpher.nl, RAZU.nl of het Gorinchems archief, genoemd hierboven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten